Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3637

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-08-2015
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
23-003151-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3312, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen door gedurende een lange periode aanzienlijke geldbedragen voorhanden te hebben en om te zetten, terwijl daaraan geen legale inkomsten ten grondslag lagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003151-10

datum uitspraak: 28 augustus 2015

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman; verdachte na aanhouding behandeling strafzaak niet verschenen)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13/400706-09 tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

adres: [adres 1] .

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen hem is ten laste gelegd, voor zover het betreft de auto (zwarte Smart fortwo coupé, kenteken [kenteken] ). Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

14 augustus 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg ter terechtzitting van 10 september 2009 door de rechtbank toegelaten wijziging van de tenlastelegging is aan de verdachte ten laste gelegd dat - voor zover in hoger beroep nog aan de orde -:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 september 2004 tot en met 25 april 2009, te Amsterdam, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte ongeveer 132.720 euro en/of 21.500 euro en/of 200 US dollar, in elk geval (telkens) een of meer geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans (telkens) van een of meer geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Partiële vrijspraak

Ten aanzien van het de verdachte ten laste gelegde witwassen van 200 US dollar kan niet worden vastgesteld dat het geld van misdrijf afkomstig is. Derhalve is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten aanzien van de 200 US dollar is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Gelet op het voorgaande behoeft het door de raadsman bij pleitnota gevoerde verweer met betrekking tot dit geldbedrag geen bespreking.

Bespreking van het bewijs

Het hof gaat voor de beoordeling van de bewijsvraag uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Op 25 april 2009 wordt tijdens een grootscheepse verkeerscontrole in de binnenzak van de jas van de verdachte een bedrag van in totaal € 9.000 aangetroffen. In een andere binnenzak blijken een envelop met daarin € 12.500,- alsmede enkele (bank)stortingsbewijzen te zitten. Uit daarop volgend onderzoek is gebleken dat de verdachte in de periode van september 2004 tot en met 3 september 2007 rond de 40 transacties heeft verricht met een totaalbedrag van € 132.720,- . Het ging dan grotendeels om het wisselen van kleine naar grote coupures bij het Grens Wissel Kantoor (GWK). Dit gebeurde in sommige gevallen diverse keren per dag.

Blijkens navraag bij de Dienst Werk en Inkomen (hierna: DWI) heeft de verdachte in de periode van 2001 tot en met 2007 geen inkomsten gehad. De verdachte staat sinds 1 juni 2007 bij de Belastingdienst bekend als ondernemer van [onderneming 1] . Uit de aangifte omzetbelasting valt af te lezen dat de omzet van de onderneming van de verdachte in 2007 en 2008 respectievelijk € 15,- en € 2.215,- heeft bedragen.

Het hof heeft geconstateerd dat de handelingen ten aanzien van het geldbedrag van € 132.720,- en het geldbedrag van € 21.500,- hebben plaatsvonden onder omstandigheden die, in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerken voor - witwassen zijn aan te merken:

- geen legale economische verklaring voor de reden en de frequentie van de wisselingen;

- het fysiek vervoeren van grote bedragen in contanten hetgeen een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich brengt;

- de transacties staan niet in verhouding met de inkomsten van de verdachte;

- het contant omwisselen in een witwascyclus wordt vaak gedaan ter onderbreking van de paper trail;

- de wijze waarop geld is vervoerd, namelijk in bundels in enveloppes;

- het feit dat het kennelijk de bedoeling was de meldgrens te ontduiken door herhaaldelijk kleinere contante geldbedragen te wisselen;

- de meeste malen is geld in kleine coupures omgewisseld naar grote coupures;

- het feit dat diverse wisseltransacties op één dag bij verschillende wisselkantoren/banken dan wel bij verschillende vestigingen van deze wisselkantoren/banken zijn uitgevoerd.

Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad moet op grond van doel en strekking van de witwasbepalingen en mede in het licht van de geschiedenis van de totstandkoming van die bepalingen worden aangenomen dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent derhalve dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling ter zake van witwassen vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de geschetste omstandigheden een vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verwacht dat hij een concrete min of meer verifieerbare verklaring geeft over de herkomst van de gelden.

