Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:2362

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-06-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
23-000475-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een (doorgeladen) pistoolmitrailleur en witwassen. Het hof verwerpt het verweer dat de aanhouding van de verdachte op onrechtmatige wijze is geschied. Bewijsmiddelen opgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000475-15

datum uitspraak: 11 juni 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-702887-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

adres: [adres],

thans gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 mei 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 27 september 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, te weten een omgebouwde en/of doorgeladen pistoolmitrailleur, merk Glock, model 19, en/of munitie van categorie III, te weten 14 patronen, 9 mm x 19, merk Geco, voorhanden heeft gehad;

2:
hij in of omstreeks 27 september 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van 9200 euro en 1074,20 euro, althans (een) (groot) geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemde geldbedrag(en) was en/of voornoemde geldbedragen voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet althans van voornoemd(e) geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

De rechtmatigheid van de aanhouding van de verdachte

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de aanhouding van de verdachte op onrechtmatige wijze is geschied. Primair is de aanhouding onrechtmatig omdat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte een van de zeven mannen was die in twee Audi’s stapten tegen wie een aanhoudingsbevel was afgegeven, subsidiair omdat er op dat moment geen – geconcretiseerd en individueel – redelijk vermoeden van schuld bestond jegens de verdachte. Hetgeen als rechtstreeks gevolg van die onrechtmatige aanhouding is verkregen dient derhalve van het bewijs te worden uitgesloten en de verdachte dient integraal te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 27 januari 2014 zoals opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 01-04) blijkt dat er in 2013 en begin 2014 meldingen zijn geweest van handel in en gebruik van harddrugs en/of softdrugs in koffiehuis [naam koffiehuis] aan de [straatnaam 1] in Amsterdam. Bij een onderzoek in het koffiehuis zijn in oktober 2013 een hennepvermaler, papertips en een grote zak met vloei voor joints aangetroffen. Verder blijkt uit het betreffende proces-verbaal van bevindingen dat bezoekers van het koffiehuis geregeld de openbare orde verstoren en dat veel van hen deel uitmaken van de zogeheten “Top-600 aanpak”.

Op 27 september 2014 heeft mede op basis van voornoemde omstandigheden vanaf 14.00 uur een observatie plaatsgevonden op het koffiehuis (proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2014, zoals opgemaakt door de observerende verbalisant [verbalisant 2], doorgenummerde pagina’s 05-11). Waargenomen is dat meerdere personen het koffiehuis enkele minuten na binnenkomst weer uitkwamen en vertrokken. Tot vijf keer toe liepen zij met een plastic tas naar binnen om vervolgens zonder tas te vertrekken op scooters waar zij niet mee waren gearriveerd. Verbalisant rook een geur die hij ambtshalve herkende als die van hennep. Gedurende de observatie is bij het koffiehuis tot drie keer toe iemand gezien met een doorzichtig gripzakje met een bruine substantie erin en zijn in totaal negen personen waargenomen met een joint in de hand, in of buiten het koffiehuis.

Om 18.20 uur was een aantal mannen buiten met elkaar in gesprek voor de ingang van het koffiehuis. Zeven van hen, waarvan in elk geval twee personen eerder waren waargenomen met een joint in de hand of een gripzakje met bruine substantie bij zich en waarvan in elk geval enkelen in het koffiehuis waren geweest, stapten vervolgens om 18.55 uur in twee auto’s van het merk Audi en zijn weg gereden. De kentekens van de auto’s zijn genoteerd. Nadat de officier van justitie bevel tot aanhouding van de inzittenden van de Audi’s had gegeven is een van de twee Audi’s omstreeks 19.13 uur op de [straatnaam 2] te Amsterdam staande gehouden (processen-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina’s 11, 12, 16-18). De [straatnaam 2] bevindt zich in de nabijheid van het koffiehuis. De vier inzittenden van deze auto zijn vervolgens aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. De verdachte bevond zich als bestuurder in deze auto en bleek na zijn aanhouding een doorgeladen vuurwapen alsmede een aanzienlijk geldbedrag in een heuptasje bij zich te dragen.

