Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4523

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
10-11-2015
Zaaknummer
23-000476-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De gedragingen van de verdachte leveren een zeer verwijtbaar complex van ernstig en gevaarlijk verkeersgedrag op. De verdachte heeft hierdoor bewust onaanvaardbare risico’s genomen en de verkeersveiligheid geheel veronachtzaamd. Het hof merkt het bewezen verklaarde rijgedrag van de verdachte niet aan als zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam, maar als roekeloos.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2016/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000476-15

datum uitspraak: 28 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 januari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-679006-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

volgens eigen opgave wonende op het adres: [adres]

).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 13 september 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Stadionweg zich zodanig, te weten roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in het kopje van een spaakbeen en/of een breuk in een handwortelbeentje, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,

bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft, nadat hij, verdachte, (kort daarvoor) op de Hobbemakade ter hoogte van (ongeveer) perceel 100 niet had voldaan aan een stopteken als bedoeld in artikel 83 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 jo artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 (alcoholcontrole) gegeven door een politieambtenaar, gereden over de Stadionweg – met een snelheid welke te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse – , komende uit de richting van de Apollolaan en gaande in de richting van de Beethovenstraat,

- terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde en/of

- terwijl verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard en aan hem, verdachte, een alcoholslotprogramma was opgelegd en/of

- terwijl het donker was en/of

- terwijl het regende en/of terwijl het wegdek nat was en/of

- terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend was,

verdachte heeft, gekomen (ongeveer) ter hoogte van perceel 62 de macht over de door hem bestuurde personenauto verloren en/of is bij het uitkomen van de – gezien verdachtes (rij)richting – bocht naar rechts tegen een trottoirband aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden en/of is de door verdachte bestuurde personenauto (vervolgens) tegen één of meerdere personenauto(s) aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden en/of is de door verdachte bestuurde personenauto (vervolgens) (frontaal) tegen een aan de overzijde van de weg staande pallet met straatklinkers aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden,

vervolgens is de door verdachte bestuurde personenauto om een verticale as gedraaid en tegen een fietser, zijnde voornoemde [slachtoffer] – die eveneens de Stadionweg bereed, komende uit de richting van de Beethovenstraat en gaande in de richting van de Diepenbrockstraat – aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden, waardoor voornoemde [slachtoffer] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,

terwijl bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994 jo. artikel 8, vierde lid aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte van verdachtes bloed 1,99 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter bloed, bleek te zijn;


Subsidiair:
hij op of omstreeks 13 september 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Stadionweg zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt,

bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft, nadat hij, verdachte, (kort daarvoor) op de Hobbemakade ter hoogte van (ongeveer) perceel 100 niet had voldaan aan een stopteken als bedoeld in artikel 83 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 jo artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 (alcoholcontrole) gegeven door een politieambtenaar, gereden over de Stadionweg – met een snelheid welke te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse – , komende uit de richting van de Apollolaan en gaande in de richting van de Beethovenstraat,

-terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde en/of

-terwijl verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard en aan hem, verdachte, een alcoholslotprogramma was opgelegd en/of

-terwijl het donker was en/of

-terwijl het regende en/of terwijl het wegdek nat was en/of

-terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend was,

verdachte heeft, gekomen (ongeveer) ter hoogte van perceel 62 de macht over de door hem bestuurde personenauto verloren en/of is bij het uitkomen van de – gezien verdachtes (rij)richting – bocht naar rechts tegen een trottoirband aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden en/of is de door verdachte bestuurde personenauto (vervolgens) tegen één of meerderepersonenauto(s) aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden en/of is de door verdachte bestuurde personenauto (vervolgens) (frontaal) tegen een aan de overzijde van de weg staande pallet met straatklinkers aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden,

vervolgens is de door verdachte bestuurde personenauto om een verticale as gedraaid en tegen een fietser, zijnde voornoemde [slachtoffer] – die eveneens de Stadionweg bereed, komende uit de richting van de Beethovenstraat en gaande in de richting van de Diepenbrockstraat – aangereden en/of aangebotst en/of aangegleden;


2.
hij op of omstreeks 13 september 2013 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,99 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;


3.
hij op of omstreeks 13 september 2013 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B en/of BE en/of AM, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Stadionweg, als bestuurder een motorrijtuig, (een personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs van het onder 1 ten laste gelegde

Aan de verdachte wordt onder 1 primair verweten – kortweg – overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) terwijl – als zwaarste verwijt – de schuld bestond in roekeloosheid. De rechtbank heeft dit feit bewezen geacht.

Dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de WVW 1994 staat in hoger beroep niet ter discussie, zodat het hof hieraan geen nadere overweging zal wijden.

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair ten laste gelegde gedragingen van de verdachte dienen te worden bestempeld als roekeloos rijgedrag als bedoeld in artikel 6 WVW 1994.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Met roekeloosheid wordt gedoeld op de zwaarste vorm van schuld. Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid als bedoeld in artikel 175 WVW 1994 zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Daarbij wordt gekeken naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst van deze gedragingen en de omstandigheden van het geval (HR 15 oktober 2013, ECLI:HR:2013:960).

In de onderhavige zaak zijn op grond van wettige bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast komen te staan.

De verdachte heeft op 13 september 2013 vanaf ongeveer 18.15 uur een borrel bezocht en daar in ieder geval witte wijn en calvados gedronken. Na het verlaten van de borrel reed hij rond 22.50 uur als bestuurder van een personenauto met kenteken [kentekennummer] op de Hobbemakade. Daar vond op dat moment een alcoholcontrole plaats Toen een bij de controle betrokken politieambtenaar met een zichtbaarheidsvest de verdachte op een niet mis verstane wijze een stopteken gaf door middel van een zaklamp met een oranje pion, gaf de verdachte gas bij en reed hij met verhoogde snelheid vlak langs en om deze agent heen weg. Een motoragent zette onmiddellijk de achtervolging in teneinde de verdachte alsnog aan een alcoholcontrole te onderwerpen. Tijdens de achtervolging was er aanzienlijk veel ander verkeer op de weg. Het was donker, het regende en het wegdek was nat. De verdachte reed vanaf de Hobbemakade richting de Stadionweg – alwaar de verdachte ter plaatse bekend was en een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt en welke weg is gelegen binnen de bebouwde kom – en sloeg deze weg vervolgens met een hoge snelheid rechtsaf in. Dit ging met een dermate hoge snelheid gepaard dat het voertuig van de verdachte helemaal aan de buitenkant, gezien de rijrichting van de verdachte links van de bocht, kwam te rijden. Ondanks het feit dat de motoragent beduidend sneller dan 50 km per uur reed, lukte het hem niet of nauwelijks om op de door de verdachte bestuurde auto in te lopen. De verdachte reed de Stadionweg af in de richting van de Beethovenstraat. Bij het verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer, waar vier tot vijf auto’s voor het rode licht stonden te wachten, reed de verdachte met een gezien de omstandigheden aldaar te hoge snelheid links voorbij deze auto’s.

Op het moment dat hij de auto’s links voorbij reed sprong het verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer op groen, waarna de auto’s begonnen te rijden en de verdachte door zijn snelheid nog voor genoemde auto’s kon komen om vervolgens de Stadionweg verder af te rijden. De verdachte passeerde hierna een T-splitsing die hij, gelet op zijn snelheid, niet veilig kon overzien. Vervolgens nam de verdachte, hoewel bekend met de verkeerssituatie ter plaatse, een flauwe bocht naar rechts met een dermate hoge snelheid dat hij de controle over de auto kwijtraakte, waarbij de achterzijde van het voertuig tweemaal uitbrak en het voertuig een geparkeerde auto schampte. Vervolgens begon het voertuig te tollen. Daarop draaide de auto van de verdachte linksom en kwam hierbij te rijden op de linker weghelft die bestemd was voor tegemoetkomend verkeer. Aan die linkerzijde van de weg werden wegwerkzaamheden aan het fietspad verricht. De verdachte botste met zijn voertuig frontaal op een pallet met straatklinkers die langs het fietspad stond, waarbij stenen door de lucht vlogen. Zijn auto is vervolgens om een as gedraaid en tegen een tegemoetkomende fietser, [slachtoffer], aangereden. [slachtoffer] werd hierdoor van haar fiets geworpen en vloog over de stapel stenen heen, waarna zij op straat belandde. De motoragent schat in dat hij tijdens de achtervolging van de verdachte op sommige plaatsen ongeveer 100 kilometer per uur heeft gereden (proces-verbaal van bevindingen van 14 december 2013, pagina 13 tot en met 15 en proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 28 oktober 2013 (niet doorgenummerd)).

