Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4131

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
20-10-2015
Zaaknummer
200.164.813/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil over facturen tussen importeur Turkse levensmiddelen en Turks handelsbedrijf. Afstand gedaan van vorderingsrecht? Onbevoegde vertegenwoordiging?

Comparitie om met partijen te bespreken wat toepasselijke recht is.Zie ECLI:N:GHAMS:2016:362 en ECLI:NL:GHAMS:2016:4182.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.164.813/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/559186/HA ZA 14-156

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 oktober 2015

inzake

de vennootschap naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland
MAYA FOOD GMBH,
gevestigd te Bochum, Duitsland,

appellante,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AL HOCEIMA IMPORT-EXPORT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A. Kara te Maastricht.

1 Het procesverloop

Partijen worden hierna Maya Food en Al Hoceima genoemd.

Maya Food is bij dagvaarding van 15 januari 2015 in hoger beroep gekomen van vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 21 mei 2014 en 5 november 2014, gewezen tussen Maya Food als eiseres en Al Hoceima als gedaagde.

Hierna hebben partijen de volgende stukken genomen:

- een memorie van grieven, met producties, van Maya Food;

- een memorie van antwoord, met producties, van Al Hoceima;

- een akte houdende uitlating producties van Maya Food.

Vervolgens is arrest gevraagd.

Maya Food heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en alsnog haar vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten.

Al Hoceima heeft geconcludeerd tot verwerping van het hoger beroep van Maya Food, met - uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.

Beide partijen hebben een bewijsaanbod gedaan.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het vonnis van 5 november 2014 een aantal feiten vastgesteld die tot uitgangspunt zijn genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

Aangevuld met een aantal feiten die overigens zijn komen vast te staan - als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist -, stelt het hof de feiten als volgt vast.

2.1

De bedrijfsactiviteiten van Maya Food zijn gericht op het handelen in levensmiddelen binnen de Europese Unie. De familie [X] is eigenaar van Maya Food.

2.2

Al Hoceima handelt in levensmiddelen uit Turkije en Marokko. De vennootschap naar Turks recht Turfas Gida Ltd. Sirketi (hierna: Turfas), is een gelieerde vennootschap.

2.3

Door [A] is op 30 mei 2001 het (beeld)merk 'Derya' in Duitsland gedeponeerd, waarna het merk op 22 januari 2002 is ingeschreven. Op 31 mei 2011 is de inschrijving van dit merk geëindigd.

2.4

In Turkije was het merk 'Derya' ingeschreven op naam van de rechtspersoon naar Turks recht Derya Gida San. Tic. A.S. (hierna: Derya Gida). Derya Gida is eveneens eigendom van de familie [X] .

2.5

[B] heeft op 28 augustus 2012 het merk 'Derya Special' in Duitsland gedeponeerd, waarna het merk op 9 oktober 2012 is ingeschreven.

2.6

Op 23 maart 2013 is in Turkije een overeenkomst tot stand gekomen. Onderaan de overeenkomst is getekend voor Derya Gida, Turfas, de vennootschap Malabadi Diş Ticaret A.S., Al Hoceima en Maya Food. De overeenkomst is daarnaast ondertekend door [C] , [D] en [A] . [A] is degene die voor Maya Food heeft getekend.

2.7

In de overeenkomst is - voor zover hier van belang - in de Engelse vertaling het volgende opgenomen:

"(...)
There is not any debt and credit relationship between Maya Food GmbH (Bochum) and Al Hoceima B.V. They are neither debtor nor creditor against each other. Even if commercial books and documents of the parties indicate different records, this contract shall prevail.

(…)

All rights arising from the brands whose application numbers before the Turkish Patent Institute (TPE) are given above [hof: genoemd zijn onder meer de merken Derya en Derya Special] belong exclusively to TURFAS (…) DERYA (….) and [C] declare that they will not use the brands above as of the signature date of this contract.

(…)

Derya declares not to use the brands herein, design rights and packages of these brands in the NETHERLANDS, EUROPE and other world countries.

As of the conclusion of this contract, the contracting parties have no rights and receivables to be collected from each other and they acquit one another separately and irrevocably.

We irrevocably declare that as of the conclusions of the contract hereby, we have settled all our conflicts, we have no claims against one another, we have collected all our retrospective rights which arose before 23.03.2013 or we have waivered from these rights.

