Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:2280

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
16-06-2015
Zaaknummer
23-004964-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grootschalige verduistering in dienstbetrekking van overheidsgelden bestemd voor de financiële ondersteuning van kunstenaars en van kunstprojecten.

Bespreking en verwerping (op feitelijke gronden) van een gevoerd verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging in verband met psychische overmacht.

Gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden.

Toewijzing vordering van de benadeelde partij + oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Toepassing liquidatietarief bij bepalen van de hoogte van vergoeding kosten rechtsbijstand benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004964-10

datum uitspraak: 16 juni 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-520025-09 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 januari 2012, 20 januari 2012, 6 maart 2012, 18 september 2012, 29 oktober 2012, 4 december 2012, 9 september 2013, 24 september 2013, 18 december 2013, 10 juli 2014, 1 juni 2015 en 2 juni 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

2 Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:


1.

hij in om omstreeks de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 02 maart 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en), te weten in elk geval een bedrag van (ongeveer) € 15.856.990,02 dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (hierna de Stichting Fonds BKVB), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededader(s), welk(e) geldbedrag(en) verdachte telkens uit hoofde van zijn dienstbetrekking (als Hoofd Financiële Zaken) bij de Stichting Fonds BKVB onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (onder meer) de navolgende betalingen verricht en/of overboekingen gedaan, te weten:

Zaakdossier 1 (Limburg):

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- op of omstreeks 09 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 1.000.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende twintig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [xx.xx.xx.]484 ten name van [begunstigde 1] en/of

- op of omstreeks 09 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 1.000.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende twintig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [xx.xx.xx.]338 ten name van de [begunstigde 2] en/of

Zaakdossier 2 (Oostenrijk):

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING) en/of vanaf rekeningnummer [xxxxx] (Ministerie van Financiën):

- op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 2.050.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende eenenveertig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekening nummer [ATxxxxxxxxxxxxxxx933] ten name van [begunstigde 3] en/of

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- op of omstreeks 25 februari 2009 en/of 26 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 6.000.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende eenhonderdentwintig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 ter attentie van [begunstigde 4] en/of

- op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 2.100.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende tweeënveertig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 ter attentie van [begunstigde 5] en/of

Zaakdossier 3 (Thailand):

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- in of omstreeks de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 451.829,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 352.950,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2] en/of

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- in of omstreeks de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 93.088,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 97.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2] en/of

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING) en/of rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO)

- in of omstreeks de periode vanaf 07 januari 2009 tot en met 18 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 207.532,02, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en) betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]040 ten name van verdachte en/of

Zaakdossier 4 (Estland):

in of omstreeks de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 1.650.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en), te weten

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- op of omstreeks 19 februari 2009 twee overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 en/of op of omstreeks 26 februari 2009 drie overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] [begunstigde 6] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 10 februari 2009 vijf overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx554] ten name van [begunstigde 7] en/of [begunstigde 8] en/of

- op of omstreeks 03 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx011] ten name van [begunstigde 9] en/of

- op of omstreeks 24 februari 2009 drie overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx017] ten name van [begunstigde 10] en/of

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- in of omstreeks de periode vanaf 26 februari 2009 tot en met 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 750.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboekingen op bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx012] ten name van [begunstigde 11] en/of - op of omstreeks 10 februari 2009 twee overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] ten name van [begunstigde 12] en/of

- op of omstreeks 17 februari 2009 twee overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [Exxxxxxxxxxxxxxx554] ten name van [begunstigde 13] en/of

- op of omstreeks 04 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx932] ten name van [begunstigde 14] en/of

Zaakdossier 5 (Letland):

in of omstreeks de periode vanaf 17 februari 2009 tot en met 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 798.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en) betreffende een of meerdere overboeking(en), te weten

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- op of omstreeks 24 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 en/of op of omstreeks 26 februari 2009 zes overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 15] en/of

- op of omstreeks 18 februari 2009 een overboeking van € 25.000,00 en/of op of omstreeks 24 februari 2009 en/of 26 februari 2009 telkens een overboeking van € 50.000,00, op rekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16] en/of

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- op of omstreeks 17 februari 2009 een overboeking van € 25.000,00 en/of op of omstreeks 20 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 op rekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 17] en/of

- op of omstreeks 26 februari 2009 een overboeking van € 48.000,00 en/of op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 200.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende vier overboekingen, in elke geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16] en/of

Zaakdossier 6 ([betrokkene 3]:

op of omstreeks 09 oktober 2008 een totaalbedrag van (ongeveer) € 8.117,00 vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING), betreffende een overboeking op rekeningnummer 28622476 ten name van [betrokkene 3] en/of

Zaakdossier 7 ([betrokkene 4]):

op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 48.474,00 vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO), betreffende een overboeking op rekeningnummer [GBxxMIDLxxxxxxxxxxx181] ten name van [betrokkene 4];

subsidiair, voor het geval het Hof tot het oordeel komt dat ten aanzien van een of meer van de hiervoor omschreven overboekingen, te weten:

  • -

    Zaaksdossier 2 (Oostenrijk) eerste liggende streepje;

  • -

    Zaaksdossier 2 (Oostenrijk) derde liggende streepje;

  • -

    Zaaksdossier 4 (Estland), vijfde liggende streepje;

  • -

    Zaaksdossier 5 (Letland), vierde liggende streepje en/of

  • -

    Zaaksdossier 7 ([betrokkene 4])

niet kan worden bewezen dat verdachte pleger/medepleger is, dan wordt ten aanzien van die overboeking(en) aan verdachte tenlastegelegd:

dat [betrokkene 4] en/of een of meer (onbekend gebleven) andere personen in de periode van 28 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 in Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen (een) geldbedrag(en), van in totaal (ongeveer) € 4.998.474,23, dat/die geheel toebehoorde(n) aan de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, in elk geval aan een ander of anderen dan aan [betrokkene 4] en/of die een of meer (onbekend gebleven) andere personen en /of verdachte,

bij en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf(ven) verdachte in of omstreeks de periode van 27 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (een) wachtwoord(en) en/of (een) inlog-/ toegangscode(s) en/of (een) voorwerp(en) (calculator en/of identifier) dat/die nodig was/waren om via internetbankieren een of meer geldbedragen over te maken van rekeningen van de Stichting Fonds BKVB) bij ING en ABN AMRO, aan [betrokkene 4] en/of die (onbekend gebleven ) andere personen te geven en/of door aan [betrokkene 4] en/of die (onbekend gebleven) andere personen uit te leggen hoe overboeking via internetbankieren in zijn werk ging,

te weten bij de volgende overboekingen:

Zaakdossier 2 (Oostenrijk)

- een geldbedrag van in totaal € 2.050.000, dat op 2 maart 2009 in 41 overboekingen van telkens € 50.000 is overgemaakt vanaf rekeningnummer 69.74.36.143 (ING) en/of vanaf rekeningnummer [xxxxx] (Ministerie van Financiën) naar de rekening met nummer [ATxxxxxxxxxxxxxxx933] ten name van de [begunstigde 3]

en/of

- een geldbedrag van in totaal € 2.100.000, dat op 2 maart 2009 in 42 overboekingen van telkens € 50.000 is overgemaakt vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO) ter attentie van [begunstigde 5]

en/of

Zaakdossier 4 (Estland)

- een geldbedrag van in totaal € 600.000, dat op 2 maart 2009 in 12 overboekingen van telkens € 50.000 is overgemaakt vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO) naar de rekening met nummer [EExxxxxxxxxxxxxxx012] ten name van [begunstigde 11]

en/of

Zaakdossier 5 (Letland)

- een geldbedrag van in totaal € 200.000, dat op 2 maart 2009 in 4 overboekingen van telkens € 50.000 is overgemaakt vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO) naar de rekening met nummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16]

en/of

Zaakdossier 7 ([betrokkene 4])

- een geldbedrag van (omgerekend) € 48.474,23, dat op 2 maart 2009 is overgemaakt vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO) op rekening [GBxxMIDLxxxxxxxxxxx181] ten name van [betrokkene 4].

