Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4478

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-10-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
200.137.535/07 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquête; afwijzing van het verzoek tot terinzagelegging van het onderzoeksverslag voor een ieder; art. 2:353 lid 2 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 353
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2154
AR 2015/2219
ARO 2015/224
ARO 2015/225
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.137.535/07 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 26 oktober 2015

inzake:

[A] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKER,

advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM I B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM II B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM III B.V.,

allen gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

1 [B] ,

wonend te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. C.J. Jager, kantoorhoudende te Amsterdam,


e n t e g e n

2 [D] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, beiden kantoorhoudende te Den Haag,

e n t e g e n

3 [C] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere personen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoeker als [A] ;

  • -

    verweersters 1 tot en met 4 ieder afzonderlijk als respectievelijk Leaderland TTM, Leaderland I, Leaderland II en Leaderland III en gezamenlijk als Leaderland c.s.;

  • -

    belanghebbende 1 als [B] ;

  • -

    belanghebbende 2 als [D] ;

  • -

    belanghebbende 3 als [C] .

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 maart 2014, 11 juli 2014, 24 juli 2014, 5 december 2014, 15 december 2014, 3 februari 2015, 28 april 2015 en 29 mei 2015, 5 juni 2015, 22 juli 2015 en 5 oktober 2015, alsmede naar de beschikkingen van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 29 mei 2015 en 15 juni 2015.

1.3

Bij haar beschikking van 18 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer onder meer en voor zover hier van belang:

- een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode vanaf 1 oktober 2012;

- mr. F.D. Stibbe te Amsterdam en drs. N. van der Noll te Oosthuizen (hierna ook aan te duiden als de onderzoekers) benoemd tot onderzoekers.

1.4

Het verslag van het door de onderzoekers verrichte onderzoek met bijlagen (hierna het onderzoeksverslag te noemen) is op 28 april 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de op die dag gegeven beschikking heeft de Ondernemingskamer onder meer bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.5

Bij de beschikking van 29 mei 2015 heeft de Ondernemingskamer, onder meer, het verzoek van [A] om te bepalen dat het onderzoeksverslag voor een ieder ter inzage ligt, afgewezen. De Ondernemingskamer heeft aan dit oordeel ten grondslag gelegd dat [A] zijn verzoek niet nader heeft toegelicht en dat de Ondernemingskamer geen aanleiding ziet om terug te komen van de eerdere in de beschikking van 28 april 2015 gegeven beslissing dat het onderzoeksverslag ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.6

Bij de beschikking van 15 juni 2015 heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer [A] gemachtigd om mededelingen uit het onderzoeksverslag te doen in het kader van de in die beschikking vermelde procedures aan de aldaar genoemde derden.

1.7

Bij brief van 26 augustus 2015 heeft mr. Peters de (voorzitter van de) Ondernemingskamer bericht dat [A] het onderzoeksverslag heeft verstrekt aan een aantal - niet onder het bereik van de op 15 juni 2015 verleende machtiging vallende - derden.

1.8

Bij vonnis in kort geding van 25 september 2015 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam [A] - onder meer - op straffe van een dwangsom verboden het onderzoeksverslag aan derden te verstrekken en anderszins mededelingen daaruit te doen aan derden, behoudens machtiging door de voorzitter van de Ondernemingskamer, en [A] veroordeeld om opgave te doen aan [B] van de volledige namen en adresgegevens van partijen aan wie [A] het onderzoeksverslag heeft verstrekt of daaruit anderszins mededelingen heeft gedaan.

1.9

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer per e-mail op 2 oktober 2015 (per post op 6 oktober 2015), heeft [A]

  1. primair de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksverslag voor een ieder ter inzage te leggen,

  2. subsidiair de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht hem te machtigen het onderzoeksverslag, inclusief bijlagen, in te brengen en daaruit mededelingen te mogen doen in “alle (toekomstige) procedures en zaken waarbij geen andere partijen betrokken zijn dan (…) [A] , ( [B] ), ( [D] ), ( [C] ), (Leaderland c.s.), [E] [B] , SC Raw Materials B.V., SC Investment Group BVBA, [F] , [G] , OOO Soyuz TTM, OOO Soyuz Corporation, OO Soyuz M, SC Financial Investment Group BVI”, en

  3. meer subsidiair de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht hem te machtigen het onderzoeksverslag, inclusief bijlagen, in te brengen en daaruit mededelingen te mogen doen “in de navolgende procedures:

(i) cassatieberoep in Rusland;

(ii) het hoger beroep tegen het (…) vonnis van de rechtbank Lelystad;

(iii) de vrijwaringsprocedure in de [F] procedure;

(iv) de (nog te starten) procedure tegen [A] in verband met onrechtmatig gelegd beslag; en

(v) het eventueel door [B] c.s. te starten voorlopig getuigenverhoor betreffende EFKO en de lange termijn contracten.

1.10

Bij brief van 6 oktober 2015 heeft mr. Jager namens [B] geconcludeerd tot afwijzing van voormelde verzoeken van [A] . Bij brief van 14 oktober 2015 hebben mrs. Oosterhoff en Kamstra de Ondernemingskamer bericht dat [C] de standpunten en argumenten van [B] in de brief van 6 oktober 2015 van mr. Jager onderschrijft.

1.11

Bij brief van 14 oktober 2015 heeft mr. Meijer namens [D] geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [A] , althans afwijzing van diens verzoeken.

1.12

Van Leaderland c.s. is in dit verband niet vernomen.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Thans is aan de orde het primaire verzoek van [A] om te bepalen dat het onderzoeksverslag ter inzage ligt voor een ieder (zie 1.9 onder a hiervoor).

2.2

Ter toelichting van zijn verzoek heeft [A] aangevoerd dat “het gelet op het ontbreken van bezwaren van de zijde van Leaderland c.s., de veelheid aan procedures die spelen tussen partijen die allen nauw betrokken zijn bij het onderzoek, de inhoud van het onderzoeksrapport en de wijze waarop de geheimhoudingsplicht wordt ingezet als tactisch middel door de andere belanghebbenden, niet langer opportuun is” dat het onderzoeksverslag alleen ter inzage ligt voor belanghebbenden.

2.3

In de beschikking van 28 april 2015 heeft de Ondernemingskamer reeds overwogen dat lettend op de inhoud van het onderzoeksverslag en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, de Ondernemingskamer termen aanwezig acht om te bepalen dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

2.4

Daargelaten of juist is de stelling van [A] dat in andere procedures “de geheimhoudingsplicht wordt ingezet als tactisch middel door de andere belanghebbenden”, ziet de Ondernemingskamer in hetgeen [A] heeft aangevoerd, noch afzonderlijk noch in onderlinge samenhang beschouwd, reden om te bepalen dat het onderzoeksverslag voor een ieder ter inzage ligt en daarmee terug te komen van de eerdere beslissing in de beschikking van 28 april 2015 tot ter inzagelegging van het onderzoeksverslag voor belanghebbenden.

2.5

De Ondernemingskamer zal het primaire verzoek als hiervoor weergegeven in 1.9 onder a afwijzen en het verzoekschrift vervolgens ter behandeling van en beslissing op het (meer) subsidiaire verzoek als hiervoor weergegeven in 1.9 onder b en c in handen van de voorzitter van de Ondernemingskamer stellen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek af;

stelt het verzoekschrift ter behandeling van en beslissing op het (meer) subsidiaire verzoek in handen van de voorzitter van de Ondernemingskamer;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, voorzitter,
mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 oktober 2015.