Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3627

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-09-2015
Datum publicatie
10-09-2015
Zaaknummer
200.161.365/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Verwijzingsbeslissing

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 99
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

__________________________________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

PRESIDENT

Beslissing van 2 september 2015 in de zaak onder nummer 200.175.801/01 NOT.

1 Het verzoek

1.1.

Op 28 augustus 2015 is namens de voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden een verwijzingsverzoek – met bijlagen - bij het hof ingediend.

1.2.

Dit verzoek betreft enerzijds de verwijzing van de behandeling van de klacht, ingediend door het Bureau Financieel Toezicht (BFT), gevestigd te Utrecht, tegen [notaris A] , voorheen notaris, thans kandidaat-notaris ex artikel 130a Wna te [plaatsnaam] , naar een andere kamer voor het notariaat.

1.3.

Dit verzoek betreft anderzijds de verwijzing van de behandeling van de klachten, ingediend door het BFT tegen [notaris B] en [notaris C] , beiden notaris te [plaatsnaam] , naar dezelfde kamer voor het notariaat die door de president van dit hof wordt belast met de behandeling van de klacht van het BFT tegen [notaris A] .

2 Beoordeling

2.1.

Blijkens voormeld verzoek is [notaris A] plaatsvervangend lid van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden.

2.2.

Gelet hierop dient ingevolge artikel 99 lid 2 Wna een andere kamer voor het notariaat te worden belast met de (verdere) behandeling van de klacht van het BFT tegen [notaris A] .

2.3.

Uit voormeld verzoek blijkt tevens dat:

- [notaris A] is verbonden aan het kantoor [X] , aan welk kantoor
[notaris B] en [notaris C] tevens als notarissen zijn verbonden;

- het BFT ingevolge artikel 110 lid 1 Wna een onderzoek heeft ingesteld bij [notaris A] , [notaris B] en [notaris C] (hierna tezamen: de notarissen);

- het BFT op 10 februari 2015 aan ieder van de notarissen een (persoonlijk) eindrapport heeft
gestuurd, waarbij ook bevindingen privé van iedere notaris aan bod komen;

- het BFT bij brieven van 25 augustus 2015 tegen ieder van de notarissen een afzonderlijke klacht
heeft ingediend bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;

- deze afzonderlijke klachten, aldus de voorzitter, met elkaar zijn verweven en (ten dele) dezelfde problematiek, de financiële situatie van het kantoor, betreffen.

2.4.

Omdat de beoordeling van de financiële situatie van het kantoor zowel betrekking heeft op de zakelijke financiën van ieder van de notarissen, als op hun, om redenen van privacy voor elkaar afgeschermde, privé-financiën, zal naar verwachting in elke zaak toch een eigen, mogelijk ook een iets andere, weging plaatsvinden. Voorts is denkbaar dat bij de mondelinge behandeling van elk van de klachten, gelet op deze privacy-aspecten, ook enige vorm van afscheiding zal plaatsvinden. Om die reden kan er niet op voorhand van uit worden gegaan dat (de behandeling van) de klachten (nagenoeg) identiek zijn.

2.5.

Onder deze omstandigheden is er onvoldoende reden om de klachten van het BFT tegen ieder van de notarissen als onlosmakelijk verbonden te beschouwen. Voor het geval gelijke aspecten door verschillende kamers anders beoordeeld worden, kan desgevraagd de appelmogelijkheid rechtseenheid brengen. Verwijzing van de behandeling van alle klachten in eerste aanleg is daarvoor niet noodzakelijk.

2.6.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3 Beslissing

De president:

- belast de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam met de behandeling van de klacht van het BFT tegen [notaris A] ; en

- wijst het verwijzingsverzoek voor het overige af.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.T. van der Meer op 2 september 2015.