Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3719

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
14-09-2015
Zaaknummer
200.156.688/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nederlandse vennootschap onder firma en rechtspersoon naar buitenlands recht met sterk gelijkende namen en gelijksoortige onderneming. Betrokkenheid van dezelfde natuurlijke personen. Persoonlijke aansprakelijkheid voor overeenkomsten die bij de uitoefening van de onderneming zijn aangegaan?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1690
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.156.688/01

zaaknummer rechtbank (Amsterdam) : C/13/557001 / HA ZA 14-24

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 september 2015

inzake

BILOXI VASTGOED B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1 [geïntimeerde sub 1] ,

wonend [woonplaats] , en

2. [geïntimeerde sub 2],

wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. H.C. Bollekamp te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Biloxi, [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] genoemd.

Biloxi is bij dagvaarding van 12 september 2014 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2014, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen haar als eiseres en [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] als gedaagden. De appeldagvaarding bevat één grief. Bij het aanbrengen van de dagvaarding zijn producties in het geding gebracht.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van antwoord;

- akte inbreng producties, tevens akte uitbreiding eis;

- antwoordakte.

Biloxi heeft geconcludeerd, kort gezegd en naar het hof begrijpt, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – de vorderingen van Biloxi zoals in eerste aanleg ingesteld zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten.

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met beslissing over de proceskosten.

Partijen hebben bewijs van hun stellingen aangeboden.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.7, de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Over de juistheid van die feiten bestaat geen geschil, zodat ook het hof van de aldus vastgestelde feiten zal uitgaan, met dien verstande dat de onder 2.7 vermelde datum zal worden gelezen als ‘5 juli 2013’.

3 Beoordeling

3.1.

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] zijn vennoten geweest van de vennootschap onder firma Renovak, hierna ‘Renovak’. Renovak dreef een onderneming die zich bezighield met, kort gezegd, het verrichten van werkzaamheden van bouwkundige aard, waaronder mede begrepen verbouwings- en renovatiewerkzaamheden. Deze onderneming was in het handelsregister ingeschreven onder nummer 52602095. Renovak is op 5 juli 2012 ontbonden. Daags daarna is in het handelsregister ingeschreven dat de onderneming met ingang van 5 juli 2012 is opgeheven en is zij uit het handelsregister uitgeschreven.

3.2.

[geïntimeerde sub 2] is bestuurder, althans degene die feitelijk het beleid bepaalde, geweest van de rechtspersoon naar vreemd recht Renovak I Ltd., hierna ‘Renovak I’, gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk, en opgericht op 2 juli 2012. [geïntimeerde sub 1] is adviseur van Renovak I geweest. Renovak I dreef – naar het hof begrijpt: in ieder geval mede in Nederland – een onderneming van gelijksoortige aard als hierboven beschreven. Deze onderneming was in het handelsregister ingeschreven onder nummer 55643574, met vermelding van 5 juli 2012 als datum van vestiging. Renovak I is op 3 december 2013 – door de rechtbank Amsterdam – in staat van faillissement verklaard.

3.3.

In opdracht van Biloxi heeft Renovak bouwkundige werkzaamheden verricht aan een onroerende zaak in Amsterdam waarbij gebruik is gemaakt van de arbeid van zes personen met de Bulgaarse nationaliteit, voor wie geen tewerkstellingsvergunning zoals bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen was afgegeven. Op 7 juni 2012 heeft de arbeidsinspectie vastgesteld dat hierdoor het verbod neergelegd in artikel 2, eerste lid, van die wet om een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning, was overtreden. De arbeidsinspectie heeft vervolgens Biloxi als werkgever – zoals bedoeld in artikel 1 onder b sub 1° van de Wet arbeid vreemdelingen – van de genoemde personen aangemerkt en haar bij beschikking van 19 juni 2013 een boete van € 48.000,- opgelegd.

3.4.

