Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:3001

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-07-2015
Datum publicatie
22-07-2015
Zaaknummer
14/00670
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Het had belanghebbende redelijkerwijs kenbaar kunnen zijn dat sprake was van een koopzondag, zodat zij parkeerbelasting verschuldigd was.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 225, geldigheid: 2015-07-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2015-1880
V-N Vandaag 2015/1647
Belastingblad 2015/373
V-N 2015/52.21.21

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 14/00670

14 juli 2015

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer, de heffingsambtenaar,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 14/158 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is op 6 oktober 2013 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Haarlemmermeer opgelegd, ten bedrage van € 57,23 (€ 1,23 aan parkeerbelasting verhoogd met een bedrag van € 56 aan kosten ter zake van het opleggen van die naheffingsaanslag).

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak, gedagtekend 6 december 2013, de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 28 juli 2014 heeft de rechtbank als volgt beslist (in deze uitspraak van de rechtbank is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

“De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 3,70;

- gelast verweerder het betaalde griffierecht van € 44 aan eiseres te vergoeden.”

1.4.

Het tegen deze uitspraak door de heffingsambtenaar ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 8 september 2014, aangevuld bij brief van 1 oktober 2014. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2015. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

Het hof ziet aanleiding de feiten zelfstandig vast te stellen.

2.1.

Belanghebbende heeft op zondag 6 oktober 2013 een auto, [...]

(hierna: de auto), geparkeerd aan de Nieuweweg te Hoofddorp. Deze plek (hierna ook: de parkeerplaats) is nabij haar [plaats van werk] in Hoofddorp.

2.2.

De parkeerplaats is door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als een plaats waar op bepaalde tijdstippen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.

2.3.

Op de parkeerautomaat stond, voor zover van belang vermeld:

“betaald parkeren op

(…)

Koopzondagen: van 12.00 18.00 uur”.

2.4.

Omstreeks 14.24 uur (zondag 6 oktober 2013) constateerde de parkeercontroleur dat de auto op de parkeerplaats geparkeerd stond zonder dat daarvoor parkeerbelasting was voldaan en heeft vervolgens de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend; de heffingsambtenaar bevestigend.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal.

4 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

4.1.

De rechtbank heeft met betrekking tot het geschil het volgende overwogen:

“3. Tussen partijen is niet in geschil dat ten tijde van het parkeren op de Nieuweweg te Hoofddorp parkeerbelasting was verschuldigd, omdat het een koopzondag was, en dat eiseres deze niet heeft voldaan. Evenmin is in geschil dat het door middel van informatie op de bebording en de parkeerapparatuur voldoende kenbaar is gemaakt dat op koopzondagen tussen 12.00 uur en 18.00 uur parkeerbelasting is verschuldigd. Tussen partijen is in geschil of het voldoende kenbaar was dat het een koopzondag was.

4. De rechtbank overweegt dat van een parkeerder mag worden verwacht dat hij, alvorens over te gaan tot parkeren, redelijke inspanningen pleegt om zich op de hoogte te stellen van de plaatselijke parkeervoorschriften. Hier staat tegenover dat verweerder de verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd parkeren van een voertuig zodanig kenbaar dient te maken, dat redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan omtrent de verschuldigdheid daarvan.

5. Eiseres voert aan dat het haar niet bekend was dat 6 oktober 2013 koopzondag was. Op de straat stonden geen auto’s geparkeerd en alle winkels die zij kon zien waren gesloten. Daarnaast heeft zij bij een omstander geïnformeerd of hij misschien wist of het koopzondag was en die antwoordde (zo is ter zitting gebleken) dat dat niet het geval was. Voorts stelt eiseres dat de informatie op de parkeermeter die zij heeft geraadpleegd misleidend is, omdat daarop staat dat sprake is van betaald parkeren op koopzondag, terwijl elke zondag een koopzondag is. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij geen huis-aan-huis bladen ontvangt, omdat zij een nee/nee sticker heeft, en dat [haar plaats van werk] in Hoofddorp, waar zij die dag was, geen brievenbus heeft.

