Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:285

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2015
Datum publicatie
24-03-2015
Zaaknummer
200.137.535/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enqueterecht; ontheffing bestuurder; benoeming bestuurder; partijen moeten eerst zekerheid stellen voor kosten en salaris bestuurder.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 349a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2014/784
ARO 2015/46
AR 2015/403
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.137.535/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 3 februari 2015

inzake:

[verzoeker],

wonende te Amsterdam,

VERZOEKER,

advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM I B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM II B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM III B.V.,

allen gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS,

advocaten: voorheen mrs. E.M. Soerjatin en M.C. Leijten, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1 [belanghebbende sub 1],

wonend te Poesjkin, Russisiche Federatie,

2. [belanghebbende sub 2],

wonende te Sint Petersburg, Russische Federatie,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

3 [belanghebbende sub 3],

wonende te Sint Pietersburg, Russische Federatie,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere personen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoeker als [verzoeker];

  • -

    verweersters 1 tot en met 4 ieder afzonderlijk als respectievelijk Leaderland TTM, Leaderland I, Leaderland II en Leaderland III en gezamenlijk als Leaderland c.s.;

  • -

    belanghebbende 1 als [belanghebbende sub 1] ;

  • -

    belanghebbende 2 als [belanghebbende sub 2];

  • -

    belanghebbende 3 als [belanghebbende sub 3].

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 maart 2014 en 11 en 24 juli 2014. Bij haar beschikking van 18 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer onder andere:

- een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode vanaf 1 oktober 2012;

- Mr. F.D. Stibbe te Amsterdam en drs. N. van der Noll te Oosthuizen benoemd tot onderzoekers;

- het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 80.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

- bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Leaderland c.s., en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoekers voor de aanvang van hun werkzaamheden zekerheid dienen te stellen;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [belanghebbende sub 2] geschorst als bestuurder van Leaderland c.s.;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding Van Haaren, benoemd tot bestuurder van Leaderland c.s. en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Leaderland c.s. te vertegenwoordigen;

- bepaald dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Leaderland c.s. en dat Leaderland c.s. voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

- bepaald vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen die [belanghebbende sub 1], [belanghebbende sub 3] en [verzoeker] houden in Leaderland c.s. met ingang van 18 maart 2014 ten titel van beheer zijn overgedragen aan Hammerstein;

- bepaald dat het salaris en de kosten van deze beheerder van aandelen ten laste komen van Leaderland c.s. en dat Leaderland c.s. voor de betaling daarvan ten genoege van de beheerder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden.

1.3

Bij haar beschikking van 11 juli 2014 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van Leaderland c.s. onder meer [belanghebbende sub 1] bevolen om binnen een week na betekening van de beschikking de volledige administratie (als bedoeld in art. 2: 10 BW) van Leaderland c.s. vanaf 1 januari 2012 te doen toekomen aan Van Haaren op een door Van Haaren te bepalen wijze en plaats op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag met een maximum van € 10.000.000. Voorts heeft zij bij die beschikking verzoeken van [verzoeker], [belanghebbende sub 3] en [belanghebbende sub 1] afgewezen en de beslissing op verzoeken van Van Haaren en Hammerstein tot ontheffing uit de functies van bestuurder respectievelijk beheerder aangehouden.

1.4

Bij haar beschikking van 24 juli 2014 heeft de Ondernemingskamer een hier verder niet ter zake doende kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv in haar beschikking van 11 juli 2014 verbeterd.

1.5

Bij haar beschikking van 5 december 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang:

- zich ten aanzien van het verzoek van Leaderland c.s. om de hoogte van de door [belanghebbende sub 1] aan Leaderland verbeurde dwangsommen definitief vast te stellen op € 890.000, subsidiair op andere in het verzoekschrift aangeduide bedragen, onbevoegd verklaard;

- het verzoek van [belanghebbende sub 1] om Van Haaren te ontslaan, subsidiair te schorsen en meer subsidiair Van Haaren de in het verzoekschrift aangeduide opdrachten te geven, afgewezen; en

- het zelfstandig tegenverzoek van [belanghebbende sub 1] tot opheffing dan wel vermindering van dwangsommen afgewezen en zich onbevoegd verklaard voor zover hij verzocht vast te stellen dat hij aan de hoofdvordering heeft voldaan dan wel dat geen dwangsommen zijn verbeurd.

