Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:2073

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2015
Datum publicatie
16-06-2015
Zaaknummer
23-004598-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens moord op 91-jarige vrouw en bezit kinderporno. Vrijspraak van verkrachting en poging daartoe. Uitgebreide bewijsoverweging ten aanzien van de voorbedachte raad. Verdachte (ten tijde pleegdatum 18 jaar oud) verminderd toerekeningsvatbaar. Strafoplegging 10 jaar met tbs en dwangverpleging. Hof past artikel 37b lid 2 Sr toe en geeft uitdrukkelijk advies aan de Minister omtrent aanvangsmoment tbs-behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004598-13

datum uitspraak: 1 juni 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-676442-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2014 en 19 mei 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 29 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en met voorbedachten rade [adres] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, de keel van voornoemde [adres] vastgepakt en/of vastgegrepen en/of (vervolgens) dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden, tengevolge waarvan voornoemde [adres] is overleden;

2 primair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in omstreeks de periode van 28 mei 2012 tot en met 29 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [adres], geboren op [geboortedatum] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [adres], hebbende verdachte die [adres] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [adres] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- onder valse voorwendselen de woning van die [adres] binnen is gegaan en/of

- fysiek overwicht heeft uitgeoefend op die [adres] door zijn lengte en/of gewicht en/of het leeftijdsverschil (waardoor die [adres] zich niet [afdoende] kon verzetten) en/of

- die [adres] heeft vastgepakt en/of

- die [adres] op het bed in de slaapkamer heeft gelegd en/of

- is doorgegaan met zijn handelingen ondanks het feit dat die [adres] kenbaar maakte dit niet te willen en/of

- eenmaal of meermalen met een (koeken)pan, in elk geval met enig voorwerp, op het hoofd van die [adres] heeft geslagen en/of

- eenmaal of meermalen de keel van die [adres] heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of (vervolgens) dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of (aldus) voor die [adres] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2
subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 mei 2012 tot en met 29 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of met een (andere) feitelijkheid [adres], geboren op [geboortedatum] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, opzettelijk zijn, verdachtes, penis tegen de vagina van die [adres] heeft gehouden en/of geduwd en/of daarvoor en/of daarbij

- onder valse voorwendselen de woning van die [adres] binnen is gegaan en/of

- fysiek overwicht heeft uitgeoefend op die [adres] door zijn lengte en/of gewicht en/of het leeftijdsverschil (waardoor die [adres] zich niet [afdoende] kon verzetten) en/of

- die [adres] heeft vastgepakt en/of

- die [adres] op het bed in de slaapkamer heeft gelegd en/of

- is doorgegaan met zijn handelingen ondanks het feit dat die [adres] kenbaar maakte dit niet te willen en/of

- eenmaal of meermalen met een (koeken)pan, in elk geval met enig voorwerp, op het hoofd van die [adres] heeft geslagen en/of

- eenmaal of meermalen de keel van die [adres] heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of (vervolgens) dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of (aldus) voor die [adres] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3:
hij op of omstreeks 29 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, één of meer afbeelding(en) en/of een of meer gegevensdrager(s) bevattende één of meer afbeelding(en), te weten 7, in elk geval een of meer, dvd ('s) en/of een harde schijf (van een laptop), houdende (ongeveer) 3085 afbeeldingen van seksuele gedragingen, welke seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 10-13 jaar poseert naakt in een buitenomgeving. Het meisje zit op een rotsblok en kijkt verleidelijk in de camera, met haar rechterhand achter haar hoofd geplaatst en/of - Het ontblote onderlijf en gezicht van een meisje, met de geschatte leeftijd van 8-11 jaar. Het meisje is poserend gefotografeerd met de billen naar de camera toe en haar benen omhoog. Zij kijkt tussen haar benen door in de camera. Door de positionering van de camera neemt de vagina van het meisje een centrale rol in in de foto en/of

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 9-12 jaar is naakt poserend afgebeeld in een studio-omgeving. Van het meisje zijn beginnende borsten en de vagina zichtbaar. Het meisje poseert liggend, leunend op haar linkerarm en met de benen uit elkaar en een opgetrokken linkerknie. Hierdoor ligt de nadruk extra op de vagina van het meisje en/of

- Een kind met de geschatte leeftijd van 2-4 jaar, vermoedelijk een meisje, zit met naakt bovenlichaam op een bed. Het kind heeft de ontblote en stijve penis van een volwassen man in zijn/haar handen en kijkt ernaar met open mond. Van de man is ook diens boxershort zichtbaar en/of

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 9-12 jaar, is naakt poserend afgebeeld in een rotsachtige omgeving. Zij is gefotografeerd op de rug. Zij zit geknield in het water en steekt haar naakte billen naar achteren. De foto maakt deel uit van een serie van foto's waarin hetzelfde meisje naakt poserend is gefotografeerd in telkens andere poses en/of

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 10-13 jaar ligt naakt op een bed, met haar rug tegen een jongen, met de geschatte leeftijd van 8-11 jaar, van wie het naakte onderlichaam en zijn (kleine) penis zichtbaar zijn. Het meisje ligt met haar benen wijd en haar knieën opgetrokken, waardoor haar vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera en/of

- Een naakte jongen en een naakt meisje. De jongen, met een geschatte leeftijd van 13-16 jaar, zit op zijn knieën op een bed. Schuin voor hem zit het meisje, met een geschatte leeftijd van 8-11 jaar. Het meisje zit op haar billen en zit wijdbeens, waardoor haar vagina goed zichtbaar is. Het meisje pijpt de jongen en/of

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 7-10 jaar zit naakt op een bed. Zij heeft slechts sokken aan en haar gezicht is niet zichtbaar. Zij zit wijdbeens met opgetrokken knieën. Zij steekt een staafachtig voorwerp in haar vagina en/of

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 4-7 jaar ligt naakt en met de benen gespreid en naar achteren gebracht op een bed. Zij wordt vaginaal gepenetreerd door de penis van een volwassen man.

