Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3706

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
200.098.951/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 8 april 2014. Verdere instructie. Zie ECLI:NL:GHAMS:2014:2494 en ECLI:NL:GHAMS:2017:4156.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I AOF

zaaknummer: 200.098.951/01

zaak- / rolnummer rechtbank Amsterdam: 438017 / HA ZA 09-2959

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 september 2015

inzake

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HUVASS BEHEER B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[GEÏNTIMEERDE SUB 2]

beide gevestigd te [plaats],

appellanten,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen:

de naamloze vennootschap
VERENIGDE ASSURANTIEBEDRIJVEN NEDERLAND N.V.,

tevens handelende onder de naam BAVAM,

gevestigd te Rijswijk,

geïntimeerde,

advocaat: mr. F. van der Woude te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna (ook) Huvass, [geïntimeerde sub 2] en Bavam genoemd. Appellanten worden gezamenlijk Huvass c.s. genoemd.

Op 8 april 2014 is in dit geding een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van de procedure tot aan die datum verwijst het hof naar dat arrest.

Vervolgens hebben Huvass c.s. een akte na tussenarrest genomen.

Bavam is in de gelegenheid gesteld een antwoordakte na tussenarrest te nemen. Zij heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt en voor die proceshandeling is verval verleend.

Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1

Bij het tussenarrest is het hof tot het oordeel gekomen dat Bavam in ieder geval is gehouden Huvass verzekeringsdekking te verlenen voor zover de beweerde aan de vennootschap onder firma [X] (hierna: de vof) verweten gedragingen hebben plaatsgevonden binnen de verzekerde hoedanigheid zoals die is beschreven in de voorwaarden van de verzekering die van kracht waren ten tijde van de beweerde fouten in 1997 en 1998. Het hof achtte zich echter nog onvoldoende door partijen voorgelicht om definitief te kunnen vaststellen voor welke (beweerde) gedragingen Huvass precies wordt aangesproken en of en in hoeverre die gedragingen binnen de verzekerde hoedanigheid zijn verricht. Het hof heeft in dat verband tevens overwogen dat het wil voorkomen dat in het onderhavige dekkingsgeschil een met de beslissingen in de aansprakelijkheidsprocedure strijdige uitspraak wordt gewezen.

2.2

Het hof heeft de zaak bij het tussenarrest naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid stellen zich over het verdere verloop van de procedure uit te laten, daaronder begrepen de mogelijkheid om het geding aan te houden in afwachting van de uitkomst van de aansprakelijkheidsprocedure. Voor het geval de wens zou worden geuit om in het dekkingsgeschil verder te procederen, heeft hof overwogen voornemens te zijn een tweede tussenarrest te wijzen waarin Huvass c.s. zullen worden opgedragen zich bij akte over een aantal nader te bepalen onderwerpen uit te laten, waarop Bavam vervolgens bij akte zou kunnen reageren.

2.3

Bij de akte na tussenarrest hebben Huvass c.s. het hof verzocht een tweede tussenarrest te wijzen in de hiervoor aangeduide zin.

2.4

Het geschilpunt ten aanzien van de verzekerde hoedanigheid heeft op het volgende betrekking. Bavam stelt ter afwijzing van de dekking dat de vof als financieel adviseur is opgetreden en dat daarom de aanspraak niet is gedekt onder de verzekering. Alleen de beroepsaansprakelijkheid van de verzekerde als assurantietussenpersoon, als bemiddelaar bij financieringen en hypotheken en in verband met het verlenen van bancaire diensten is verzekerd. Huvass c.s. bestrijden op hun beurt niet dat [Y] in de aansprakelijkheidsprocedure stelt dat de vof als financieel adviseur is opgetreden en haar bevoegdheden als cliëntenremisier heeft overschreden. Dat betreft in beginsel gedragingen buiten de verzekerde hoedanigheid. Zij bestrijden echter dat buiten de verzekerde hoedanigheid is opgetreden.

2.5

De vorderingen van Huvass c.s. in dit geding strekken ertoe dat Bavam wordt veroordeeld verzekeringsdekking te verlenen. De stelplicht en bewijslast dat in de verzekerde hoedanigheid is opgetreden, berust dan bij Huvass c.s.

2.6

Huvass c.s. worden in de gelegenheid gesteld – concreet en gespecificeerd en zoveel als mogelijk met stukken onderbouwd – een nadere toelichting te geven op:

  • -

    de totstandkoming en uitleg van clausule 129 zoals opgenomen in de polis van 1997 in het licht van de in deze polis omschreven verzekerde hoedanigheid en de polisvoorwaarden als geheel;

  • -

    de totstandkoming en uitleg van de omschrijving van de verzekerde hoedanigheid in de polissen van latere datum (voor zover voor het geschil nog relevant) in het licht van de polisvoorwaarden als geheel;

  • -

    de concrete opdracht die door [Y] aan de vof is gegeven;

  • -

    de wijze waarop de vof de opdracht van [Y] feitelijk heeft ingevuld en uitgevoerd;

  • -

    de periode waarin de opdracht door [Y] is gegeven en door de vof is uitgevoerd;

  • -

    de aard en omvang van de vorderingen die door [Y] in de aansprakelijkheidszaak zijn ingesteld;

  • -

    de stand van zaken in de aansprakelijkheidszaak;

  • -

    de overige omstandigheden van het geval die voor de beoordeling van de voorliggende dekkingsvraag relevant zijn.

2.7

Bij het voorgaande wordt opgemerkt dat partijen over de uitleg van de in de verschillende polisvoorwaarden opgenomen omschrijving van de verzekerde hoedanigheid al het nodige hebben aangevoerd. Wat met name nader dient te worden uitgewerkt is de toespitsing daarvan op de concrete opdracht die voor [Y] is uitgevoerd, in verband waarmee de vof aansprakelijk is gesteld.

2.8

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 6 oktober 2015 voor akte aan de zijde van Huvass c.s. tot het hiervoor in r.o. 2.6 en 2.7 omschreven doel;

bepaalt dat Bavam vervolgens in de gelegenheid wordt gesteld een antwoordakte te nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, J.W. Hoekzema en M. Kremer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 september 2015.