1.6

Bij haar beschikking van 15 december 2015 heeft de Ondernemingskamer Van Haaren-Van Duijn ontheven uit de functie van bestuurder van Leaderland TTM B.V. c.s. en Hammerstein, die bereid was voor beperkte tijd als bestuurder op te treden, aangewezen als bestuurder van Leaderland TTM B.V. c.s. Voorts heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om voorstellen te doen voor een volgende bestuurder.

1.7

Bij brief van 16 december 2015 heeft mr. Peters namens [verzoeker] aangevoerd dat hij twee mogelijkheden ziet voor het tijdelijk bestuur van Leaderland TTM B.V. c.s.:

a. [verzoeker] wordt tezamen met Hammerstein benoemd als bestuurder, of

b. Hammerstein blijft tijdelijk bestuurder totdat het onderzoek is afgerond en in de volgende fase door de Ondernemingskamer definitieve voorzieningen zullen zijn getroffen.

Mr. Peters heeft voorst naar voren gebracht dat hij problemen voorziet met de financiering indien een ander persoon dan voornoemde personen zal wordt aangewezen.

1.8

Bij brief van 16 december 2014 heeft mr. Kamstra namens [belanghebbende sub 1] de Ondernemingskamer bericht dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een nieuw te benoemen tijdelijk bestuurder. [belanghebbende sub 1] heeft de Ondernemingskamer voorts primair verzocht om de getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen zodat [belanghebbende sub 2] weer als bestuurder kan aantreden en subsidiair verzocht te bepalen dat het bestuur tijdelijk bij de aandeelhouders gezamenlijk komt te berusten. Tenslotte heeft [belanghebbende sub 1] [X] voorgedragen als tijdelijk bestuurder.

1.9

Mr. Meijer heeft Ondernemingskamer bij emailbericht van 16 december 2014 laten weten de verzoeken van [belanghebbende sub 1] te ondersteunen.

2 De gronden van de beslissing

2.1.

De Ondernemingskamer stelt vast dat partijen geen gezamenlijk voorstel hebben gedaan voor een tijdelijk bestuurder.

2.2

Gelet op de omstandigheid dat de huidige bestuurder van Leaderland TTM B.V. c.s. slechts voor beperkte tijd beschikbaar is, zal de Ondernemingskamer mr. Hammerstein overeenkomstig diens wens met onmiddellijke ingang als bestuurder ontheffen en de hierna te vermelden persoon aanwijzen als bestuurder van Leaderland TTM B.V. c.s. Aangezien de financiering van het salaris en kosten van de bestuurder al meermalen problemen heeft opgeleverd, zal de Ondernemingskamer bepalen dat de aanwijzing van de bestuurder pas van kracht wordt vanaf het moment dat naar het oordeel van de beoogd bestuurder voldoende financiële zekerheid is gesteld. Partijen krijgen tot drie weken na heden de gelegenheid om voor adequate financiële zekerheid zorg te dragen. Indien zij daarin niet slagen, zal de Ondernemingskamer in beginsel de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

ontheft mr. E. Hammerstein te Amsterdam uit de functie van bestuurder van Leaderland TTM B.V., Leaderland TTM I B.V., Leaderland TTM II B.V. en Leaderland TTM III B.V. , alle gevestigd te Hilversum;

wijst met ingang van na te melden tijdstip aan als bestuurder van Leaderland TTM B.V., Leaderland TTM I B.V., Leaderland TTM II B.V. en Leaderland TTM III B.V., zoals bedoeld in de beschikking van 18 maart 2014: mr. W.G. van Hassel te Numansdorp;

de aanwijzing van de bestuurder wordt van kracht vanaf het tijdstip dat naar het oordeel van mr. Van Hassel voornoemd voldoende financiële zekerheid voor zijn salaris en kosten is gesteld, het een en ander zoals overwogen in rechtsoverweging 2.2;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en, drs. P.R. Baart en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 3 februari 2015.