- Een meisje met de geschatte leeftijd van 5-8 jaar die in een bad zit, met haar knieën opgetrokken en haar voeten wijd uit elkaar geplaatst, terwijl zij achter zich op haar handen leunt. Hierdoor is goed zicht op haar vagina. Ondertussen urineert een volwassen man, die boven haar in het bad staat, over haar buik en vagina heen. De foto is van boven genomen, vanaf het perspectief van de volwassen man,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk, te weten een Iphone, in ieder geval een (mobiele) telefoon, en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten een (netwerk)provider, de toegang tot die afbeelding(en) heeft verschaft.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een andere strafoplegging dan de rechtbank.

Vrijspraak feit 2 primair en subsidiair

Standpunt openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft bewezenverklaring gevorderd van feit 2, verkrachting, dan wel feit 2 subsidiair, poging tot verkrachting. Zij baseert dit standpunt met name op de volgende bewijsmiddelen.

Op de computer van de verdachte zijn gedownloade pornofilms aangetroffen met titels als granny rape, waarin bejaarde vrouwen worden verkracht. De verdachte heeft bovendien met zijn iPhone een filmpje van zichzelf gemaakt, waarop te zien is dat hij zijn opblaaspop seksueel penetreert. Hij verrichtte daarbij ook verwurgingshandelingen aan de hals van de pop, die was voorzien van een masker en bondage.

Blijkens het rapport van het NFI betreffende het Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van 9 augustus 2012 is een onderzoeksset zedendelicten van het slachtoffer afgenomen, bevattende onder meer twee bemonsteringen van de lies/schaamlip (rechts en links), twee bemonsteringen van de vulva (rechts en links) en twee bemonsteringen van de vagina (1 en 2). Op de genoemde lichaamsdelen, behalve de linker lies/schaamlip, is celmateriaal gevonden waarin zowel sperma als spermavloeistof werden aangetroffen. In de uit de monsters verkregen stringente lysisfracties werd een (onvolledig) DNA-profiel aangetroffen van maximale zeldzaamheid, dat matchte met het DNA-profiel van de verdachte.

Blijkens het sectierapport werd een beschadiging van de huid en het slijmvlies ter plaatse van de ingang van de vagina aan de achterzijde (anale zijde/op 6 uur) met omgevende bloeduitstorting gezien, welke beschadiging tijdens het proces van het overlijden of erna is ontstaan. De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat hieruit volgt dat niet valt uit te sluiten dat de penetratie van de vagina voor het overlijden van het slachtoffer heeft plaatsgevonden.

De verdachte heeft in zijn eerste en tweede verhoor bij de politie verklaard dat hij het slachtoffer seksueel heeft gepenetreerd toen zij nog leefde. De tweede verklaring was bovendien heel gedetailleerd en daaruit is tevens af te leiden dat de seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden, dan wel dat de verdachte hiertoe het voorwaardelijk opzet heeft gehad. De verklaringen die de verdachte heeft afgelegd na deze bekentenissen zijn ongeloofwaardig en dienen terzijde te worden geschoven.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft vrijspraak van dit feit bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte het slachtoffer bij leven en onder dwang heeft gepenetreerd. De bevindingen in het sectierapport wijzen niet eenduidig op het moment van ontstaan van de genoemde beschadigingen aan de vagina en deze kunnen dus na het overlijden van het slachtoffer zijn ontstaan.

De eerste twee verklaringen van de verdachte bij de politie kunnen niet meewerken aan het bewijs, omdat ze van geen kanten kloppen. Bovendien heeft de verdachte in elk verhoor dat daarna heeft plaatsgevonden ontkend het slachtoffer bij leven seksueel te hebben gepenetreerd. De tenlastegelegde poging tot verkrachting kan evenmin worden bewezen.

Oordeel hof

Op grond van de verklaringen van de verdachte, in samenhang met de hierboven weergegeven bevindingen in het sectierapport en het NFI rapport, staat vast dat de verdachte het slachtoffer na haar overlijden seksueel heeft gepenetreerd. Gezien de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep acht het hof onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om eveneens met zekerheid te kunnen vaststellen dat de verdachte het slachtoffer bij leven seksueel heeft gepenetreerd. De verklaringen van de verdachte daaromtrent zijn volkomen tegenstrijdig. Het hof ziet ook overigens onvoldoende aanknopingspunten de advocaat-generaal in haar standpunt te volgen dat slechts zijn eerste twee verklaringen bij de politie voor het bewijs gebruikt kunnen worden.

Het gevolg hiervan is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

De onder 2 subsidiair ten laste gelegde poging tot verkrachting is evenmin wettig en overtuigend bewezen. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is een voornemen van de verdachte vereist dat zich bovendien door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. De verdachte is op 28 mei 2012 naar de woning van het slachtoffer gegaan om seks met haar te hebben. Hij heeft haar met een smoes bewogen hem in haar woning toe te laten en te laten verblijven. Het slachtoffer heeft hem in de woning rondgeleid, waarbij zij samen in haar slaapkamer zijn geweest. Uit de bewijsmiddelen kan evenwel geen concreet begin van uitvoering van een verkrachting worden afgeleid.

Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde.

Bewijsoverwegingen

Feit 1

Voorbedachte raad

Het hof acht bewezen dat de verdachte het slachtoffer door verwurging opzettelijk om het leven heeft gebracht. De vraag die het hof vervolgens dient te beantwoorden is of de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Volgens vaste jurisprudentie moet voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar aan contra-indicaties kan een zwaarder gewicht worden toegekend. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) uiteindelijk tot het oordeel leiden dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld. De achtergrond van het vereiste dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, is dat ingeval vaststaat dat de verdachte die gelegenheid heeft gehad, het redelijk is aan te nemen dat hij gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid en dus daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

Voor de beantwoording van de hierboven geformuleerde vraag gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.1

De verdachte is in de late middag of vroege avond van 28 mei 2012 naar de woning van het 91 jarige slachtoffer gegaan. De reden van het bezoek aan het slachtoffer was dat de verdachte seks met haar wilde hebben.2

