Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4854

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
24-11-2015
Zaaknummer
23-000850-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal pinpassen uit woning, door zich voor te doen als postbezorger en geldopname met die passen. Bewijsoverweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000850-15

datum uitspraak: 27 oktober 2015

TEGENSPRAAK (raadsvrouw gemachtigd)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2015 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-660477-12 en 13-674481-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres 1],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Midden Holland - Haarlem PIA te Haarlem.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van het openbaar ministerie is, blijkens de appelschriftuur van het openbaar ministerie en de mededeling van de advocaat-generaal op de terechtzitting, niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep opgenomen beslissing ten aanzien van het in de gevoegde strafzaak met parketnummer 13-660477-12 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 407 van het Wetboek van Strafvordering, zal het hof het openbaar ministerie in zoverre niet ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat, voor zover in hoger beroep nog aan de orde:

Zaak met parketnummer 13-674481-14 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 31 juli 2013 te Amsterdam in/uit een woning, te weten de [adres 2], tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere bankpas(sen) en/of een creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

2:
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 31 juli 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer geldbedrag(en) (van in totaal 1850 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens) een of meerdere niet op zijn of zijn mededaders naam gestelde bankpas(sen) in te voeren in (een) geldautoma(a)t(en) en/of vervolgens (telkens) de aan de rechtmatige houder van die bankpas opgegeven (geheime) pincode in te toetsen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

Vast staat dat op 31 juli 2013 omstreeks half vijf ’s middags is gepind bij de geldautomaat van de ABN AMRO op de [adres 3] te Amsterdam met gestolen pinpassen van [slachtoffer] en dat hiervan camerabeelden gemaakt zijn.

Uit het dossier volgen de volgende feiten en omstandigheden.

[slachtoffer] heeft op 31 juli 2013 aangifte gedaan van diefstal van zijn bankpassen en creditcard van de ABN AMRO tussen 16.00 uur en 16.30 uur uit zijn woning. Toen hij op 31 juli 2013 omstreeks 16.00 uur thuis zat te werken werd er aangebeld en zag hij dat er twee jongemannen voor de deur stonden die hem vertelden dat zij een pakje hadden voor zijn dochter. De twee mannen vertelden dat hij mee moest lopen naar beneden om het pakketje op te halen, hetgeen de aangever heeft gedaan. Toen hij beneden kwam stond er een wit bestelbusje. De aangever zag dat het busje wegreed. Persoon (het hof begrijpt: een van de voornoemde jongens) 2 vertelde hem dat het busje net wegreed om naar een andere flat pakketjes weg te brengen. Aangever had toen geen zicht op persoon 1. Kort daarna was persoon 1 weer terug. Ze vertelden aangever dat het pakketje wel op een ander tijdstip zou worden gebracht.

Aangever werd even later gebeld door een onbekende persoon die zei te werken bij de ABN AMRO, die aangever vertelde dat hij zijn bankpassen had verloren, en hem vertelde dat ze de pincodes nodig hadden om de pasjes te blokkeren. Dat ging om de privé bankpas en de pas van het werk van aangever. Aangever heeft de pincodes gegeven. Er werd ook gevraagd om de pincode van zijn creditcard, maar deze wist aangever niet.

Aangever is vervolgens naar de ABN AMRO bank gegaan om alles af te handelen. Daar kwam hij erachter dat er geld was afgeschreven van zijn rekeningen. Van zijn privé rekening is 850 euro opgenomen en van zijn ondernemersrekening is bij dezelfde automaat 1000 euro opgenomen.

Aangever omschrijft de personen als volgt:

Persoon 1

Nederlandse afkomst

Fors postuur

Zwart haar met grijze haren

blauwe trui aan

donkere broek

35/40 jaar

1.80

m

Persoon 2

Nederlandse afkomst

Zwart haar

lichte trui aan

lichte broek

35/40 jaar

170 cm

Uit een overzicht van de afschrijvingen blijkt dat de volgende opnames zijn gedaan op 31 juli 2013 in Amsterdam bij de geldautomaat op de [adres 3]:

16.31

uur € 850,- van de privérekening van aangever

16:32 uur € 1000,- van de ondernemersrekening van aangever1

Herkenning

De politie heeft de pinbeelden van de pinautomaat op de [adres 3] te Amsterdam bij de ABN opgevraagd voor de periode 31 juli 2013 van 16.25 uur tot 16.35 uur. Op het beschikbaar gestelde bestand staan 8 foto’s, zogenaamde stills met tijdstippen, in de periode van 16.33.27 tot 16.35.45 uur. Op deze foto’s zijn twee personen zichtbaar. Er zijn verder geen andere personen te zien die aan het pinnen zijn.