Het alcoholpromillage in het bloed van de verdachte bleek na zijn aanhouding 1,99 milligram alcohol per milliliter bloed te zijn. Zijn rijbewijs was ongeldig verklaard en hem was een alcoholslotprogramma opgelegd.

Het hof is het op dit punt eens met de advocaat-generaal en heeft het samenstel van de verkeergedragingen van de verdachte in aanmerking genomen, meer in het bijzonder dat:

- de verdachte, na geconfronteerd te zijn met een alcoholcontrole, er met grote snelheid vandoor is gegaan en – zo leidt het hof af uit de achtereenvolgende gedragingen van de verdachte, die reeds vele malen eerder veroordeeld was wegens het rijden onder invloed en zoals eerder aangegeven geen geldig rijbewijs meer had – welbewust en koste wat kost uit handen heeft willen blijven van de motoragent die de achtervolging had ingezet;

- de verdachte daarbij kennelijk bereid is geweest om, ondanks de aanwezigheid van ander verkeer ter plaatse, grote en onaanvaardbare risico’s te nemen, mede getuige het feit dat hij met forse snelheid richting een kruispunt is gereden alwaar het voor zijn rijrichting bestemde verkeerslicht op rood stond, de aldaar voor het verkeerslicht staande auto’s ter linkerzijde heeft gepasseerd en de kruising met onverminderde snelheid is opgereden;

- de verdachte daarbij in het centrum van Amsterdam (en dus binnen de bebouwde kom) op momenten snelheden heeft gehad die, naar mag worden aangenomen, (bijna) tweemaal de ter plaatse geldende maximumsnelheid bedroegen;

- de verdachte de controle over het door hem bestuurde voertuig is verloren en met een zeer grote snelheid tegen [slachtoffer] en de door haar bestuurde fiets is gebotst of gegleden;

- de verdachte dit alles heeft gedaan terwijl hij in dusdanig benevelde toestand verkeerde dat zijn bloedalcoholpromillage meer dan drieënhalf maal te hoog was en hij daardoor niet in staat was om de auto behoorlijk te besturen.

De hiervoor genoemde gedragingen van de verdachte leveren een zeer verwijtbaar complex van ernstig en gevaarlijk verkeersgedrag op. De verdachte heeft hierdoor bewust onaanvaardbare risico’s genomen en de verkeersveiligheid geheel veronachtzaamd. Die risico’s hebben zich ook verwezenlijkt doordat hij eerst de controle over zijn auto heeft verloren en vervolgens niet heeft voorkomen dat hij een fietser aanreed. Het hof merkt dan ook het bewezen verklaarde rijgedrag van de verdachte gelet op het voorgaande niet aan als zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam, maar

als roekeloos.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 13 september 2013 te Amsterdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Stadionweg zich zodanig, roekeloos, heeft gedragen dat een

aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander genaamd

[slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft, nadat hij, verdachte, kort daarvoor op de Hobbemakade ter hoogte van perceel 100 niet had voldaan aan een stopteken als bedoeld in artikel 83 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 jo artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 (alcoholcontrole) gegeven door een politieambtenaar, gereden over de Stadionweg – met een snelheid welke te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse –, komende uit de richting van de Apollolaan en gaande in de richting van de Beethovenstraat,

- terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde en

- terwijl verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard en aan hem, verdachte, een alcoholslotprogramma was opgelegd en