2.
hij in of omstreeks de periode vanaf 07 mei 2007 tot en met 01 december 2008 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en), te weten een totaalbedrag van (ongeveer) € 434.449,25, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Stichting Kunst en Openbare Ruimte (hierna: SKOR), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en welk(e) geldbedrag(en) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft verdachte in genoemde periode (onder meer) de navolgende betalingen verricht en/of overboekingen gedaan, te weten vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]426:

- in of omstreeks de periode vanaf 07 mei 2007 tot en met 01 december 2008 een totaalbedrag van (ongeveer) 227.502.24 EURO, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op rekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 31 december tot en met 11 november 2008 een totaalbedrag van (ongeveer) 206.947,01 EURO, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboekingen op rekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

De tenlastelegging is ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit, tweede liggende streepje, eerste zin, na “31 december” aangevuld met het jaartal “2007”. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad, nu voornoemd jaartal gelet op de overige onderdelen van de tenlastelegging klaarblijkelijk per abuis in de tenlastelegging ontbreekt.

3 Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert en tot een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

4. Bespreking van een bewijsverweer met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de overboekingen van 2 maart 2009, aangezien de verdachte toen al in het buitenland verbleef en niet meer in het bezit was van de bankpasjes en bijbehorende toegangscodes en calculator(s) voor internetbankieren van de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. De verdachte heeft deze voorwerpen en gegevens kort voor zijn vlucht uit Nederland onder dwang aan [betrokkene 4] afgegeven. [betrokkene 4] heeft de bankpasjes vervolgens aangewend voor het doen van de verschillende in de tenlastelegging vermelde overboekingen op 2 maart 2009. De verdachte heeft nimmer opzet gehad deze geldbedragen tezamen en in vereniging met een ander te verduisteren, dan wel een ander bij de diefstal van die geldbedragen opzettelijk behulpzaam zijn. De verdachte dient derhalve ten aanzien van deze tenlastegelegde geldbedragen te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de op 2 maart 2009 overgeboekte geldbedragen sprake is van medeplegen van verduistering door de verdachte.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, zoals hierna opgenomen in de aan dit arrest gehechte bijlage, volgt dat in de periode van 21 september 2007 tot en met 2 maart 2009 voor een bedrag van bijna 16 miljoen euro onrechtmatige overboekingen zijn gedaan vanaf de bankrekeningen van de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) (hierna ook: de Stichting) naar diverse bankrekeningnummers in binnen- en buitenland. De verdachte was in die periode werkzaam als hoofd financiële zaken van de Stichting.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend dat hij verantwoordelijk is voor alle in de tenlastelegging genoemde onrechtmatige overboekingen tot en met 27 februari 2009 en voorts verklaard dat het kan zijn dat door hem op 27 februari 2009 verrichte overboekingen, gelet op het tussenliggende weekend, pas op 2 maart 2009 zijn verwerkt.

De overboekingen van 2 maart 2009 vertonen wat betreft de wijze van overboeken, de omvang van de overgeboekte geldbedragen, de tegenrekeningen van de begunstigden en de gehanteerde betalingskenmerken grote overeenkomsten met de overboekingen die de verdachte in de laatste week van februari 2009 naar eigen zeggen heeft verricht.

Gelet op deze feiten en omstandigheden ligt het op voorhand niet in de rede te veronderstellen dat een ander dan de verdachte de overboekingen van 2 maart 2009 heeft verricht en acht het hof de verklaring van de verdachte daaromtrent – waarbij het hof zoals de verdachte zelf heeft verklaard – en ook door getuigen is bevestigd – ervan uit gaat dat de verdachte vanaf de namiddag van 1 maart 2009 op de vlucht was – niet aannemelijk. Daarbij heeft het hof voorts nog het volgende in zijn overweging betrokken.

Ten eerste is het middels elektronisch bankieren mogelijk overboekingen te doen plaatsvinden op een later tijdstip dan de datum waarop de opdracht daartoe in het betalingssysteem wordt ingevoerd, zodat de opdracht tot overboeking niet noodzakelijk op de boekdatum behoeft te zijn gegeven.

Daarbij komt dat ook de werkwijze van banken met zich meebrengt dat de feitelijke boekdatum niet dezelfde behoeft te zijn als de datum waarop de opdracht tot overboeking is gegeven. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de in het dossier aanwezige bankafschriften van de ABN AMRO- rekening van de Stichting, waarop de 42 overboekingen van ieder € 50.000,- vanaf die rekening op de Oostenrijkse tegenrekening ter attentie van [begunstigde 5] zijn vermeld (map zaaksdossier 2 Oostenrijk, map 1, p. Z02 080-087). Op deze afschriften is weliswaar als boekingsdatum (het hof begrijpt: de dag waarop de bank de overboeking heeft uitgevoerd) telkens 2 maart 2009 vermeld, maar als rentedatum (het hof begrijpt: de datum waarop de rentetoekenning door de bank voor het betreffende bedrag is beëindigd, ook wel valutadatum genoemd) 27 februari 2009. Het hof leidt hieruit af dat deze overboekingsopdrachten op 27 februari 2009 moeten zijn gegeven.

Het hof heeft voorts uit openbare bron (de website van de ING) begrepen dat de zondag door de ING niet als valutadatum wordt gebezigd, waaruit het hof opmaakt dat een betaling die op maandag wordt geboekt ook op de zondag ervoor kan zijn gegeven.

Uit onderzoek is voorts gebleken dat op zondag 1 maart 2009 om 00.35 uur een persoon zich met de toegangscodes van de verdachte toegang tot het pand van de Stichting aan de Brouwersgracht in Amsterdam heeft verschaft, vervolgens de beveiligingsdienst Securitas via de vaste telefoonaansluiting van de Stichting heeft gemeld ‘een uurtje’ aan het werk te zullen zijn en dat aansluitend is ingelogd op de computer/werkstation van de verdachte. Uit zendmastgegevens volgt dat de telefoon van de verdachte op dat moment een zendmast aanstraalde in de directe omgeving van het pand van de Stichting. Om 01.41 uur werd het alarm weer ingeschakeld. Het hof concludeert hieruit dat het de verdachte is geweest die die nacht nog gebruik heeft gemaakt van zijn computer. De verdachte heeft geen plausibele verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid aldaar op dit ongebruikelijke tijdstip. Het hof gaat er bij deze stand van zaken dan ook van uit dat de verdachte ook toen opdrachten tot overboekingen heeft gegeven en – gelet op hetgeen hiervoor omtrent de boekingsdata is overwogen – dat deze opdrachten door de bank pas op maandag 2 maart 2009 zijn verwerkt/overgeboekt.

