Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:2004

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
28-05-2015
Zaaknummer
200.167.198-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2015 is de notaris veroordeeld tot een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf voor de duur van één jaar wegens, kort samengevat, deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van witwassen en medeplegen van valsheid in geschrift in authentieke akten.

Bij beslissing van 17 februari 2015 heeft de fungerend voorzitter van de kamer op grond van artikel 26 lid 1, aanhef en onder c, van de Wet op het notarisambt de notaris in de uitoefening van zijn ambt als notaris geschorst voor onbepaalde tijd met ingang van 19 februari 2015 te 00:00 uur. Bij de bestreden beslissing heeft de kamer deze beslissing bekrachtigd.

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 26, 27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.167.198/01 NOT

nummer eerste aanleg : 581734/ NT 15-11

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 26 mei 2015

inzake

[appellant],

notaris te [plaats],

appellant,

gemachtigde: mr. G. van Atten, advocaat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: de notaris) heeft op 26 maart 2015 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 17 maart 2015. De kamer heeft in de bestreden beslissing de beslissing van de voorzitter van de kamer van 17 februari 2015 bekrachtigd.

1.2.

Bij per fax ontvangen brief van 15 april 2015, met bijlagen, heeft de notaris de gronden van het beroep aangevuld.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 29 april 2015. De notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, is verschenen en heeft het woord gevoerd, de gemachtigde van de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. De notaris heeft bovendien nog twee producties overgelegd.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. De notaris heeft tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2015 is de notaris veroordeeld tot een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf voor de duur van één jaar wegens, kort samengevat, deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van witwassen en medeplegen van valsheid in geschrift in authentieke akten. De notaris heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

3.2.2.

Bij beslissing van 17 februari 2015 heeft de fungerend voorzitter van de kamer op grond van artikel 26 lid 1, aanhef en onder c, van de Wet op het notarisambt (Wna) de notaris in de uitoefening van zijn ambt als notaris geschorst voor onbepaalde tijd met ingang van 19 februari 2015 te 00:00 uur. Bij de bestreden beslissing heeft de kamer deze beslissing bekrachtigd.

4 Het standpunt van de notaris

De notaris heeft aangevoerd dat alle omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen bij de vraag of de schorsing is gerechtvaardigd. In dat verband had naar de mening van de notaris onder meer moeten worden onderzocht of de hem verweten gedragingen tuchtrechtelijk tot een ontzetting zouden moeten leiden en moet er rekening mee worden gehouden dat in de strafzaak geen strafmaatverweer is gevoerd.

5 De beoordeling

5.1.

Ingevolge artikel 26 lid 1, aanhef en onder c, Wna wordt een notaris door de voorzitter van de kamer voor het notariaat geschorst in de uitoefening van zijn ambt indien hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld dan wel aan hem bij een dergelijke rechterlijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft. Ingevolge artikel 26 lid 2 Wna, in samenhang met artikel 27 lid 1, tweede volzin, Wna, bekrachtigt de kamer voor het notariaat deze maatregel binnen vier weken.

5.2.

De notaris is bij nog niet onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2015 wegens misdrijf veroordeeld. Uit artikel 26 lid 1, aanhef en onder c, Wna volgt dat de notaris om deze reden moet worden geschorst in de uitoefening van zijn ambt. Voor een belangenafweging door de voorzitter is geen plaats. Evenmin is gebleken van zwaarwegende, bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat een uitzondering wordt gemaakt op het gevolg dat de wetgever heeft verbonden aan de veroordeling van een (toegevoegd) notaris. De kamer heeft de beslissing van de voorzitter daarom terecht bekrachtigd.

5.3.

Hetgeen verder nog naar voren is gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

5.4.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.H.N. Stollenwerck en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2015 door de rolraadsheer.