Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4873

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-10-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
23-000487-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belaging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000487-15

datum uitspraak: 16 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 29 januari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-255424-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1942,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2014 tot en met 7 november 2014 te Velserbroek, gemeente Velsen en/of Haarlem en/of Amsterdam in elk geval in Nederland en/of in Frankrijk, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] (zijn ex-partner), in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte,

- meerdere malen (een) sms ('en) en/of (een) email(s) gestuurd en/of verzonden naar die [slachtoffer] en/of

- een of meerdere malen vuurwerk afgestoken bij en/of rondom de woning van de broer van die [slachtoffer] en/of

- bij en/of rondom de woning van de broer van die [slachtoffer] een kunstwerkje geplaatst met daarin een of meerdere sterretje(s) met daaromheen 18 waxinelichtjes en/of voorzien van de tekst(en): Ik zal altijd van je houden, mooie ziel! en/of Lieve [slachtoffer] alles is nu rond. en/of Dank voor wie je was in m’n leven! en/of Hier! en/of Het witte licht breekt zich in kleuren. en/of 2 oktober 2014. en/of Het laatste avondmaal. en/of Het witte licht is terug dankzij jou. en/of Na m’n ervaring in de Kalahari woestijn-verdwen. en/of “LIEFDE” is wat eeuwig is.’,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- bij en/of rondom de woning van de broer van die [slachtoffer] één, dan wel meerdere printjes opgehangen voorzien van de bewoording(en): Botergeil, heerlijk dank je! en/of Ben mijn agressie aan het omzetten in hardwerken! en/of Lukt aardig! Dikke Kus. en/of Het is een beetje raar stil hier, wetende dat je niet komt. en/of Slaap zacht en dat het morgen ook zo goed mag gaan? en/of Dikke Knuffel! En/of

- bij en/of rondom de woning van de broer van die [slachtoffer] printjes geplaatst van afbeeldingen van de verdachte en/of die [slachtoffer] en/of

- bij en/of rondom, dan wel op de school van die [slachtoffer], [naam school] te Amsterdam, afbeeldingen geplaatst, dan wel verspreid op welke afbeeldingen die [slachtoffer] geheel of gedeeltelijk naakt stond afgebeeld en/of

- een poststuk verstuurd naar de school van die [slachtoffer], [naam school] te Amsterdam, bevattende een afbeelding waarop die [slachtoffer] geheel of gedeeltelijk naakt stond afgebeeld en/of voorzien van de bewoording(en) “[naam school] with [slachtoffer]!!! 2e jaar 2e jaar [slachtoffer] ,” dan wel woorden van gelijke aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, onder meer gelet op de in hoger beroep toegelaten wijziging ten laste legging.

Bewijsoverweging

Het hof overweegt dat de verdachte heeft bekend dat hij de e-mails, zoals opgenomen in de bewijsmiddelen, aan de aangeefster heeft verzonden. In dezelfde periode heeft iemand bij de woning van de broer van aangeefster, kort gezegd, een kunstwerkje geplaatst, printjes opgehangen met teksten en foto’s van de verdachte en de aangeefster. Verder heeft iemand in dezelfde periode een afbeelding opgehangen bij de universiteit van aangeefster waarop zij naakt stond afgebeeld en een poststuk gestuurd aan die universiteit met eveneens een afbeelding waarop aangeefster naakt stond afgebeeld. De verdachte heeft bekend dat hij de persoon was die het kunstwerkje, zijnde een taart met attributen, heeft geplaatst, maar heeft ontkend dat hij de printjes heeft opgehangen en de afbeeldingen waar aangeefster naakt op stond heeft opgehangen dan wel heeft verzonden met de post.

Het hof overweegt dat deze incidenten hebben plaatsgevonden in dezelfde periode dat aangeefster de e-mails van de verdachte ontving, kort nadat zij hun relatie had verbroken. De aangeefster heeft toegelicht welk verband de teksten hielden met haar relatie met de verdachte en dat de verdachte de afbeeldingen had gemaakt tijdens een kunstproject dat hij samen met de aangeefster had gedaan. Onder deze omstandigheden acht het hof het dan ook niet aannemelijk dat iemand anders dan de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voornoemde handelingen, zoals opgenomen in de gedachtestreepjes in de bewezenverklaring.