De verdachte heeft gepoogd een begin van aannemelijkheid te schetsen dat de geldbedragen van

€ 132.720,- en van € 21.500,- niet van misdrijf afkomstig waren. Deze poging is echter onvoldoende gesubstantieerd. De door de verdachte overgelegde salarisspecificatie van de onderneming [onderneming 2] , alwaar hij volgens eigen zeggen van 1 april 2007 tot ergens in oktober 2007 zou hebben gewerkt, is aantoonbaar onjuist, daar bij de Belastingdienst geen gegevens aanwezig zijn waaruit blijkt dat voornoemde onderneming in de periode van 16 augustus 2006 tot en met 28 juli 2008 personeel in dienst heeft gehad en de verdachte deze gestelde inkomsten evenmin heeft opgegeven aan de Belastingdienst. Tevens is de verklaring van de verdachte dat hij op zijn achttiende (verjaardag) een contant geldbedrag van ruim € 10.000,- van zijn oom [oom] heeft gekregen niet onderbouwd. Ook verdachtes verklaring, inhoudende dat de aflossing op de hypotheek voor zijn huis aan de [adres 2] te Amsterdam werd gedekt door maandelijkse huurpenningen, is door hem niet met enig schriftelijk stuk of anderszins gestaafd, waarbij nog dient te worden opgemerkt dat de leveringsakte, blijkens door de verdachte overgelegde stukken, pas op 7 september 2007 - en dus na de periode waarin de verdachte de litigieuze transacties heeft verricht - is gepasseerd. Voor deze transacties is derhalve evenmin van belang dat de verdachte toen een bouwdepot van € 24.000,- heeft ontvangen.

De stelling van de verdachte, er op neer komende dat hij steeds hetzelfde geldbedrag zou hebben “gerecycled” door eerst bij het casino grote coupures om te wisselen naar kleine coupures en deze later elders weer om te wisselen naar grote coupures (om met die grote coupures indruk te maken op vrienden) en dit vervolgens meermalen te herhalen, is daarenboven volstrekt ongeloofwaardig, temeer daar algemeen bekend is dat het GWK en vergelijkbare instellingen voor dergelijke transacties kosten in rekening brengen.

Ook de verklaring van de verdachte dat het bedrag van € 21.500,- dat hij op 25 april 2009 bij zich had bestond uit het spaargeld en alle leningen die hij had, is onvoldoende concreet onderbouwd, temeer nu de verdachte niet inzichtelijk heeft kunnen maken waarvan hij zijn levensonderhoud bekostigde in de daaraan voorafgaande jaren.

Derhalve verwerpt het hof het door de raadsman bij pleitnota gevoerde verweer dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van de geldbedragen van € 132.720,- en van € 21.500,- zeer concreet en onderbouwd met stukken is en derhalve verifieerbaar en niet als onwaarschijnlijk aan te merken is.

Op grond van dit alles acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het niet anders kan zijn dat de geldbedragen van € 132.720,- en van € 21.500,- - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren van enig misdrijf en dat de verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. Gelet op de hoeveelheid transacties en de uitgestrekte periode waarin zij plaats hebben gehad, is het hof van oordeel dat de verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

in de periode vanaf 1 september 2004 tot en met 25 april 2009 te Amsterdam van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij ongeveer 132.720 euro en 21.500 euro voorhanden gehad en/of omgezet, terwijl hij wist dat die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft de rechtbank ten aanzien van de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen beslist tot verbeurdverklaring, teruggave aan de verdachte dan wel bewaring ten behoeve van de rechthebbende.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte na bewezenverklaring van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat met betrekking tot de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen conform het vonnis van de rechtbank zal worden beslist.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen door gedurende een lange periode aanzienlijke geldbedragen voorhanden te hebben en om te zetten, terwijl daaraan geen legale inkomsten ten grondslag lagen. Door aldus te handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het onttrekken van illegale opbrengsten aan het zicht van justitie, hetgeen inbreuk maakt op de integriteit van het financiële en economische verkeer. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat witwassen in sterke mate het plegen van strafbare feiten stimuleert. Het hof acht het feit van ernstige aard en rekent de verdachte dit feit aan.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 3 augustus 2015 is hij eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.

In beginsel acht het hof, rekening houdend met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, passend. Mede gelet op de omvang van de witwasbedragen en de lange duur van het door de verdachte gepleegde misdrijf is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal gevorderd, geen recht doet aan de ernst van het door de verdachte gepleegde misdrijf.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de hoger beroepsfase, hetgeen aan de politie en het openbaar ministerie te wijten is, nu immers tussen de datum waarop (datum inverzekeringstelling verdachte is 25 april 2009) door de rechtbank vonnis is gewezen op 9 juli 2010 en de datum van dit arrest ruim 61 maanden zijn verstreken, zal het hof met deze overschrijding rekening houden bij de aan de verdachte op te leggen straf, met dien verstande dat het hof een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, passend en geboden acht. Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf is bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nogmaals op dergelijke wijze te handelen.

Het hof is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten:

35- Geld Euro, 500 eurobiljetten,

36- Geld Euro, 200 euro biljetten (aantal: 33),

37- Geld Euro, 100 eurobiljetten (aantal: 27),

38- Geld Euro, 20 eurobiljetten (aantal: 3), en

39- Geld Euro, 10 eurobiljetten (aantal: 3),

die aan de verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot die geldbedragen het bewezen verklaarde is begaan.