- terwijl het donker was en

- terwijl het regende en terwijl het wegdek nat was en

- terwijl hij ter plaatse bekend was;

verdachte heeft, gekomen ter hoogte van perceel 62 de macht over de door hem bestuurde personenauto verloren en bij het uitkomen van de – gezien verdachtes rijrichting – bocht naar rechts

is de door verdachte bestuurde personenauto tegen een personenauto aangebotst of aangegleden en

is de door verdachte bestuurde personenauto vervolgens frontaal tegen een aan de overzijde van de weg staande pallet met straatklinkers aangebotst of aangegleden,

vervolgens is de door verdachte bestuurde personenauto om een as gedraaid en tegen een fietser, zijnde voornoemde [slachtoffer] - die eveneens de Stadionweg bereed, komende uit de richting van de Beethovenstraat en gaande in de richting van de Diepenbrockstraat - aangereden, waardoor voornoemde [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,

terwijl bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte van verdachtes bloed 1,99 milligram alcohol per milliliter bloed, bleek te zijn.


2.
hij op 13 september 2013 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,99 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

3.
hij op 13 september 2013 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Stadionweg, als bestuurder een motorrijtuig, een personenauto, van die categorie heeft bestuurd.

Hetgeen onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en de schuldige verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden en

- ter zake van het onder 1 ten laste gelegde tot een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 5 jaren, met een proeftijd van 2 jaren,

- ter zake van het onder 2 ten laste gelegde tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaren en

- ter zake van het onder 3 ten laste gelegde tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 jaren ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, voor zover het betreft: zich roekeloos gedragen,

- een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaren ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde en

- een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft na inname van een zeer forse hoeveelheid alcoholhoudende drank in een auto gereden, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en hem een alcoholslotprogramma was opgelegd. Geconfronteerd met een alcoholcontrole heeft hij in het centrum van Amsterdam geprobeerd koste wat kost aan de politie te ontkomen door tijdens de achtervolging die was ontstaan met zeer hoge snelheid door de bebouwde kom te rijden, terwijl het op dat moment donker en regenachtig en er nog andere verkeer op de weg was. Tijdens de dollemansrit is hij de macht over het stuur verloren en heeft hij met zijn voertuig een fietsster geraakt. Het slachtoffer heeft hierbij twee fracturen en een hersenschudding opgelopen, waardoor zij geruime tijd niet heeft kunnen werken en andere normale bezigheden niet heeft kunnen uitoefenen. Toen de motoragent die de verdachte had achtervolgd na de aanrijding op het slachtoffer afliep, verwachtte hij – zo begrijpt het hof – een levenloos lichaam aan te treffen. Dat het handelen van de verdachte voor het slachtoffer geen ernstiger gevolgen heeft gehad, is dan ook een gelukkige omstandigheid die bepaald niet aan de verdachte te danken is.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 september 2015 is de verdachte eerder ter zake van onder meer soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld, waaronder zeer vele malen voor het rijden onder invloed of overtreding van de bepalingen van artikel

9 WVW 1994. Ter zake van een die feiten is de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, ter zake waarvan hij ten tijde van de bewezen feiten nog in een proeftijd liep. Dit alles heeft de verdachte er niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan ernstige verkeersdelicten, hetgeen het hof de verdachte sterk aanrekent.

Het hof heeft voorts gelet op de inhoud van een over de verdachte uitgebracht rapport van de reclassering (Inforsa), opgemaakt op 17 oktober 2014 door [deskundige].

Het hof heeft gelet op de straf die in soortgelijke gevallen pleegt te worden opgelegd en die zijn weerslag heeft gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en acht,

alles afwegende, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. De strafdoelen van vergelding en generale preventie indachtig is het hof van oordeel dat daarmee voldoende recht gedaan aan de ernst van het bewezene, reden waarom wordt afgeweken van de door de advocaat-generaal gevorderde vrijheidsstraf.

Bij de ernst van de bewezen verklaarde feiten passen voorts ontzeggingen van bevoegdheid mottorijtuigen te besturen. Het hof zal deze ontzeggingen dan ook opleggen. Het hof ziet, anders dan door de advocaat-generaal gevorderd, geen enkele aanleiding om deze in voorwaardelijke vorm te gieten; de eerder voorwaardelijk opgelegde straf heeft immers ook niet het gewenste effect gesorteerd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 9, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 3 bewezen verklaard de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. J.J.I. de Jong en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van

mr. P.M. Huizenga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

28 oktober 2015.

=========================================================================

[....]