Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3014

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-07-2015
Datum publicatie
23-07-2015
Zaaknummer
200.137.535/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquete; aanwijzing bestuurder; art. 2:349a lid 2, 357 lid 2 BW.

De Ondernemingskamer ziet aanleiding om, mede gelet op hetgeen is overwogen in de beschikking van 5 juni 2015, op de voet van art. 2:357 lid 2 BW - hier analoog van toepassing - aan alle partijen op straffe van een dwangsom het verbod op te leggen om ongevraagd contact op te nemen met de tijdelijk bestuurder, tenzij door tussenkomst van hun advocaat.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 349a, 357, geldigheid: 2015-07-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2014/784
AR 2015/1393
ARO 2015/188
JONDR 2015/1028

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.137.535/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 22 juli 2015

inzake:

[A] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKER,

advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM I B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM II B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM III B.V.,

allen gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS,

(voorheen bijgestaan door mrs. E.M. Soerjatin en M.C. Leijten, kantoorhoudende te Amsterdam, en thans:) niet verschenen,

e n t e g e n

1 [B] ,

wonend te [....] ,

2. [C],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff, R.J.T. Kamstra en C.J. Jager, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

3 [D] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere personen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoeker als [A] ;

  • -

    verweersters 1 tot en met 4 ieder afzonderlijk als respectievelijk Leaderland TTM, Leaderland I, Leaderland II en Leaderland III en gezamenlijk als Leaderland c.s.;

  • -

    belanghebbende 1 als [B] ;

  • -

    belanghebbende 2 als [C] ;

  • -

    belanghebbende 3 als [D] .

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 maart 2014, 11 juli 2014, 24 juli 2014, 5 december 2014, 15 december 2014, 3 februari 2015, 28 april 2015, 29 mei 2015 en 5 juni 2015, alsmede naar de beschikking van de raadsheer-commissaris van 14 januari 2015 en naar de beschikkingen van 29 mei 2015 en 15 juni 2015 van de voorzitter van de Ondernemingskamer in deze zaak.

1.3

Bij de beschikking van 18 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer onder andere en voor zover hier van belang:

- een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode vanaf 1 oktober 2012;

- mr. F.D. Stibbe en drs. N. van der Noll benoemd tot onderzoekers;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [C] geschorst als bestuurder van Leaderland c.s.;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding drs. B. van Haaren (hierna aan te duiden als Van Haaren) benoemd tot bestuurder van Leaderland c.s. en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Leaderland c.s. te vertegenwoordigen;

- bepaald, vooralsnog voor de duur van het geding, dat de aandelen die [B] , [D] en [A] houden in Leaderland c.s. met ingang van 18 maart 2014 ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. E. Hammerstein (hierna aan te duiden als Hammerstein).

1.4

Bij de beschikking van 11 juli 2014 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van Leaderland c.s. onder meer [B] bevolen om binnen een week na betekening van de beschikking de volledige administratie (als bedoeld in art. 2:10 BW) van Leaderland c.s. vanaf 1 januari 2012 te doen toekomen aan Van Haaren op een door Van Haaren te bepalen wijze en plaats op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag met een maximum van € 10.000.000. Voorts heeft zij bij die beschikking verzoeken van [A] , [D] en [B] afgewezen en de beslissing op verzoeken van Van Haaren en Hammerstein tot ontheffing uit de functies van bestuurder respectievelijk beheerder aangehouden.

1.5

Bij de beschikking van 3 februari 2015 heeft de Ondernemingskamer Hammerstein ontheven uit zijn functie van bestuurder en mr. W.G. van Hassel (hierna aan te duiden als Van Hassel) aangewezen als bestuurder van Leaderland c.s. In deze beschikking heeft de Ondernemingskamer voorts bepaald dat de aanwijzing van de bestuurder van kracht wordt vanaf het tijdstip dat naar het oordeel van Van Hassel voldoende financiële zekerheid voor zijn salaris en kosten is gesteld, het een en ander zoals overwogen in rechtsoverweging 2.2 van de beschikking. Bij emailbericht van 11 februari 2015 heeft Van Hassel bericht dat een bedrag van € 36.300 op zijn bankrekening is bijgeschreven en dat zijn benoeming tot bestuurder op 11 februari 2015 is ingegaan.

1.6

Het verslag van het door de onderzoekers verrichte onderzoek met bijlagen (hierna het onderzoeksverslag te noemen) is op 28 april 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de op die dag gegeven beschikking heeft de Ondernemingskamer onder andere bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.7

Bij de beschikking van 5 juni 2015 heeft de Ondernemingskamer Van Hassel uit de functie van bestuurder van Leaderland ontheven en in die beschikking voorts overwogen dat er in die beschikking geen vervangende bestuurder wordt aangewezen en dat de situatie die daarmee is ontstaan nader met partijen zal worden besproken tijdens de op 2 juli 2015 om 13.00 uur geplande mondelinge behandeling van het verzoek dat [D] op 24 maart 2015 bij de Ondernemingskamer heeft ingediend (kort gezegd stekkende tot ontheffing van de bij de beschikking van 18 maart 2014 benoemde onderzoekers).

1.8

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 2 juli 2015 hebben partijen hun standpunten ten aanzien van de thans ontstane situatie nader uiteengezet.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer heeft de hierna te vermelden persoon bereid gevonden om de functie van bestuurder op zich te nemen en zal thans deze persoon aanwijzen als bestuurder, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 18 maart 2014.

2.2

De Ondernemingskamer ziet voorts aanleiding om, mede gelet op hetgeen is overwogen in de beschikking van 5 juni 2015, op de voet van art. 2:357 lid 2 BW - hier analoog van toepassing - aan alle partijen op straffe van een dwangsom het verbod op te leggen om ongevraagd contact op te nemen met de tijdelijk bestuurder, tenzij door tussenkomst van hun advocaat.

3 De beslissing

wijst met ingang van heden aan als bestuurder van Leaderland TTM B.V., Leaderland TTM I B.V., Leaderland TTM II B.V. en Leaderland TTM III B.V., zoals bedoeld in de beschikking van 18 maart 2014: mr. J.C. Jaakke te Amsterdam;

verbiedt partijen om ongevraagd met de tijdelijke bestuurder contact op te nemen, tenzij door tussenkomst van hun advocaat, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 10.000 per overtreding met een maximum van € 1.000.000;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en, drs. P.R. Baart en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 22 juli 2015.