Op 29 mei 2012 heeft de verdachte tussen 2:51:50 uur en 3:01:24 uur via zijn iPhone op internet gezocht op de zoektermen ’how to kill unseen’, ‘how to kill’; ‘how to kill someone (and get away with it)’, ‘how to kill a person’, ’22 ways to kill a man with your bare hands’ ‘how can you kill a person without leaving any traces eg dna?’ en ‘nice ways to kill people, or just ways to get away with it’.3 Hij heeft op deze termen gezocht omdat hij op het idee was gekomen om het slachtoffer te verkrachten en haar daarna te vermoorden.4 Vervolgens heeft de verdachte in de woning van het slachtoffer naar voorwerpen gezocht waarmee hij haar om het leven kon brengen.5 In de keuken heeft hij een grote koekenpan aangetroffen en om 3:58:12 uur heeft hij op internet gezocht op de termen ‘does a person die after a hit with a pan?’.6 De verdachte heeft het slachtoffer met de koekenpan geslagen en op enig moment heeft hij haar door verwurging om het leven gebracht.7 De verdachte heeft het slachtoffer vaginaal gepenetreerd, waarbij hij is klaargekomen.8 Het hof gaat er, zoals ten aanzien van hetgeen onder 2 is tenlastegelegd door het hof is overwogen, van uit dat deze penetratie na het intreden van de dood bij het slachtoffer heeft plaatsgevonden.

Tussen 5:16:56 uur en 6:05:49 uur heeft de verdachte via internet gezocht naar manieren om een lijk te laten verdwijnen en tussen 7:36:00 uur en 9:00:40 uur onder meer naar wijzen om de dood van iemand op een ongeluk te laten lijken. In totaal gaat het om 64 zoekslagen.9 Vanaf ongeveer 9:10 uur heeft hij met zijn vriend [betrokkene] langdurig gebeld en met hem de mogelijkheden besproken om van het lijk af te komen.10

De verdachte heeft aanvankelijk geprobeerd de dood van het slachtoffer op een ongeluk te laten lijken en heeft getracht het levenloze lichaam naar de badkamer te slepen.11 Later heeft hij het lichaam aangekleed.12 Ook heeft de verdachte op enig moment na de dood van het slachtoffer de woning schoongemaakt en mogelijk belastend materiaal in de woning verzameld en in vuilniszakken gedaan. Deze zakken heeft hij later naar zijn eigen woning meegenomen.13

Om 10:25 uur heeft de verdachte zijn stiefvader gebeld.14 In dat telefoongesprek heeft de verdachte gezegd dat hij een confrontatie met het slachtoffer had gehad, waarbij deze is overleden.15 Om 11:41 uur belde de verdachte 112.16 Om 11:55 uur is het levenloze lichaam van het slachtoffer door de politie aangetroffen.17 Uit de sectie blijkt dat de doodsoorzaak verstikking is.18

Beoordeling

Vast staat aldus dat de verdachte met seksuele bedoelingen naar de woning van het slachtoffer is gegaan en dat hij daar gedurende lange tijd aanwezig is geweest, minst genomen dertien uur. Gelet op de zoekslagen op internet en zijn eigen verklaring voor de reden van deze zoektocht gaat het hof ervan uit dat het voornemen om het slachtoffer van het leven te beroven uiterlijk om 2:51 uur bij de verdachte is ontstaan. Vervolgens is de verdachte via internet gaan zoeken naar mogelijkheden om het voornemen uit te voeren, waarbij hij onder meer naar mogelijkheden heeft gezocht om iemand met blote handen van het leven te beroven. Vervolgens heeft hij in de woning gezocht naar een voorwerp waarmee hij het slachtoffer zou kunnen doden. Ruim een uur na de eerste zoekslag, en nadat hij in de keuken een grote koekenpan had gevonden, heeft de verdachte internet geraadpleegd om te achterhalen of iemand met een klap met een pan kan worden gedood.

Gelet op het voorgaande heeft de verdachte zich in ieder geval gedurende meer dan een uur kunnen beraden op zijn voornemen het slachtoffer van het leven te beroven. De bewoordingen van de zoekslagen, het gericht zoeken naar een voorwerp waarmee het slachtoffer zou kunnen worden gedood, het gebruik van dat voorwerp (een koekenpan) als slagwapen alsmede de (bij een van de zoekslagen aansluitende) verwurging van het slachtoffer, duiden er op dat de verdachte in dat tijdsbestek ook daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

De vraag die dan rest is of de verdachte desalniettemin uit een onmiddellijke gemoedsopwelling heeft gehandeld. Het hof stelt bij de beantwoording van deze vraag voorop dat de verdachte veel verschillende verklaringen heeft afgelegd over hetgeen zich in de woning van het slachtoffer heeft afgespeeld. Het hof hecht gelet hierop met name waarde aan die gegevens die objectief en verifieerbaar zijn en daarnaast aan de aspecten waarover de verdachte consistent heeft verklaard. Op basis van de objectieve en verifieerbare gegevens is niet aannemelijk dat de verdachte heeft gehandeld uit een onmiddellijke gemoedsopwelling. Niet alleen duiden de hiervoor geschetste voorbereidingen hier niet op, maar bovendien ontstaat uit de gedragingen van de verdachte na de dood van het slachtoffer (de zoekslagen op het internet gedurende bijna vier uren, de penetratie van het levenloze lichaam (welke daad aansluit bij het seksuele motief van de verdachte voor het bezoek aan het slachtoffer), het schoonmaken van de woning, het verzamelen van mogelijk belastend materiaal, het verplaatsen van het lijk teneinde een ongeluk te fingeren, het aankleden van het slachtoffer) het beeld van een kalm en tot op zekere hoogte rationeel handelend persoon.

De – overigens pas ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde - verklaring van de verdachte dat hij het slachtoffer uiteindelijk niet meer wilde verkrachten en doden, maar dat hij haar enkel stil wilde krijgen toen zij plotseling begon te schreeuwen (door welk handelen het slachtoffer toch, zij het ongewild is overleden), vindt dan ook onvoldoende steun in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting en is niet aannemelijk geworden.

