Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4642

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
13-11-2015
Zaaknummer
200.150.694/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Bepaling van redelijk loon in de zin van artikel 7:411 BW na beëindiging opdracht. Onvoldoende gemotiveerde verweer tegen het gevorderde bedrag.Zie ook ECLI:NL:GHAMS:2015:1292.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.150.694/01

zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/531115/HA ZA 12-1434

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 november 2015

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] VIDEO CONSULTANCY B.V.,

gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,

2. [appellant],

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

appellanten,

advocaat: mr. A. Robustella te Ede,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.A.M. Euverman te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna weer [appellant] (in mannelijk enkelvoud) en [geïntimeerde] genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 7 april 2014 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.

Partijen hebben na dat arrest de volgende stukken ingediend.

- akte met producties zijdens [appellant] ;

- antwoordakte met producties zijdens [geïntimeerde] .

Ten slotte is weer arrest gevraagd.

2 Verdere beoordeling

2.1

Het hof blijft bij hetgeen in het tussenarrest is overwogen.

2.2

In het tussenarrest is het hof tot het oordeel gekomen dat de rechtbank terecht de vorderingen van [appellant] (in oorspronkelijke conventie) heeft afgewezen en hem in de kosten van dat deel van het geding in eerste aanleg heeft veroordeeld. In het kader van de beoordeling van de vorderingen van [geïntimeerde] (in oorspronkelijke reconventie) en de behandeling van de daarop betrekking hebbende grieven V, XI en XII heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld bij akte de door hem, naar hij stelt, vervaardigde conceptbouwaanvraag over te leggen. Alle overige grieven zijn reeds door het hof verworpen.

2.3

[geïntimeerde] is in de gelegenheid gesteld voormeld stuk over te leggen omdat het hof wilde kunnen beoordelen of het juist was dat [geïntimeerde] , zoals hij stelt, ten tijde van de beëindiging van de overeenkomst die conceptbouwaanvraag reeds gereed had. Als dat niet het geval was, kon het hof niet inzien waarom van de aanneemsom van de bouwvoorbereidingsfase (BV-fase) zo’n groot gedeelte (€ 5.100,= van de € 8.500,= steeds exclusief btw) reeds als redelijk loon verschuldigd zou zijn geworden.

2.4

Bij zijn akte na het tussenarrest heeft [geïntimeerde] als productie 21 een set stukken overgelegd, bestaande uit de conceptbouwaanvraagtekeningen, het voorlopig ontwerp, de stukken van constructeur [A] en de sonderingen. Hij stelt deze stukken met [appellant] te hebben besproken. Als productie 22 heeft hij een set stukken overgelegd, bestaande uit de definitieve bouwaanvraagtekeningen, de ontwerpstukken, de stukken van [A] , het rapport Toetsing verblijfsgebieden, verblijfsruimten van 18 april 2012, de sonderingen en het Veiligheids- en gezondheidsplan van 18 april 2012. Deze set moest nog met [appellant] worden besproken, alvorens tot indiening van de bouwaanvraag had kunnen worden overgegaan.

2.5

In zijn antwoordakte heeft [appellant] herhaald dat hij betwist dat de conceptbouwaanvraag ooit door partijen is besproken. Ook heeft hij betwist dat hetgeen [geïntimeerde] de definitieve bouwaanvraag noemt, als zodanig kan worden gekwalificeerd. Hij stelt dat de gemeente Overbetuwe, waar de bouwaanvraag had moeten worden ingediend, hem heeft medegedeeld dat de aanvraag incompleet is, omdat ontbreken: een nieuw welstandsadvies, een positief advies van de monumentencommissie, een riolerings- en afwateringsplan en een veiligheidsvoorziening aan de trap naar de kelderverdieping, terwijl met betrekking tot een aantal andere punten in de aanvraag informatie ontbreekt.

2.6

Het hof roept in herinnering dat [geïntimeerde] van de totale door hem geoffreerde werkzaamheden in de BV-fase (€ 8.500,=) heeft gefactureerd 60 uur à € 85,= voor plattegronden, gevels, doorsneden, details. Het resterende bedrag van € 3.400,= zou dan zien op het vervaardigen van een technische omschrijving ten behoeve van de aanbesteding, het overleg met de gemeente en de voorselectie van aannemers en de offertes van aannemers. De informatie die volgens [appellant] ontbrak, zou [geïntimeerde] in het (geoffreerde) overleg met de gemeente alsnog hebben kunnen verschaffen. Dat die informatie zou ontbreken is dan ook geen reden het gevorderde loon als niet redelijk aan te merken.

2.7

[appellant] heeft niet inzichtelijk gemaakt hoeveel (extra) uren hij meent dat met het aanvragen van de door hem genoemde welstands- en monumentenadviezen gemoeid zouden zijn geweest en hoe die werkzaamheden zich verhouden tot de vervallen post “overleg met gemeente”. Ook met betrekking tot de overige ontbrekende zaken heeft [appellant] geen voldoende gekwantificeerde conclusie verbonden aan zijn kritiek. Als zou moeten worden vastgesteld dat de bouwaanvraag (nog) niet geheel compleet was, is de consequentie daarvan immers niet, dat [geïntimeerde] voor zijn werkzaamheden in de BV-fase in het geheel geen beloning toekomt. Het gaat erom te bepalen welk deel van de gevorderde € 5.100,= exclusief btw als redelijk loon toewijsbaar is. Hetgeen door [appellant] is aangevoerd biedt geen grond om te oordelen dat het gevorderde loon niet redelijk is.

2.8

Hetgeen hiervoor werd overwogen leidt tot de slotsom dat ook de grieven V, XI en XII en in het vervolg daarvan ook grief XIII, tevergeefs zijn voorgedragen. De door [geïntimeerde] gefactureerde bedragen van € 6.069,= inclusief btw ( [appellant] merkt terecht op dat het bestreden vonnis abusievelijk vermeldt dat dat bedrag exclusief btw zou zijn) en € 725,90 inclusief btw (waartegen [appellant] geen voldoende kenbare specifieke grief heeft aangevoerd), zijn door de rechtbank terecht toegewezen en [appellant] is terecht in de kosten van het geding in reconventie veroordeeld.

2.9

Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij dient [appellant] de kosten van het hoger beroep te dragen.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van 18 december 2013;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 704,= aan verschotten en € 1.737,= voor salaris;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.M. Polak, J.C.W. Rang en H.J.M. Boukema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 november 2015.