Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4902

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-10-2015
Datum publicatie
01-12-2015
Zaaknummer
23-004581-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vrijspraak, artikel 247 Sr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004581-13

datum uitspraak: 19 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 oktober 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-713032-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1945,

feitelijk adres: [adres]

.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2015 en 5 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 14 oktober 2012 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente Den Helder, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

–zijn penis gebracht in de vagina van die [slachtoffer] en/of

–zijn vinger(s) gebracht in de vagina van die [slachtoffer] en/of

–die [slachtoffer] een tongzoen gegeven en/of

–zijn penis gebracht in de mond van die [slachtoffer] en/of

–de vagina van die [slachtoffer] betast en/of -zich door die [slachtoffer] laten aftrekken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met algemene en bijzondere voorwaarden, te weten dat aan de verdachte wordt opgelegd een meldplicht bij de reclassering alsmede een behandelverplichting, ter beoordeling van de reclassering, en dat de verdachte zich onthoudt, zowel in dienstverband als vrijwillig, van enige vorm van hulpverlening of vervoer van verstandelijk beperkten of hulpbehoevenden. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar verklaart.

Standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij baseert zich hierbij op de bewijsmiddelen die door de rechtbank tot het bewijs zijn gebezigd. Uit de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer] , de aangifte van haar zus [zus] , de verklaring van getuige en begeleidster [begeleidster] alsmede het rapport van het psychologisch onderzoek blijkt dat bij [slachtoffer] sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens als gevolg waarvan sprake is van een onvolkomenheid haar wil op seksueel gebied kenbaar te maken. Daarnaast is uit alle feiten en omstandigheden af te leiden dat de verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat sprake was van een dergelijke situatie, waarmee de verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet op de delictueuze gedraging had.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Primair blijkt uit het dossier niet dat [slachtoffer] lijdt aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis in de zin van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht dat zij niet (of onvolkomen) in staat was haar wil omtrent seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Subsidiair was het de verdachte niet kenbaar dat [slachtoffer] leed aan een dergelijke specifieke stoornis, reden waarom niet kan worden vastgesteld dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet op de delictueuze gedraging had.

Vrijspraak

Het hof is, met de raadsman, van oordeel dat de stukken in het dossier, te weten de aangifte van [zus] , het verhoor van [slachtoffer] , het verhoor van [begeleidster] en het verslag psychologisch onderzoek van [psycholoog] onvoldoende concrete en specifieke aanknopingspunten bieden om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat [slachtoffer] aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil omtrent handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Naar het oordeel van het hof is daarmee niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.S. Crince Le Roy, mr. F.M.D. Aardema en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 oktober 2015.

De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[......]

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte]

[......]