Een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit kan onder omstandigheden ontstaan ten aanzien van een groep personen, zonder dat die verdenking kan worden geïndividualiseerd. Voor zover de raadsman aan zijn verweer ten grondslag heeft gelegd dat sprake moet zijn van een geconcretiseerde, individuele verdenking, faalt het reeds om die reden. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de verdachte geen deel uitmaakte van de personen die bij het koffiehuis in de auto’s zijn gestapt, dan wel ook ten aanzien van die personen onvoldoende redelijk vermoeden van schuld bestond, verwerpt het hof dat verweer eveneens en overweegt het daartoe als volgt.

Op basis van de hiervoor omschreven feiten en omstandigheden, in hun onderling verband en samenhang bezien, bestond er jegens de groep personen die zich voor het koffiehuis bevond en vervolgens in twee auto’s wegreed een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. Het tijdsbestek tussen het vertrek van de auto’s bij het koffiehuis en het staande houden van de auto waarin de verdachte zich bevond was dusdanig kort - en de afstand tussen de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] dusdanig klein - dat mocht worden aangenomen dat de personen in de auto deel uitmaakten van de groep die even daarvoor bij het koffiehuis was vertrokken. Daarmee was ook jegens de personen die in de twee auto’s zijn aangetroffen, en derhalve ook jegens de verdachte, sprake van een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van een strafbaar feit, te weten overtreding van artikel 3 van de Opiumwet, zodat het verweer ook om die reden faalt.

Ten overvloede stelt het hof vast dat de observerende verbalisant blijkens zijn proces-verbaal van bevindingen van 8 oktober 2014 (doorgenummerde pagina’s 69-70) de verdachte aan de hand van foto’s die bij de aanhouding van de verdachte zijn gemaakt, heeft herkend als een van de personen die hij even daarvoor voor het koffiehuis heeft gezien. Het hof heeft geen aanleiding om aan deze gerelateerde bevindingen van de verbalisant te twijfelen.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Het hof is van oordeel dat op basis van de hieronder vermelde bewijsmiddelen kan worden gekomen tot een bewezenverklaring van het witwassen van de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en overweegt daartoe als volgt.

De verdachte is op 27 september 2014 aangehouden en heeft aan de betrokken opsporingsambtenaren een schoudertasje overhandigd waarin onder meer in een kleine plastic tas een geldbedrag van € 9.200,00 is aangetroffen. Dit geldbedrag was gebundeld in twee bundels bevattende coupures van € 50,-- en werd bijeengehouden door middel van elastiekjes. In de broekzak van de verdachte is voorts een contant geldbedrag van € 1.704,20 aangetroffen. Deze coupures waren dubbelgevouwen. In de schoudertas waarin het geldbedrag van € 9.200,00 is aangetroffen, is tevens een doorgeladen pistoolmitrailleur aangetroffen.

De verdachte heeft geen aannemelijke of verifieerbare verklaring gegeven voor de herkomst van de aangetroffen geldbedragen. Dat de bedragen geheel of gedeeltelijk zijn verdiend met kaarten of dobbelen en met vechtsport, zoals de raadsman heeft gesteld, is onvoldoende onderbouwd en daarmee onaannemelijk. Gelet op het onderzoek naar zijn financiële situatie (bewijsmiddel 5) stelt het hof voorts vast dat de verdachte niet beschikte of heeft beschikt over legale inkomsten die het voorhanden hebben van een dergelijk groot geldbedrag verklaren.

