Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:2189

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-06-2015
Datum publicatie
08-12-2016
Zaaknummer
23-002198-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2764, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplichting en poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-002198-10

Datum uitspraak: 5 juni 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 10 mei 2010 in de strafzaak onder parketnummer 15-741009-07 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Egypte) op [geboortedag] 1972,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 mei 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 9 december 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Hong Kong (China) (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) 15.850,- euro en/of 30.000,- US dollar of euro en/of 5.000,- euro en/of 850,- euro, althans (telkens) een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (onder meer) die [slachtoffer 1] per email benaderd en/of zich naar die [slachtoffer 1] voorgedaan als zijnde [naam 1] en/of [naam 2] van [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 2] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en) en/of gebruik makend dat/die (valse) bedrijfsnaam:

- die [slachtoffer 1] medegedeeld dat [bedrijfsnaam 1] een groot geldbedrag (te weten 25,5 miljoen US dollar) in deposit had en/of dat dit geldbedrag zich in een kist bevond en/of was voorzien van (veiligheids)stempels en/of - die [slachtoffer 1] (een provisie van) 25% van dat geldbedrag in het vooruitzicht gesteld en/of

- die [slachtoffer 1] (daartoe) gevraagd(in Amsterdam) een bankrekening te openen waarop dat geldbedrag gestort kon worden en/of een overeenkomst te tekenen en/of (meermalen) naar Nederland (Amsterdam) te komen [met medebrenging van diverse documenten en/of geldbedrag(en)] en/of

- die [slachtoffer 1] medegedeeld dat de benodigde documenten, zoals Anti-Terreur Certificate en/of Anti-Money Laundery Certificate, Anti drug Certificate in orde waren en/of ervoor zouden zorgen dat die [slachtoffer 1] (een gedeelte van) dat geldbedrag (vervolgens) zonder problemen kon overmaken naar zijn eigen bankrekening in Hong Kong en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) gevraagd een of meer betalingen te doen ten behoeve van zgn 'handling charges' en/of het schoonmaken van de (veiligheids)stempels op de (naar Nederland te transporteren) bankbiljetten en/of de aanschaf van (nieuwe) chemische vloeistof en/of reactivatiepoeder voor die vloeistof en/of een power of attorney waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 februari 2007 tot en met 13 september 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in de Verenigde Staten (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) (in totaal) (ongeveer) 138.700,- euro en/of (ongeveer) 554.359,- US dollar bestaande uit:

- een geldbedrag van 12.850,- euro en/of 22.700,- euro en/of 102.300,- euro en/of 850,- euro en/of - een geldbedrag van 349.359,- US dollar en/of 130.000,- US dollar en/of 75.000,- US dollar, althans (telkens) een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (onder meer) die [slachtoffer 2] (per faxbericht) benaderd en/of zich naar die [slachtoffer 2] voorgedaan als zijnde [naam 3] (topman van een russisch oliebedrijf) en/of [naam 4] (juridisch adviseur bij [bedrijfsnaam 3]) en/of [naam 5], van [bedrijfsnaam 1] en/of in die valse hoedanighe(i)d(en) en/of gebruik makend dat/die (valse) bedrijfsna(a)m(en):

- die [slachtoffer 2] een verhaal voorgespiegeld, inhoudende dat een persoon genaamd [naam 3], voormalig topman van een russisch oliebedrijf gestopt was met werken en/of in slechte gezondheid verkeerde en/of zijn geld in Europa bij een security company in bewaring wilde onderbrengen en/of via een tussenpersoon wilde verdelen onder liefdadigheidsinstellingen en/of

- die [slachtoffer 2] gevraagd als tussenpersoon te fungeren en/of medegedeeld dat hij daarvoor als beloning een geldbedrag zal ontvangen en/of

- die [slachtoffer 2] een formulier gestuurd waarop [slachtoffer 2] als begunstigde genoemd staat en/of die [slachtoffer 2] gevraagd dat formulier in te vullen en vergezeld van diverse (kopieën van) documenten terug te sturen en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) uitgenodigd naar Nederland te komen teneinde het geld in ontvangst te nemen en/of die [slachtoffer 2] begeleid naar een kantoor en aldaar een kist getoond, inhoudende een hoeveelheid US-dollar bankbiljetten en/of

- die [slachtoffer 2] medegedeeld dat de rode lintstreep/verf op de bundels bankbiljetten verwijderd moest worden met een chemische vloeistof en/of

- die [slachtoffer 2] een bankbiljet overhandigd teneinde de echtheid aan te tonen en/of te kunnen controleren en/of

- die [slachtoffer 2] (meermalen) gevraagd een of meer betalingen te doen ten behoeve van opslag- en beveiligingskosten en/of het reactiveren van de chemische vloeistof en/of de aanschaf van nieuwe chemische vloeistof en/of de bezorgkosten van de chemische vloeistof en/of

