Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4885

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
23-002566-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verweren strekkende tot vrijspraak worden verworpen. Veroordeling ter zake van medeplegen van een woninginbraak en tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden m.a.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002566-14

datum uitspraak: 25 november 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 juni 2014 in de strafzaak onder de parketnummers 15-800121-14 en 13-073968-13 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

[adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 februari 2014 te Broek in Waterland, gemeente Waterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning [adres] ) heeft weggenomen twee laptops/computers (van het merk Hewlett Packard en/of Lenovo) en/of een (laptop)tas (van het merk Targus en/of bevattende twee boekjes en/of een cd), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [B.L.] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door de deur aan de achterzijde van voornoemde woning te forceren of open te breken).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde en heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De verdachte is de persoon die door de getuige [S.A.] met MN2 wordt aangeduid. De verdachte heeft dat ook steeds verklaard. Bovendien past de verdachte in het van MN2 opgegeven signalement. Een andersluidend oordeel kan niet worden gestoeld op de verklaringen van [S.A.] , omdat zij (te) wisselend heeft verklaard. Immers, op 20 februari 2014 wist zij niet welke schoenen MN2 droeg, terwijl zij als getuige bij de raadsheer-commissaris op 17 augustus 2015 stellig heeft verklaard dat MN2 nieuwe schoenen droeg. Voor MN2 geldt dat hij op de stoep heeft gestaan bij de Volkswagen Golf. Dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring ter zake van het medeplegen van de woninginbraak, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren en overweegt daartoe als volgt.

Het hof is allereerst van oordeel dat de enkele omstandigheid dat [S.A.] in haar verhoor bij de raadsheer-commissaris op 17 augustus 2015 - zo’n anderhalf jaar ná de woninginbraak - heeft verklaard dat MN2 nieuwe schoenen droeg, terwijl in haar eerdere verklaring is opgenomen dat onbekend is welke schoenen MN2 droeg, niet dermate betekenisvol is dat dat aan de geloofwaardigheid of betrouwbaarheid van haar direct na het voorgevallene afgelegde verklaring moet worden getwijfeld.

Daarnaast leidt het hof uit de verklaring van [S.A.] die zij ten overstaan van de politie heeft afgelegd (opgenomen als bewijsmiddel 2) in combinatie met de bevindingen van de verbalisanten [[...]] , [[...]] en [[...]] (opgenomen als bewijsmiddel 6) af dat medeverdachte [M.H.] - en dus niet de verdachte - MN2 is. Blijkens de door [S.A.] van de daders opgegeven signalementen, droeg er slechts één van hen een spijkerbroek met lichte vlekken; [M.H.] was de enige die bij zijn aanhouding een dergelijke broek aan had.

Ten aanzien van de twee andere mannen (MN1 en MN3) geldt dat zij uit de richting van de achterdeur van de woning van de aangever [B.L.] door de tuin naar de Volkswagen Golf zijn gelopen en dat beide mannen op dat moment een voorwerp bij zich droegen. Deze mannen zijn vervolgens, samen met MN2, in de Volkswagen Golf gestapt en weggereden; de verdachte trad op als bestuurder. In die auto zijn (bij de aanhouding kort na de inbraak) de uit de woning ontvreemde laptops en laptoptas aangetroffen.

Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde woninginbraak.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 februari 2014 te Broek in Waterland, gemeente Waterland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen twee laptops/computers (van het merk Hewlett Packard of Lenovo) en een laptoptas van het merk Targus, bevattende boekjes en een cd, toebehorende aan [B.L.] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, door de deur aan de achterzijde van voornoemde woning te forceren of open te breken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van aangifte van 20 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [[...]] (dossierpagina 9 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 februari 2014 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van aangever [B.L.]:

“Ik ben eigenaar van de woning op het adres [adres] in Broek in Waterland. Op 20 februari 2014 omstreeks 7:00 uur heb ik de woning verlaten. Ik heb mijn schoonmoeder gesproken en zij heeft de woning en de poort omstreeks 8:00 uur afgesloten. Omstreeks 10:45 uur ben ik gebeld door mijn schoonzusje. Zij vertelde mij dat zij met de politie voor mijn woning stond en dat er was ingebroken. Tussen bovengenoemde tijdstippen heeft iemand via achterzijde van de woning zich

toegang verschaft tot de woning. De daders zijn kennelijk door gebruik te maken van een breekvoorwerp door een deur de woning binnengekomen. Onder de weggenomen goederen bevonden zich in ieder geval twee laptops uit de woonkamer, te weten een Lenovo Ideapad y510, en een Hewlett Packard.”

2. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 20 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [[...]] (dossierpagina 27 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 februari 2014 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van de getuige [S.A.]:

“Ik was op 20 februari 2014 in mijn woning op het [adres] in Broek in Waterland. Omstreeks 10:00 uur bevond ik me op de 2e verdieping aan de achterzijde van mijn woning. Ik heb vanaf daar zicht op de tuin van [adres] . Dit is een hoekwoning. De tuin heeft aan de rechterzijde en aan de achterzijde een houten schutting. Aan de rechterzijde zit een poort. Ter hoogte van de poort zijn parkeervakken. Op bovengenoemd tijdstip keek ik uit het raam. Ik zag een man in de tuin van nummer 5 staan. Ik herkende de man niet. Het was in ieder geval niet de bewoner. Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- man

- licht getinte huidskleur, mogelijk van Marokkaanse of Turkse afkomst

- zwart, kort haar

- spijkerbroek, blauw van kleur

- blauwe schoenen.

Noot verbalisant: Deze man wordt in het vervolg MN1 genoemd.

Ook zag ik een man de stoep staan naast de poort van de tuin. Ik zag dat die man niet in de tuin stond maar op de openbare weg ter hoogte van de parkeervakken. Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- man

- licht getinte huidskleur, mogelijk van Marokkaanse of Turkse afkomst

- zwart, kort haar

- spijkerbroek, blauw van kleur met witte vlekken op de beenvlakken

Noot verbalisant: Deze man wordt in het vervolg MN2 genoemd.

Ik vond het allemaal nogal vreemd en ben daarom naar beneden gelopen. Ik ben mijn achtertuin in gelopen om nogmaals te kijken wat de mannen aan het doen waren. Ik zag dat MN2 nog steeds bij de poort stond te wachten. Ik heb vervolgens de telefoon gepakt om de politie te bellen en ben weer naar boven gelopen om goed te kijken. Toen ik weer boven was en uit het raam keek, zag ik dat MN2 in een auto stapte. Ik zag het een auto van het merk Volkswagen was, type Golf, zwart van kleur, voorzien van het [kenteken] .

Ik zag dat de MN1 uit de richting van de achterdeur van de woning kwam lopen. Ik zag dat achter hem nog een man liep. Het waren dus drie mannen. Ik kan de derde man als volgt omschrijven:

- man

- licht getinte huidskleur, mogelijk van Marokkaanse of Turkse afkomst

- zwart, kort haar

- donkerblauwe spijkerbroek.

Noot verbalisant: Deze man wordt in het vervolg MN3 genoemd.

Ik zag dat MN1 en MN3 uit de richting van de achterdeur kwamen en door de achtertuin richting de poort liepen. Ik zag dat MN1 een laptoptas om zijn schouder had hangen. Deze had hij eerder niet bij zich. Ik zag dat MN3 ook een voorwerp bij zich had. Ik zag dat het voorwerp zwart/grijs van kleur was. Ik zag dat MN3 dit in één hand vast had. Ik zag dat MN1 en MN3 over de schutting klommen. Ik zag dat MN1 als eerste ging en hierna volde MN3. Ik zag dat MN1 om de voorzijde van de auto heen liep. Ik zag dat hij instapte. Ik zag dat MN3 instapte. Ik zag vervolgens dat de auto wegreed.”