Voorts is het hof van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen, te weten de nummers 1 tot en met 34 en 40 en 41 van de beslaglijst, aan de verdachte dienen te worden teruggegeven.

Tenslotte is het hof van oordeel dat het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (nummer 42) dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende nu thans niet duidelijk is aan wie dit toebehoort.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 63 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen het ten aanzien van de auto (zwarte Smart fortwo coupé, kenteken [kenteken] ) ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten:

35- Geld Euro, 500 eurobiljetten;

36- Geld Euro, 200 euro biljetten (aantal: 33);

37- Geld Euro, 100 eurobiljetten (aantal: 27);

38- Geld Euro, 20 eurobiljetten (aantal: 3); en

39- Geld Euro, 10 eurobiljetten (aantal: 3).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen, te weten:

1- 1.00 STK Personenauto [kenteken] , SMART fortwo cou 2007, Kl: zwart, 3587055;

2- 1.00 STK Bankpas, ABN AMRO (3589250);

3- 1.00 STK Intercom, SAMSUNG (3589316);

4- 1.00 STK Bankpas 7912 (3589282);

5- 2.00 STK Papier, Bankpas 2006 3589236, Serienummer: 106800159;

6- 1.00 STK Papier, ANWB pas 3589240, Registratienummer: 4938311861102960;

7- 1.00 STK Papier, AMERICAN EXPRES Bankpas 3589246;

8- 1.00 STK Papier, Bankpas 3589247, Registratienummer: 675940023461738399;

9- 1.00 STK Papier, FORTIS Bankpas 3589248, Serienummer: 3015;

10- 1.00 STK Papier, ABN AMRO Bankpas 3589249, Serienummer: 251;

11- 1.00 STK Papier, Bankpas 3589251, Huurauto;

12- 1.00 STK Papier, AMERICAN EXPRES Bankpas 3589251, Registratienummer: 375380574111004; 13- 2.00 STK Papier, AMERICAN EXPRES Bankpas 3589261, Serienummer: 375388218581052;

14- 2.00 STK Identiteitsbewijs, 3589263, Ziekenfondspas Sr oemar'85 / a siddique'54;

15- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589265, Ziekenfondspas Registratienummer: SK352580A;

16- 1.00 STK Papier, HSBC Bankpas 3589266, Registratienummer: 675940023471741144;

17- 1.00 STK Papier, VISA Bankpas 3589267, Registratienummer: 4213100033069207;

18- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589268, Ziekenfondspas (Winkelpas);

19- 1.00 STK Identiteitsbewijs, sportpas 3589275;

20- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589278, Ziekenfondspas Registratienummer: 991197224;

21- 1.00 STK Papier, POSTBANK Bankpas 3589279, Registratienummer: 026J970;

22- 1.00 STK Papier, ticket 3589280, Panama / Amsterdam;

23- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589283, Bibliotheekpas Tnv sr oemar 26.01.1985;

24- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589284, Bibliotheekpas Tnv sr oemar registratienr. 1282960;

25- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589285, Toegangspas Registratienr. 1411616976 1 LONDON;

26- 1.00 STK Papier, Bankpas 3589287, Registratienr. 4213100033069215;

27- 1.00 STK Papier, Bankpas 3589288, Registratienummer: 5264649990872693;

28- 1.00 STK Papier, ABN AMRO Bankpas 3589290, Serienummer: 907;

29- 1.00 STK Identiteitsbewijs, 3589291, Serienummer: 0826036;

30- 2.00 STK Papier, Kl: zilverkl., ANWB pas 3589296, KLM pas Registratienummer:

37534076024002;

31- 1.00 STK Papier, ANWB pas 3589298, Porsche P2000;

32- 1.00 STK Papier, ABN AMRO Bankpas 3589300, Serienummer: 313;

33- 1.00 STK Identiteitsbewijs, ROCKS 3589301, Tankpas (Toegangspas Elektronisch);

34- 1.00 STK Papier, ANWB pas 3589304, Anwb 2008, registratienummer: 8243979673;

40- Geld buitenlands, Amerikaans 100 dollarbiljetten; en

41- Geld buitenlands, Amerikaans 100 dollarbiljetten.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

42- 2.00 STK Computer, Kl: zwart, diskette 3641748, 2x A: / met histo bestanden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. W.H. van Benthem en mr. F.W. van Lottum, in tegenwoordigheid van mr. D. Zeiss, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

28 augustus 2015.

mr. W.H. van Benthem en mr. F.W. van Lottum zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.