Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4319

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-10-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
200.172.334/01 en 200.172.335/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2015:6897, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Echtscheiding; Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat het door partijen op 28 mei 1973 gesloten huwelijk rechtsgeldig is ontbonden. Het vervolgens door hen op 11 april 1979 gesloten huwelijk is duurzaam ontwricht, zodat aan de grond voor toewijzing van het gemeenschappelijke echtscheidingsverzoek is voldaan.

artikel 3 lid 1 sub b Brussel II bis-verordening; artikel 10:56 BW; artikel 1:151 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2016/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 20 oktober 2015

Zaaknummers: 200.172.334/01 en 200.172.335/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/15/221939 / FA RK 15-804

in de zaak in hoger beroep van:

1 [de vrouw] ,

wonende te [A] ,

2. [de man] ,

wonende te [B] ;

appellanten,

advocaat: mr. R.D. de Boer te Berkhout.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellanten worden hierna respectievelijk de vrouw en de man genoemd.

1.2.

De vrouw en de man zijn op 26 juni 2015 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 1 april 2015 van de rechtbank Noord-Holland, met kenmerk C/15/221939 / FA RK 15-804.

1.3.

Op verzoek van de vrouw en de man heeft geen mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2 De feiten

De man en de vrouw zijn op [datum 1] 1973 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd te Groningen. Bij vonnis van het Kantongerecht in het Eerste Kanton te Paramaribo van 15 juni 1976 is de echtscheiding tussen de man en de vrouw uitgesproken. Deze beschikking is op 28 augustus 2015 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen.

De man en de vrouw zijn op [datum 2] 1979 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd in het distrikt Suriname.

3 Het geschil in hoger beroep

3.1.

Bij de bestreden beschikking is:

- de echtscheiding tussen de man en de vrouw, gehuwd te Groningen op [datum 1] 1973, uitgesproken;

- bepaald dat het aangehechte convenant, overeengekomen en ondertekend op 3 maart 2015, deel uitmaakt van de beschikking;

- het verzoek van de man en de vrouw om hun huwelijk, gesloten op [datum 2] 1979 te Suriname, te ontbinden, afgewezen.

3.2.

De man en de vrouw verzoeken, met vernietiging van de bestreden beschikking:

- tussen hen, gehuwd op [datum 2] 1979 in het distrikt Suriname, de echtscheiding uit te spreken;

- de verdeling van de gemeenschap van goederen, de uitsluiting van verevening van pensioenrechten en de overige onderlinge afspraken overeenkomstig de bepalingen zoals vermeld in het aan het verzoekschrift gehechte convenant vast te stellen en de inhoud daarvan als herhaald en ingelast te beschouwen.

4 Beoordeling van het hoger beroep

4.1.

Ingevolge artikel 3 lid 1 sub b Brussel II bis-verordening is de Nederlandse rechter bevoegd om van dit verzoek kennis te nemen, nu verzoekers beiden de Nederlandse nationaliteit bezitten.

4.2.

Op grond van artikel 56 van boek 10 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht van toepassing op dit verzoek.

4.3.

Het hof overweegt als volgt.

Gebleken is dat bij vonnis van het Kantongerecht in het Eerste Kanton te Paramaribo van 15 juni 1976 de echtscheiding tussen de man en de vrouw is uitgesproken van het door hen op [datum 1] 1973 te Groningen gesloten huwelijk. Bij de stukken in het dossier bevindt zich een afschrift van voornoemd vonnis, voorzien van apostille. Gebleken is dat voornoemd vonnis in ieder geval op 28 augustus 2015 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen. Naar het oordeel van het hof is het door de man en de vrouw op [datum 1] 1973 gesloten huwelijk daarmee rechtsgeldig ontbonden, zodat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de man en de vrouw nog met elkaar zijn gehuwd sinds [datum 1] 1973.

Bij de stukken in het dossier bevindt zich een afschrift van een van apostille voorziene huwelijksakte waaruit blijkt dat de man en de vrouw op [datum 2] 1979 opnieuw met elkaar in het huwelijk zijn getreden in Suriname. Zij verzoeken thans dit huwelijk te ontbinden.

Op grond van artikel 151 van boek 1 BW kan de echtscheiding worden uitgesproken als het huwelijk duurzaam is ontwricht. In de onderhavige zaak hebben de man en de vrouw aan hun gezamenlijke verzoek tot echtscheiding ten grondslag gelegd dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Aan de grond voor toewijziging van het verzoek tot echtscheiding is derhalve voldaan.
Door opnieuw in het huwelijk te treden op [datum 2] 1979 zijn de rechtsgevolgen van het door appellanten op [datum 1] 1973 gesloten huwelijk herleefd. Niettemin zal het hof de echtscheiding uitspreken van het door partijen op [datum 2] 1979 gesloten huwelijk en de bestreden beschikking in zoverre vernietigen. De man en de vrouw hebben overeenstemming bereikt over voornoemde rechtsgevolgen, welke overeenstemming zij hebben neergelegd in een echtscheidingsconvenant. Hoewel de rechtbank het verzoek van de man en de vrouw hieromtrent reeds heeft toegewezen, zal het hof dit verzoek voor de volledigheid alsnog toewijzen en het echtscheidingsconvenant aan deze beschikking hechten en bepalen dat dit deel uitmaakt van deze beschikking, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre.

4.4.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw rechtdoende:

spreekt de echtscheiding uit tussen de man en vrouw, gehuwd te Suriname op [datum 2] 1979;

bepaalt dat de regeling, zoals tussen partijen is overeengekomen in het aan deze beschikking gehechte echtscheidingsconvenant (d.d. 3 maart 2015), als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd en deel uitmaakt van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A. van den Berg, mr. A.N. van de Beek en mr. M.E. Burger in tegenwoordigheid van mr. S.J.M. Lok als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2015.