Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:1833

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2015
Datum publicatie
13-11-2015
Zaaknummer
200.112.570-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2013:4994
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2015:1585
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 15 oktober 2013. Verwijzing naar schadestaatprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.112.570/01

zaaknummer rechtbank : CV 10-15670

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 mei 2015

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADECCO PERSONEELSDIENSTEN B.V.,

gevestigd te Schiphol,

2. de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

appellanten,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen:

[GEÏNTIMEERDE] ,

wonend te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. P.P. Klokkers te Amsterdam.

1 Het verdere geding in hoger beroep

Partijen worden hierna respectievelijk Adecco, KLM en [geïntimeerde] genoemd.

In deze zaak heeft het hof op 15 oktober 2013 een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) uitgesproken. Voor het procesverloop tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.

Op 16 januari 2014 heeft ingevolge het tussenarrest een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

Ter rolzitting van 16 september 2014 hebben partijen het hof verzocht het bestreden vonnis te bekrachtigen en de zaak naar de schadestaat te verwijzen. [geïntimeerde] heeft daarnaast gevraagd Adecco en KLM in de kosten te veroordelen.

2 Verdere beoordeling

2.1

Bij het tussenarrest heeft het hof overwogen dat het behoefte had aan nadere inlichtingen met betrekking tot de door [geïntimeerde] gestelde schade en is met het oog daarop een comparitie van partijen bepaald die tot doel had te trachten een minnelijke regeling te treffen.

2.2

Voorafgaande aan de comparitie heeft de voornoemde advocaat van [geïntimeerde] bij brief van 23 december 2013 producties genummerd 5 tot en met 10 aan het hof gezonden. Mr. K.M. Volker, advocaat te Amsterdam, heeft namens KLM bij brief van 8 januari 2014 producties genummerd 2 en 3 ingediend.

2.3

Blijkens het proces-verbaal van de comparitie zouden partijen gezamenlijk te rade gaan over de benoeming van een medisch adviseur en de aan deze te stellen vragen met betrekking tot de medische gevolgen van het door [geïntimeerde] op 24 mei 2009 overkomen ongeval.

2.4

Nu partijen uiteindelijk bekrachtiging van het bestreden vonnis hebben gevraagd met verwijzing van de zaak naar de schadestaat - welk onderdeel van de vordering van [geïntimeerde] de kantonrechter in het bestreden vonnis in rechtsoverweging 12 toewijsbaar achtte maar kennelijk abusievelijk niet in het dictum heeft vermeld - zal het hof hen daarin volgen. Bij deze stand van zaken past dat Adecco en KLM in de proceskosten van het hoger beroep zullen worden veroordeeld.

3 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis, met dien verstande dat aan de veroordeling sub I worden toegevoegd de woorden ‘op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet’;

veroordeelt Adecco en KLM in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 291,- aan verschotten en op € 1.788,- aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.F. Schütz, A.M.A. Verscheure en W. Tonkens-Gerkema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2015.