Het hof overweegt tevens dat door de ING-bank op 2 maart 2009 (onder andere) geldbedragen zijn overgeboekt naar Estlandse en Letlandse bankrekeningen die volgens de verklaring van de verdachte moeten worden toegeschreven aan[betrokkene 6], die volgens de verdachte tot een andere criminele groep zou behoren dan de groep van [betrokkene 4]. Het hof acht het – wat er ook zij van die verklaring van de verdachte – hoogst onaannemelijk dat [betrokkene 4] deze overboekingen zou hebben verricht. Dit geldt temeer, nu de verdachte desgevraagd ook zelf heeft aangegeven niet uit te sluiten dat hij deze betalingsopdrachten zelf heeft gegeven en dat deze geldbedragen pas na het weekend, op maandag 2 maart 2009, zijn afgeboekt van de rekening van de Stichting.

Het hof overweegt tot slot dat de verklaring van de verdachte dat hij de bankpasjes en bijbehorende calculator(s) en toegangscodes van de Stichting vlak voor zijn vertrek heeft afgegeven aan [betrokkene 4] op geen enkele wijze verankering vindt in de inhoud van het dossier. Het hof merkt in dit verband op dat de woning van de medeverdachte [betrokkene 4] is doorzocht en dat bij die gelegenheid alleen inloggegevens en een calculator van de ING rekening van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR) zijn aangetroffen.

Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden, bezien in onderling verband en samenhang met de overige door het hof gebezigde bewijsmiddelen, is de verklaring van de verdachte dat een ander dan hijzelf de overboekingen van 2 maart 2009 heeft verricht niet aannemelijk geworden en gaat het hof daaraan voorbij. Het hof is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte ook deze geldbedragen heeft verduisterd.

5 De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 2 maart 2009 te Amsterdam opzettelijk geldbedragen die toebehoorden aan de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (hierna de Stichting Fonds BKVB), welke geldbedragen verdachte telkens uit hoofde van zijn dienstbetrekking als Hoofd Financiële Zaken bij de Stichting Fonds BKVB onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft verdachte de volgende overboekingen gedaan, te weten:

Zaakdossier 1 (Limburg):

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING) :

- op 9 februari 2009 een totaalbedrag van € 1.000.000,-, in twintig overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [xx.xx.xx.]484 ten name van [begunstigde 1] en

- op 9 februari 2009 een totaalbedrag van € 1.000.000,- , in twintig overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [xx.xx.xx.]338 ten name van de[begunstigde 2] en

Zaakdossier 2 (Oostenrijk):

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- op 2 maart 2009 een totaalbedrag van ongeveer € 2.050.000,- , in eenenveertig overboekingen van telkens € 50.000,- op rekening nummer [ATxxxxxxxxxxxxxxx933] ten name van [begunstigde 3] en

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- op 25 februari 2009 een totaalbedrag van € 6.000.000,- in honderdtwintig overboekingen van telken s € 50.000,-ter attentie vanng van [begunstigde 4] en

- op 2 maart 2009 een totaalbedrag van € 2.100.000,- , in tweeënveertig overboekingen van telkens

€ 50.000,- ter attentie van [begunstigde 5] en

Zaakdossier 3 (Thailand):

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- in de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 451.829,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1] en

- in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 352.950,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2] en

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- in de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 93.088,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1] en

- in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 97.000,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van

[betrokkene 2] en

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- in de periode omstreeks 7 januari 2009 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 207.532,02, in overboekingen op bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]040 ten name van verdachte en

Zaakdossier 4 (Estland):

in de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 2 maart 2009 een totaalbedrag van ongeveer

€ 1.650.000,-,

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- op 19 februari 2009 twee overboekingen van telkens 50.000,- en op 26 februari 2009 drie overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] [begunstigde 6]en

- in de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 10 februari 2009 vijf overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx554] ten name van [begunstigde 7] of [begunstigde 8] en

- op 3 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer E73101220095256011EE ten name van [begunstigde 9] en

- op 24 februari 2009 drie overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx017] ten name van [begunstigde 10]

en

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- in de periode vanaf 26 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 een totaalbedrag van

€ 750.000,- aan overboekingen op bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx012] ten name van [begunstigde 11] en

- op 10 februari 2009 twee overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] ten name van [begunstigde 12] en

- op 17 februari 2009 twee overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx554] ten name van [begunstigde 13] en

- op 4 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx932] ten name van [begunstigde 14] en

Zaakdossier 5 (Letland):

in de periode vanaf 17 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 een totaalbedrag van

€ 798.000,-, te weten:

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING):

- op 24 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- en op 26 februari 2009 zes overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 15] en

- omstreeks 18 februari 2009 een overboeking van € 25.000,- en op 24 februari 2009 en

26 februari 2009 telkens een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16] en

vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO):

- op 17 februari 2009 een overboeking van € 25.000,- en op 20 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van Niza GMBH en

- op 26 februari 2009 een overboeking van € 48.000,- en op 2 maart 2009 een totaalbedrag van € 200.000,-, in vier overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16] en

Zaakdossier 6 ([betrokkene 3]):

op 9 oktober 2008 een bedrag van € 8.117,- vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING) op rekeningnummer 28622476 ten name van [betrokkene 3] en

Zaakdossier 7 ([betrokkene 4]):

op 2 maart 2009 een bedrag van € 48.474,- vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 (ABN AMRO) op rekeningnummer[GBxxMIDLxxxxxxxxxxx181] ten name van[betrokkene 4];

2.

hij in de periode vanaf 7 mei 2007 tot en met 1 december 2008 te Amsterdam, opzettelijk geldbedragen, te weten een geldbedrag van € 434.449,25, dat toebehoorde aan de Stichting Kunst en Openbare Ruimte, welke geldbedragen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft verdachte in genoemde periode de volgende overboekingen gedaan vanaf rekeningnummer 67.17.42.426:

- in de periode vanaf 7 mei 2007 een totaalbedrag van ongeveer € 227.502,24 aan overboekingen op rekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1] en

- in de periode vanaf 31 december 2007 een totaalbedrag van € 206.947,01 aan overboekingen op rekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2].

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zijn opgenomen in een bijlage die aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt.

6. Nadere bewijsoverweging met betrekking tot het onder 1 zaaksdossier 3 (zaaksdossier Thailand) bewezenverklaarde

Het hof acht bewezen dat de verdachte in de periode omstreeks 7 januari 2009 tot en met 27 februari 2009 vanaf rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 (ING) in ieder geval een bedrag van

€ 207.532,02 heeft overgeboekt naar zijn eigen bankrekening met het nummer [xx.xx.xx.]040. Uit het als bewijsmiddel 12 opgenomen geschrift kan worden afgeleid dat de verdachte in deze periode een hoger bedrag naar zijn bankrekening heeft overgemaakt, maar nu dit niet ten laste is gelegd kan dit meerbedrag niet leiden tot bewezenverklaring en blijft dit verder buiten beschouwing.

