Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:2188

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2015
Datum publicatie
11-06-2015
Zaaknummer
K-11/0441
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beklag ex artikel 12 Sv. Klager wenst vervolging voor wederrechtelijke vrijheidsberoving in 1970. Het feit is echter verjaard

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

BEKLAGKAMER

Beschikking van op het beklag met het rekestnummer K11/0441 van

[klager] ,

wonende te [woonplaats],

klager.

Gemachtigde: mr. E. Olof.

1 Het beklag

Het klaagschrift is op 20 oktober 2011 door het hof ontvangen. Het beklag richt zich, na te zijn beperkt, tegen de beslissing van de officier van justitie te Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen wijlen [beklaagde] (verder: beklaagde) en overige daders ter zake van wederrechtelijke vrijheidsberoving in 1970.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 16 mei 2012 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.

3 De voorhanden stukken

Behalve van het klaagschrift en van het verslag heeft het hof kennis genomen van de in deze zaak door de politie opgemaakte processen-verbaal en het namens de hoofdofficier van justitie te Amsterdam opgestelde ambtsbericht van 15 november 2011.

Voorts heeft het hof kennis genomen van door klager en diens gemachtigde toegezonden aanvullende stukken.

4 De behandeling in raadkamer

De op 30 oktober 2012 geplande behandeling in raadkamer heeft op verzoek van de gemachtigde van klager geen doorgang gevonden.

Vervolgens is door de gemachtigde van klager meermalen verzocht om aanhouding van de behandeling van het klaagschrift.

Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld het beklag op 15 april 2015 toe te lichten. Klager is, bijgestaan door diens gemachtigde, in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en (deels) gehandhaafd. De gemachtigde heeft hiertoe het woord gevoerd aan de hand van door hem overgelegde pleitnotities.

De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft hij geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.

5 De ontvankelijkheid van het beklag

Klager is onder meer gemeenteraadslid en wethouder geweest in [plaats] in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In 1970 is hij korte tijd ontvoerd geweest door een groepering die zich ‘Groep 7’ noemde. Klager is door een aantal personen in Amsterdam in een auto geduwd, tegen zijn wil vastgehouden en meegenomen. Vlak over de Belgische grens is klager de auto uitgezet. Het hierop ingestelde politieonderzoek heeft niet geleid tot de aanhouding van de daders.

Klager heeft van bovengenoemd feit in 1975 aangifte gedaan.

In een uitzending van het televisieprogramma [tv programma] in[jaartal] heeft beklaagde zijn aandeel bij de ontvoering van klager toegegeven.

Klager heeft vervolgens in 2005 aangifte gedaan van diverse strafbare feiten, gepleegd door beklaagde. Deze aangifte is op 31 maart 2006 geseponeerd.

Het beklag was aanvankelijk gericht tegen het niet vervolgen van beklaagde en overige daders voor beide hiervoor genoemde aangiften.

Blijkens de door klager en diens gemachtigde in raadkamer gegeven toelichting is het beklag thans beperkt tot het niet vervolgen van beklaagde en overige daders voor de aangifte wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Volgens klager en diens gemachtigde is het onbegrijpelijk dat de zaak nog immer niet verder strafrechtelijk onderzocht is. Zij hebben hiertoe aangevoerd dat door ontvoering
- en bedreiging - van een gekozen volksvertegenwoordiger de kern van de rechtsstaat wordt aangerand, welk soort feiten nog immer actueel is. De aard van het misdrijf laat volgens hen geen verjaring toe. Daarbij komt dat klager persoonlijk zeer geraakt is door deze kwestie.

Het hof overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafrechtelijke vervolging reeds vele jaren geleden door verjaring komen te vervallen.

Anders dan door de gemachtigde van klager betoogd, laat het Wetboek van Strafrecht het hof geen ruimte om gelet op de gevolgen voor klager en de inbreuk op het functioneren van de rechtsstaat niettemin een bevel tot vervolging te geven.

Het beklag is derhalve ongegrond.

6 De beslissing

Het hof wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen geen gewoon rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

door mrs. P.C. Kortenhorst, voorzitter, N. van der Wijngaart en A. Bockwinkel, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. L.H.J. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.