- die [slachtoffer 2] medegedeeld dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zelf een deel van de kosten van de chemische vloeistof op zich zou(den) nemen, waardoor die [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); en/of (vervolgens) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 september 2007 tot en met 12 november 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in de Verenigde Staten (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van (telkens) (ongeveer) 64.500,- US dollar of 64.775,33 US dollar en/of 25.000,- US dollar althans (telkens) een geldbedrag, in elk geval van enig goed, (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, (telkens) (onder meer) zich naar die [slachtoffer 2] heeft voorgedaan als zijnde [naam 5], van [bedrijfsnaam 1] en/of in die valse hoedanigheid en/of gebruik makend van die (valse) naam en/of dat/die (valse) bedrijfsnaam: [en na die [slachtoffer 2] voornoemd verhaal te hebben voorgespiegeld]

- die [slachtoffer 2] (telefonisch en/of per email) heeft gevraagd een betaling van (ongeveer) 64.500,- US dollar of 64.775,33 US dollar te doen ten behoeve van het verkrijgen van een of meer certifica(a)t(en) waarmee een (het) geldbedrag (van de hiervoor genoemde [naam 3]) "Euroclear en/of Drugfree en/of Antiterrorist" kon worden verklaard en/of vrijgegeven kon worden en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] (telefonisch en/of per email) heeft gevraagd (in plaats van die 64.500,- US dollar of 64.775,33 US dollar) een betaling van 25.000,- US dollar te doen ten behoeve van het verkrijgen van een of meer certifica(a)t(en) waarmee een (het) geldbedrag (van de hiervoor genoemde [naam 3]) "Euroclear en/of Drugfree en/of Antiterrorist" kon worden verklaard en/of vrijgegeven kon worden en/of heeft medegedeeld het overige deel van de kosten (te weten 39.500,- US dollar of 39.777,33 US dollar) voor zijn, verdachtes, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) rekening te zullen nemen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

3:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 november 2004 tot en met 9 november 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Maleisië (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (hierna: [bedrijfsnaam 4]) (zijnde het bedrijf van die [slachtoffer 3]) heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) 47.509,95 euro en/of (ongeveer) 7.617,- US dollar [bestaande uit de geldbedragen die door [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] in of omstreeks de periode van 22 juni 2006 tot en met 30 oktober 2007 per Western Union aan [naam 6] en/of [naam 7] zijn overgemaakt] althans (telkens) een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer) die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] per brief benaderd en/of zich (daarbij) voorgedaan als zijnde [naam 8] (advocaat van de executeur van de erfenis van [naam 9]) en/of (onder meer) [naam 10] en/of [naam 11] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of in die valse hoedanighe(i)d(en) en/of gebruik makend van die (valse) na(a)m(en) en/of van de/een (valse) bedrijfsnaam '[bedrijfsnaam 5]' en/of 'Nederlandse Bank':

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (meermalen per brief en/of per email en/of per fax en/of telefonisch) medegedeeld dat:

- [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] de begunstigde(n)/erfgena(a)m(en) was/waren van een erfenis van een persoon genaamd [naam 9] en/of - die erfenis 9.839.112,52 US dollar bedroeg en/of werd bewaard bij de [bedrijfsnaam 5] te Londen en/of (vervolgens) de Nederlandse Bank en/of

- hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) namens [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] optrad(en) en/of zou(den) helpen met de uitbetaling van de erfenis aan [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] en/of

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (ten bewijze daarvan) (onder meer) - (per email) een testament en/of een overlijdensakte van die [naam 9] gestuurd en/of

- een of meer brie(f)(ven) van de Board of Directors van de [bedrijfsnaam 5] gestuurd waarin de claim van [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] op voornoemde erfenis werd goedgekeurd en/of werd aangegeven dat de/een overschrijving van 9.839,112,52 US dollar ten gunste van [bedrijfsnaam 4] 'in de wacht staat' en/of

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] een of meer opdracht(en) gestuurd van [bedrijfsnaam 5] aan de Nederlandse Bank tot overschrijving van 9.839,112,52 US dollar aan [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] [een of meer zgn outgoing wire(s)] en/of

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (per fax) een of meer formulier(en) [een of meer zgn fund release order(s)] gestuurd, waarop gevraagd werd (onder meer) een of meer bankrekeningnummer(s) van [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] in te vullen zodat de/het erfenis/geldbedrag overgeboekt kon worden naar dat/die bankrekeningnummer(s) in Maleisie en/of

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] gevraagd (een of meer van) bovengenoemd(e) geldbedrag(en) te betalen aan een of meer ambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) die belast was/waren en/of die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] zou(den) helpen met het vrijgeven van de/het erfenis/geldbedrag ten behoeve van (onder meer) - de legalisatie van voornoemd(e) erfenis/geldbedrag en/of - kosten voor de Currency Fluctuation Marginal Difference (CFMD) en/of - kosten voor Exchange Equalizaton Difference (EED) en/of - een of meer benodigd(e) document(en) en/of certifica(a)t(en) (onder meer een zgn anti-terrorist clearance) en/of - te betalen belasting in het land waar de/het erfenis/geldbedrag bewaard werd en/of - kosten voor het in delen overboeken naar drie, althans een of meer bankrekening(en) van die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] en/of - een of meer voorschot(ten) aan 'de Nederlandse Bank' waardoor die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

4:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2006 tot en met 17 juni 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Australië (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) 4.804,- AUD of US dollar [omgerekend (ongeveer) 2.641,- euro], bestaande uit een of meer geldbedrag(en) van (ongeveer) 3.200,- AUD of US dollar (omgerekend 1.766,- euro) en/of 1.604,- AUD of US dollar (omgerekend 875,- euro), althans (telkens) een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer) die [slachtoffer 4] per email benaderd en/of zich (daarbij) (onder meer) voorgedaan als zijnde [naam 11], werkzaam bij de [bedrijfsnaam 5] en/of in die valse hoedanigheid en/of gebruik makend van die (valse) bedrijfsnaam '[bedrijfsnaam 5]':

* die [slachtoffer 4] medegedeeld dat hij de begunstigde/erfgenaam was van een erfenis/geldbedrag (van US dollar 7.550.000,00) en/of

* die [slachtoffer 4] medegedeeld dat hij - ter verkrijging van deze/dit erfenis/geldbedrag:

- een of meer documenten moest opsturen (waaronder een identificatiebewijs en/of adresgegevens en/of bankgegevens) en/of

- ( een of meer van) dit/deze documenten voor te leggen aan de Board of Directors ter goedkeuring van zijn claim op de erfenis en/of

- de hem gegeven instructie(s) op moest volgen en/of

- een of meer betalingen moest doen ten behoeve van (onder meer) overboekingskosten en/of kosten voor Exchange Equalizaton Difference (EED), waardoor die [slachtoffer 4] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

5:
hij op tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 oktober 2007 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) meermalen een of meer geldbedragen, te weten - (in totaal) (ongeveer) 21.700,- euro en/of 30.000,- US dollar, althans in elk geval 15.850,- euro en/of 30.000,- US dollar (betalingen in of omstreeks de periode van 29 september 2006 tot en met 9 december 2006 door [slachtoffer 1], zaakdossier 1) en/of - (in totaal) (ongeveer) 138.700,- euro en/of (ongeveer) 554.359,- US dollar, bestaande uit een of meer geldbedragen, te weten 12.850,- euro en/of 22.700,- euro en/of 102.300,- euro en/of 850,- euro en/of 256.000,- euro en/of 130.000,- US dollar en/of 75.000,- US dollar, (betalingen in of omstreeks de periode van 7 maart 2007 tot en met 13 september 2007 door [slachtoffer 2], zaakdossier 5) en/of - (in totaal) (ongeveer) 47.509,95 euro en/of (ongeveer) 7.617,- US dollar [bestaande uit de geldbedragen die door [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] in of omstreeks de periode van 22 juni 2006 tot en met 30 oktober 2007 per Western Union aan [naam 6] en/of [naam 7] zijn overgemaakt, zaakdossier 9] en/of - (in totaal) (ongeveer) 4.804 AUD (omgerekend 2.641,- euro), bestaande uit 3.200,- AUD of US dollar (omgerekend 1.766,- euro) en/of 1.604,- AUD of US dollar (omgerekend 875,- euro) (betalingen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 17 juni 2006 door [slachtoffer 4], zaakdossier 7) althans een of meer geldbedrag(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit oplichting en/of valsheid in geschrift, althans uit enig misdrijf;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 9 december 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in Hong Kong (China) telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

telkens [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van € 15.850,00 en € 30.000,00 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid (onder meer)

- die [slachtoffer 1] per email benaderd en zich naar die [slachtoffer 1] voorgedaan als zijnde [naam 1] en [naam 2] van [bedrijfsnaam 1] en [bedrijfsnaam 2] en in die valse hoedanigheden en gebruik makend van die valse bedrijfsnamen:

- die [slachtoffer 1] medegedeeld dat [bedrijfsnaam 1] een groot geldbedrag (te weten 25,5 miljoen US dollar) in deposit had en dat dit geldbedrag zich in een kist bevond en was voorzien van veiligheidsstempels en

- die [slachtoffer 1] een provisie van 25% van dat geldbedrag in het vooruitzicht gesteld en

- die [slachtoffer 1] daartoe gevraagd in Amsterdam een bankrekening te openen waarop dat geldbedrag gestort kon worden en meermalen naar Nederland (Amsterdam) te komen [met medebrenging van diverse documenten en/of geldbedrag(en)] en

- die [slachtoffer 1] medegedeeld dat de benodigde documenten, zoals Anti-Terror Certificate en Anti-Money Laundery Certificate, Anti drug Certificate ervoor zouden zorgen dat die [slachtoffer 1] (een gedeelte van) dat geldbedrag (vervolgens) zonder problemen kon overmaken naar zijn eigen bankrekening in Hong Kong en

- die [slachtoffer 1] (meermalen) gevraagd een of meer betalingen te doen ten behoeve van zgn 'handling charges' en het schoonmaken van de veiligheidsstempels op de (naar Nederland te transporteren) bankbiljetten en de aanschaf van (nieuwe) chemische vloeistof en reactivatiepoeder voor die vloeistof, waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.