De raadsvrouw van de verdachte heeft er op gewezen dat het bij het slachtoffer vastgestelde letsel aan de slaap - waarschijnlijk ontstaan door de klap met de koekenpan - volgens [deskundige 1] bij leven is ontstaan en wel drie tot zes uren voor het overlijden van het slachtoffer. Dit valt volgens de raadsvrouw niet te rijmen met het scenario waarin het slachtoffer tussen 3:58:12 uur (het tijdstip van de zoekslag ‘does a person die after a hit with a pan?) en 5:16:56 uur (het tijdstip van de eerste zoekslag betreffende het laten verdwijnen van een lijk) zowel met de pan is geslagen als is verwurgd.

De bevindingen van [deskundige 1] op dit punt brengen het hof echter niet tot een ander oordeel, alleen al omdat het tijdstip van overlijden van het slachtoffer niet is komen vast te staan.

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en acht de tenlastegelegde moord wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Onder feit 3 is de verdachte het bezit van kinderporno ten laste gelegd. De verdachte heeft dit feit ter terechtzitting in eerste aanleg bekend en ook in hoger beroep heeft de verdediging de bewezenverklaring van dit feit niet betwist. Gelet hierop behoeft dit feit geen nadere bespreking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 29 mei 2012 te Amsterdam opzettelijk en met voorbedachten rade [adres] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg de keel van voornoemde [adres] vastgegrepen en dichtgeknepen, ten gevolge waarvan voornoemde [adres] is overleden;

3:
hij op 29 mei 2012 te Amsterdam, gegevensdragers, te weten 7 dvd's en een harde schijf van een laptop, houdende afbeeldingen van seksuele gedragingen, welke seksuele gedragingen bestonden uit:

- een meisje met de geschatte leeftijd van 10-13 jaar poseert naakt in een buitenomgeving. Het meisje zit op een rotsblok en kijkt verleidelijk in de camera, met haar rechterhand achter haar hoofd geplaatst;

- het ontblote onderlijf en gezicht van een meisje, met de geschatte leeftijd van 8-11 jaar. Het meisje is poserend gefotografeerd met de billen naar de camera toe en haar benen omhoog. Zij kijkt tussen haar benen door in de camera. Door de positionering van de camera neemt de vagina van het meisje een centrale rol in op de foto;

- een meisje met de geschatte leeftijd van 9-12 jaar is naakt poserend afgebeeld in een studio-omgeving. Van het meisje zijn beginnende borsten en de vagina zichtbaar. Het meisje poseert liggend, leunend op haar linkerarm en met de benen uit elkaar en een opgetrokken linkerknie. Hierdoor ligt de nadruk extra op de vagina van het meisje;

- een kind met de geschatte leeftijd van 2-4 jaar, vermoedelijk een meisje, zit met naakt bovenlichaam op een bed. Het kind heeft de ontblote en stijve penis van een volwassen man in zijn/haar handen en kijkt ernaar met open mond. Van de man is ook diens boxershort zichtbaar

- een meisje met de geschatte leeftijd van 9-12 jaar, is naakt poserend afgebeeld in een rotsachtige omgeving. Zij is gefotografeerd op de rug. Zij zit geknield in het water en steekt haar naakte billen naar achteren. De foto maakt deel uit van een serie van foto's waarin hetzelfde meisje naakt poserend is gefotografeerd in telkens andere poses;

- een meisje met de geschatte leeftijd van 10-13 jaar ligt naakt op een bed, met haar rug tegen een jongen, met de geschatte leeftijd van 8-11 jaar, van wie het naakte onderlichaam en zijn (kleine) penis zichtbaar zijn. Het meisje ligt met haar benen wijd en haar knieën opgetrokken, waardoor haar vagina goed zichtbaar is. Het meisje kijkt in de camera;

- een naakte jongen en een naakt meisje. De jongen, met een geschatte leeftijd van 13-16 jaar, zit op zijn knieën op een bed. Schuin voor hem zit het meisje, met een geschatte leeftijd van 8-11 jaar. Het meisje zit op haar billen en zit wijdbeens, waardoor haar vagina goed zichtbaar is. Het meisje pijpt de jongen;

- een meisje met de geschatte leeftijd van 7-10 jaar zit naakt op een bed. Zij heeft slechts sokken aan en haar gezicht is niet zichtbaar. Zij zit wijdbeens met opgetrokken knieën. Zij steekt een staafachtig voorwerp in haar vagina;

- een meisje met de geschatte leeftijd van 4-7 jaar ligt naakt en met de benen gespreid en naar achteren gebracht op een bed. Zij wordt vaginaal gepenetreerd door de penis van een volwassen man, en

- een meisje met de geschatte leeftijd van 5-8 jaar die in een bad zit, met haar knieën opgetrokken en haar voeten wijd uit elkaar geplaatst, terwijl zij achter zich op haar handen leunt. Hierdoor is goed zicht op haar vagina. Ondertussen urineert een volwassen man, die boven haar in het bad staat, over haar buik en vagina heen. De foto is van boven genomen, vanaf het perspectief van de volwassen man,

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, in bezit heeft gehad.


Hetgeen onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: moord.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feit 1 en feit 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren met aftrek van voorarrest en heeft gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede oplegging van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is met seksuele bedoelingen naar de woning gegaan van de buurvrouw van zijn moeder, die 91 jaar oud was. Hij heeft het slachtoffer met de smoes dat hij geen huissleutel had, bewogen hem toegang tot haar woning te verlenen en daar gedurende de avond en de gehele nacht te laten verblijven. Hij heeft op ernstige wijze misbruik gemaakt van haar vertrouwen en van haar gevoel veilig te zijn in haar eigen woning. De verdachte heeft het slachtoffer van haar leven beroofd, het hoogste en meest kwetsbare goed. Hij heeft dat gedaan op een huiveringwekkende en onmenselijke manier, die iedere beschrijving tart. De verdachte is uren in de woning van het slachtoffer bezig geweest. Het besef van haar hulpeloze situatie en de doodsangst waarin het slachtoffer moet hebben verkeerd, moeten vreselijk zijn geweest.