6. Verweerder stelt dat het voor eiseres voldoende kenbaar was dat er sprake was van een koopzondag. Op koopzondagen staan altijd veel geparkeerde auto’s en de meeste winkels zijn open en voorts kan een parkeerder zich op de hoogte stellen van de plaatselijke situatie door de website van de gemeente te raadplegen en wordt bovendien in de huis-aan-huis bladen bijna wekelijks aangegeven dat in het centrum van Hoofddorp iedere zondag koopzondag is.

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met hetgeen is aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat het voor eiseres voldoende kenbaar was dat op zondag 6 oktober 2013 parkeerbelasting was verschuldigd. Verweerder heeft erkend dat op de parkeerautomaat staat vermeld dat op koopzondagen betaald parkeren geldt, maar dat ter plaatse niet te zien was op een bord of op de parkeermeter dat iedere zondag een koopzondag was. De rechtbank overweegt dat op eiseres weliswaar de verplichting rust om zich ervan te vergewissen of zij voor het parkeren parkeerbelasting is verschuldigd, maar de feitelijke kenbaarheid dat sprake is van een koopzondag kan voor een parkeerder beperkt zijn doordat die parkeert voordat de winkels opengaan of doordat niet alle winkels in het betrokken gebied meedoen aan een koopzondag, zodat dit niet op te maken valt uit de aanwezigheid van geparkeerde auto’s, geopende winkels en winkelend publiek. Nu eiseres ter zitting heeft verklaard dat zij voor 12:00 uur heeft geparkeerd, kan de rechtbank verweerders stelling dat het aldus voor haar voldoende kenbaar was dat het koopzondag was niet volgen. Naar het oordeel van de rechtbank voert de onderzoeksplicht van eiseres niet zo ver dat zij gehouden is om voor haar vertrek naar de gemeente Hoofddorp de gemeentelijke website te raadplegen of onderzoek te doen naar publicaties in huis-aan-huis bladen. Dat sprake is van een koopzondag moet naar het oordeel van de rechtbank namelijk ook ter plaatse kenbaar zijn. De stelling van verweerder dat de publicatie in het huis-aan-huis blad van 10 april 2013 dat alle winkels in de Haarlemmermeer per 1 april op alle zondagen open mogen zijn van 12.00 tot 18.00 uur voldoende is om de kenbaarheid van een koopzondag te veronderstellen kan hem evenmin baten. Die publicatie betekent niet meer dan dat het besluit dat alle zondagen koopzondagen zijn rechtsgeldig bekend is gemaakt. Nu deze informatie ter plaatste ontbreekt, staat ook hiermee de feitelijke kenbaarheid dat sprake is van een koopzondag niet vast.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep gegrond is.

Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht gesteld op € 3,70 reiskosten op basis van openbaar vervoer.”

4.2.

Ingevolge artikel 9 van de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2013 (hierna: de Verordening), geschiedt de aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit (hierna: het aanwijzingsbesluit).

Ook ter plaatse dient voldoende duidelijk te zijn dat voor het parkeren dient te worden betaald door middel van het in werking stellen van een parkeerautomaat (HR 22 november 1995, nr. 30 141, ECLI:NL:HR:1995:AA3126).

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende ten tijde van de controle geen parkeerbelasting heeft voldaan. Evenmin is in geschil dat (nu het een koopzondag was) op grond van de verordening en het aanwijzingsbesluit sprake was van een plaats waarvoor op dat tijdstip parkeerbelasting verschuldigd was. Het geschil beperkt zich tot het antwoord op de vraag of de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor belanghebbende voldoende kenbaar was.

4.4.

Belanghebbende voert in dat verband aan dat de informatie op de parkeerautomaat onvolledig en misleidend is. Volgens belanghebbende heeft men in Hoofddorp van iedere zondag een koopzondag gemaakt terwijl de informatie op de parkeermeter impliceert dat er ook niet-koopzondagen zouden moeten bestaan. Er had dus gewoon zondag op de parkeermeter moeten staan, aldus belanghebbende.

