Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4413

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-10-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
200.138.673/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minnelijke regeling, beëindiging onderzoek en getroffen onmiddellijke voorzieningen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2218
ARO 2015/234
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.138.673/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 26 oktober 2015

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. P. Haas, kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster 1] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster 2] ,

gevestigd te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster 3] ,

gevestigd te [....] ,

VERWEERSTERS,

advocaat: voorheen mr. J.G. Molenaar, kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen,

e n t e g e n

1. [belanghebbende 1] ,

wonende te [....] ,

2. [belanghebbende 2] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: voorheen mr. J.G. Molenaar, kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere betrokkenen worden hierna als volgt aangeduid:

verzoekster als [verzoekster] ;

verweerster sub 1 als [verweerster 1] ;

verweerster sub 2 als [verweerster 2] ;

verweerster sub 3 als [verweerster 3] ;

[verweerster 1] , [verweerster 2] en [verweerster 3] tezamen als [verweerster 1] c.s.;

belanghebbende sub 1 als [belanghebbende 1] ;

belanghebbende sub 2 als [belanghebbende 2] ;

[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] tezamen als [belanghebbende 1] c.s.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 31 maart 2014 en 8 april 2014 in deze zaak.

1.3

Bij deze beschikkingen heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [verweerster 1] c.s. over de periode vanaf 28 juni 2012, mr. J.H. van Woudenberg benoemd tot onderzoeker alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] - voor zover nodig - geschorst als bestuurders van [verweerster 1] , W.R. Küh (verder Küh) benoemd tot bestuurder van [verweerster 1] en bepaald dat de aandelen in [verweerster 1] gehouden door [verzoekster] en [belanghebbende 1] ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. W. Bekkers (verder Bekkers).

1.4

Bij brief van 13 oktober 2015 heeft mr. B. Verkerk, kantoorgenoot van mr. Haas voormeld, aan de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en namens [verzoekster] verzocht om het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in deze zaak te beëindigen.

1.5

Bij op 15 oktober 2015 bij de Ondernemingskamer ingekomen e-mailbericht, met kopie aan Bekkers, heeft Küh medegedeeld dat Bekkers en hij akkoord zijn met beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen.

1.5

Bij e-mailbericht van 20 oktober 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek van mr. Verkerk uit te laten.

1.6

Op 23 oktober 2015 heeft [belanghebbende 1] telefonisch aan de secretaris van de Ondernemingskamer medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van mr. Verkerk bedoeld in 1.4. Verder heeft [belanghebbende 2] bij e-mailbericht van 23 oktober 2015 aan de Ondernemingskamer laten weten dat hij geen bezwaar heeft tegen beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening.

2 De gronden van de beslissing

Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer ook voorts niet is gebleken van enig belang dat zich daartegen verzet, zal de Ondernemingskamer het bij beschikking van 31 maart 2014 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen met ingang van heden beëindigen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 31 maart 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [verweerster 1] , [verweerster 2] , en [verweerster 3] ;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 31 maart 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en H. de Munnik en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 oktober 2015.