3. Een proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [[...]] (dossierpagina 12 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 20 februari 2014 omstreeks 09.55 uur reed ik als bestuurder van een opvallend dienstvoertuig over in de gemeente Waterland. Via de politiemeldkamer hoorde ik dat er een woninginbraak gaande was op de [adres] te Broek in Waterland, gemeente Waterland. Ik hoorde dat de drie mannen in een donkere Volkswagen Golf met [kenteken] zijn gestapt. Ik zag een donkere Volkswagen Golf met [kenteken] mij tegenmoet komen. Ik zag dat er drie personen in de auto zaten. Ik heb doorgegeven dat ik achter het bewuste voertuig reed. Ik zag dat bestuurder van de donkere Volkswagen snelheid minderde en naar rechts de uitvoegstrook op stuurde. Ik zag dat de Volkswagen door collega’s werd insloten om verder rijden te voorkomen. De inzittenden zijn aangehouden. Ik zag dat op de stoel van de bestuurder twee zwarte handschoenen lagen met aan de mouw een rode rand. Ik zag dat op de vloer, voor de rechtervoorstoel, een zwarte laptoptas van het merk Targus lag. De rits van de tas was los en ik zag dat zich in de tas een laptopcomputer bevond. Ik zag dat half onder/achter de stoel van de bestuurder een tweede laptop op de vloer lag. Ik zag dat achter de rechtervoorstoel en zwart stoffen schoudertas met draagriem stond. De rits van deze tas was ook open en ik zag dat er inbrekersgereedschap in zat. Ik zag onder meer een fors model schroevendraaier met een rood kunststoffen handvat en een grijze accu boormachine. In het dashboard kastje trof ik een paar zwart leren handschoenen aan, in het bagagevakje van de rechtervoordeur een paar witte handschoenen, in de middenconsole een gsm en in het bagagevakje in de deur aan de bestuurderszijde een geheugenkaartje van een gsm. Dit kaartje zat in een mapje met diverse pasjes waaronder het ID-bewijs van [verdachte] .

4. Een proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [[...]] en [[...]] (dossierpagina 14 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten of één of meer van hen:

Op 20 februari 2014 omstreeks 10:00 uur zagen wij dat de Volkswagen Golf met [kenteken] een stopteken kreeg en dat de bestuurder van het voertuig hieraan voldeed. Wij zagen dat er drie personen in het voertuig zaten. Wij zagen dat er achter de bestuurder niemand zat. Wij zagen dat er naast de bestuurder een passagier zat. Ik, [[...]] , heb de portierdeur van de bestuurder opengetrokken. Ik zag dat de bestuurder het volgende signalement had:

- man

- kort zwart haar

- blauwe spijkerbroek

Wij hebben de verdachte op heterdaad aangehouden.

Verdachte: [verdachte] (man), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .

5. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 11 november 2015. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik bestuurde de auto.

6. Een proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [[...]] , [[...]] en [[...]] (dossierpagina 19 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten of één of meer van hen:

Op 20 februari 2014 hebben wij een onderzoek ingesteld. Wij bevonden ons tussen Monnickendam en Broek in Waterland in een onopvallend politievoertuig. Wij, verbalisanten, [[...]] en [[...]] , plaatsten ons voertuig aan linkerzijde van de stilstaande Volkswagen Golf met [kenteken] . Wij zagen dat er drie verdachten in het voertuig zaten. Wij zagen dat er één verdachte op de bestuurdersstoel zat, één verdachte op de bijrijdersstoel en één verdachte op de achterbank achter de bijrijdersstoel. Ik, verbalisant [[...]] , zag dat verbalisant [[...]] bij het rechter voorportier stond. Ik assisteerde verbalisant [[...]] bij de aanhouding van de verdachte die op de bijrijdersstoel zat, die later bleek te zijn: [T.T.] . Signalement: donkerkleurige spijkerbroek en blauwe Nike Air schoenen. Ik, verbalisant [[...]] , hielp vervolgens collega [[...]] met het plaatsten in het voertuig van verbalisanten [[...]] en [[...]] van de door collega [[...]] aangehouden verdachte. Deze verdachte zat achter de bijrijdersstoel op de achterbank en bleek later te zijn: [M.H.] . Signalement: donkerkleurige spijkerbroek met lichte vlekken ter hoogte van zijn knie.

7. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door rapporteur [[...]] en ondertekend door hulpofficier van justitie [[...]] (registratienummer PL11PC-2014011466-10, dossierpagina ongenummerd). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Datum inbeslagneming: 20 februari 2014

Omstandigheden: laptop in beslag genomen na aanhouding drie verdachten van woninginbraak. Laptop aangetroffen op vloer achter bestuurdersstoel.

Categorie/omschrijving: computer (notebook)

Merk/type: HP Eitebook 8740w.

8. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door rapporteur [[...]] en ondertekend door hulpofficier van justitie [[...]] (registratienummer PL11PC-2014011466-14, dossierpagina ongenummerd). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Datum inbeslagneming: 20 februari 2014

Omstandigheden: laptop in beslag genomen na aanhouding drie verdachten van woninginbraak.

