Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4704

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
19-11-2015
Zaaknummer
23-001473-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerijen. Strafoverweging met aandacht persoonlijke omstandigheden verdachte. Straf met bijzondere voorwaarden: elektronisch toezicht voor de duur van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-001473-14

Datum uitspraak: 9 november 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2014 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-670077-12 en 13-701067-13, alsmede 13-076396-10 en 13-850966-10 (TUL) tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlasteleggingen

Voor zover in hoger beroep nog aan de orde, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-670077-12:
1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (perceel [adres 2]) heeft weggenomen (ongeveer) 6.517 kWh electriciteit, in elk geval een hoeveelheid electriciteit (ter waarde van circa 1.845,44 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van een of meer zegel(s) (van de (hoofd) aansluitkast) van voornoemde woning;


2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 1,51 kilogram hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;


3:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot en met 31 maart 2010 te Diemen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) en/of vervalst(e) - werkgeversverklaring (werkgever [bedrijf]) (p. 061E) en/of - (kopie van een) identiteitskaart (ten name van verdachte) (p. 061I) en/of - een of meer salarisspecificatie(s) (werkgever [bedrijf] (p.061L e.v.), zijnde een of meer geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen- als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte dat/die geschift(en) (telkens) heeft doen toekomen en/of verzonden (aan [makelaar]) ten behoeve van het afsluiten van een huurovereenkomst en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat het geboortejaar van hem, verdachte onjuist (te weten als 1977) is weergegeven; Artikel 225 Wetboek van Strafrecht en/of hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot en met 31 maart 2010 te Diemen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) - een huurovereenkomst woonruimte (p. 061B e.v.) en/of de bijzondere bepalingen behorende bij de huurovereenkomst (p. 061D e.v.) en/of - een formulier (van [makelaar]) (p. 061F, G, H), (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk heeft ondertekend, terwijl in die/dat document(en) verdachtes geboortejaar onjuist (te weten als 1977) is vermeld, zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;


Zaak met parketnummer 13-701067-13:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 januari 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een perceel [adres 3] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer vijfenzeventig, in elk geval één of meer, hennepplant(en), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;


2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 januari 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (perceel [adres 3] heeft weggenomen een hoeveelheid kWh electriciteit, in elk geval een hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak op en/of verbreking van een of meer zegel(s) (van de (hoofd) aansluitkast) van voornoemde woning.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-670077-12:
1:
hij op in de periode van 1 juni 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Diemen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, perceel [adres 2], heeft weggenomen 6.517 kWh elektriciteit, ter waarde van circa 1.845,44 euro, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking van zegels van de hoofdaansluitkast van voornoemde woning;


2:
hij in de periode van 1 juni 2011 tot en met 16 augustus 2011 te Diemen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld in een pand aan de [adres 2],

en

hij op 16 augustus 2011 te Diemen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1,51 kilogram hennep;

3:
hij in de periode van 1 februari 2010 tot en met 31 maart 2010 te Diemen en Amsterdam, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalste kopie van een identiteitskaart ten name van verdachte, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte dat geschift heeft doen toekomen aan [makelaar] ten behoeve van het afsluiten van een huurovereenkomst en bestaande die vervalsing hierin dat het geboortejaar van hem, verdachte, onjuist, te weten als 1977, is weergegeven,

en

hij in de periode van 1 februari 2010 tot en met 31 maart 2010 te Amsterdam

- een huurovereenkomst woonruimte en de bijzondere bepalingen behorende bij de huurovereenkomst en - een formulier van [makelaar],

elk zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk deze ondertekend, terwijl in die documenten verdachtes geboortejaar onjuist, te weten als 1977, is vermeld, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.