(…)"

2.8

Al Hoceima heeft op 19 juni 2013 de (beeld)merken 'Derya' en 'Derya Gida' bij het Office for Harmonization in the Internal Market (hierna: OHIM) voor de gehele Europese Unie geregistreerd. Tegen deze registratie is geopponeerd.

2.9

[B] heeft op 11 oktober 2013 bij het Internationale Bureau of the World Intellectual Property Organization (hierna: WIPO) het merk 'Derya Special' voor de gehele Europese Unie geregistreerd. Tegen deze registratie is geopponeerd.

2.10

Maya Food heeft van [A] en [B] een exclusieve licentie ontvangen om de merken Derya en Derya Special te gebruiken Door Maya Food worden onder deze merken, onder andere in Nederland, levensmiddelen verhandeld. Eén van de afnemers van Maya Food is de besloten vennootschap Ustaca Groothandel B.V. (hierna: Ustaca).

2.11

Op 26 juli 2013 is het kantoor van Ustaca bezocht door twee heren, die daarbij aan Ustaca te kennen hebben gegeven dat door Ustaca inbreuk op merkrechten werd gemaakt.

2.12

Bij brief van 26 juli 2013 is door mr. Kara aan Ustaca het volgende geschreven:

"Tot mij wendde zich cliënte - Turfas Gida Limited Sirketi - met het volgende:

(...) Zo is cliënte ook exclusief rechthebbende ten aanzien van het merk 'Derya'. De 'Derya' producten worden in Europa - met name in Nederland - verkocht via een selectief distributienetwerk.

Cliënte heeft geconstateerd dat uw onderneming producten heeft gekocht en waarschijnlijk te koop gaat aanbieden van het merk Derya. De betreffende producten zijn niet afkomstig uit het selectieve distributiewerk van cliënte en zijn namaak (...)

Ik wijs u er op dat het (door)verkopen van Derya producten (...) een inbreuk oplevert op de exclusieve (merk)rechten van cliënte (...) en uit dien hoofde onrechtmatig is jegens cliënte.

(...) Om verdere schade te voorkomen dient deze inbreuk op de rechten van cliënte onmiddellijk, daadwerkelijk en blijvend te worden gestaakt.

Om die reden verzoek en voor zover nodig sommeer ik u (...) aan mij te bevestigen dat u:

1. Met onmiddellijke ingang elke verdere inbreuk op Derya merkrechten zal staken en gestaakt zult houden (...)

2. Bereid bent alle Derya producten die u nog in bezit heeft vrijwillig af te staan aan cliënte.

2.13

Bij brief van 5 september 2013 heeft Maya Food Al Hoceima - kort gezegd - aansprakelijk gesteld voor schade als gevolg van onrechtmatig handelen, bestaande uit het ten onrechte onder druk zetten van Ustaca.

2.14

In de administratie van Maya Food staat op naam van Al Hoceima nog een bedrag van € 36.863,54 open inzake door Maya Food aan Al Hoceima in de periode van 2011 tot 2012 geleverde goederen.

2.15

In een brief van 7 juni 2013 heeft de toenmalig gemachtigde van Maya Food de gemachtigde van Al Hoceima aangemaand tot betaling van de openstaande facturen.

2.16

De toenmalig gemachtigde van Al Hoceima heeft daarop op 19 juni 2013 het volgende teruggeschreven:

"(...) In 2013 zijn de vorderingen van uw cliënte vanwege de geleverde producten meegenomen met de koopprijs voor het bedrijf in Turkije, welke cliënte aan uw cliënte zou moeten betalen als gevolg van de overname van het bedrijf van uw cliënte in Turkije door Al Hoceima B.V. De betalingen zijn verricht ter finale kwijting, zodat partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben.

(...)

Als bijlage wordt hierbij de overeenkomst overgelegd o.a. tussen Maya Food GmbH en Al Hoceima B.V. (...)

Finale kwijting was essentieel, zodat dientengevolge beide ondernemingen niets meer van elkaar te vorderen hebben. Volledigheidshalve wordt dit nogmaals bevestigd in artikel 4 alsmede in de alinea boven de handtekeningen, waarin uitdrukkelijk staat vermeld dat alle vorderingen van de periode vóór 23 maart 2013 zijn vervallen, waarvoor een vrijwaring is afgegeven. De lijst van facturen in uw schrijven van 7 juni 2013 betreffen alle data die gelegen zijn vóór 23 maart 2013!

