Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4242

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
200.173.017/01 en 02
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2015:3145, Overig
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid hoger beroep in verband met te laat instellen appel, dag van uitspraak, verzenddatum beschikking.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 806
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 28
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 157
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2016/12
RFR 2016/19
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 13 oktober 2015

Zaaknummers: 200.173.017/01 en 200.173.017/02

Zaaknummer eerste aanleg: C/15/222491 / JU RK 15-317

in de zaken in hoger beroep van:

1 [de vader] ,

2. [de moeder] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. N. Hendriksen te Purmerend,

tegen

Jeugdbescherming Regio Amsterdam,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Partijen worden hierna respectievelijk de vader, de moeder (gezamenlijk ook: de ouders) en de GI genoemd.

1.2.

De ouders zijn op 7 juli 2015 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 3 april 2015 van de rechtbank Noord-Holland, met kenmerk C/15/222491 / JU RK 15-317. Zij hebben daarbij verzocht de werking van de bestreden beschikking te schorsen tot het hof uitspraak zal hebben gedaan, dan wel tot een door het hof te bepalen datum.

1.3.

De zaak is, uitsluitend ten aanzien van de ontvankelijkheid, op 30 juli 2015 ter terechtzitting behandeld.

1.4.

Ter terechtzitting is verschenen:

- mr. S.J. van Galen, advocaat te Purmerend, namens de ouders.

2 De ontvankelijkheid van het hoger beroep

2.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van dit hof op 7 juli 2015, hebben de ouders hoger beroep ingesteld. De termijn van instelling van het hoger beroep die op grond van het bepaalde in artikel 806 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in acht genomen moest worden, was gerekend vanaf de datum van de bestreden beschikking; 3 april 2015, op de dag van het indienen van het verzoekschrift verstreken.

2.2.

De ouders stellen dat zij ontvankelijk zijn in het door hen ingestelde hoger beroep tegen de bestreden beschikking. Zij hebben daartoe het volgende aangevoerd. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [naam minderjarige] , geboren [in] 2008, zijn bij beschikking van 21 maart 2014 verlengd tot 7 april 2015. De zitting in eerste aanleg vond plaats op 17 maart 2015. Aan het eind van deze zitting is meegedeeld dat op 15 april 2015 een beschikking zal worden gegeven. De advocaat van de ouders stelt dat hij de beschikking, die is gedagtekend 3 april 2015, op 16 of 17 april 2015 heeft ontvangen. De ouders stellen, onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2371, dat de verzenddatum van de beschikking, te weten 16 april 2015, aangemerkt dient te worden als de aan partijen te voren kenbaar gemaakte datum waarop de beschikking gereed zou zijn. Nu het hoger beroep binnen drie maanden na die datum, te weten 7 juli 2015, is ingediend, moet dit ontvankelijk worden verklaard, aldus de ouders.

2.3.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van artikel 28 lid 1 Rv dient de uitspraak in het openbaar te geschieden. Onder de dag van uitspraak wordt verstaan de dag waarop de rechterlijke beslissing openbaar wordt gemaakt. Daartoe is voldoende dat de uitspraak vanaf een bepaalde, aan de verschenen partijen tevoren bekend gemaakte dag ter griffie in geschreven vorm aanwezig is en dat zowel de partijen als elke andere belanghebbende inzage en afschrift van die beschikking kunnen verkrijgen (zie HR 22 november 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2208). De bestreden beschikking is een authentieke akte waaraan ingevolge artikel 157 lid 1 Rv met betrekking tot de dag van de uitspraak tegenover een ieder dwingende bewijskracht toekomt. Het hof stelt voorop dat de rechter dient uit te gaan van de juistheid van de inhoud van de in de bestreden beschikking vermelde uitspraakdatum, behoudens tegenbewijs. Aan dat tegenbewijs moet de eis gesteld worden dat daaruit ondubbelzinnig de onjuistheid blijkt van hetgeen de beschikking op het genoemde punt inhoudt, gelet op de vereiste rechtszekerheid en hanteerbaarheid van het recht op het punt van het tijdstip waarop beroepstermijnen gaan lopen.

2.4.

Het hof is van oordeel dat de ouders zijn geslaagd in het leveren van tegenbewijs tegen de juistheid van de in de bestreden beschikking vermelde uitspraakdatum, te weten 3 april 2015. Vast staat dat de mondelinge behandeling bij de rechtbank heeft plaatsgevonden op 17 maart 2015, aan het einde waarvan, blijkens het hiervan opgemaakte proces-verbaal, is meegedeeld dat op 15 april 2015 een beschikking zal worden gegeven. Op de bestreden beschikking zelf is een stempel gezet met de mededeling: “verzenddatum: 16 april 2015”. Uit de door het hof ambtshalve ingewonnen informatie bij de administratie van de rechtbank blijkt dat de bestreden beschikking op 16 april 2015 is verzonden. De advocaat van de ouders heeft voorts ter zitting in hoger beroep verklaard de bestreden beschikking op 16 of 17 april 2015 te hebben ontvangen.

Het vorenoverwogene leidt ertoe dat het hof 16 april 2015 als uitspraakdatum zal aanmerken. Nu het hoger beroep op 7 juli 2015 is ingediend, te weten binnen een termijn van drie maanden na de uitspraakdatum, is het hoger beroep tijdig ingesteld.

2.5.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

3 Beslissing

Het hof:

verklaart de ouders ontvankelijk in het hoger beroep;

bepaalt dat de behandeling ter terechtzitting zal worden voortgezet op 4 november 2015 om 11:30 uur;

verzoekt partijen het hof binnen een week na heden schriftelijk te informeren indien zij op die datum verhinderd zijn, in welk geval een nieuwe zittingsdatum zal worden bepaald;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.G. Kemmers, mr. J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en mr. J.W. Brunt in tegenwoordigheid van mr. D.M. Jansen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.