Ten overvloede merkt het hof op dat het bedrag van € 207.532,02 kennelijk is gebaseerd op een proces-verbaal van 14 april 2009 betreffend ‘transacties privérekening [verdachte]’ (map zaaksdossier Thailand, p. 104), welk proces-verbaal door de rechtbank ten bewijze van dit feit is gehanteerd. Dit proces-verbaal geeft echter geen steun aan een bewezenverklaring inhoudende dat geld van de rekening van de Stichting is overgeboekt naar de bankrekening van de verdachte en is daarom niet bruikbaar voor het bewijs.

7 Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

verduistering, meermalen gepleegd.

8 Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte een groot deel van de onder 1 bewezenverklaarde overboekingen heeft begaan, terwijl hij in een staat van psychische overmacht verkeerde. Hij heeft daartoe – in de kern – aangevoerd dat de verdachte vanaf het najaar van 2008 tot en met zijn vlucht naar het buitenland door personen met banden in het criminele circuit ernstig is bedreigd om steeds grote sommen geld van de Stichting over te maken naar diverse binnenlandse en buitenlandse bankrekeningnummers. De verdachte zag geen andere uitweg om onder die bedreigingen uit te komen dan door de geldbedragen over te maken en uiteindelijk ook de bankpasjes en inlogcodes af te geven aan anderen. Er was geen sprake van vrijwilligheid. Verdachte kon en behoefde onder de door hem geschetste omstandigheden geen weerstand te bieden aan de op hem uitgeoefende dwang. De verdachte dient daarom gedeeltelijk voor het onder 1 bewezenverklaarde te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de raadsman.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een situatie van psychische overmacht en dat de verdachte derhalve strafbaar is.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Van psychische overmacht is sprake in geval van een van buiten komende drang waaraan de verdachte geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Daarnaast kan onder omstandigheden het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend in de weg staan aan het slagen van het beroep op psychische overmacht.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het volgende gesteld.

In het najaar van 2008 is de verdachte voor het eerst bedreigd, nadat hij zijn kickboksleraar [betrokkene 3], die hij toen nog als een zeer goede vriend beschouwde, geld afkomstig uit de gelden van de Stichting Fonds BKVB had geleend en [betrokkene 3], die grotere geldbedragen van hem wilde hebben, vervolgens[betrokkene 5], eveneens een vechtsporter, op de verdachte afstuurde om die wens kracht bij te zetten. De verdachte zou daarbij in die periode eenmaal thuis door [betrokkene 5] zijn bezocht en door deze hardhandig in een stoel zijn geduwd, waarbij hem op niet mis te verstane wijze te kennen werd gegeven dat hij het door [betrokkene 3] verzochte geld over moest maken. De verdachte voldeed aan dit verzoek door meerdere overboekingen te doen op de rekeningen van zijn ex-vriendinnen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Nadat [betrokkene 3] enige tijd later met de noorderzon leek te zijn vertrokken, ontstond bij de verdachte de vrees dat [betrokkene 3] de lening niet meer zou terug betalen en dat de Stichting erachter zou komen dat hij het geld aan de rekeningen van de Stichting had onttrokken. De verdachte is toen met Novichek en ene [betrokkene 6], eveneens een vechtsporter, op zoek gegaan naar [betrokkene 3]. Uiteindelijk hebben [betrokkene 6] en [betrokkene 5] zich tegen de verdachte gekeerd en is de verdachte door hen, maar met name door [betrokkene 6] en de groep Russische criminelen waartoe deze behoorde, bedreigd en geïntimideerd teneinde grote geldbedragen over te maken naar rekeningnummers in Estland en Letland. De verdachte heeft eind februari 2009 in zijn woning te Amsterdam onder bedreiging door [betrokkene 6] met een vuurwapen grote geldbedragen overgemaakt naar Letland en Estland. De Russische criminelen hielden hem in die periode constant in de gaten. De verdachte voelde zich hierdoor ernstig geïntimideerd en onveilig. Reden waarom de verdachte wederom op zoek is gegaan naar mensen die hem uit zijn benarde situatie konden bevrijden, waarbij hij in contact kwam met [betrokkene 7] en [betrokkene 4]. Met deze beide personen smeedde de verdachte vervolgens diverse plannen voor het wegsluizen van gelden van de Stichting in ruil voor beveiliging en valse paspoorten voor hem en zijn kinderen. De verdachte is uiteindelijk ook door deze groep onder druk gezet en heeft tegen zijn wil ook aan hen grote geldbedragen moeten overmaken. Volgens de verdachte waren ook de 120 overboekingen van telkens € 50.000,- op de Oostenrijkse tegenrekening onder vermelding van [begunstigde 4] verricht onder bedreiging met een vuurwapen, deze keer in handen van [betrokkene 7].

Dat behalve de verdachte ook andere personen betrokken zijn geweest bij de diverse overboekingen in de bewezenverklaarde periode, komt het hof aannemelijk voor, gelet op de resultaten van het aanvullende opsporingsonderzoek van de politie en de door diverse getuigen afgelegde verklaringen. Het dossier bevat daarnaast ook aanwijzingen dat een aantal van deze personen banden had met de (georganiseerde) misdaad.

Het aanvullende politieonderzoek en de getuigenverhoren bij de rechter-commissaris hebben echter weinig inzicht verschaft in de aard en intensiteit van de betrokkenheid van andere personen. Een aantal van hen heeft ontkend dwang op de verdachte te hebben uitgeoefend. Anderen hebben zich op hun verschoningsrecht beroepen. [betrokkene 6] is – nu zijn verblijfsplaats onbekend is gebleven – nimmer als getuige gehoord.

Een aantal personen uit de directe omgeving van de verdachte heeft verklaard niets van de vermeende bedreigingen te hebben meegekregen. Sommigen hebben weliswaar verklaard dat sprake was van bedreigingen, maar hun informatie daaromtrent hebben zij grotendeels van horen zeggen, waarbij de verdachte telkens de bron is.

In het dossier bevinden zich e-mails die de verdachte in de bewezenverklaarde periode heeft verstuurd en ontvangen. Deze e-mails bevatten geen concrete aanwijzingen dat de verdachte onder druk stond en werd bedreigd.

De betrouwbaarheid van de verklaringen van de verdachte over de veronderstelde dwang wordt verder gekleurd door het gegeven dat de verdachte ruim voordat de vermeende bedreigingen aanvingen regelmatig grote en minder grote geldbedragen ten behoeve van hemzelf heeft overgeboekt naar rekeningnummers van zijn ex-partners [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Dit patroon van regelmatige overboekingen heeft zich zonder onderbreking voortgezet tot op de laatste dag van de bewezenverklaarde periode.

Daar komt bij dat de verdachte met betrekking tot zijn motieven niet steeds eenduidig en consistent heeft verklaard. De wil, dan wel de hoop, er zelf financieel beter van te worden blijkt telkens (mede) een rol te hebben gespeeld bij het aangaan en het voortzetten van de verschillende samenwerkingsverbanden.

Dit alles maakt dat het hof de geloofwaardigheid van de verklaringen van de verdachte met betrekking tot de op hem uitgeoefende dwang met de nodige terughoudendheid beoordeelt.