Biloxi enerzijds en Renovak of Renovak I anderzijds zijn op 13 november 2012 twee overeenkomsten van aanneming van werk aangegaan, waarbij Biloxi opdracht heeft gegeven tot het verrichten van bouwkundige werkzaamheden aan onroerende zaken gelegen op de adressen [adres] en [adres] . Bij beide overeenkomsten is een vaste aanneemsom overeengekomen, te weten € 120.000,- inclusief btw voor het werk op eerstgenoemd adres en € 105.000,- inclusief btw voor het werk op laatstgenoemd adres. Nadat aan Biloxi de hierboven genoemde boete was opgelegd, is in verband met die boete nader overeengekomen dat de aanneemsom met betrekking tot het werk op het adres [adres] met € 28.000,- zou worden verminderd en dat Biloxi bij toekomstige werkzaamheden een korting van € 20.000,- op de prijs daarvan zou worden verleend.

3.5.

Met uitzondering van het antwoord op de vraag wie de wederpartij van Biloxi is bij de onder 3.4 genoemde overeenkomsten – Renovak of Renovak I – staan de hierboven weergegeven feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende betwist, tussen partijen vast. Vast staat voorts dat tussen Biloxi en haar wederpartij onenigheid is ontstaan over de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden, zowel met betrekking tot de tijdigheid – de werkzaamheden op het adres [adres] – als met betrekking tot de deugdelijkheid – de werkzaamheden op beide adressen – daarvan. Tegen de achtergrond van het voorgaande vordert Biloxi de hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] tot betaling aan haar van bedragen van € 61.141,- en € 8.750,-, te vermeerderen met wettelijke rente. Het eerste bedrag betreft de overeenkomst van aanneming van werk ter zake van het adres [adres] en de nadere overeenkomst in verband met de onder 3.3 genoemde boete, het tweede bedrag de overeenkomst ter zake van het adres [adres] .

3.6.

De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Tegen deze beslissing en de daartoe leidende overwegingen richt zich het hoger beroep. Met haar grief betoogt Biloxi, samengevat en naar het hof begrijpt, dat zij de onder 3.4 genoemde overeenkomsten is aangegaan met Renovak en dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] daarom als vennoten daarvan – op grond van het bepaalde in artikel 18 Wetboek van Koophandel – hoofdelijk aansprakelijk zijn voor hetgeen Biloxi van Renovak te vorderen heeft. De grief strekt klaarblijkelijk mede tot verbetering van in eerste aanleg door Biloxi betrokken stellingen, erop neerkomend dat – niet Renovak maar – Renovak I haar contractuele wederpartij is geweest. Ook als ervan wordt uitgegaan dat het Biloxi vrijstaat in hoger beroep haar eerdere stellingen aldus te verbeteren, anders dan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] bij de memorie van antwoord hebben verdedigd, kan de grief niet slagen. Hiertoe is het volgende bepalend.

3.7.

De onder 3.4 genoemde overeenkomsten van aanneming van werk zijn aangegaan bij onderhandse akten – mede – gedateerd 13 november 2012, ruim vijf maanden na de ontbinding van Renovak en de uitschrijving van haar onderneming uit het handelsregister. De genoemde akten en de bijbehorende, door Biloxi aanvaarde offertes van gelijke datum vermelden zowel in de kop als in de voettekst ‘Renovak I’. De voettekst verwijst bovendien uitdrukkelijk naar de inschrijving van Renovak I in het handelsregister en vermeldt hierbij het onder 3.2 genoemde nummer van die inschrijving, 55643574. Deze feiten, in onderlinge samenhang beschouwd en in aanmerking genomen de zin die Biloxi daaraan redelijkerwijs mocht toekennen, wettigen geen andere gevolgtrekking dan dat de overeenkomsten van aanneming van werk tot stand zijn gekomen tussen Biloxi en Renovak I. Het gebruik van de aanduiding ‘Onderhoudsbedrijf Renovak’ door eerst Renovak en later Renovak I, waarop Biloxi zich in de toelichting op de grief beroept, leidt niet tot een ander oordeel.

3.8.

