Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3789

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2015
Datum publicatie
20-10-2015
Zaaknummer
23-002035-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij met hennepstekken. Ontneming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-002035-14

Datum uitspraak: 20 juli 2015

TEGENSPRAAK (gevolmachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 20 maart 2012 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-660124-11 tegen de veroordeelde

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 69.055,50.

De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 20 maart 2012 – kort gezegd – veroordeeld ter zake van het telen van hennep.

Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Haarlem bij vonnis van 20 maart 2012 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 67.916,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2015 veroordeeld voor – kort gezegd – het telen van hennep.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing ten aanzien van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt dan de rechtbank.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De raadsvrouw van de verdachte heeft primair het verweer gevoerd dat niet is gebleken van enig wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat uit het dossier niet blijkt dat de hennepstekken bedoeld waren voor de verkoop, noch dat hennepstekken zijn verkocht door de veroordeelde.

Het hof verwerpt dit verweer. Het hof overweegt dat de raadsvrouw dit als stelling opwerpt, maar dit in het geheel niet onderbouwt en de veroordeelde zelf hierover ook niets heeft verklaard. Voorts volgt naar het oordeel van het hof dat uit de hoeveelheid van de hennepstekken en de wijze waarop deze zijn aangetroffen dat de stekken niet voor enig ander doel waren bestemd dan voor de handel.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 69.560,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het hof is van oordeel dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel, geschat op een bedrag van € 63.366,20, heeft verkregen door middel van andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn gepleegd. Het hof gaat van het onderstaande uit en komt tot de volgende berekening.

Evenals in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel en de alternatieve berekening van de raadsvrouw van de veroordeelde, gaat het hof uit van 6 hennepstekkweken.

Anders dan de raadsvrouw in haar subsidiair naar voren gebrachte alternatieve berekening heeft gesteld, gaat het hof niet uit van een opbrengst van € 1,00 per verkochte hennepstek. Dit bedrag komt uit de BOOM-nieuwsbrief 2006, nr. 46, en was ten tijde van het strafbare feit reeds verouderd. In de periode van 2008 tot en met de eerste helft van 2010 bedroeg de gemiddelde marktprijs voor een hennepstek € 2,85 (BOOM 2010). Het hof gaat, bij gebrek aan enige aannemelijke verklaring hieromtrent, ervan uit dat de veroordeelde de stekken voor de helft van de marktprijs verkocht aan een tussenhandelaar en zal het bedrag per stek in het voordeel van de verdachte afronden op € 1,40.

Opbrengst

9880 stekken x 6 kweken = 59.280 stekken x € 1,40 = € 82.992 totale opbrengst.

Kosten

Kosten aankoop stekken moederplanten (610 x € 2,85) = € 1.738,50

Variabele kosten moederplanten (610 x € 3,33) = € 2.031,30

Afschrijvingskosten moederplanten = € 400,00

Variabele kosten stekkerij (59.280 x € 0,20) = € 11.856,00

Afschrijvingskosten stekkerij (6 x € 50,00) = € 300,00

Huisvestingskosten (6 x € 550,00) = € 3.300,00

Totaal = € 19.625,80

Wederrechtelijk verkregen voordeel

€ 82.992,00 - € 19.625,80 = € 63.366,20.

Het hof ontleent deze schatting aan de inhoud van de bewijsmiddelen.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 63.366,20.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 63.366,20 (drieënzestigduizend driehonderdzesenzestig euro en twintig cent).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 63.366,20 (drieënzestigduizend driehonderdzesenzestig euro en twintig cent).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. M. Jurgens en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2015.

mr. Jurgens en mr. Römer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....]

[....][....][....]

[....]

[....][....]

[....][....][....][....]

[....]