Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:216

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2015
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
200.154.194/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beeindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorziening in verband met een minnelijke regeling tussen partijen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 345; 349a; 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2015/90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.154.194/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 februari 2015

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te Amstelveen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. A. Gabel, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DJK HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. A.J.A. Jansen, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 november 2014 en 13 november 2014 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [B], een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – W.R. Küh (hierna: Küh) benoemd tot bestuurder van [B]

1.3

Mr. Gabel heeft op 9 januari 2015 de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling zijn overeengekomen en dat de procedure kan worden beëindigd. Op 12 januari 2015 heeft de Ondernemingskamer eenzelfde bericht ontvangen van mr. Jansen.

1.4

Küh heeft de secretaris van de Ondernemingskamer desgevraagd telefonisch geïnformeerd geen bezwaar te hebben tegen de verzochte beëindiging. Zijn kosten zijn voldaan.

2 De gronden van de beslissing

Nu alle in deze procedure verschenen partijen hebben verzocht het bij de beschikking van 6 november 2014 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening op te heffen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen het verzochte, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 6 november 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [B], gevestigd te Amsterdam;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 6 november 2014 getroffen onmiddellijke voorziening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen - Molenaar en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. R.A.H. van der Meer en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 februari 2015.