Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3185

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-08-2015
Datum publicatie
21-09-2016
Zaaknummer
200.168.610/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kredietverzekering. Zie ECLI:NL:GHAMS:2016:2687 en ECLI:NL:GHAMS:2016:4311.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.168.610/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/562974 / HA ZA 14-386

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 augustus 2015

inzake

de naamloze vennootschap ATRADIUS CREDIT INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. G.C. Endedijk te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[geïntimeerde] ,

gevestigd te Dodewaard,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen worden hierna Atradius en [geïntimeerde] genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Atradius is bij dagvaarding van 13 april 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam dat onder bovengenoemd zaak-/rolnummer is gewezen op 11 februari 2015 tussen [geïntimeerde] als eiseres en Ed. Züblin Aktiengesellschaft (hierna: Züblin) en Atradius als gedaagden.

Bij memorie van grieven heeft Atradius één grief geformuleerd, bewijs aangeboden en geconcludeerd als aan het slot van die memorie vermeld.

Atradius heeft daarbij tevens op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.169.918/01 tussen Züblin als appellante en [geïntimeerde] als geïntimeerde, met bepaling van een datum waarop de gevoegde zaken op de rol worden afgeroepen.

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord in het incident zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.

2 Beoordeling

in het incident tot voeging

2.1

Atradius heeft voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. Als gezegd, heeft [geïntimeerde] zich ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.

2.2

Uit hetgeen Atradius heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.

2.3

De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door [geïntimeerde] .

3 Beslissing

Het hof:

in het incident tot voeging:

voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.169.918/01;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 15 september 2015 voor het nemen van een memorie van antwoord door [geïntimeerde] ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, J.C.W. Rang en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2015.