De verdachte is bovendien op weerzinwekkende wijze met het stoffelijk overschot van het slachtoffer omgegaan. Hij heeft het lichaam van het slachtoffer ontkleed en seksueel gepenetreerd. Daarna heeft hij zonder enig respect voor de overledene haar lichaam door de woning gesleept met het voornemen de dood van het slachtoffer op een ongeluk te laten lijken.

Bij zijn handelen heeft de verdachte zich enkel en alleen laten leiden door zijn eigen seksuele frustratie, gedachten en motieven, waarbij hij berekenend en planmatig te werk is gegaan. Hij heeft zich niet om haar welzijn bekommerd, noch heeft hij op enig moment geprobeerd zich te verplaatsen in haar belevingswereld.

De verdachte heeft door zijn handelen de nabestaanden van het slachtoffer onvoorstelbaar en onherstelbaar leed berokkend, hetgeen ook blijkt uit de ter terechtzitting in eerste aanleg voorgelezen nabestaandenverklaring van één van hen. De herinnering aan het slachtoffer zal voor hen nog lange tijd bezoedeld zijn door de gruwelijke daden van de verdachte.

Het hof vindt het schokkend dat de verdachte kennelijk zo weinig respect heeft voor zijn medemens en haar nagedachtenis en rekent hem dit bijzonder aan. De spijtbetuiging van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep maakt dit niet anders, nu geen enkele spijtbetuiging het voornoemde leed kan verzachten.

Feiten als deze schokken de samenleving ten diepste en veroorzaken angst en wantrouwen bij mensen, die zich realiseren dat zelfs de eigen woning een onveilige plaats kan zijn.

De verdachte heeft daarnaast een hoeveelheid kinderpornografisch materiaal in zijn bezit gehad. Op diverse afbeeldingen zijn seksuele gedragingen van (zeer) jonge kinderen zichtbaar. Door het bezit van deze afbeeldingen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de vraag naar kinderpornografisch materiaal. Het hof houdt bij de op te leggen straf ook rekening met het feit dat bij de getoonde seksuele handelingen in enkele gevallen volwassenen betrokken waren.

Met het oog op de op te leggen straf en met het oog op een mogelijke behandeling ter voorkoming van herhaling in de toekomst is aan enkele deskundigen gevraagd over de verdachte te rapporteren. De verdachte is aanvankelijk onderzocht door kinder- en jeugdpsychiater [deskundige 2] en GZ-psycholoog [deskundige 3]. Mede op hun advies is de verdachte ter observatie opgenomen in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC). In hoger beroep is op verzoek van de verdediging in opdracht van de raadsheer-commissaris bij het gerechtshof contra-expertise verricht door psychiater [deskundige 4] en GZ-psycholoog [deskundige 5].

De eerstgenoemde twee deskundigen konden niet tot een advies komen, omdat de opdracht tegen de voltooiing ervan werd uitgebreid, de verdachte kennelijk een nieuwe verklaring had afgelegd en nieuwe strafbare feiten waren toegevoegd. De onderzoekers suggereerden als alternatief voor uitbreiding van hun onderzoek observatie in het PBC. Deze suggestie werd mede op verzoek van de verdediging overgenomen.

Het PBC heeft op de vraag van de rechter-commissaris of de verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens de volgende diagnostische observaties en conclusies gegeven, mede ter beantwoording van de bijzondere vraag naar de psychologische leeftijd van de betrokkene:

Betrokkene is een 19-jarige man van [land] komaf die opgroeit in een [plaatsnaam] gezin. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat vader betrokkene vanaf zeer jonge leeftijd tot ongeveer zijn 12e levensjaar fysiek en psychologisch mishandelde en moeder de dominantie van vader lijdzaam en met ontwijkende copingstrategieën onderging. De invloed van deze (transgenerationele) dynamiek op betrokkenes algehele ontwikkeling is fors en in zijn huidig functioneren zichtbaar. Op maatschappelijk en cognitief-intellectueel vlak lijkt betrokkene zich, mede gezien zijn normale intelligentie en enkele bovengemiddelde capaciteiten, leeftijdsadequaat te hebben ontwikkeld. Op sociaal vlak weet hij zich eveneens redelijk te handhaven en kan niet van een achterstand of gestoorde ontwikkeling worden gesproken. Op emotioneel vlak zien we echter wel een verstoorde ontwikkeling, waarbij de mannelijke identificatie met een dominante agressor en (aan de vrouwelijke kant)het ontwijken en ontbreken van bescherming heeft geresulteerd in afsplitsing van het (negatief gekleurde)affect en een laag en onevenwichtig zelfbeeld. Betrokkene onderdrukt agressieve en negatieve gevoelens en maakt of beleeft intern weinig onderscheid tussen seks en agressie. Vanaf de puberteit heeft betrokkene zich seksueel deviant ontwikkeld, waarbij gezien de ernst en aard van zijn polymorfe en perverse seksuele interesses en neiging hiernaar te handelen thans voldoende criteria bestaan om te kunnen spreken van een parafilie (een stoornis in de seksualiteit) niet anderszins omschreven (NAO).

Gelet op bovenstaande is geen concrete psychologische ontwikkelingsleeftijd van betrokkene te geven. Op sociaal, cognitief-intellectueel en maatschappelijk vlak is sprake van een voor de leeftijd adequaat (binnen de range van normaliteit) ontwikkelingsniveau en betrokkene handelt hier in het dagelijks leven ook naar. De emotionele ontwikkeling is echter onrijp en gestoord verlopen, waarmee, hierop voortbordurend, een basis is gelegd voor een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Het verminderd empathisch vermogen en de gebrekkige gewetensfunctie zijn, evenals de aanwezige ontwijkende en vermijdende trekken, kenmerken waarvan, gezien betrokkenes leeftijd, nog niet kan worden gezegd dat zij typerend zijn voor een persoonlijkheidsstoornis in engere zin. In hoeverre de gebrekkig ontwikkelde persoonlijkheid in de toekomst zal uitmonden in een persoonlijkheidsstoornis of dat bovengenoemde aspecten nog zullen ‘bijtrekken’ of kunnen worden gecorrigeerd is op basis van dit onderzoek niet goed te voorspellen. Wel is het duidelijk dat het diepgewortelde affectieve tekorten betreft welke in meerdere lagen van zijn persoonlijkheidsontwikkeling liggen verankerd. Zowel de parafilie NAO als de gebrekkige ontwikkeling van de persoonlijkheid kent een pervasief en consistent karakter en zijn in hun volledige aard en omvang bij betrokkene aanwezig geweest ten tijde van het ten laste gelegde.