Categorie/omschrijving: computer (notebook)

Merk/type: Lenovo Y510p.

9. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door rapporteur [[...]] en ondertekend door hulpofficier van justitie [[...]] (registratienummer PL11PC-2014011466-36 (dossierpagina ongenummerd). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Datum inbeslagneming: 20 februari 2014

Omstandigheden: laptoptas in beslag genomen na aanhouding drie verdachten van woninginbraak.

Categorie/omschrijving: tas

Merk/type: Targus

Inhoud: gebruikersboekjes Targus + cd-rom asus.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg voor het bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van de tijd die hij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de inbeslaggenomen steeksleutel verbeurd verklaard en de vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden afgewezen.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de beslissing van de rechtbank om de vordering ten uitvoerlegging af te wijzen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering ten tot uitvoerlegging alsnog toewijst.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woninginbraak. De verdachte en zijn mededader hebben zich door het openbreken van de achterdeur de toegang tot die woning verschaft en hebben twee laptops en een laptoptas uit die woning gestolen. Door zo te handelen heeft de verdachte niet alleen materiële schade toegebracht aan gedupeerde bewoners, ook heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer. Daarbij komt dat feiten als deze maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid veroorzaken. De verdachte heeft zijn ogen hiervoor gesloten en heeft zich kennelijk alleen laten leiden door de zucht naar financieel gewin. Dit wordt hem sterk aangerekend.

Het hof heeft gelet op de straf die voor een voltooide woninginbraak pleegt te worden opgelegd, hetgeen zijn weerslag heeft gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), te weten een gevangenisstraf van 3 maanden.

Gebleken is dat de verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 28 oktober 2015 eerder onherroepelijk is veroordeeld, onder meer ter zake van een soortgelijk strafbaar feit en wel tot een forse werkstraf een en voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarvan liep de verdachte ten tijde van het bewezen geachte nog in een proeftijd. Daarnaast liep de verdachte nog in een proeftijd die was gekoppeld aan een voor een andersoortig strafbaar feit opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Uit een en ander heeft de verdachte kennelijk geen lering getrokken, hetgeen in strafverzwarende zin wordt meegewogen.

Het hof acht, alles afwegende, oplegging van na te melden gevangenisstraf passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [B.L.]

De benadeelde partij [B.L.] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ad € 2.869,60. De in dat verband opgevoerde schadeposten bestaan uit:

  1. een laptop (Lenovo Ideapad Y510) en Microsoft Office pakket ad € 1.238,95;

  2. een laptoptas ad € 25,00;

  3. vijf uur niet werken ad € 574,75;

  4. schade herstellen ad € 1.030,90.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.030,90. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het dossier leidt het hof af dat voornoemde laptop en laptoptas aan de benadeelde partij zijn teruggegeven. Nu gesteld noch gebleken is dat deze goederen beschadigd waren, is niet aannemelijk geworden dat de benadeelde partij ter zake van die goederen schade heeft geleden. Het hof zal de vordering met betrekking tot de onder a) en b) genoemde schadeposten dan ook afwijzen.

Het hof zal de vordering voor het overige toewijzen, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden en de verdachte het optreden en de omvang van de schade en het causale verband met het bewezen geachte niet heeft betwist.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter Amsterdam van 8 augustus 2013 is de verdachte voor de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling op 29 maart 2013 in Amsterdam veroordeeld tot (voor zover hier relevant) een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van twee jaren; de proeftijd loopt van 23 augustus 2013 tot en met 26 december 2015.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 8 augustus 2013 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte zich vóór het einde van voornoemde proeftijd, namelijk op 20 februari 2014, heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Het hof zal daarom de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelasten. In hetgeen de raadsman met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft aangevoerd, ziet het hof geen grond hiervan af te zien.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [B.L.]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [B.L.] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.605,65 (duizend zeshonderdvijf euro en vijfenzestig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [B.L.] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.605,65 (duizend zeshonderdvijf euro en vijfenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een steeksleutel, merk Gedore (goednummer 223222).

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 8 augustus 2013, parketnummer 13-073968-13, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.J.I. de Jong en mr. J.H. Wesselink, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 november 2015.

mr. J.H. Wesselink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.