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden komt het hof tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dat wist.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 27 september 2014 te Amsterdam een wapen van categorie II, te weten een doorgeladen pistoolmitrailleur, merk Glock, model 19, en munitie van categorie III, te weten 14 patronen, 9 mm x 19, merk Geco, voorhanden heeft gehad;

2:
hij op 27 september 2014 te Amsterdam, voorwerpen, te weten geldbedragen van 9200 euro en 1074,20 euro, voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 1 en 2:

1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 20142371 87-48 van 27 september 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3], [verbalisant 4], [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (pag. 12-14).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisanten voornoemd, zakelijk weergegeven:

Op 27 september 2014 bevonden wij ons belast met een speciale opdracht ten behoeve van een controle van het Horeca Interventie Team op koffiehuis [naam koffiehuis], [straatnaam 1] te Amsterdam. Wij kregen portofonisch door dat twee voertuigen vertrokken bij koffiehuis [naam koffiehuis] en dat deze werden staande gehouden door twee collega’s. Ter plaatse liepen wij richting de auto voorzien van kenteken [kentekennummer]. Wij zagen dat in dit voertuig vier personen zaten. Omstreeks 19.15 uur hoorde verbalisant [verbalisant 6] dat op last van de officier van justitie alle vier de mannen uit de Audi konden worden aangehouden op last van artikel 3 van de Opiumwet. Op de bestuurderstoel zat een man. De man bleek later te zijn genaamd [verdachte], geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats]. Ik heb [verdachte] uit het voertuig laten stappen en

op last van de officier van justitie aangehouden ter zake artikel 3 van de Opiumwet. Ik vroeg [verdachte] of hij scherpe voorwerpen of andere wapens bij zich droeg. Hierop gaf [verdachte] mij zijn zwarte schoudertasje. Ik hoorde hem zeggen: “Ik heb een wapen bij mij, voor mijn eigen veiligheid”. In zijn broekzak trof ik geld aan. Ik zag dat er een vuurwapen in het schoudertasje zat. Tevens zat er geld in zijn schoudertasje.

2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2014237187-40 van 29 september 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 4] (pag. 16-18).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisanten, dan wel één van hen, voornoemd, zakelijk weergegeven:

Op 27 september 2014 te 19.10 uur bevond ik mij belast met gerichte controle van het Horeca

Interventie Team op de Haarlemmerweg. Ik hoorde dat de kentekenplaten van twee voertuigen werden doorgegeven die in verband met overtreding van de Opiumwet staande gehouden diende te worden. Het voertuig zou komen uit de richting van de [straatnaam 1]. Ik heb mij richting de opgegeven locatie begeven en zag een zilveren Audi A4 met kenteken [kentekennummer] de van Hogendorpstraat in rijden met daarachter een blauwe Audi. Ik zag dat beide voertuigen uit de richting van het van Limburg Stirumplein kwamen. Ik heb de bestuurder van de grijze Audi A4 gesommeerd aan de [straatnaam 2] te parkeren. De bestuurder bleek [verdachte] te zijn. Wij zagen dat [verdachte] een zwarte schoudertas droeg. Vervolgens onderwierp verbalisant Jozefzoon [verdachte] aan een veiligheidsfouillering. Wij hoorden dat [verdachte] verklaarde dat er een vuurwapen in het tasje zat. Verbalisant [verbalisant 7] hoorde dat [verdachte] zei: “Kijk uit! Hij is doorgeladen, straks schiet je in jouw been”. [verbalisant 7] zag dat er een zwart op vuurwapen gelijkend voorwerp in de schoudertas zat en dat er een veelvoud van vijftig euro biljetten in de schoudertas zat. Het vuurwapen en het contante geld zijn in beslag genomen.

3. Een geschrift, te weten een kopie van een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2014237187-89 van 3 oktober 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (pag. 72):

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant voornoemd, zakelijk

weergegeven:

Tijdens de veiligheidsfouillering zag ik dat [verdachte] een zwarte schoudertas bij zich droeg. Tijdens een onderzoek van de inhoud van de schoudertas bleek de inhoud van de schoudertas als volgt te zijn:

- vuurwapen van het merk Glock, type 19

- een kleine plastic tas, wit/rood van kleur met als inhoud: twee maal (gebonden door middel van een elastiek) een veelvoud van vijftig euro biljetten.

