Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3378

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-08-2015
Datum publicatie
21-08-2015
Zaaknummer
200.163.079/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gebreken aan tweede hands auto rechtvaardigen een ontbinding. Verzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.163.079/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 3417449\CV EXPL 14-10290

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 augustus 2015

inzake

BECO COMPANY B.V. h.d.o.n. AUTO [X],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp,

tegen

[geïntimeerde],

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J. Koning te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Beco en [geïntimeerde] genoemd.

Beco is bij dagvaarding van 12 december 2014 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de kantonrechter), van 27 november 2014, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres en Beco als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord, met producties.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Beco heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de vorderingen van [geïntimeerde] zal afwijzen met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van Beco in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

( i) [geïntimeerde] heeft in de maand april 2014 een koopovereenkomst gesloten met Beco met betrekking tot een tweede hands personenauto, merk [merk] , type [type] , kenteken [kenteken] . De koopprijs bedroeg € 4.000,-. Bij de aankoop is door [geïntimeerde] melding gemaakt van een aantal gebreken, zoals een niet deugdelijk werkende koppeling en ondeugdelijke schokbrekers. Voorts bevonden zich roestplekken onder een stoel, terwijl de houder van de linker zijspiegel schade vertoonde. Ook de dakhemel was vuil en/of beschadigd evenals de velgen. Volgens [geïntimeerde] heeft Beco toegezegd deze gebreken te zullen verhelpen. Voorts, zo stelt [geïntimeerde] , was bedongen dat er een centrale deurvergrendeling aanwezig was alsmede een deugdelijk werkend navigatiesysteem.

(ii) Op de dag van de aflevering (7 mei 2014) heeft [geïntimeerde] opgemerkt dat aan geen van de door haar gestelde gebreken aandacht was geschonken. Op 13 mei 2014 is nader overeengekomen dat de koppeling zou worden vervangen tegen betaling van een extra bedrag van € 150,-.

(iii) De auto is op 16 mei 2014 afgenomen door [geïntimeerde] .

(iv) [geïntimeerde] heeft zich op 3 juni 2014 wederom tot Beco gewend, waarbij is toegezegd de dakhemel ter plaatse te herstellen, maar deze bleek nadien beschadigd.

( v) Bij e-mail van 11 juni 2014 heeft [geïntimeerde] gewezen op het bestaan van een aantal gebreken, waarbij zij heeft verzocht om een oplossing.

(vi) Beco heeft hierop niet gereageerd, waarna [geïntimeerde] bij brief van 16 juli 2014 de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.

(vii) Bij brief van 24 juli 2014 heeft de raadsman van [geïntimeerde] nogmaals verzocht een aantal in die brief genoemde gebreken te verhelpen voor 15 augustus 2014, waarbij bij gebreke van een deugdelijke reactie van Beco de koopovereenkomst als ontbonden diende te worden beschouwd. In een brief van 5 augustus 2014 heeft [geïntimeerde] zelf nog gewag heeft gemaakt van water in de auto, ondeugdelijke vering/schokbrekers en een aanlopend achterwiel.

(viii) Beco heeft op deze verzoeken niet gereageerd.

3 Beoordeling

3.1.

[geïntimeerde] vordert, kort samengevat, voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot voornoemde auto (buitengerechtelijk) is ontbonden, althans deze te ontbinden. Voorts vordert zij betaling van een bedrag van in totaal € 5.126,52 te vermeerderen met rente en verdere kosten. Dit bedrag is samengesteld uit de koopsom van € 4.150,-, € 326,52 aan verzekeringspremies, € 110,- aan wegenbelasting en € 540,- aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij betaling van een bedrag van € 81,63 voor iedere maand of gedeelte daarvan vanaf 5 september 2014 dat Beco geen medewerking verleent aan de op partijen rustende ongedaanmakingsverbintenissen.

3.2.

Beco heeft in eerste aanleg geen verweer gevoerd, waarna de kantonrechter de vorderingen van [geïntimeerde] heeft toegewezen en Beco in de proceskosten heeft veroordeeld. Tegen deze beslissingen komt Beco op met één grief.

3.3.

De grief van Beco richt zich, naar het hof begrijpt, tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij is tekortgekomen in de nakoming van de koopovereenkomst. Beco licht haar grief toe met de stelling dat enerzijds hetgeen [geïntimeerde] stelt omtrent de inhoud van de overeenkomst niet juist is (centrale deurvergrendeling, soort navigatiefunctie, aankoopbon koppeling) en anderzijds dat de auto overigens geen gebreken vertoonde. Voor een ontbinding bestaat daarom geen reden, aldus Beco.

3.4.

Het hof stelt voorop dat ingevolge art. 6:265 BW iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een verbintenis de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst geheel dan wel gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Aan de buitengerechtelijke ontbinding heeft [geïntimeerde] meerdere gebreken ten grondslag gelegd, zoals deze terug te vinden zijn in haar brief van 16 juli 2014, de brief van haar raadsman van 24 juli 2014 en haar brief van 5 augustus 2014.

Hoewel tussen partijen discussie bestaat over de vraag wat partijen precies zijn overeengekomen met betrekking tot de aard van de centrale vergrendeling, heeft Beco niet althans onvoldoende betwist dat het bestaande navigatiesysteem in de auto niet werkte, dat de dakhemel na “reparatie” nog immer stuk was (sneden), dat de auto niet waterdicht was, dat de vering/schokbreker niet naar behoren functioneerde en dat de rem op het rechter achterwiel aanliep. Het hof laat daarbij de mogelijke andere gebreken als genoemd in het – overigens niet gedateerde - rapport van de [merk] -dealer [A] buiten beschouwing nu daarvan eerst melding is gemaakt bij memorie van antwoord en Beco daar niet op heeft kunnen reageren.

Beco is ten aanzien van al deze gebreken in verzuim nu zij de aan haar gegeven termijn voor herstel tot 15 augustus 2014 ongebruikt voorbij heeft laten gaan en zonder dat gesteld of gebleken is dat de haar gegeven termijn voor herstel onredelijk was.

Op grond van de hiervoor genoemde niet of onvoldoende betwiste gebreken was [geïntimeerde] alleszins gerechtvaardigd de koopovereenkomst te ontbinden, nu ook bij de aankoop van een tweede hands auto voornoemde gebreken kunnen worden beschouwd als niet overeenkomend met wat in de regel door een koper verwacht mag worden.

3.5.

De slotsom is dat de grief faalt. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Beco zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in appel.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Beco in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 311,- aan verschotten en € 632,- voor salaris advocaat;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.E. Molenaar, C. M. Aarts en R.J.F. Thiessen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2015.