Door aldus te handelen heeft de verdachte aangeefster gedwongen tot het dulden van contact met hem, terwijl zij hem duidelijk te kennen had gegeven geen contact meer met hem te willen.

Gelet op de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, zoals die uit de bewijsmiddelen volgen, en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster, is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij omstreeks de periode van 22 juli 2014 tot en met 7 november 2014 te Velserbroek, gemeente Velsen en Amsterdam en in Frankrijk, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] (zijn ex-partner), met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te dulden, immers heeft hij, verdachte,

- meerdere malen e-mails verzonden naar die [slachtoffer] en

- bij de woning van de broer van die [slachtoffer] een kunstwerkje geplaatst met daarin sterretjes met daaromheen 18 waxinelichtjes en voorzien van de tekst:

Ik zal altijd van je houden, mooie ziel! en Lieve [slachtoffer] alles is nu rond. en Dank voor wie je was in m’n leven! en Hier! en Het witte licht breekt zich in kleuren. en 2 Oktober 2014. en Het laatste avondmaal. en Het witte licht is terug dankzij jou. en Na m’n ervaring in de Kalahari woestijn-verdwen. en “LIEFDE” is wat eeuwig is.’ en

- bij de woning van de broer van die [slachtoffer] printjes opgehangen voorzien van de bewoordingen:

Botergeil, heerlijk dank je! en

Ben mijn agressie aan het omzetten in hardwerken! en

Lukt aardig! Dikke Kus. en

Het is een beetje raar stil hier, wetende dat je niet komt. en

Slaap zacht en dat het morgen ook zo goed mag gaan? en

Dikke Knuffel! en

- bij de woning van de broer van die [slachtoffer] printjes geplaatst van afbeeldingen van de verdachte en die [slachtoffer] en

- bij de school van die [slachtoffer], [naam school] te Amsterdam, een afbeelding geplaatst, op welke afbeelding die [slachtoffer] naakt stond afgebeeld en

- een poststuk verstuurd naar de school van die [slachtoffer], [naam school] te Amsterdam, bevattende een afbeelding waarop die [slachtoffer] naakt stond afgebeeld en voorzien van de bewoordingen “[naam school] with [slachtoffer]!!! 2e jaar 2e jaar [slachtoffer] ”.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, bij het niet of niet naar behoren te verrichten daarvan te vervangen door 20 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, en niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van de benadeelde partij.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, bij het niet of niet naar behoren te verrichten daarvan te vervangen door 20 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, onder toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van 300 euro.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van ruim drie maanden een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar gedwongen te dulden dat hij steeds weer contact met haar zocht. Ondanks dat voornoemde [slachtoffer] op verschillende momenten aan de verdachte te kennen heeft gegeven met rust gelaten te willen worden, heeft dit de verdachte er niet van weerhouden stelselmatig inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], door het sturen van e-mails en door op andere manieren contact met haar te blijven zoeken, onder meer door een kunstwerk in de vorm van een hart bij de woning van haar broer te plaatsen, daar teksten en foto’s op te hangen, waaronder een naaktfoto, door een naaktfoto van het slachtoffer bij haar school op te hangen en ook een naaktfoto onder vermelding van haar naam en haar leerjaar naar haar school te sturen. Door de aangeefster is dit als beangstigend en bedreigend ervaren. Dit rekent het hof de verdachte aan.

Het hof heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsrapport van 8 december 2014, het gegeven dat de verdachte niet eerder met de politie of justitie in aanraking is geweest, de leeftijd van de verdachte, alsmede de omstandigheid dat de verdachte de belaging, voor zover het hof bekend, heeft gestaakt, en de omstandigheid dat de verdachte begin december 2014 enige weken is opgenomen in een psychiatrische kliniek. Gelet op het bovenstaande acht het hof een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze taakstraf zal het hof in voorwaardelijke vorm opleggen teneinde de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst op dergelijke wijze te handelen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 624,48. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. Zo volgen de kosten voor de verhuizing uit het feit dat aangeefster de relatie met de verdachte had verbroken en niet uit de belaging. De verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. H.W.J. de Groot en mr. S.J. Riem, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 oktober 2015.

Mr. H.W.J. de Groot is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]