Op de vraag of de gesignaleerde stoornissen dan wel gebrekkige ontwikkelingen voor de gedragskeuzen en gedragingen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde (mede) een verklaring vormen rapporteert het PBC:

Betrokkenes overmatige interesse in en focus op perverse seksuele thema’s, gedefinieerd als een parafilie, hebben ertoe geleid dat hij op dit gebied voortdurend de grenzen van het normatief toelaatbare heeft opgezocht. Hoewel over de precieze aanloop tot en het verloop van de eerste twee ten laste gelegde feiten enige onzekerheid bestaat, is in ieder te bedenken scenario - sprake van doorwerking van zijn gebrekkig ontwikkelde persoonlijkheid. Waar in de aanloop perverse seksuele motieven een rol lijken te hebben gespeeld, ontbreekt het betrokkene vervolgens bij een escalerende interactie met het slachtoffer aan iedere rem of enig moment van bezinning om zijn agressieve en seksuele gedrag te begrenzen. Het ontbreken hiervan is in ieder geval ten dele terug te voeren op zijn verminderde inlevingsvermogen en defectueuze gewetensfunctie, passend bij zijn gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling. Anderzijds is geen sprake van een volledig gestoord oordeels- en kritiekvermogen ten tijde van het ten laste gelegde, waarbij mag worden aangenomen dat betrokkene zich in enige mate bewust moet zijn geweest van zijn handelen en de consequenties van zijn gedrag, waarmee hem in het bevredigen van zijn behoeftes enige keuzevrijheid om anders te handelen zou kunnen worden toebedeeld.

Een soortgelijke redenering gaat op voor het derde ten laste gelegde feit waarbij betrokkene gedreven door zijn overmatige polymorfe interesse in seksuele thematiek, zich voorziet van een breed spectrum aan pornografisch materiaal, waaronder kinderporno. Bij het downloaden, bekijken en bewaren hiervan ontbreekt het betrokkene wederom aan een rem om zijn seksueel gedreven gedrag te begrenzen door een gebrek aan zowel gewetensfunctie als empathisch vermogen. Betrokkene is zich in enige, maar slechts beperkte mate bewust van de geldende normen op dit gebied en hem kan hierin dus een zekere mate van keuzevrijheid worden toebedeeld om anders te handelen dan hij heeft gedaan.

Gelet op bovenstaande adviseren wij Uw College om betrokkene voor alle drie de ten

laste gelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De contra-expertise door [deskundige 4] en [deskundige 5] heeft niet tot (sterk) afwijkende observaties en conclusies geleid. Van Casteren stelt een gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling bij de verdachte vast, waarbij het niet zozeer gaat om een stagnatie van zijn ontwikkeling, als wel om een ernstige scheefgroei die zijn functioneren op diverse levensgebieden heeft aangetast. Ook zij ziet een verstoorde seksualiteit en een deviante seksuele voorkeur, te classificeren als een parafilie niet anderszins omschreven.

Over het verband tussen de vastgestelde stoornissen en ontwikkelingsgebreken enerzijds en de ten laste gelegde strafbare feiten anderzijds rapporteert [deskundige 5]:

Deze ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens heeft doorgewerkt in betrokkene’s denken, voelen en handelen ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Bij het plegen van het ten laste gelegde speelde de parafilie een belangrijke rol. In zijn verhaal komt ook de invloed van de verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling naar voren. Betrokkene is enkel uitgegaan van zijn eigen behoefte aan seks en heeft van te voren niet of nauwelijks stil gestaan bij hoe dat zou zijn voor een 91-jarige vrouw. Hij heeft zich weinig bekommerd om het slachtoffer; dat lijkt voor hem enkel een instrument voor het bevredigen van zijn behoefte te zijn geweest. Betrokkene’s gebrek aan empathie speelde hierbij een rol.

Gezien de grote mate van doorwerking van de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling in zijn handelen ten tijde van het doden van zijn buurvrouw wordt geadviseerd dit ten laste gelegde feit betrokkene in een verminderde mate toe te rekenen.

Betrokkene bekent de kinderpomo te hebben gedownload. Betrokkene is zich bewust van de wederrechtelijkheid van bezit van kinderporno. Indien betrokkene de kinderporno op oudere leeftijd heeft gedownload of heeft geopend, kan een verband tussen het bezit van kinderporno en de vastgestelde parafilie NAO worden verondersteld. Geadviseerd wordt ook dit ten laste gelegde feit betrokkene in een verminderde mate toe te rekenen.

[deskundige 4] tenslotte komt tot de conclusie:

dat er bij onderzochte sprake is van een zodanige scheefgroei in zijn persoonlijkheidsontwikkeling, met daaraan gerelateerd disfunctioneren op vele levensgebieden, dat deze ondanks zijn nog jeugdige leeftijd te classificeren is als een persoonlijkheidsstoornis (met narcistische, vermijdende, obsessief-compulsieve en antisociale kenmerken). Daarnaast is er bij hem sprake van een ernstige seksuele stoornis, te classificeren als een parafilie.