2:
hij op tijdstippen in de periode van 5 februari 2007 tot en met 13 september 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in de Verenigde Staten

telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

telkens [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 138.700,00 en ongeveer 554.359,00 US dollar bestaande uit:

- een geldbedrag van € 12.850,00 en € 22.700,00 en € 102.300,00 en € 850,00 en

- een geldbedrag van 349.359,00 US dollar en 130.000,00 US dollar en 75.000,00 US dollar, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid (onder meer)

die [slachtoffer 2] per faxbericht benaderd en zich naar die [slachtoffer 2] voorgedaan als zijnde [naam 3] en [naam 4] (juridisch adviseur) en [naam 5], van [bedrijfsnaam 1], en in die valse hoedanigheden en gebruikmakend van die valse bedrijfsnamen:

- die [slachtoffer 2] een verhaal voorgespiegeld, inhoudende dat een persoon genaamd [naam 3], voormalig topman van een Russisch oliebedrijf, gestopt was met werken en in slechte gezondheid verkeerde en zijn geld in Europa bij een security company in bewaring wilde onderbrengen en via een tussenpersoon wilde verdelen onder liefdadigheidsinstellingen en

- die [slachtoffer 2] gevraagd als tussenpersoon te fungeren en medegedeeld dat hij daarvoor als beloning een geldbedrag zal ontvangen en

- die [slachtoffer 2] een formulier gestuurd waarop [slachtoffer 2] als begunstigde genoemd staat en die [slachtoffer 2] gevraagd dat formulier in te vullen en vergezeld van diverse (kopieën van) documenten terug te sturen en

- die [slachtoffer 2] meermalen uitgenodigd naar Nederland te komen teneinde het geld in ontvangst te nemen en die [slachtoffer 2] begeleid naar een kantoor en aldaar een kist getoond, inhoudende een hoeveelheid US-dollar bankbiljetten en

- die [slachtoffer 2] medegedeeld dat de rode lintstreep/verf op de bundels bankbiljetten verwijderd moest worden met een chemische vloeistof en

- die [slachtoffer 2] een bankbiljet overhandigd teneinde de echtheid aan te tonen en te kunnen controleren en

- die [slachtoffer 2] meermalen gevraagd betalingen te doen ten behoeve van het reactiveren van de chemische vloeistof en de aanschaf van nieuwe chemische vloeistof en de bezorgkosten van de chemische vloeistof en

- die [slachtoffer 2] medegedeeld dat hij zelf een deel van de kosten van de chemische vloeistof op zich zou nemen,

waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.

en

op tijdstippen in de periode van 14 september 2007 tot en met 12 november 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in de Verenigde Staten,

telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

telkens [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van ongeveer 64.500,00 US dollar of 25.000,00 US dollar,

telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid (onder meer) zich naar die [slachtoffer 2] heeft voorgedaan als zijnde [naam 5], van [bedrijfsnaam 1] en in die valse hoedanigheid en gebruikmakend van die valse naam en die valse bedrijfsnaam [en na die [slachtoffer 2] voornoemd verhaal te hebben voorgespiegeld]

- die [slachtoffer 2] heeft gevraagd een betaling van (ongeveer) 64.500,00 US dollar te doen ten behoeve van het verkrijgen van certificaten waarmee het geldbedrag (van de hiervoor genoemde [naam 3]) "Euroclear en Drugfree en/of Antiterrorist" kon worden verklaard en (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] heeft gevraagd (in plaats van die 64.500,00 US dollar een betaling van 25.000,00 US dollar te doen ten behoeve van het verkrijgen van een of meer certificaten waarmee het geldbedrag (van de hiervoor genoemde [naam 3]) "Euroclear en/of Drugfree en/of Antiterrorist" kon worden verklaard, en heeft medegedeeld het overige deel van de kosten (te weten 39.500,00 US dollar) voor zijn, verdachtes, rekening te zullen nemen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3:
hij op tijdstippen in de periode van 12 november 2004 tot en met 9 november 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in Maleisië, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

telkens [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (hierna: [bedrijfsnaam 4]) (zijnde het bedrijf van die [slachtoffer 3]) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid onder meer die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] benaderd en zich (daarbij) voorgedaan als zijnde [naam 8] (advocaat van de executeur van de erfenis van [naam 9]) en (onder meer) [naam 10] en [naam 11] en [naam 6] en [naam 7], en in die valse hoedanigheden en gebruik makend van die valse namen en de bedrijfsnaam '[bedrijfsnaam 5]' en 'Nederlandse Bank':

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (meermalen per brief en per email en per fax en telefonisch) medegedeeld dat:

- [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] de begunstigden/erfgenamen waren van een erfenis van een persoon genaamd [naam 9] en