Kortom, cliënte beschouwt uw schrijven dan ook als een vergissing (...).

(...)"

2.17

De toenmalig gemachtigde van Maya Food heeft daarop op 25 juli 2013 het volgende teruggeschreven:


“(…) Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 19-6-2013 hebben wij inmiddels reactie ontvangen van cliënte. Zij stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst waarover u spreekt door een onbevoegd persoon van Al-Hoceima B.V. zou worden gesloten. Daarnaast is door cliënte geen bedrijfsstempel en handtekening onder de overeenkomst geplaatst. Zij verklaart daarmee dan ook dat geen overeenkomst is aangegaan en de door u meegezonden overeenkomst ongeldig is. (…)”

2.18

Uit een uittreksel uit het Duitse handelsregister blijkt dat [A] vanaf 15 september 2010 tot 16 juni 2011 vermeld stond als 'Einzelprokura' van Maya Food.

3 Beoordeling

3.1

Maya Food vordert in de onderhavige procedure dat Al Hoceima zal worden veroordeeld tot – kort samengevat -

a. een verbod om klanten van Maya Food te benaderen met het oogmerk hen ertoe te bewegen om af te zien van het verhandelen of op voorraad hebben van producten van Maya Food, op straffe van een dwangsom;

b. een bedrag van € 14.620,06 aan schade doordat zij producten heeft terug moeten nemen van Ustaca;

c. een bedrag van € 36.863,54 aan openstaande facturen;

d. buitengerechtelijke incassokosten.

In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vorderingen afgewezen. Hiertegen is het hoger beroep van Maya Food gericht.

3.2

Op grond van artikel 2 Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.

3.3

Bij grief 1 voert Maya Food aan dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan haar betoog dat bij de overeenkomst van 23 maart 2013 - waarin (onder meer) Maya Food aan Al Hoceima volledige kwijting heeft verleend - Maya Food onbevoegd vertegenwoordigd was door [A] . [A] was nimmer bevoegd Maya Food te vertegenwoordigen, zo stelt Maya Food. Dit leidt ertoe, zo begrijpt het hof, dat Al Hoceima de facturen nog steeds verschuldigd is aan Maya Food.

Ter onderbouwing van de grief heeft Maya Food een verklaring in het geding gebracht van – naar zij stelt – [A] waarin onder meer het volgende staat:

"Dann hat [E] und [F] [vertegenwoordigers van Al Hoceima - hof] haben mich ebenfalls gezwungen, den Vertrag zu unterschreiben. Ich hatte gesagt, dass ich nicht der Inhaber und der Geschäftsführer der Firma Maya Food GmbH bin. Ich konnte auch keine Dokumente vorlegen, was meine Berechtigung für Maya Food als Unterzeichner belegt. Die alle anderen Vertragspartner hatten solche Dokumente, welche vom Notaren beglaubigt waren, zum Vertrag vorlegen müssen.

Ich habe den Vertrag unberechtigt unterschrieben, weil ich geglaubt hatte, Al Hoceima seine Schulden bei Maya gezahlt hat und der Firma Derya helfen musste damit der Vertrag zustande kommt. Der Anwalt von [E] hatte vorher zugesichert, wenn wir alle unterschreiben, würde er die Wechsel aushändigen. Die Firma Derya glaubte auch, dass Al Hoceima seine Schulden bei Maya bezahlt hat.

Nachdem die Verträge unterschrieben wurden hat der Anwalt die Wechsel zerrissen und an die Vertreter von Derya ausgehändigt.

(…)

Als ich später in Deutschland der Maya Food die Situation erklärte, erfuhr ich, dass Al Hoceima seine Schulden nicht bezahlt hat. Ich bekam auch Ärger, weil ich ohne Berechtigung der Maya unterschrieben habe. (…)"

3.4

Al Hoceima voert aan dat zij altijd ervan uit is gegaan dat [A] steeds Maya Food heeft vertegenwoordigd. In ieder geval is [A] enige tijd bevoegd vertegenwoordiger van Maya Food geweest, waarbij zij wijst op het uittreksel uit het handelsregister, waaruit blijkt dat [A] vanaf 15 september 2010 tot 16 juni 2011 vermeld stond als 'Einzelprokura' van Maya Food (zie r.o. 2.17). Sommige facturen dateren uit het jaar 2011, toen [A] alleenvertegenwoordiger was van Maya Food. Ook uit de eigen verklaring van [A] blijkt dat hij op de hoogte was van het reilen en zeilen binnen Maya Food, nu hij immers verklaart dat hij er bij ondertekening van de overeenkomst vanuit ging dat Al Hoceima haar schulden aan Maya Food zou hebben betaald, aldus Al Hoceima.