Zaak met parketnummer 13-701067-13:

1:
hij in de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 januari 2013 te Amsterdam, opzettelijk heeft geteeld, in een perceel [adres 3], een hoeveelheid van ongeveer vijfenzeventig hennepplanten;


2:
hij in de periode van 1 juni 2012 tot en met 11 januari 2013 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in een woning, perceel [adres 3], heeft weggenomen een hoeveelheid kWh elektriciteit, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel verbreking van zegels van de hoofdaansluitkast van voornoemde woning.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 2 bewezen verklaarde levert op, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de in eerste aanleg bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, waarbij als bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht voor de duur van 8 maanden zal worden opgelegd, welk elektronisch toezicht invulling dient te krijgen overeenkomstig het reclasseringsadvies van 9 juli 2015.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich in verschillende panden schuldig gemaakt aan het telen van hennep, had met een ander 1,51 kilogram hennep voorhanden en heeft de diefstal van de voor die hennepteelt benodigde elektriciteit in beide panden gestolen. Gelet op de schaal waarop de verdachte te werk is gegaan, moet de hennep bestemd zijn geweest voor de handel en daarmee de verdere verspreiding. Hennep kan voor de volksgezondheid schadelijke stoffen bevatten en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Daarbij komt dat dergelijke handel – waaraan het bewezenverklaarde moet worden gerelateerd – ook overigens de samenleving bezwaart door de criminaliteit die daarmee veelal gepaard gaat of wordt bestendigd.

Hiernaast heeft de verdachte zich bediend van valse geschriften en deze valselijk opgemaakt, kennelijk met het oog op het onder een ander geboortejaar verkrijgen van een huurhuis ten behoeve van die hennepteelt. Het hof neemt ook dit de verdachte kwalijk.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 oktober 2015 is de verdachte eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Ook dit weegt ten nadele van de verdachte. De in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf ligt derhalve in beginsel in de rede.

Anderzijds is gebleken dat de verdachte zijn leven heeft herpakt en dit een geheel andere, goede, wending heeft gegeven en dat hij daarbij gebroken heeft met de negatieve invloeden uit zijn verleden. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep de hem ten laste gelegde feiten gaaf bekend en te kennen gegeven schoon schip te willen maken. Ook zijn schulden zijn afbetaald, op de nog te nemen beslissing op de vordering van de benadeelde partij na, en dat biedt – naast verdachtes actieve vaderschap en nieuwe carrière – te minder kans op het opnieuw de fout in gaan.

Gelet hierop ziet hof, met de advocaat-generaal, geen aanleiding deze positieve wending die de verdachte aan zijn leven heeft gegeven te doorbreken met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden van na te melden duur en aard passend en geboden. Dat betekent dat de verdachte – gelet op de ernst van de feiten en verdachtes recidive – wel een hogere straf dient te ondergaan dan namens hem is bepleit, maar dat deze in beginsel – overeenkomstig het reclasseringsadvies van 9 juli 2015, opgemaakt door reclasseringswerker [medewerker] – in de vorm van elektronisch toezicht (‘thuisdetentie’) ten uitvoer kan worden gelegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.554,04. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vorderingen tenuitvoerlegging met parketnummers 13-076396-10 en 13-850966-10

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Amsterdam van 6 juli 2010 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Voorts heeft het Openbaar Ministerie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de Politierechter te Amsterdam van 10 februari 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Deze vorderingen zijn in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich telkens voor het einde van de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straffen worden gelast.

Op grond van hetgeen omtrent het huidige leven van de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken, zoals hiervoor onder de oplegging van de straf is overwogen, zal het hof - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - gelasten dat in plaats van het ondergaan van de vrijheidsstraffen de verdachte tweemaal een taakstraf zal verrichten, van 28 respectievelijk 56 uur, een en ander zoals hierna vermeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 225 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-670077-12 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich gedurende de volledige proeftijd onder toezicht stelt van de Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven;

  • -

    zich gedurende 8 maanden onder elektronisch toezicht stelt, in de vorm als geadviseerd in het de veroordeelde betreffende Reclasseringsadvies van 9 juli 2015.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, ook als dat de duur van het elektronisch toezicht bekort, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.554,04 (duizend vijfhonderdvierenvijftig euro en vier cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-701067-13 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.554,04 (duizend vijfhonderdvierenvijftig euro en vier cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Tenuitvoerlegging I, parketnummer 13-076396-10

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 6 juli 2010, parketnummer 13-076396-10, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, te vervangen door:

een taakstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis.

Tenuitvoerlegging II, parketnummer 13-850966-10

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 10 februari 2011, parketnummer 13-850966-10, te weten van gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, te vervangen door:

taakstraf voor de duur van 56 (zesenvijftig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Clement, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 november 2015.

Mr. S. Clement is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....]

[....][....][....]

[....]

[....][....]

[....][....][....][....]

[....]