- die erfenis 9.839.112,52 US dollar bedroeg en werd bewaard bij de [bedrijfsnaam 5] te Londen en (vervolgens) de Nederlandse Bank en

- hij, verdachte, namens [slachtoffer 3] optrad en zou helpen met de uitbetaling van de erfenis aan [slachtoffer 3] en

* die [slachtoffer 3] ten bewijze daarvan onder meer

- ( per email) een testament en een overlijdensakte van die [naam 9] gestuurd en

- brieven van de Board of Directors van de [bedrijfsnaam 5] gestuurd waarin de claim van [slachtoffer 3] en [bedrijfsnaam 4] op voornoemde erfenis werd goedgekeurd en werd aangegeven dat de overschrijving van 9.839,112,52 US dollar ten gunste van [bedrijfsnaam 4] 'in de wacht staat' en

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] opdrachten gestuurd van [bedrijfsnaam 5] aan de Nederlandse Bank tot overschrijving van 9.839,112,52 US dollar aan [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] [zgn outgoing wires] en

* die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] (per fax) formulieren [zgn fund release orders] gestuurd, waarop gevraagd werd (onder meer) bankrekeningnummers van [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] in te vullen zodat het geldbedrag overgeboekt kon worden naar bankrekeningnummers in Maleisië en

* die [slachtoffer 3] en [bedrijfsnaam 4] gevraagd geldbedragen te betalen aan ambtenaren/personen die belast waren en die [slachtoffer 3] en [bedrijfsnaam 4] zouden helpen met het vrijgeven van het geldbedrag ten behoeve van (onder meer)

- de legalisatie van voornoemd geldbedrag en

- kosten voor de Currency Fluctuation Marginal Difference (CFMD) en - kosten voor Exchange Equalizaton Difference (EED) en

- benodigde documenten en certificaten (onder meer een zgn anti-terrorist clearance) en

- te betalen belasting in het land waar het geldbedrag bewaard werd en

- kosten voor het in delen overboeken naar drie, althans een of meer bankrekeningen van die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] en

- een of meer voorschot(ten) aan 'de Nederlandse Bank' waardoor die [slachtoffer 3] en/of [bedrijfsnaam 4] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgiften.

4:
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2006 tot en met 17 juni 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in Australië telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

telkens [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) 4.804,00 AUD [omgerekend (ongeveer) 2.641,00 euro], bestaande uit 3.200,00 AUD, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid onder meer die [slachtoffer 4] per email benaderd en zich (daarbij) (onder meer) voorgedaan als zijnde [naam 11], werkzaam bij de [bedrijfsnaam 5] en in die valse hoedanigheid en gebruik makend van die valse bedrijfsnaam:

* die [slachtoffer 4] medegedeeld dat hij de begunstigde was van een erfenis (van US dollar 7.550.000,00) en
* die [slachtoffer 4] medegedeeld dat hij ter verkrijging van deze erfenis:

- een of meer documenten moest opsturen (waaronder een identificatiebewijs en adresgegevens en bankgegevens) en

- de hem gegeven instructies op moest volgen en

- een of meer betalingen moest doen ten behoeve van (onder meer) overboekingskosten en kosten voor Exchange Equalizaton Difference (EED),

waardoor die [slachtoffer 4] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.

5. hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 oktober 2007 te Amsterdam, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,
immers heeft hij verdachte meermalen geldbedragen, te weten

- ( in totaal) 15.850,- euro en 30.000,00 euro en
- geldbedragen, te weten 12.850,- euro en 22.700 euro en 102.300,- euro en 850,00 euro en 256.000,- euro en 130.00,- US dollar en 75.000,- US dollar en
- 47.509,95 euro en (ongeveer) 7.617,- US dollar en
- (in totaal) (ongeveer) 4.804 AUD, bestaande uit 3.200,- AUD en 1.604 AUD
verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen afkomstig waren uit oplichting.

Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting verhoren verdachte

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat er sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Bij de drie ten overstaan van de politie afgelegde verklaringen door de verdachte is geen gebruik gemaakt van een beëindigd tolk. De verdachte meent dat hij –de Nederlandse taal niet machtig zijnde- gehoord had moeten worden met behulp van een tolk. Dit is niet geschied. De raadsvrouw stelt dat deze schending tot bewijsuitsluiting dient te leiden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof gaat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Uit het proces-verbaal van verhoor van 13 november 2007, 14 november 2007 en 22 november 2007 blijkt dat het verhoor op verzoek van de verdachte in de Engelse taal is afgenomen door de verbalisanten. De verdachte geeft voorafgaand aan het verhoor te kennen dat hij de verbalisanten die het verhoor afnemen in de Engelse taal verstaat en begrijpt.

Uit het proces-verbaal van verhoor van 17 januari 2008 en het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van 16 november 2007 blijkt dat de verdachte is gehoord met tussenkomst van een Engelse tolk.