De verdachte heeft voorts handelingen verricht die zich niet of nauwelijks lijken te verdragen met

de door de verdachte gepresenteerde gang van zaken, doch juist lijken te wijzen op de eigen keuze voor geldelijk gewin en de vrije wil van de verdachte om grote geldbedragen met behulp van binnenlandse en buitenlandse bankrekeningen ten name van derden te verduisteren. Het hof wijst in dit verband op het feit dat uit onderzoek blijkt dat de verdachte onder meer in begin 2009 heeft geïnformeerd naar de mogelijkheden om een Zwitserse bankrekening te openen en dat de verdachte op 13 januari 2009 de bankpas van de bestuursrekening van de Stichting bij de ABN - tot dan toe een slapende rekening - heeft geactiveerd, waardoor de verdachte toegang verkreeg tot een bedrag van vele miljoenen euro’s van de Stichting. Het hof vindt voor dit uitgangspunt ook ondersteuning in de inhoud van verschillende door de verdachte geschreven e-mails, waarin gesproken wordt over het kopen van een massagesalon, dat hij straks op rozen zit en dan investeringen wil doen en dat als hij nu zijn best doet, hij straks van alles kan genieten en voorts in de aanschaf door de verdachte van dure horloges en sieraden voor zijn vertrek naar het buitenland.

De verdachte heeft, ter terechtzitting in hoger beroep geconfronteerd met deze feiten en omstandigheden, geen redelijke verklaring kunnen of willen geven voor deze gedragingen.

Voorts komt de door de verdachte geschetste gang van zaken het hof niet aannemelijk en zelfs tegenstrijdig voor. Zo acht het hof het onder meer zeer onaannemelijk dat de verdachte tegelijkertijd werd geschaduwd door de zogenoemde Russen enerzijds en ontmoetingen had met [betrokkene 4] en [betrokkene 7] anderzijds.

De verklaring van de verdachte omtrent de op hem uitgeoefende dwang door achtereenvolgens [betrokkene 5], [betrokkene 6] en de groep van [betrokkene 7] en [betrokkene 4] vindt onvoldoende steun in het dossier en staat als zodanig op zich zelf. Het hof gaat om die reden aan die verklaring voorbij.

Uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het bestaan van bijzondere feiten of omstandigheden die nopen tot het aannemen van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon bieden en ook niet behoefde te bieden, niet aannemelijk is geworden.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Er is overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

9 Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft voorts de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 370.449,25 onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft voorts toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte was jaren werkzaam voor twee met overheidsgeld gesubsidieerde stichtingen die een belangrijke rol spelen in de financiële ondersteuning van kunstenaars en van kunstprojecten. De verdachte was onder meer belast met het uitbetalen van de verleende subsidies. De verdachte heeft het in hem gestelde vertrouwen ernstig beschaamd door de gelden die toebehoorden aan de stichtingen waarvoor hij werkzaam was te verduisteren.

De verdachte heeft door zijn handelen niet alleen de stichtingen financiële schade toegebracht, maar ook het aanzien van de (gesubsidieerde) kunstsector ernstig geschaad.

De verdachte heeft zich laten leiden door de zucht naar financieel gewin en zich geen rekenschap gegeven van de schade en gevolgen van zijn handelen. Het hof rekent het de verdachte ernstig aan dat de fraude een periode van ongeveer 22 maanden beslaat en dat een bedrag van in totaal ruim 16 miljoen euro werd weggesluisd, van welk bedrag ongeveer 4 miljoen euro niet is teruggevonden. De ernst van de onderhavige misdrijven wordt mede bepaald, naast de omvang en het stelselmatige karakter van de fraude, door het grensoverschrijdende aspect ervan.

Het hof heeft er anderzijds rekening mee gehouden dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Tot slot heeft het hof bij de strafoplegging betrokken dat het dossier aanwijzingen bevat dat de verdachte de dynamiek van zijn samenwerking met anderen van dubieus allooi heeft onderschat en onder invloed van deze personen tot een omvangrijkere fraude is gekomen dan aanvankelijk zijn bedoeling was.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

10. Vordering van de benadeelde partij Stichting Kunst en Openbare Ruimte en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 509.167,85 aan materiële schade. De benadeelde partij heeft voorts als vergoeding van gemaakte kosten ten behoeve van rechtsbijstand een bedrag van € 53.979,64 gevorderd. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 370.449,25, inclusief de kosten voor rechtsbijstand ad € 30.000,-, onder oplegging van de schadevergoedingsmaat-

regel over het gehele bedrag. De rechtbank heeft de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor een bedrag van € 385.167,85 aan materiële schade. De benadeelde partij heeft voorts ter zake vergoeding van gemaakte kosten ten behoeve van rechtsbijstand een bedrag van € 87.586,13 gevorderd, zijnde € 53.979,64 voor de eerste aanleg en € 33.606,49, voor de behandeling in hoger beroep.

Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een geldbedrag van € 434.449,25 toebehorende aan de SKOR heeft verduisterd. Namens de benadeelde partij is bij pleidooi in hoger beroep gesteld dat van dit bedrag € 124.000,- is teruggevloeid naar de oorspronkelijke begunstigde. De vordering is daarom door de benadeelde partij verlaagd naar € 310.449,25. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij gemotiveerd gesteld dat dit laatste geldbedrag niet is teruggeboekt, dan wel alsnog is overgeboekt naar de SKOR of naar een van de aan de stichting gelieerde projecten. Het verweer van de verdachte dat hij een gedeelte van dit geld mogelijk naar aan de SKOR gelieerde projecten heeft overgeboekt is niet gespecificeerd noch anderszins onderbouwd. Het hof is derhalve van oordeel dat het gevorderde (verlaagde) bedrag als rechtstreekse schade kan worden aangemerkt.

Anders dan de verdediging heeft betoogd, is het hof dan ook van oordeel dat de omvang van de vordering van de benadeelde partij voldoende is komen vast te staan en geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij heeft voorts een schadepost van € 74.718,60 opgevoerd ter zake van gemaakte kosten voor het door Pricewaterhouse & Coopers verrichte onderzoek naar de omvang van de fraude.

Kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid zijn als rechtstreeks geleden schade in de zin van vermogensschade op de voet van artikel 6:96, tweede lid, BW aan te merken, en komen voor vergoeding in aanmerking, mits de kosten redelijkerwijs noodzakelijk én naar hun omvang redelijk zijn. Nu deze kosten door de verdachte niet gemotiveerd zijn betwist, zal het hof ook dit onderdeel van de vordering toewijzen.

Het hof zal de verdachte voorts veroordelen tot betaling van de door de benadeelde partij gemaakte kosten in verband met rechtsbijstand en de nog te maken kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze beslissing. Het hof acht, rekening houdend met het in het civiele recht van toepassing zijnde liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven, een vergoeding van € 21.100,- voor het achtereenvolgens indienen en toelichten van de vordering ter terechtzitting in beide instanties, redelijk.

Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdediging heeft bij pleidooi de stelling betrokken dat de schadevergoedingsmaatregel dient te worden afgewezen, aangezien de verdachte in de komende jaren geen enkele bron van inkomsten zal hebben en ook niet over financiële middelen beschikt.

