Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4857

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-11-2015
Datum publicatie
24-11-2015
Zaaknummer
23-002791-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verduistering als postbezorger. Bewijsoverweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-002791-14

datum uitspraak: 20 november 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-161753-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1964,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2012 tot en met 24 februari 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk 56, althans een of meerdere, poststukken en/of brieven, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als postbezorger bij [bedrijf], in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, onder meer omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert.

Bewijsoverweging

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte zich de poststukken niet wederrechtelijk heeft toegeëigend, maar slechts onder zich heeft gehouden om alsnog te bezorgen. Omdat de poststukken soms anders waren gesorteerd dan dat de verdachte zijn wijk liep, heeft hij deze niet onmiddellijk kunnen bezorgen en deze apart gehouden. Het was slechts aan zijn slordigheid te wijten dat hij dat vervolgens steeds vergat danwel heeft uitgesteld.

Het hof acht deze uitleg van de verdediging onaannemelijk.

De in de bus van verdachte aangetroffen poststukken waren niet voor de verdachte bestemd. Hij diende deze in zijn functie als postbezorger af te leveren bij de geadresseerden. De verdachte wist dat de post dezelfde dag diende te worden bezorgd hetgeen ook door zijn werkgever werd verwacht.

Onder de op 24 februari 2012 aangetroffen post bevond zich een groot aantal poststukken die al lang hadden moeten zijn bezorgd. Dit betrof onder meer bedrijfspost en post van financiële instellingen. Ook betrof dit een rouwbrief met datumstempel 3 februari 2012, ruim vóór de tenlastegelegde datum.

Het hof leidt uit de ruime hoeveelheid poststukken die het betreft, alsmede de verschillende data van ter postbezorging af dat geen sprake was van incidenten doch van stelselmatig, bewust, wederrechtelijk handelen van de verdachte.

Nu de verdachte de betreffende poststukken die hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had in de tenlastegelegde periode bewust heeft achtergehouden heeft hij zich deze wederrechtelijk toegeëigend en zich derhalve schuldig gemaakt aan verduistering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij omstreeks de periode van 1 februari 2012 tot en met 24 februari 2012 te Amsterdam, opzettelijk poststukken en/of brieven, die geheel of ten dele toebehoorden aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als postbezorger bij [bedrijf] onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van poststukken tijdens zijn werkzaamheden als postbezorger. Hij heeft aldus het vertrouwen dat door zijn werkgever in hem was gesteld, beschaamd en het belang dat de samenleving heeft bij een correct functionerende postbezorging geschaad. Voorts heeft hij de mogelijkheid in het leven geroepen dat de verzenders en/of de oorspronkelijke geadresseerden van de brieven (financieel) nadeel zou kunnen worden toegebracht.

Het voorgaande rechtvaardigt in beginsel, als door de rechtbank opgelegd, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur.

Het hof acht ziet echter in de – ten positieve gewijzigde – persoonlijke omstandigheden van de verdachte, als ter terechtzitting gebleken en de omstandigheid dat het feit reeds enige tijd geleden heeft plaatsgevonden, aanleiding te volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden.

Tot een nog lagere straf ziet het hof, gelet op de ernst van het feit, geen aanleiding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 70 (zeventig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. E.N. van der Spoel en mr. M.W. Groenendijk, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 november 2015.

Mr. F.M.D. Aardema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....]

[....]

[....][....]

[....]