Nu naast de verhoren waar de verdachte is gehoord met behulp van een tolk in de Engelse taal, de verdachte voorafgaand aan de verhoren bij de politie op 13 november 2007, 14 november 2007 en 22 november 2007 heeft aangegeven dat hij de verbalisanten in de Engelse taal verstaat en begrijpt, is er geen enkele reden om aan te nemen dat de verdachte en de verbalisanten elkaar op enigerlei wijze hebben mis verstaan. Bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris waar de verdachte werd gehoord met bijstand van een tolk heeft de verdachte namelijk eveneens verklaard dat de inbeslaggenomen gegevensdragers van hem waren. Ook thans in hoger beroep is er door de verdediging niet gesteld dat er bepaalde onjuistheden in de betreffende processen-verbaal staan opgenomen. Van een schending op een eerlijk proces is dan ook niet gebleken. In zoverre wordt dit verweer van de raadsvrouw verworpen.

Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting wegens schending van het ondervragingsrecht

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdediging in hoger beroep het recht is ontnomen getuigen te kunnen (doen) ondervragen. Door de verdediging is verschillende malen aangegeven de aangevers in deze zaak als getuige te willen horen. Deze verzoeken zijn door het hof afgewezen. De veroordeling in eerste aanleg is in doorslaggevende mate gebaseerd op de verklaringen van de slachtoffers. Nu de verdediging de mogelijkheid is onthouden deze als getuigen te ondervragen, is er sprake van schending van art. 6, eerste en derde lid, EVRM en dienen deze verklaringen van het bewijs te worden uitgesloten, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.
Bij appelschriftuur heeft de verdediging verzocht tot het horen van alle aangevers in deze zaak. Daarbij heeft de verdediging gesteld dat het voor de zaak van belang is dat een beeld kan worden gevormd van wat de aangevers heeft bewogen tot de storting van de hoge bedragen als waarvan sprake is. Voorts zou het horen van belang zijn om te achterhalen of de aangevers op enig moment door de politie zijn gehoord. Ter zitting van 18 april 2011 heeft het hof deze verzoeken afgewezen op de grond dat uit de verklaringen van de slachtoffers niet blijkt dat de aangevers de verdachte noemen als degene die hen heeft opgelicht en dat hun verklaring dat zij het slachtoffer zijn geworden van zogenaamde 419-fraude en de wijze waarop dit is gebeurd voldoende hebben toegelicht.

Ter zitting in hoger beroep van 22 mei 2015 heeft de verdediging nogmaals verzocht tot het horen van de aangevers. Ditmaal was daartoe slechts aangevoerd dat door het horen van de aangevers zou kunnen worden onderzocht of de aangevers wel degelijk bestaan. Ook dit verzoek is door het hof gemotiveerd afgewezen.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de verdediging in deze zaak niet in enig stadium van het geding in de gelegenheid is geweest de aangevers in deze zaak te (doen) horen. Daarbij dient evenwel in aanmerking te worden genomen dat de aangevers allen in het (verre) buitenland woonachtig zijn en de politie reeds de nodige inspanningen (met succes) heeft verricht om in contact te treden met de aangevers, telefonisch en per email. Voorts stelt het hof vast dat de verdediging niet heeft beoogd de aangevers vragen te stellen omtrent de strafrechtelijke betrokkenheid van de verdachte bij de feiten.

Voorop moet worden gesteld dat in een geval waarin de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon die een verklaring tegenover de politie heeft afgelegd te (doen) ondervragen, art. 6 EVRM niet in de weg staat aan het gebruik tot het bewijs van het proces-verbaal van de politie met een dergelijke verklaring, indien de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Reeds voldoende is het als de betrokkenheid van de verdachte bij het hem ten laste gelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal. Dit (steun)bewijs zal betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist. Indien voldoende (steun)bewijs in de hiervoor bedoelde zin ontbreekt, dient aan de verdachte die deze verklaring op haar betrouwbaarheid wenst te toetsen een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende compensatie te worden geboden voor het ontbreken van de mogelijkheid tot (rechtstreekse) ondervraging van de getuige. De wijze waarop een zodanige compensatie zal kunnen worden geëffectueerd, zal afhangen van de omstandigheden van het geval.

In het onderhavige geval is het bewijs dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem tenlastegelegde feiten - anders dan door de verdediging is betoogd - niet in beslissende mate gebaseerd op de door de aangevers afgelegde verklaringen. De betrokkenheid van de verdachte bij de hem tenlastegelegde feiten vindt naar het oordeel van het hof in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen. Verdachtes betrokkenheid bij de tenlastegelegde feiten wordt immers hoofdzakelijk gedragen door de inhoud van de bij verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers.

Zonder inbreuk te maken op het recht van de verdachte op een eerlijk proces en diens ondervragingsrecht in de zin van art. 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder d, EVRM kan derhalve voor het bewijs gebruik worden gemaakt van de door de aangevers afgelegde (steun)verklaringen.