3.5

Het hof overweegt het volgende.
Uit het in het geding gebrachte uittreksel uit het handelsregister blijkt dat [A] ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst van 23 maart 2013 niet bevoegd was om Maya Food te vertegenwoordigen. Al Hoceima beroept zich echter op door Maya Food gewekte ‘schijn van volmacht’, op grond waarvan Al Hoceima gerechtigd was te vertrouwen op de bevoegdheid van [A] om Maya Food te vertegenwoordigen.

3.6

Alvorens beslist kan worden op dit verweer, dient vastgesteld te worden welk recht van toepassing is op dit aspect van het geschil tussen partijen en wat dat toepasselijk recht inhoudt. Volgens Al Hoceima moet de kwestie van de eventuele schijn van volmachtverlening worden beantwoord naar Duits of Turks recht. Maya Food heeft zich niet uitgelaten over deze specifieke vraag.

Het hof wenst de vraag naar het toepasselijk recht en de inhoud daarvan nader te bespreken met partijen, waartoe een comparitie van partijen zal worden bepaald. Het hof geeft partijen daarbij mee dat (onder meer) acht zal moeten worden geslagen op de Verordening Rome I (Verordening EG nr. 593/2008 van 17 juni 2008), in het bijzonder de artikelen 4 en 10 van deze Verordening. Ook is van belang artikel 3 van die Verordening (rechtskeuze door partijen), dat mogelijk maakt dat partijen (alsnog) voor de toepassing van Nederlands recht kiezen.

3.7

Voorts overweegt het hof dat naar het toepasselijk Nederlands procesrecht geldt dat het op de weg van Al Hoceima ligt om toereikende feiten en omstandigheden te stellen, waaruit volgt dat zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend was aan [A] om Maya Food te vertegenwoordigen.

3.8

Op de te bepalen comparitie wenst het hof ook op dit punt nadere informatie te verkrijgen van partijen. Tevens wenst zij te onderzoeken of een minnelijke regeling tussen partijen kan worden bereikt. Met het oog daarop is het van belang dat alle betrokken partijen in persoon dan wel deugdelijk vertegenwoordigd ter comparitie aanwezig zijn.

3.9

Grief II is gericht tegen de overweging van de rechtbank dat Maya Food in het licht van de betwisting van Al Hoceima, onvoldoende heeft gesteld om te oordelen dat Al Hoceima betrokken was bij de handelen van Turfas (r.o. 2.11 en 2.13). Volgens Maya Food heeft Al Hoceima volledige zeggenschap binnen Turfas.

3.10

Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank, dat Maya Food onvoldoende heeft aangevoerd om tot de conclusie te komen dat Al Hoceima aansprakelijk is voor handelen van Turfas. Haar stelling dat Al Hoceima volledige zeggenschap had binnen Turfas is niet met bewijsstukken onderbouwd. Reeds hierop stuit de grief af.

3.11

Het hof houdt iedere nadere beslissing aan.

4 Beslissing

Het hof:

gelast een comparitie van partijen voor het verkrijgen van inlichtingen van partijen en het beproeven van een minnelijke regeling, in verband waarmee beide partijen in persoon dan wel deugdelijk vertegenwoordigd aanwezig dienen te zijn;

bepaalt dat de comparitie zal plaatsvinden ten overstaan van mr. A.W.H. Vink, daartoe als raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen datum;

bepaalt dat de advocaat van Maya Food daartoe uiterlijk op 3 november 2015 schriftelijk aan het enquêtebureau van het hof opgave doet van de verhinderdata van alle partijen en raadslieden in de maanden november, december 2015 en januari 2016;

houdt iedere nadere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, J.E. Molenaar en A.W.H. Vink en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015.