In de rechterbroekzak van [verdachte] trof ik een totaal bedrag aan van 1.074,20 euro. Het bedrag bestond grotendeels uit een veelvoud van 50,00 euro biljetten en was dubbel gevouwen.

Ten aanzien van feit 1:

4. Een geschrift, te weten een kopie van een proces-verbaal van wapenonderzoek met nummer 2014237187 van 14 oktober 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (pag. 93-101).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant voornoemd, zakelijk weergegeven:

Tijdens het opsporingsonderzoek is een personenauto Audi, kenteken [kentekennummer], in beslag genomen. Als bestuurder werd in dit voertuig aangetroffen een verdachte die later bleek te zijn: [verdachte]. Verdachte [verdachte] droeg een zwart heuptasje en vertelde naar de inhoud gevraagd: “Er zit een vuurwapen in”.

Staat aantreffen vuurwapen

Bij het veiligstellen werd zowel in de kamer als in het patroonmagazijn munitie aangetroffen. Het pistool was doorgeladen en voor onmiddellijk gebruik gereed.

Voorwerp: pistool

Merk: Glock

Model: 19

Kaliber: 9mm x 19 (synoniem 9mm Luger).

Het is een origineel Glock pistool bestemd om semi-automatisch te schieten. Op de achterzijde van de slede is een blokje gemonteerd met een omzetinrichting. Middels deze omzetinrichting is het mogelijk de vuurregelaar dusdanig te manipuleren waardoor het Glock pistool automatisch kan schieten. Middels het aanbrengen van dit blokje is het pistool getransformeerd tot een pistoolmitrailleur, bestemd om zowel semi-automatisch als automatisch af te vuren. Deze pistoolmitrailleur is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3e, gelet op artikel 2 lid 1, categorie II onder 2e van de Wet wapens en munitie.

Onder verdachte is tevens munitie aangetroffen.

Voorwerp: munitie

Kaliber: 9 mm x 19 (synoniem 9 mm Luger)

Aantal: 14 (inclusief patroon in de kamer)

Merk: Geco

Bodemstempel: Geco 9 mm Luger.

Deze patronen zijn qua kaliber geschikt om verschoten te worden met het in beslag genomen pistool merk Glock model 19 in het kaliber 9mm x 19. Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4e, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 2:

5. Een geschrift, te weten een kopie van een aanvullend proces-verbaal van relaas zaaksdossier 01 met nummer 2014237187 van 30 december 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (pag. R14-R21):

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring verbalisant voornoemd, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van de aanhouding van [verdachte] is er een onderzoek gestart ter zake artikel 420bis. In de fouillering van [verdachte] bevond zich een pinpas met daarop zijn naam en rekeningnummer:

[rekeningnummer]. Middels een 126nd vordering werden de historische gegevens opgevraagd

van de genoemde rekening bij de ING bank. De gegevens werden opgevraagd van 01-01-2014 tot 07-

10-2014. Op de bankgegevens werd gezien dat [verdachte] inkomsten had bij een bedrijf genaamd [bedrijfsnaam]. Dit betreft een schoonmaak bedrijf. Middels een 126nd zijn de vastgelegde historische gegevens

opgevraagd. Hieruit bleek dat [verdachte] sinds 17-01-2012 werkzaam is geweest als schoonmaker. In juni

2014 heeft hij een brief gestuurd met daarin zijn ontslag. In 2014 bedroeg zijn netto loon 12.164.55 euro.

Uit de verstrekte gegevens van de Belastingdienst bleek dat het eindsaldo op bovengenoemde rekening in 2012 12 euro bedroeg. In 2013 was dit 2001, - euro.