Verweer strekkende tot vrijspraak van medeplegen

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen. De verdachte heeft meerdere keren aangegeven dat anderen gebruik maakten van zijn computers en iPod en hij geen wetenschap had van de oplichting van de slachtoffers. In het uiterste geval zouden de handelingen van de verdachte als hulpverleningshandelingen gekwalificeerd moeten worden, aldus de raadvrouw.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het dossier blijkt dat er op 13 november 2007 een doorzoeking heeft plaatsgevonden in perceel [adres 2] te Amsterdam. Bij die doorzoeking heeft de verdachte een in werking zijnde laptop, vier mobiele telefoons en een iPod aangewezen als zijn eigendom. Tevens is in die woning, in welke woning de verdachte heeft verklaard tijdelijk te wonen, een rood blikje aangetroffen van Vodafone met daarin enveloppen, simkaarten en telefoonkaarten. Ten aanzien van al deze aangetroffen goederen is een verband aangetroffen met de tenlastegelegde feiten. De stelling van de verdachte dat er mogelijk anderen van zijn spullen gebruik hebben gemaakt om zo de fraude te kunnen plegen, wordt door het hof als niet geloofwaardig terzijde geschoven. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte geen verklaring heeft kunnen bieden voor het feit dat op de op verschillende plaatsen en verschillende adressen aangetroffen spullen van de verdachte sporen van de tenlastegelegde fraude zijn aangetroffen. Het is daarmee zeer onaannemelijk dat een ander toegang heeft gehad tot die verschillende plaatsen en spullen van de verdachte. In zoverre wordt het verweer verworpen.

Het hof is evenwel op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat er onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte de feiten heeft gepleegd tezamen en in vereniging met een ander of anderen i.d.z.v. artikel 47, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). In het dossier figureert weliswaar een groot aantal namen, maar tevens volgt uit de bewijsmiddelen dat het steeds de verdachte is geweest die zich heeft bediend van diverse namen en hoedanigheden. In die zin komt het hof dan ook tot vrijspraak van het bij alle feiten tenlastegelegde medeplegen. Dat er mogelijk anderen zijn geweest die hand- en spandiensten hebben verricht doet aan het voorgaande niet af.

Dit alles leidt ertoe dat het hof niet bewezen acht dat de verdachte zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen van het tenlastegelegde, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Verweer strekkende tot vrijspraak van gewoontewitwassen (feit 5)

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat bewezen wordt verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. Weliswaar is het witgewassen geld afkomstig uit eigen misdrijf, zulks hoeft echter niet aan bewezenverklaring en kwalificatie in de weg te staan, nu er sprake is van een verhullingshandeling. Immers, het geld is niet bij de verdachte aangetroffen en moet dus worden geacht door hem te zijn weggesluisd.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om aan te tonen dat er sprake is geweest van witwassen. De verdachte verdiende zijn geld in de autohandel en met werkzaamheden op het Kwakoe Festival. Voor beide bronnen van inkomsten geldt dat er veelal wordt gehandeld met contant geld, hetgeen ook een verklaring vormt voor de vele geldstortingen en opnames van verdachtes rekeningen. De werkwijze van de autohandel was als volgt. De verdachte kreeg de opdracht om gebruikte auto’s te kopen en te laten verschepen naar Afrika. Eerst bij aflevering aldaar werd er betaald. De verdachte moest dit geld voorschieten. Indien hij geen voldoende middelen op eigen rekening had staan, leende hij van zijn creditcard om zo de verkoper te betalen. Als de auto gekocht werd door en afgeleverd aan zijn Afrikaanse koper kreeg hij de betaling weer contant terug. Deze handelingen rechtvaardigen de banktransacties die te zien zijn op de gevorderde bankafschriften.

Het hof overweegt als volgt.

Bewezen is verklaard dat de verdachte zich telkens heeft schuldig gemaakt aan oplichting zoals tenlastegelegd onder 1 tot en met 4. Bewezen is voorts dat de verdachte met dat handelen grote geldbedragen heeft verkregen en voorhanden heeft gehad. Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat de grote bedragen waarover de verdachte de beschikking heeft gehad afkomstig waren uit zijn handel in auto’s en zijn verdiensten op het Kwakoefestival. De verdachte heeft van zijn auto handel geen administratie kunnen overleggen die dergelijke bedragen kunnen verklaren en ook heeft hij onvoldoende aannemelijk kunnen maken dat hij dergelijke bedragen heeft verdiend met de organisatie van een festival. Het hof komt tot bewezenverklaring van feit 5.

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Ten aanzien van feit 5

In het geval dat het witwassen betrekking heeft op voorwerpen onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf, dient sprake te zijn van een handeling die erop is gericht om de crimineel verkregen voorwerpen veilig te stellen. Indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de voorwerpen, kan die gedraging niet als witwassen worden gekwalificeerd. In dergelijke gevallen moet sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerpen gericht karakter heeft.