Het is het hof bij gebreke van een nadere onderbouwing van de ingenomen stelling en ook overigens niet gebleken, dat sprake is van een situatie waarin op voorhand vast staat dat het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel slechts zal leiden tot het in de toekomst tenuitvoerleggen van vervangende hechtenis.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij Stichting Kunst en Openbare Ruimte:

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Stichting Kunst en Openbare Ruimte ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 385.167,85 (driehonderdvijfentachtigduizend honderdzevenenzestig euro en vijfentachtig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 21.100,- (eenentwintigduizend honderd euro).

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Stichting Kunst en Openbare Ruimte, ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 385.167,85 (driehonderdvijfentachtigduizend honderdzevenenzestig euro en vijfentachtig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van

mr. J.K.D. Bakker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

16 juni 2015.

Bijlage Bewijsmiddelen

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde :

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2015.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik geef toe dat ik in de periode 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 zonder toestemming de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen vanaf de bankrekeningen van de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst en van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte heb overgemaakt naar diverse bankrekeningnummers in het binnen- en buitenland. Dit geld behoorde mij niet toe. Ik was in die tijd in dienst als hoofd financiële zaken bij de Stichting Fonds BKVB en als freelancer werkzaam bij SKOR. Ik verrichtte de overboekingen vanaf mijn werkplekken of vanuit mijn woning aan de Diopter (het hof begrijpt: telkens in Amsterdam).

Ik sluit niet uit dat de vier overboekingen van ieder € 50.000 naar het Letlandse rekeningnummer en de twaalf overboekingen van ieder € 50.000 naar het Estlandse rekeningnummer door mij zijn gedaan voor mijn vertrek, maar dat deze overboekingen – in verband met tussenliggende weekend – pas op 2 maart 2009 zijn verwerkt door de bank.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

Algemeen

2. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 8 juli 2009 met nummer 2009060007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (AG 0.3, pagina’s 026-028).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 maart 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangever [aangever 1]:

Hierbij doe ik namens de Stichting Fonds BKVB te Amsterdam aangifte van onder meer verduistering in dienstbetrekking. Het betreft een definitieve aangifte tegen ons voormalig hoofd financiële zaken, [verdachte].

Mede uit het extern verrichte onderzoek door forensisch accountants van PW&C is gebleken dat het totaal bedrag aan onverschuldigde transacties door of namens [verdachte] € 15.997.225,- betreft. [verdachte] heeft nimmer opdracht gekregen om deze gelden namens het Fonds BKVB over te boeken naar ons onbekende rekeningnummers. Hiertoe heeft hij gebruik gemaakt van het elektronische betalingsprogramma en de daarvoor benodigde inlogcodes en token. Hij was weliswaar als hoofd financiële zaken bevoegd tot het doen van betalingen namens het Fonds BKVB, maar slechts voor geaccordeerde transacties. Voor een volledig beeld waren wij afhankelijk van het externe onderzoek door de forensisch accountants (het hof begrijpt: van PW&C). Uit de verzamelposten kan opgemerkt worden dat vrijwel het gehele bedrag van € 15.903.463 in de periode van 6 januari 2009 tot en met 2 maart 2009 is verduisterd.

3. Een proces-verbaal verhoor getuige [getuige] van 6 maart 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (dossierpagina’s 2 0114 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 maart 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige]:

[verdachte] (het hof begrijpt hier en hierna: [verdachte], de verdachte) is zondag (het hof begrijpt: 1 maart 2009) met de kinderen bij zijn ouders vandaan met een vriend in een Landrover vertrokken. Daar, bij zijn ouders, heb ik omstreeks 16.30/17.00 uur afscheid genomen van [verdachte] en mijn kinderen. Het is de laatste keer dat ik ze gezien heb.

4. Een geschrift, zijnde een verbatim uitwerking van het verhoor van de verdachte [verdachte] van 4 juni 2014 (dossierpagina’s 3 00515 e.v.).

Deze verbatim uitwerking van het verhoor houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 4 juni 2014 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte:

Verbalisant: Hoe laat vertrok je die zondag (het hof begrijpt: 1 maart 2009)?

Verdachte: Het zal in de namiddag of avond zijn geweest.

Verbalisant: We zien aan inloggegevens dat er zaterdag nog is ingelogd, om tien over vier ’s middags.

Verdachte: Dat zou kunnen.

5. Een proces-verbaal met nummer 2009060007 van 25 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5], met bijlage Tijdlijn (dossierpagina’s 1 441 tot en met 1 451). Dit proces-verbaal met bijlage houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Aanleiding van dit proces-verbaal

In dit proces-verbaal wordt getoond dat op verschillende momenten buiten de normale werktijden bij

de Stichting Fonds BKVB aan de Brouwersgracht te Amsterdam is ingelogd op de computer, die

normaliter in gebruik is bij de verdachte [verdachte], vanaf welke computer via internetbankieren overschrijvingen zijn gedaan. De inloggegevens van de diverse computers bij de Stichting Fonds BKVB zijn door deze ter beschikking gesteld bij het doen van aangifte.

Omdat het pand van de Stichting Fonds BKVB beveiligd is met een inbraakalarm en daarvoor is

aangesloten bij Securitas Alerts Services B.V. te Geldrop, is het noodzakelijk dat, indien buiten de

normale kantoortijden om het gebouw van de Stichting Fonds BKVB wordt betreden, dit telefonisch

moet worden aangemeld via de meldkamer van Securitas, waarbij een code en een PIN-code wordt

vermeld. Securitas houdt een geautomatiseerde logging bij van alle gebeurtenissen bij de Stichting

Fonds BKVB. In dit proces-verbaal wordt aan de hand van gegevens uit de Logboek Rapportage

van Securitas Alert Services B.V. te Geldrop getoond, dat verdachte [verdachte] in een

aantal gevallen telefonisch heeft gemeld, dat hij buiten de normale werktijden het pand van de

Stichting Fonds BKVB binnenging. Deze gegevens zijn ter beschikking gesteld door de Stichting

Fonds BKVB bij het doen van aangifte.

Met gebruikmaking van een vordering ex artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering zijn door

Securitas Alert Services B.V. te Geldrop diverse geluidsopnamen ter beschikking gesteld van de

gevoerde telefoongesprekken, waarin degene te horen is, die de meldingen bij Securitas heeft gedaan, waarover wordt gesproken in de vorige alinea.

Uit de Logboek Rapportage is duidelijk geworden dat bij het doen van deze meldingen soms gebruik

werd gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en soms van het telefoonnummer [telefoonnummer 2].

Het eerste nummer is een vaste telefoonaansluiting van de Stichting Fonds BKVB en het

tweede nummer is een mobiel telefoonnummer in gebruik bij verdachte [verdachte].

Op grond van een bevel ex artikel 126n van het Wetboek van Strafvordering is een historische

printerlijst opgevraagd van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] over de periode 1 oktober 2008 tot 7 maart 2009. In deze printerlijst zijn tevens de locaties te zien, waar het mobiele telefoontoestel met

het nummer [telefoonnummer 2] zich in de buurt bevond ten tijde van diverse telefoonverbindingen

(printerlijst).