De loongegevens waren:

• 2012 loon 19066, - euro

• 2013 loon 15980, - euro

Binnen de opgevraagde periode was alleen werkgever [bedrijfsnaam] bekend. Bij DWI zijn geen gegevens bekend van [verdachte]. Het laatste geregistreerde bezoek bij Holland Casino vond plaats op 16-02-2013. [verdachte] maakte gebruik van een zogenaamde introducékaart.

Uit de bankgegevens bleek dat [verdachte] in de genoemde periode (01-01-2014 – 07-10-2014) € 9.320,-- contant opneemt. Hij doet dit in 19 opnames. Daarnaast is aan variabele kosten een bedrag van € 4.145.21 betaald. Dit is onder meer uitgegeven aan kleding, boodschappen en speelgoed. Er worden geen vaste lasten afgeschreven behalve betalingen aan UPC.

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde is niet aannemelijk geworden dat de geldbedragen die de verdachte voorhanden heeft gehad onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, zodat het risico van dubbele strafbaarheid niet aan de orde is en het feit kan worden gekwalificeerd zoals hieronder vermeld.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

witwassen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een pistoolmitrailleur en een hoeveelheid patronen. Uit het opgemaakte proces-verbaal van het wapenonderzoek volgt dat de pistoolmitrailleur doorgeladen was. Het vuurwapen werd door de verdachte bovendien in het openbaar gedragen. Deze omstandigheden getuigen van zeer onverantwoordelijk handelen. Vuurwapens worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vormen een enorm gevaar en een aanzienlijke bedreiging voor de samenleving. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van vuurwapens in de openbare ruimte voor grote maatschappelijke onrust. De omstandigheid dat de verdachte zich met een doorgeladen pistoolmitrailleur op straat heeft begeven, weegt het hof daarom in strafverzwarende zin mee en rechtvaardigt naar het oordeel van het hof een straf die uitgaat boven de door de rechtbank opgelegde straf. Hetgeen de raadsman daar tegenin heeft gebracht brengt het hof niet tot een ander oordeel, nu het hof gelet op het feit dat sprake was van een tot een pistoolmitrailleur omgebouwd wapen uitgaat van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van Voorzitters van Strafsectoren ten aanzien van pistoolmitrailleurs en deze oriëntatiepunten ruimte laten voor strafverzwarende factoren zoals hiervoor omschreven. Dat het wapen ten tijde van de aanhouding niet in de automatische stand stond, zoals de raadsman heeft aangevoerd, doet daaraan niet af.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt dan ook afgewezen, nu het hof de verdenking, ernstige bezwaren en gronden die tot de voorlopige hechtenis hebben geleid nog onverkort aanwezig acht en de situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv. zich niet voordoet.

Met betrekking tot het bewezen verklaarde witwassen is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf, gezien de rechtspraak en de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van Voorzitters van Strafsectoren (LOVS). Het witwassen van crimineel geld werkt het voortbestaan van verschillende vormen van criminaliteit in de hand.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 19 mei 2015 is de verdachte eerder ter zake van de Wet Wapens en Munitie onherroepelijk veroordeeld. Dit weegt het hof echter vanwege het lange tijdsverloop sindsdien niet in het nadeel van de verdachte mee.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

De hierna als zodanig te melden in beslag genomen geldbedragen, die aan de verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurdverklaard en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezen verklaarde met betrekking tot die geldbedragen is begaan. Het hof zal de teruggave gelasten van de overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

# 1 4838589 Geld Euro 20x50 3x20 2x5 muntgld 4.20 totale waarde 1074,20.

# 2 4838597 Geld Euro 80x50 104x50 in zwarte schoudertas totale waarde 9200,00.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

# 3 4838579 1.00 STK Sleutel Kl: zwart, VOLKSWAGEN

# 4 4838564 1.00 STK Zaktelefoon Kl: zwart, BLACKBERRY

# 5 4838574 1.00 STK Zaktelefoon Kl: zwart, NOKIA

# 6 4841260 1.00 STK Tas Kl: zwart GUCCI.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. D. Radder en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 juni 2015.

Mr. D. Radder is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

.