Het hof is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het verwerven of het voorhanden hebben van het geld een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst gericht karakter heeft gehad. Het feit dat thans niet kan worden vastgesteld waar het geld is gebleven, is daartoe niet toereikend.
Het onder 5 bewezen verklaarde feit kan derhalve niet als gewoontewitwassen worden gekwalificeerd, zodat de verdachte ter zake van dat feit ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde levert op:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert tevens op:

poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van het voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek, welke straf de tijd die hij in voorlopige detentie heeft doorgebracht niet te boven zal gaan.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich gedurende verschillende perioden schuldig gemaakt aan de zogeheten advance-fee fraude of 419-fraude genoemd naar artikel 419 van het Nigeriaanse Wetboek van Strafrecht, waarin dit gedrag strafbaar is gesteld. De verdachte heeft de strafbare gedragingen gepleegd telkens met het oogmerk van geldelijk gewin. Hij heeft daarbij een uiterst geraffineerde werkwijze gehanteerd. De slachtoffers werd een percentage van een niet bestaand miljoenenbedrag in het vooruitzicht gesteld, waarbij hij de slachtoffers allerhande leugens voorschotelde, en nagemaakte documenten van al dan niet bestaande instellingen en instanties toezond. Daarbij werd gebruik gemaakt van valse namen en hoedanigheden: juridisch adviseur, advocaat of werknemer bij vaak niet bestaande bedrijven. Ook werden de slachtoffers ter onderbouwing van het verhaal officieel ogende documenten –notariële stukken met betrekking tot te beheren erfenissen en brieven afkomstig van zgn. banken - toegezonden met daarbij rekeningen voor allerhande kosten verband houdende met de overdracht van het geld.

Daarnaast werden de slachtoffers, die geen van allen uit Nederland afkomstig waren, naar Nederland gelokt om het geld in ontvangst te nemen. Hier kregen zij geld te zien, waarbij hen werd verteld dat dit was voorzien van stempels om diefstal te voorkomen. Ter plekke werd met behulp van de ‘wash-wash’ truc een aantal biljetten ontdaan van de stempels. De slachtoffers kregen vervolgens een aantal van deze gewassen biljetten mee om deze te kunnen testen op hun echtheid. Daarna kregen zij te horen dat de reinigingsvloeistof onbruikbaar was en dat voor het reactiveren van de reinigingsvloeistof of de aanschaf van nieuwe vloeistof voor het reinigen van de biljetten een aanzienlijk geldbedrag betaald diende te worden. Met deze werkwijze heeft de verdachte de slachtoffers telkens aanzienlijke geldbedragen afhandig gemaakt. In één geval is het bij een poging gebleven omdat het slachtoffer weigerde (nog langer) geld over te maken.

Hoewel denkbaar is dat sommige slachtoffers werden gedreven door hebzucht en daardoor ten prooi zijn gevallen aan de praktijken van de verdachte doet dat niet af aan de strafwaardigheid en de verwerpelijkheid van het bewezenverklaarde.

De door de verdachte gepleegde vorm van fraude brengt naast persoonlijk (financieel) leed voor de betrokken slachtoffers ook het gevaar van economische ontwrichting mee. De verdachte is zonder enige scrupules te werk gegaan en dat wordt hem zwaar aangerekend.

Het hof heeft acht geslagen op de omstandigheid dat in deze zaak de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. In eerste aanleg is de strafzaak aangevangen op de datum van inverzekeringstelling van de verdachte op 13 november 2007 – welke datum het hof als aanvang neemt voor de beoordeling van de (redelijke) termijn in de strafzaak – en afgerond met een eindbeslissing op 10 mei 2010. De verdachte heeft op 10 mei 2010 een rechtsmiddel ingesteld. Het hof heeft de zaak op 22 mei 2015 inhoudelijk behandeld met arrestwijzing op 5 juni 2015.

Het hof stelt vast, dat de procedure als geheel een periode van bijna 7 jaren en 7 maanden heeft bestreken en dat in beginsel uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren per instantie (rechtbank-hof), deze periode is overschreden met (afgerond) 3 jaren en 7 maanden. Het hof zal gelet op deze termijnoverschrijding de straf gedeeltelijk in voorwaardelijke vorm opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 5 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1,00 STK SIM-kaart kl:rood Vodafone A.3.2.80.4

1,00 STK computer kl:grijs Siemens KNB602018070 B.2.8.24.1

1,00 STK iPod kl:zwart Appel B.2.8.24.1

2,00 STK SIM-kaart Telfort en Lyca A.35.5.80.12

2,00 STK SIM-kaart Telfort en Lebr A.35.5.80.13

1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.5.25.16

1,00 STK Telefoontoestel kl:onbekend Nokia A.35.80.17 1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.25.18

1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.5.25.19

1,00 DS Doos kl:rood A.35.5.80.6

1,00 STK Computer HP CNF7210PI A.35.5.25.3.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

3,00 STK Ordner kl:zwart en wit (2x zwart, 1x wit).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. W.H. van Benthem en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. D. van Nes, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 juni 2015.

=========================================================================

[.]