4.5.

De heffingsambtenaar erkent dat de winkels in Hoofddorp per 1 april 2013 op alle zondagen open mogen zijn, hetgeen meebrengt dat iedere zondag als koopzondag dient te worden aangemerkt. Hij stelt zich op het standpunt dat belanghebbende nader onderzoek had moeten doen. Hij wijst er in dat verband op dat uit de informatie op de parkeerautomaat niet kon worden afgeleid dat op de bewuste zondag geen parkeerbelasting verschuldigd was. Dit had voor belanghebbende aanleiding moeten zijn om extra alert te zijn en nader onderzoek te doen.

4.6.

Naar het oordeel van het Hof was objectief bezien voldoende duidelijk dat voor het parkeren op de bewuste zondag diende te worden betaald en had dit ook voor belanghebbende voldoende duidelijk kunnen zijn.

Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat (naar niet in geschil is) belanghebbende de onder 2.3 gememoreerde informatie op de parkeermeter heeft gezien en zij zich derhalve ervan bewust was dat zij parkeerde op een locatie waar – in ieder geval op sommige zondagen – parkeerbelasting verschuldigd was. De informatie op de parkeerautomaat hield weliswaar op zichzelf beschouwd de mogelijkheid open dat niet op alle zondagen behoefde te worden betaald maar gaf evenmin aanleiding tot de conclusie dat voor het parkeren op de onderhavige zondag(middag) geen belasting verschuldigd was. Naar het oordeel van het Hof had belanghebbende daarom rekening moeten houden met de mogelijkheid dat belasting verschuldigd was en lag het op haar weg om bij twijfel nader onderzoek naar de belastingplicht te doen.

4.7.

Onderzoek naar de belastingplicht had belanghebbende bijvoorbeeld kunnen doen door de parkeermeter in werking te stellen. De heffingsambtenaar heeft ter zitting van het Hof, onbetwist gesteld, dat “Bij het inwerpen van geld telden die automaten door”. Alsdan zou haar zijn gebleken dat op de bewuste zondag parkeerbelasting verschuldigd was. Daarnaast was de informatie over de koopzondagen, zoals onbetwist door de heffingsambtenaar is gesteld, gepubliceerd in een huis-aan-huis blad en op de gemeentelijke website. Ook in deze bronnen had belanghebbende nadere informatie kunnen vinden. Dat belanghebbende, zoals zij stelt, ter plekke aan een voorbijganger zou hebben gevraagd of sprake was van een koopzondag en die bewuste voorbijganger zou hebben verklaard dat het die zondag geen koopzondag was maakt niet dat zij daarmee voldoende aan voornoemde (nadere) onderzoeksplicht heeft voldaan. Het op deze wijze verkrijgen van informatie (het Hof gaat er daarbij – veronderstellenderwijs – vanuit dat deze informatie is verstrekt op de door belanghebbende beschreven wijze) herbergt te veel het risico is zich dat de verschafte informatie niet correct is.

4.8.

Nu het belanghebbende redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn dat zij parkeerbelasting verschuldigd was en betaling daarvan ten tijde van de controle niet had plaatsgevonden, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht opgelegd.

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond is en de uitspraak van de rechtbank vernietigd dient te worden. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, zal het Hof het beroep ongegrond verklaren.

5 Kosten

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 in verbinding met artikel 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het Hof geen termen aanwezig.

6 Beslissing

Het Hof:

  • -

    vernietigt de uitspaak van de rechtbank;

  • -

    verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak is gedaan door mrs. M.J. Leijdekker, voorzitter, F.J.P.M. Haas en C.J. Hummel, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Hogendoorn als griffier. De beslissing is op 14 juli 2015 in het openbaar uitgesproken.

Bij verhindering van de voorzitter is deze uitspraak getekend door de oudste raadsheer.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.