De verbalisant omschrijft de personen als volgt:

NN1

Man

Licht getinte huidskleur

20-30 jaar oud

Mollig postuur

Kort zwart haar, aan de bovenzijde achterover gekamd en aan de zijkanten korter opgeschoren

Blauwe polo met grijze kraag

NN2

Man

Licht getinte huidskleur

20-30 jaar oud

Normaal postuur

Zwart gemillimeterd haar

Witte polo met zwarte en grijze streep op de kraag2

Uit het proces-verbaal van bevindingen Onderzoek tijdsverschil tussen beelden en transactietijd abn amro d.d. 4 maart 2015 volgt dat de werkwijze van de bank bij het veilig stellen van de beelden aldus is dat alle beelden van de gevraagde periode worden veilig gesteld en er “stills” worden gemaakt van alle personen welke transacties hebben verricht in die opgevraagde periode.

De verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank verklaard dat hij de jongen is die op de foto’s te zien is, onder meer op pagina 18, 19, 22, 23, 24 en 25, telkens rechts, en dat hij daar met een andere jongen was3.

Het hof overweegt als volgt.

De pintransacties hebben zeer kort, namelijk hooguit omstreeks 30 minuten, na de diefstal van de bankpassen waarmee die pintransacties zijn uitgevoerd plaatsgevonden. Het signalement dat de aangever – binnen twee uur na de diefstal – geeft van beide personen die de bankpassen gestolen hebben komt in grote lijnen overeen met de beschrijving van de personen op de camerabeelden van de pintransacties door de verbalisant. Van bijzonder belang daarbij is dat de aangever heeft verklaard dat de eerste man een blauwe trui aanhad en de tweede man een lichte, terwijl op de stills twee mannen te zien zijn met een blauwe en een witte polo. In combinatie met het geringe tijdsverloop na de diefstal van de bankpassen en de bekentenis van verdachte dat hij één van de twee personen is die op de foto’s staan en derhalve dat hij aanwezig was bij voornoemde geldopname acht het hof bewezen dat in ieder geval de verdachte één van de twee mannen is die de diefstal van de bankpassen hebben gepleegd. Daaraan doet niet af dat de tijdstippen, zoals vermeld op de bankafschriften en op de beelden van de geldautomaat 2 á 3 minuten van elkaar afwijken. Dat verschil is zo gering dat daaraan geen zelfstandige betekenis toekomt. Dat geldt temeer nu blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2015 de twee personen op de verstrekte beelden de enige personen zijn die in de periode van 16.25 uur en 16.35 uur de geldautomaat hebben bezocht, welke periode ruimschoots het genoemde tijdsverschil omvat.

Het hof acht de stelling van verdachte dat hij een vriend was tegengekomen die ging pinnen en hij daar alleen maar bijstond niet aannemelijk geworden nu op de stills valt te zien dat de verdachte kennelijk meekijkt op het scherm en de handelingen van zijn mededader nauwgezet en van zeer nabij volgt. Daar komt bij dat de verdachte geen enkel identificerend gegeven heeft verstrekt met betrekking tot deze vriend.

Het hof acht dus bewezen, dat de verdachte betrokken was bij de diefstal van de betaalkaarten en dat de verdachte, samen met een ander, door middel van deze pinpassen wederrechtelijk geldbedragen heeft weggenomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer

13-674481-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-674481-14 (gevoegd):

1:
hij op 31 juli 2013 te Amsterdam uit een woning, te weten de [adres 2], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen bankpassen, toebehorende aan [slachtoffer];


2:
hij op tijdstippen op 31 juli 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen (van in totaal 1850 euro), toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door niet op zijn of zijn mededaders naam gestelde bankpassen in te voeren in een geldautomaat en/of vervolgens de aan de rechtmatige houder van die bankpas opgegeven pincode in te toetsen.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde vrijgesproken.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich niet alleen schuldig gemaakt aan de diefstal van bankpassen maar ook aan de diefstal van een geldbedrag van € 1.850,- met behulp van die bankpassen. De verdachte heeft daarmee laten zien geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen maar bovendien geen enkel respect te hebben voor bejaarde mensen. Hij heeft uit eigen gewin de aangever schade berokkend en overlast bezorgd. Daarbij komt dat de verdachte, blijkens een uittreksel Justitiële Documentatie van 30 september 2015, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten en flessentrekkerij.

Het hof acht, alles afwegende, mede uit het oogpunt van generale preventie, een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden passend en geboden, waarbij het hof rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voorzover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-660477-12 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-674481-14 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. H.W.J. de Groot en mr. J.A. Peters, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2015.

Mr. J.A. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

1 [....]

2 [....]

3 [....]