Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:1906

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-05-2015
Datum publicatie
09-06-2015
Zaaknummer
200.137.822-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2015:479
Prejudiciële vraag aan: ECLI:NL:HR:2015:2747
Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:3840
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wet BOPZ. Inbewaringstelling. Geneeskundige verklaring afgegeven door arts, niet zijnde psychiater. Artikel 28 Wet Bopz. Prejudiciële vraag. Schadevergoeding ten laste van burgemeester, althans de gemeente, indien vaststaat dat betrokkene niet tijdig alsnog is onderzocht door een psychiater ? Uitleg maatstaf ‘immediately after the arrest’; zes daglichturen ?

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 19 mei 2015

Zaaknummer: 200.137.822/ 01

Zaaknummer eerste aanleg: 2024226 / FA RK 13-2101

Beschikking van de meervoudige familiekamer

in de zaak in hoger beroep van:

de gemeente […],

zetelend te […],

appellante,

advocaat: mr. D.J. de Jongh te Amsterdam,

tegen

[…],

wonende te […]

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.J. Perrels te Hoofddorp.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Partijen worden hierna wederom respectievelijk de gemeente en [x] genoemd.

1.2.

Het hof heeft op 17 februari 2015 een tussenbeschikking gegeven. Voor het procesverloop tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.

1.3.

[x] heeft op 4 maart 2015 een bericht aan het hof gezonden.

1.4.

De gemeente heeft op 10 maart 2015 een bericht aan het hof gezonden.

2 Verdere beoordeling van het hoger beroep

4.1.

Bij genoemde tussenbeschikking zijn de gemeente en [x] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgestelde aan de Hoge Raad te stellen prejudiciële vragen. Beide partijen hebben – elk voor zich – bericht geen op- of aanmerkingen te hebben ten aanzien van de door het hof voorgestelde vragen.

4.2.

Er zal derhalve als na te melden worden beslist.

4.3.

De griffier zal onverwijld een afschrift van deze beslissing alsmede van de tussenbeschikking van 17 februari 2015 aan de Hoge Raad zenden.

4.4.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

verzoekt de Hoge Raad om bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvragen te beantwoorden:

1. Is aan het vereiste dat de door de burgemeester afgegeven last onrechtmatig was voldaan indien vaststaat dat degene ten aanzien van wie een last tot inbewaringstelling is afgegeven op basis van een geneeskundige verklaring van een arts, niet zijnde een psychiater, niet ‘immediately after the arrest’ alsnog is onderzocht door een psychiater?

2. Komt de in artikel 28 Wet BOPZ genoemde schadevergoeding (in alle gevallen) ten laste van de burgemeester, althans de gemeente, ook indien de feiten en omstandigheden die tot het oordeel leiden dat de gegeven last onrechtmatig was als bedoeld in dat artikel buiten de invloedssfeer liggen van de burgemeester?

3. Indien vraag 1 bevestigend moet worden beantwoord, is het uitgangspunt juist dat aan het vereiste ‘immediately after the arrest’ is voldaan indien degene ten aanzien van wie een last tot inbewaringstelling is afgegeven binnen zes daglichturen als bedoeld in de beschikking waarvan beroep is onderzocht door een psychiater? Of geldt een kortere dan wel langere termijn? ;

bepaalt dat de griffier onverwijld een afschrift van deze beschikking alsmede van de tussenbeschikking van 17 februari 20115 zendt aan de griffier van de Hoge Raad, Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage;

bepaalt dat de griffier afschriften van de andere op de procedure betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad zendt;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M. Wigleven en mr. W.K. van Duren in tegenwoordigheid van mr. S.J.M. Lok als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2015