Tijdlijn

De inloggegevens van computers van de Stichting Fonds BKVB, gegevens uit de Logboek Rapportage Securitas Alert Services B.V., printerlijstgegevens van het nummer [telefoonnummer 2], gegevens uit

een door aangever [aangever 1] en getuige [naam] samengestelde journaalrapportage van de Stichting

Fonds BKVB en telefonische verklaringen van beveiligingspersoneel Securitas Alert Services B.V.

zijn in een tijdlijn samengebracht, waarbij het volgende is gebleken:

- allereerst is te zien in de tijdlijn, dat verdachte [verdachte] een aantal keren bij Securitas Alert

Services B.V. meldt, dat hij buiten de normale werktijden het kantoorpand van de Stichting

Fonds BKVB binnen gaat om te werken en zich later weer afmeldt;

- in een aantal gevallen is te zien, dat dan wordt ingelogd op de computer, die bij de werkplek

van verdachte [verdachte] hoort;

- terwijl verdachte [verdachte] aan het werk is, zoals hiervoor aangegeven, is op de printerlijst

in een aantal gevallen te zien, dat zijn GSM-nummer [telefoonnummer 2] telefoonpalen aanstraalt

in de directe omgeving van de Stichting Fonds BKVB, nl. de Haarlemmer Houttuinen en/of

de Herengracht, waaruit valt op te maken, dat de locaties die de printerlijst weergeeft juist

zijn.

Vaststellingen

Uit het voorgaande is duidelijk, dat verdachte [verdachte] op een aantal momenten daadwerkelijk in

het kantoor van de Stichting Fonds BKVB aanwezig is geweest en gebruik heeft gemaakt van zijn

computer, terwijl zijn telefoonnummer aanstraalt op telefoonpalen in de directe omgeving van de

Brouwersgracht 276 te Amsterdam.

Bijvoeging

• Tijdlijn waarin voorgaande bevindingen zijn verwerkt.

Deze tijdlijn houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

datum

tijdstip

bron

gebeurtenis

lokatie

28-02-09

7:28:55

Securitas opnamen alarmcentrale

“goedemorgen alarmcentrale”

“Ja, goedemorgen met [verdachte]. Mijn code is 195393. En mijn pincode is denk ik. ik twijfel altijd tussen twee… 2167”

“Ja klopt, Brouwersgracht”

“Ik ben er al een kwartier volgens mij en ik denk, shit ik moet bellen. Ik hoop niet dat er al iemand onderweg is.”

Even kijken hoor. Ja we hadden de wagen wel aangestuurd, maar die gaan we meteen afmelden.”

“Oke, hartstikke bedankt”.

“Het is in orde zo”

“Ik ben hier ongeveer een anderhalf uur denk ik”

“Anderhalf uur..oke, ga ik noteren”

28-02-09

7:29:07

Securitas logboek

Roosteroverschrijding [verdachte] vanaf [telefoonnummer 1]

28-02-09

7:43:04

Inloggegevens

BKVB

[verdachte] logt in op werkstation FBK-WS12 bij BKVB

Brouwersgracht 276 te Amsterdam

28-02-09

7:58:01

Securitas logboek

Inschakelen alarm

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

01-03-09

0:35:38

Securitas opnamen alarmcentrale

“Goedemorgen, alarmcentrale met Henk”

“Ja goedemorgen. Mijn code is 195393”

“En de PIN?”

“2167”

“Ja, het Fonds BKVB?”

Ja, klopt inderdaad. Ik ben eventjes… Een half uurtje, nou doe maar een uurtje hier bezig”

“Uurtje?”

“Ja”

“Oke, prima”

01-03-09

0:35:44

Securitas logboek

Roosteroverschrijding [verdachte] via [telefoonnummer 1]

01-03-09

0:39:37

Inloggegevens BKVB

[verdachte] logt in op werkstation FBK-WS12 bij BKVB

Brouwersgracht 276 te Amsterdam

01-03-09

0:46:20

printerlijst

[telefoonnummer 2]  [telefoonnummer 3] (427 sec)

Haarlemmer Houttuinen 439 te Amsterdam

01-03-09

1:41:36

Securitas logboek

Inschakelen alarm

6. Een geschrift, zijnde een Rapport Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunst bijzonder onderzoek naar onregelmatige transacties van 15 juli 2009, opgesteld door PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., drs. [naam] RA, met bijlagen.

Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (dossierpagina 9 0246):

Met betrekking tot de onderzoeksvraag hoeveel gelden er zijn verdwenen (het hof begrijpt: bij het Fonds BKVB) blijkt dat er in totaal gelden ter grootte van € 16.147.160 op onrechtmatige wijze zijn onttrokken aan bankrekeningnummers ten name van het Fonds. Het grootste gedeelte daarvan is in een korte periode in 2009 onttrokken. In de periode vanaf 21 september 2007 zijn kleinere bedragen overgemaakt (het hof begrijpt: onttrokken). Door de bank is een bedrag van € 149.935 retour gestort. Met verdiscontering van het geretourneerde bedrag is € 15.997.225 op girale wijze onregelmatig aan bankrekeningnummers van het Fonds onttrokken.

Ten aanzien van zaaksdossier Limburg:

7. Een geschrift, zijnde een Rapport Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunst bijzonder onderzoek naar onregelmatige transacties van 15 juli 2009, opgesteld door PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., drs. [naam], met als bijlage 2 een ‘overzicht dubieuze transacties’, (aanvullend proces-verbaal van 21 oktober 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 09 0244 – 09 0295 en 09 300 - 09 0307).

Bijlage 2 bij dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 9 februari 2009 hebben twintig overboekingen van ieder een bedrag van € 50.000,- plaatsgevonden van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]484 ten name van [begunstigde 1].

8. Een geschrift, zijnde een overzicht van bij- en afschrijvingen over 2009 met betrekking tot ING rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, pagina’s 9 t/14 van pagina’s 1-75).

Dit overzicht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 9 februari 2009 hebben twintig overboekingen van ieder een bedrag van € 50.000,- plaatsgevonden van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer[xx.xx.xx.]338 ten name van de [begunstigde 2].

Ten aanzien van zaaksdossier Oostenrijk:

9. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 20 maart 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 20 maart 2009, volgnummer 6, blad 029-055 van 62).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 25 februari 2009 is honderdtwintig maal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [ATxxxxxxxxxxxxxxx933], ter attentie van [begunstigde 4] .

10. Een geschrift, zijnde een overzicht van bij- en afschrijvingen over 2009 met betrekking tot ING rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, pagina’s 48-51 van pagina’s 1-75).

Dit overzicht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 2 maart 2009 is eenenveertig maal een bedrag van € 50.000 overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [ATxxxxxxxxxxxxxxx933], ter attentie van [begunstigde 3].

11. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 20 maart 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 20 maart, volgnummer 6, blad 008-016 van 001-062).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 2 maart 2009 is tweeënveertig maal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [ATxxxxxxxxxxxxxxx933], ten name van [begunstigde 5]. Deze overboekingen hebben als rentedatum 27 februari 2009.

Ten aanzien van zaaksdossier Thailand:

12. Een geschrift, zijnde een Rapport Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunst bijzonder onderzoek naar onregelmatige transacties van 15 juli 2009, opgesteld door PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., drs. [naam], met als bijlage 2 een ‘overzicht dubieuze transacties’, (aanvullend proces-verbaal van 21 oktober 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 09 0244 – 09 0295 en 09 300 - 09 0307).

Bijlage 2 bij dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

In de periode van 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 hebben overboekingen plaatsgevonden voor in totaal het bedrag van € 93.088,- van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1].