De onder 3.3 genoemde boete is opgelegd bij beschikking van 19 juni 2013. De vermindering van de aanneemsom met betrekking tot het werk op het adres [adres] en de aan Biloxi te verlenen korting op de prijs van toekomstige werkzaamheden zijn – volgens de onweersproken stelling van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in eerste aanleg – op 5 juli 2013 afgesproken en overgelegde e-mailcorrespondentie omtrent die afspraak dateert van diezelfde datum. Zowel de oplegging van de boete als de afspraak over de vermindering en korting in verband daarmee, dateert dus – opnieuw – van ruim na de ontbinding van Renovak en de uitschrijving van haar onderneming uit het handelsregister. De afspraak over de vermindering van de aanneemsom voor het werk op het adres [adres] betreft bovendien – naar volgt uit het hierboven overwogene – een verbintenis uit een overeenkomst tussen Biloxi en Renovak I. Uit dit alles, wederom in onderlinge samenhang beschouwd en in aanmerking genomen de zin die Biloxi daaraan redelijkerwijs mocht geven, volgt dat ook de onder 3.4 genoemde nadere overeenkomst tot stand is gekomen tussen Biloxi en Renovak I.

3.9.

Nu Renovak geen partij is bij de omstreden overeenkomsten, zijn [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] niet als vennoten van Renovak hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de daaruit voortvloeiende verbintenissen. Renovak I, die bij die overeenkomsten wel partij is, is als rechtspersoon zelfstandig drager van rechten en verplichtingen, onafhankelijk van de rechten en verplichtingen van zijn bestuurder en van anderen die bij zijn organisatie zijn betrokken. In beginsel is daarom uitsluitend Renovak I aansprakelijk voor de nakoming van zijn verbintenissen uit de onder 3.4 genoemde overeenkomsten en voor verbintenissen voortvloeiend uit de eventuele niet-nakoming daarvan, zodat de vorderingen van Biloxi stoelend op die overeenkomsten als regel alleen tegen Renovak I geldend kunnen worden gemaakt. Biloxi heeft in de toelichting op de grief geen gronden aangevoerd waaruit, aangenomen dat Renovak I haar contractuele wederpartij is, volgt dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] desalniettemin persoonlijk aansprakelijk zijn voor de voldoening van de bedragen waarvan zij in dit geding betaling vordert, welke bedragen zien op verplichtingen van Renovak I. Biloxi heeft bijvoorbeeld geen feiten aangevoerd waaruit zou kunnen volgen dat de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen toepasselijk is en dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] op grond van het bepaalde in de artikelen 4 en 7 van die wet naast Renovak I hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen van Biloxi ook in hoger beroep niet toewijsbaar zijn.

3.10.

Bij – na de memorie van antwoord ingediende – akte inbreng producties, tevens akte uitbreiding eis, heeft Biloxi een nieuwe, aanvullende grondslag voor haar vorderingen aangevoerd, namelijk ‘een eenvoudige afspraak’ ertoe strekkend dat Renovak I de vordering op [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] zou voldoen die Biloxi stelt te hebben wegens de onder 3.3 genoemde boete en die, volgens Biloxi, ongeacht het onder 3.2 genoemde faillissement van Renovak I is blijven bestaan. Met deze aanvullende grondslag miskent Biloxi dat – naar volgt uit het bepaalde in artikel 347, eerste lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – zij in beginsel alle gronden waarmee wordt betoogd dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd, had moeten aanvoeren bij de memorie van grieven. Een uitzondering op dit beginsel doet zich niet voor, temeer niet nu in de antwoordakte van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] geen ondubbelzinnige instemming kan worden gelezen met het alsnog in de rechtsstrijd in hoger beroep betrekken van bovengenoemde aanvullende grondslag. Deze moet daarom door het hof buiten beschouwing worden gelaten.

3.11.

Biloxi heeft geen feiten gesteld en te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, kunnen leiden tot andere oordelen dan hierboven gegeven. Haar bewijsaanbod in de appeldagvaarding wordt daarom, als niet ter zake dienend en overigens ook als te vaag, gepasseerd.

3.12.

De slotsom uit het bovenstaande is dat het hoger beroep tevergeefs is ingesteld en dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Biloxi zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Biloxi in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] begroot op € 704,- aan verschotten en € 1.631,- voor salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.F.M. Cortenraad, C.M. Aarts en A.M.A. Verscheure en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 september 2015.