Met betrekking tot het verband tussen de gemelde stoornissen dan wel gebrekkige ontwikkeling en het tenlastegelegde concludeert [deskundige 4]:

Uit het verhaal van onderzochte wordt duidelijk dat zijn gedrag naar het slachtoffer voortkwam uit een sterk deviante seksuele drang en behoefte. Het ombrengen van het slachtoffer lijkt in belangrijke mate samen te hangen met zijn gestoorde persoonlijkheidsontwikkeling, waarbinnen ook sprake blijkt van een ernstige agressieregulatiestoornis. Ten aanzien van het eerste tenlastegelegde ziet ondergetekende een direct causaal verband tussen de aanwezige psychopathologie en het tenlastegelegde, zodanig dat zijn gedragskeuzes daardoor gedeeltelijk bepaald werden. Het derde ten laste gelegde feit, het bezit van kinderporno, wordt door onderzochte niet ontkend. Hij is zich bewust van de ongeoorloofdheid van het bezit van dergelijk materiaal. Een direct causaal verband tussen dit bezit van kinderporno en de beschreven psychopathologie is gezien zijn (ontkennende en bagatelliserende) verklaringen moeilijk te beoordelen, maar een verband met de beschreven parafilie is wel aannemelijk. Als uit het onderzoek van de politie blijkt dat de gedownloade kinderporno van recente datum is, wordt een causaal verband aannemelijk geacht en geadviseerd hem dit derde feit eveneens verminderd toe te rekenen.

Beide rapporteurs hebben de vraag of bij betrokkene van autisme kan worden gesproken negatief beantwoord. Beide rapporteurs concluderen tenslotte dat de geestelijke/psychologische leeftijd van betrokkene met zijn kalenderleeftijd overeenkomt.

Tenslotte hebben zowel het PBC als de beide tegenrapporteurs geadviseerd over de interventies die nodig zijn om de kans op herhaling van seksuele of geweldsdelicten te verminderen. Door allen wordt geadviseerd aan de verdachte terbeschikkingstelling (TBS) op te leggen met dwangverpleging.

Het PBC adviseert:

Bij betrokkene was sprake van obsessieve polymorfe en toenemend perverse fantasieën, die hij jarenlang buiten het zicht van anderen heeft weten te houden. Gelet op de diepgewortelde aard, de ernst en de brede samenhang van de seksuele stoornis en betrokkenes gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling, de ernst van het geweld dat - indien bewezen - heeft geresulteerd in de dood van het slachtoffer, en de verhoogde kans op recidive voor primair een seksueel, maar secundair ook voor een geweldsdelict, wordt een langdurige en intensieve behandeling geadviseerd in een gesloten omgeving met intensieve klinische psychotherapie.

Wij adviseren u een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen. Deze kan het beste plaatsvinden in een kliniek gespecialiseerd in behandeling van zedendelinquenten.

[deskundige 4] adviseert, in essentie gelijkluidend aan [deskundige 5]:

Ondergetekende is van mening dat, gezien de aard en ernst van de psychopathologie en de inschatting van het recidiverisico, een langdurige, intensieve klinische behandeling noodzakelijk is in een forensisch psychiatrische instelling die kennis en ervaring heeft op het gebied van ernstige gewelds- en zedendelicten, waarbij er tevens sprake is van een hoge mate van beveiliging. Een dergelijke behandeling is naar de mening van ondergetekende slechts mogelijk binnen het kader van een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege. Elk ander juridisch kader biedt onvoldoende mogelijkheden om een dergelijke behandeling, met voldoende waarborgen voor de veiligheid van de maatschappij, te garanderen.

De in essentie gelijkluidende diagnoses en aanbevelingen brengen het hof tot de slotsom dat de bewezen verklaarde feiten aan de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het feit dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, leidt tot matiging van de in beginsel passend geachte langdurige vrijheidsstraf voor een geheel toerekeningsvatbare verdachte. Tevens zal rekening worden gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte en het feit dat hij blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 10 april 2015 niet eerder onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld.

Op grond van het voorgaande acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren passend en geboden.

Het hof maakt ook de conclusies van genoemde deskundigen ten aanzien van de behandeling tot de zijne. Gelet op de noodzaak om de verdachte intensief en langdurig te behandelen alvorens aan een terugkeer in de samenleving kan worden gedacht, zal het hof hem, naast de op te leggen gevangenisstraf, TBS met dwangverpleging opleggen.

Hierbij is van belang dat alle rapporteurs het risico op herhaling van handelingen die een aantasting vormen van de lichamelijke integriteit van anderen met een seksuele component als hoog inschatten, terwijl het risico op gewelddadige aanvallen op de lichamelijke integriteit van anderen op matig wordt geschat. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist derhalve het opleggen van die maatregel met betrekking tot feit 1, zijnde een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.

Met het oog op het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht stelt het hof vast dat het bewezen geachte feit 1 een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de duur van vier jaren.

Advies omtrent het tijdstip waarop de tbs met dwangverpleging dient aan te vangen.

Overeenkomstig artikel 37b lid 2 van het Wetboek van Strafrecht adviseert het hof de Minister dringend de behandeling van de verdachte te laten aanvangen alvorens tot executie van de gevangenisstraf zal worden overgegaan. Meer specifiek adviseert het hof de maatregel tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met ingang van 1 augustus 2015 aan te doen vangen.

Aan dit advies liggen de volgende overwegingen ten grondslag.

De verdachte was 18 jaar oud ten tijde van de bewezen geachte feiten. De vijf reeds genoemde deskundigen hebben ter terechtzitting in hoger beroep allen het belang van een zo spoedig mogelijke aanvang van de behandeling van de verdachte beklemtoond. Zij hebben daartoe onder meer opgeworpen dat de verdachte nu nog een betrekkelijk jeugdige leeftijd heeft, hij in een vrij vroeg stadium van persoonlijkheidsontwikkeling is, zijn stoornis nog niet is bestendigd en dat de mogelijkheden tot beïnvloeding en verandering tot zijn 25e levensjaar optimaal zijn, mits de verdachte open staat voor behandeling. De verdachte heeft verklaard open te staan voor een behandeling.

Daarnaast is van groot belang dat de samenleving erbij gebaat is dat jegens de verdachte, als hij eenmaal weer op vrije voeten komt, al het mogelijke is gedaan om het gevaar van herhaling van seksuele en/of gewelddadige gedragingen te voorkomen.