In de periode van 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 hebben overboekingen plaatsgevonden voor in totaal het bedrag van € 97.000,- van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2].

In de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 hebben overboekingen plaatsgevonden voor in totaal het bedrag van € 451.829,- van ING Bank rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1].

In de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 hebben overboekingen plaatsgevonden voor in totaal het bedrag van € 352.950,- van ING Bank rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2].

In de periode vanaf 6 januari 2009 tot en met 27 februari 2009 hebben overboekingen plaatsgevonden voor in totaal het bedrag van € 240.102,03 van ING Bank rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [xx.xx.xx.040] ten name van [verdachte].

Ten aanzien van zaaksdossier Estland

13. Een geschrift, zijnde een overzicht van bij- en afschrijvingen over 2009 met betrekking tot ING-rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten. (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, pagina 53 van 54).

Dit overzicht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 29 januari 2009 is eenmaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx554], ten name van [begunstigde 7].

14. Een geschrift, zijnde een overzicht van bij- en afschrijvingen over 2009 met betrekking tot ING-rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten. (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, pagina’s 1, 2, 14, 21, 33, 39, 40 van 75).

Dit overzicht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 2 februari 2009 is tweemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx554], ten name van [begunstigde 7] (het hof begrijpt hier en hierna steeds: Tallinn, zijnde een stad in Estland).

Op 3 februari 2009 is eenmaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx011], ten name van [begunstigde 9].

Op 10 februari 2009 is tweemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx554], ten name van [begunstigde 8].

Op 19 februari 2009 is tweemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143,ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] ten name van [begunstigde 12].

Op 24 februari 2009 is driemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx017], ten name van [begunstigde 10].

Op 26 februari 2009 is driemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] ten name van [begunstigde 6].

15. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 20 maart 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 20 maart 2009, volgnummer 6, blad 016 t/m 018, 028 en 029 van 62).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

In de periode van 26 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 is vijftienmaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx012] ten name van [begunstigde 11]

16. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 19 februari 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 19 februari 2009, volgnummer 4, blad 001 en 003 van 004).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 10 februari 2009 is tweemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx018] ten name van [begunstigde 12].

Op 17 februari 2009 is tweemaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [Exxxxxxxxxxxxxxx554] ten name van [begunstigde 13].

17. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 5 februari 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 5 februari 2009, volgnummer 3, blad 001 van 002).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 4 februari 2009 is eenmaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [EExxxxxxxxxxxxxxx932] ten name van [begunstigde 14].

Ten aanzien van zaaksdossier Letland

18. Een geschrift, zijnde een overzicht van bij- en afschrijvingen over 2009 met betrekking tot

ING-rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, pagina’s 21, 33 en 39 van pagina’s 1-75).

Dit overzicht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 19 februari 2009 is een bedrag van € 25.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16].

Op 24 februari 2009 en op 26 februari 2009 is telkens een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143 ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten naar bankrekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16].

Op 24 februari 2009 is een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 15].

Op 26 februari 2009 is zesmaal een bedrag van € 50.000 overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 15].

19. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 19 februari 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 19 februari 2009, volgnummer 4, blad 002 van 004).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 17 februari 2009 is een bedrag van € 25.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 17].

20. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 20 februari 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 20 februari 2009, volgnummer 5, blad 001 van 002).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 20 februari 2009 is een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [LVXXLATBxxxxxxxxxx860] ten name van [begunstigde 17].

21. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 20 maart 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 20 maart 2009, volgnummer 6, blad 018-019 van 62).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 26 februari 2009 is een bedrag van € 48.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van [begunstigde 16].

Op 2 maart 2009 is viermaal een bedrag van € 50.000,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [LVxxAIZKxxxxxxxxxx553] ten name van[begunstigde 16].

Ten aanzien van zaaksdossier [betrokkene 3]

22. Een geschrift, zijnde een overzicht van bij- en afschrijvingen over 2008 met betrekking tot ING-rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 1, pagina 44 van 55).

Dit overzicht houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 9 oktober 2008 is een bedrag van € 8.117,- overgeboekt van ING Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]143, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [xxxxx476]ten name van [betrokkene 3]

Ten aanzien van zaaksdossier [betrokkene 4]

23. Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift van 20 maart 2009 van ABN AMRO bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten (rekeningoverzichten Stichting BKVB Map 2, rekeningafschrift 20 maart 2009, volgnummer 6, blad 019 van 062).

Dit rekeningafschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 2 maart 2009 is een bedrag van € 48.474,- overgeboekt van ABN AMRO Bank, rekeningnummer [xx.xx.xx.]903, ten name van Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunsten, naar bankrekeningnummer [GBxxMIDLxxxxxxxxxxx181], ten name van [betrokkene 4].

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

24. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] en [aangever 3] van 6 juli 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar

[verbalisant 2] (ordner aangiften, AG 0.5. pagina’s 047-049). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 maart 2009 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van aangevers [aangever 2] en [aangever 3]:

Wij zijn gerechtigd tot het doen van aangifte namens de Stichting Kunst en Openbare Ruimte gevestigd te Amsterdam (hierna: SKOR). Wij wensen aangifte te doen tegen de inmiddels ex-financiële medewerker [verdachte]. Na intern en extern onderzoek is gebleken dat de heer [verdachte] in totaal een bedrag van € 434.449,25 heeft verduisterd van onze ING rekening [xxxxxx426]. De heer [verdachte] heeft nimmer opdracht gekregen om deze gelden namens SKOR over te boeken naar ons onbekende rekeningnummers en begunstigden. [verdachte] werkte bij ons als freelance medewerker financiën en was uit hoofde van deze functie weliswaar bevoegd tot het doen van betalingen namens SKOR, maar slechts voor geaccordeerde transacties.

Hiertoe heeft hij gebruik gemaakt van een of meer computers maar tevens van een ten behoeve van de directrice, mevrouw [naam], verstrekte beveiligingscalculator. Mevrouw [naam] en/of SKOR heeft op geen enkele manier toestemming gegeven tot het gebruik van deze beveiligingscalculator.

Onderliggend aan deze aangifte overhandigen wij een afzonderlijk opgemaakt overzicht van de verdachte betalingen, waaruit de schadebedragen en begunstigden blijken.

25. Een geschrift, zijnde een Rapport Stichting Kunst en Openbare Ruimte bijzonder onderzoek naar onregelmatige transacties van 29 juni 2009, opgesteld door PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., drs. [naam] (aanvullend proces-verbaal van 21 oktober 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 09 0324 – 09 0377). Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

In de periode van 7 mei 2007 tot en met 1 december 2008 is in totaal van de bankrekening [xxxxxx426] SKOR een bedrag van € 227.502,24 overgemaakt naar bankrekening [xx.xx.xx.]115 ten name van [betrokkene 1].

In de periode van 31 december 2007 tot en met 11 november 2008 (het hof begrijpt; 17 november 2008, nu blijkens het in dit rapport opgenomen overzicht op die datum de laatste overboekingen hebben plaatsgevonden) is in totaal van de bankrekening [xxxxxx426] van SKOR een bedrag van € 206.947,01 overgemaakt naar bankrekening [xx.xx.xx.]927 ten name van [betrokkene 2].