Tenslotte heeft het hof in ogenschouw genomen dat de verdachte reeds drie jaren in voorarrest heeft doorgebracht.

Beslag

In de strafzaak tegen verdachte zijn in het kader van het onderzoek de items 1 tot en met 41, 73, 113, 116 en 141, zoals weergegeven op de beslaglijst, als onderzoeksmateriaal in beslag genomen. Het hof is van oordeel dat dit bij uitstek voorwerpen zijn waaromtrent van het openbaar ministerie een beslissing mag worden verwacht. Het hof verwacht, zoals reeds is toegezegd door de advocaat-generaal bij requisitoir, dat het openbaar ministerie het onder voornoemde items in beslag genomen forensisch materiaal zal laten vernietigen als in deze strafzaak onherroepelijk is beslist. Het hof zal derhalve geen nadere beslissing nemen ten aanzien van voornoemde itemnummers.

Het onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is voorbereid met behulp van item 48. Het behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.

Het onder 3 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot de items 49 tot en met 51, 119 en 147. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.

De items 42 tot en met 47, 70, 101, 102, 120 tot en met 127, 130, 131 en 146 behoren aan de verdachte toe en dienen aan hem te worden teruggegeven.

De overige in beslag genomen items dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 37a, 37b, 57, 240b en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Adviseert de Minister dringend de maatregel tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met ingang van 1 augustus 2015 te doen aanvangen.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

48. Zwarte iPhone (4307281)

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

49. Zwarte Harddisk Western Digital (4307571)

50. Zwarte harddisk Iomega (4307591)

51. HP Pavillion Computer (4307597)

119. Foto (4315682)

147. 7 cd’roms (4479965) gesplitst van nummer 4315745)

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

42. Zwarte blouse (4307189)
43. Paar zwarte schoenen Dolce & Gabbana (4307192)

44. Blauwe broek Jack & Jones (4307195)

45. Riem (4307196)

46. Zwarte sok, maat 39-42 (4307199)

47. Grijze onderbroek (4307207)

70. Condoom (4308200)

101. Condoom (4309288)

102. Condoom (4309292)

120. 128 cd-roms (4315745), oorspronkelijk 135 cd’s 7 onder nummer 4479965)

121. Blauwe Albert Heijn zak (4315750)

122. Condoom (4315757)

123. Condoom (4315760)

124. Condoom (4315763)

125. 3 condoomverpakkingen (4315781)

126. 5 schoenveters (4315775)

127. Zwarte sok (4315767)

130. Seksartikel (4315770)

131. Dildo (4315777)

146. Handboeien (4329084)

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

52. Grijze handdoek (4307675)

53. Grijze handdoek (4307678)

54. Zwarte vuilniszak (4307686)

55. Zwarte vuilniszak (4307754)

56. Bril (4307869)

57. Servies (4307727)

58. Broek (4307748)

59. Shirt (4307753)

60. Laatste velletje keukenpapier (4307871)

61. Gele doek (4307874)

62. Servies, kopje (4307681)

63. Servies (4307684)

64. Servies, schoteltje (4307689)

65. Fles Carvan Sevitan (4307716)

66. Servies, schoteltje (4307702)

67. Glas (4307699)

68. Servies, wijnglas (4307728)

69. Fles C1000 huiswijn (4307732)

71. Sleutelbos (4308202)

72. Blauwe doek (4308205)

74. Zwarte knoop (4309223)

75. Wit hoeslaken (4309219)

76. Paar handschoenen (4309222)

77. Vest met bloemetjes (4309211)

78. Zwarte kist (4309216)

79. Zwarte handdoek (4309210)

80. Wit beddengoed (4309191)

81. Gele handdoek (4309188)

82. Roze tapijt (4309207)

83. Pan (4309190)

84. 3 stuks aluminium (4309195)

85. Blikje Coca Cola (4309209)

86. Groene make-up (4309220)

87. Keukenrol (4309227)

88. Grijze knoop (4309319)

89. Panty (4309316)

90. Gele doek (4309312)

91. Zwart masker (4309311)

92. Twee witte kussenslopen (4309310)

93. Bord (4309307)

94. Witte kussensloop (4309321)

95. Paar bruine handschoenen (4309326)

96. BH (4309323)

97. Blauw shirt (4309279)

98. Witte kussensloop (4309278)

99. Gele sprei (4309295)

100. Twee pannen (4309297)

103. 3 stuks servies (4309296)

104. Blauw washandje (4309268)

105. Paar zwarte handschoenen (4309286)

106. Blikje Hero Cassis (4309269)

107. 2 witte latex handschoenen (4309306)

108. Inlegkruisje (4309281)

109. Tissue (4309300)

110. 2 sokken (4309299)

111. Witte slip (43093220)

114. Grijze Nokia zaktelefoon (4313106)

115. Bruine tape (431307)

117. Zak (4314563)

118. Deksel (4314568)

128. Zwarte LG-zaktelefoon (4315761)

129. Zwarte zaktelefoon Sagem MY150X (4315769)

132. Zwarte LG-zaktelefoon (4215771)

133. Spuit (431589)

134. Grijze geheugenkaart (4315791)

135. Ondergoed (4315795)

136. Zwarte geheugenkaart Sony 2 gb (4315800)

137. Ondergoed (4315801)

138. MP3-speler (4315803)

139. Bruin plakband (4315806)

140. KPN-simkaart van zaktelefoon (4315807)

142. 4 bruine panty’s (4317541)

143. Gele sportkleding (4317539)

144. Witte slip (4317536)

145. Krant Parool (4317545)

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. H.W.J. de Groot en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. van Rede, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juni 2015.

1 [...........]

2 [...........]

3 [...........]

4 [...........]

5 [...........]

6 [...........]

7 [...........]

8 [...........]

9 [...........]

10 [...........]

11 [...........]

12 [...........]

13 [...........]

14 [...........]

15 [...........]

16 [...........]

17 [...........]

18 .