Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:1825

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-04-2015
Datum publicatie
19-04-2016
Zaaknummer
23-003973-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2530, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bedreiging door met vuurwapen meerdere schoten in de lucht te lossen nabij uitgaansgelegenheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003973-14

datum uitspraak: 7 april 2015

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-671009-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 25 december 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer onbekend gebleven omstander(s) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen ter hand genomen en/of (vervolgens) eenmaal of meermalen (in de directe nabijheid van voornoemde omstander(s)) met voornoemd vuurwapen een of meer patro(o)n(en) (in de lucht) afgevuurd;

2 primair:
hij op of omstreeks 28 augustus 2012 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Audi, type RS4, gekentekend [kenteken 1], Chassisnummer [chassisnummer 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2 subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 augustus 2012 tot en met 25 december 2012 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk Audi, type RS4, gekentekend [kenteken 1], Chassisnummer [chassisnummer 1]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3 primair:
hij op of omstreeks 30 november 2012 te Berghem, gemeente Oss, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Audi, type RS4, gekentekend [kenteken 2], Chassisnummer [chassisnummer 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3 subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 november 2012 tot en met 25 december 2012 te Berghem, gemeente Os en/ot te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 2]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4:
hij op of omstreeks 25 december 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk beretta, model 9000 S, kaliber 9 mm Parabellum), en/of munitie van categorie III, te weten een of meer patro(o)n(en), voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 25 december 2012 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander onbekend gebleven omstanders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend een vuurwapen ter hand genomen en vervolgens in de directe nabijheid van voornoemde omstanders met voornoemd vuurwapen patronen in de lucht afgevuurd;

2 subsidiair:
hij op 25 december 2012 te Amsterdam een personenauto (merk Audi, type RS4, gekentekend [kenteken 1], Chassisnummer [chassisnummer 1]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


4:
hij op 25 december 2012 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Beretta, model 9000 S, kaliber 9 mm Parabellum), en munitie van categorie III, te weten patronen, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1, 2 subsidiair en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft in hoger beroep vrijspraak bepleit van het aan de verdachte ten laste gelegde onder 1, 2 primair en subsidiair en 4 - kort samengevat - bij gebreke van wettig en overtuigend bewijs, zoals weergegeven in de ter terechtzitting overgelegde pleitnota.

Het hof verenigt zich grotendeels met hetgeen de rechtbank in haar vonnis onder 4.3.2. heeft overwogen en neemt daarbij het volgende over.

Op 25 december 2012 krijgt de politie een melding van een eenzijdig ongeluk met een Audi RS4 op de A8 ter hoogte van hectometerpaal 1.6. Aldaar treffen zij een Audi RS4 onbemand aan. Een getuige verklaart dat hij drie inzittenden uit de aangetroffen auto heeft zien wegrennen en dat hij door diezelfde auto vlak daarvoor op de A10 nabij de Coentunnel met een snelheid van 180 à 200 km/u is ingehaald. Kort op deze melding krijgt de politie een melding van een schietpartij bij uitgaansgelegenheid [bedrijfsnaam]. Een getuige ter plaatse heeft verklaard dat hij een Audi RS4 hard aan zag komen rijden. Twee mannen stapten vervolgens uit de Audi RS4, waaronder één, de bijrijder, met een bivakmuts. De bestuurder had een vuurwapen bij zich en schoot daarmee meerdere malen in de lucht. Beide mannen zijn weer in de Audi RS4 gestapt en weggereden. Het kenteken van de Audi RS4 bij [bedrijfsnaam] blijkt

overeen te komen met het kenteken van de Audi RS4 bij voornoemd ongeluk. Het is mogelijk de afstand tussen [bedrijfsnaam] en hectometerpaal 1.6 op de A8 te overbruggen tussen de tijdstippen van de meldingen van de schietpartij en het eenzijdig ongeluk. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte één van de mannen in de Audi RS4 is geweest.

De verdachte wordt op 25 december 2012 samen met de medeverdachte kort na het ongeluk in de nabije omgeving van de plaats van het ongeluk aangetroffen onder een vrachtwagen. De verdachte en zijn medeverdachte worden ter plekke aangehouden. Bij het insluiten van de verdachte heeft hij zijn kleding uit moeten trekken, waarna die kleding in een plastic sealbag is gedaan. Nadien is in die sealbag, naast de kleding van de verdachte, ook een 9 mm patroon aangetroffen. Voorts zijn er bij uitgaansgelegenheid [bedrijfsnaam] en in de Audi RS4 op de bestuurdersstoel hulzen aangetroffen. Enkele dagen na het ongeluk en de schietpartij wordt er in de directe omgeving van de plaats van aanhouding van de verdachte een vuurwapen aangetroffen.

Bij onderzoek van de hulzen door het NFI zijn daarop sporen aangetroffen die als zeer kenmerkend voor het gevonden vuurwapen zijn beoordeeld, terwijl het nagenoeg is uitgesloten dat de bevonden mate van overeenkomst wordt waargenomen als de hulzen met een ander vuurwapen zouden zijn verschoten. Volgens het NFI zijn deze bevindingen dan ook zeer veel waarschijnlijker wanneer de hulzen met het gevonden vuurwapen zijn verschoten dan wanneer zij met een ander vuurwapen zijn verschoten. Bij vergelijking van sporen op de bij de kleding van verdachte aangetroffen patroon met die op een in het gevonden vuurwapen doorgeladen proefpatroon komt het NFI tot de slotsom dat de daarbij waargenomen bevindingen waarschijnlijker zijn wanneer de gevonden patroon ten minste één maal doorgeladen is geweest in het gevonden vuurwapen, dan wanneer die patroon nooit in het gevonden vuurwapen maar wel in een ander vuurwapen is doorgeladen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte de bestuurder van de Audi RS4, de schutter, is geweest. De omstandigheid dat er getuigen zijn die de kleding en het uiterlijk van degenen die zij uit de Audi zagen komen (summier, maar) anders hebben beschreven dan de kleding en het uiterlijk van de verdachte was toen hij werd aangetroffen, doet aan de aanwezigheid van de patroon in de kleding van de verdachte en het wapen waarmee die avond bij [bedrijfsnaam] is geschoten in zijn directe nabijheid niet af. Het verweer met betrekking tot die getuigenverklaringen wordt dan ook verworpen.

Voorts is het hof van oordeel dat het ook het onder 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Gelet op de bewijsmiddelen en al hetgeen hiervoor is overwogen, staat vast dat verdachte, als bestuurder, in de Audi RS4 met kenteken [kenteken 1] heeft gezeten. Door een getuige is gezien dat daarnaast nog tenminste twee andere personen in de auto hebben gezeten. Verdachte heeft ondanks zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij geen inkomen heeft, de Audi RS4 voorhanden gehad nu hij hem zelf heeft bestuurd. Het voorhanden hebben van een dusdanig dure auto zonder inkomen is zo opmerkelijk, dat daaromtrent van verdachte een nadere verklaring of uitleg mag worden verwacht. Nu van noch verdachte, noch van de andere zich in de auto bevindende personen hieromtrent een verklaring is verkregen, is het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de verdachte niet wist, maar wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Audi RS4 van misdrijf afkomstig was.

Tot slot is het hof van oordeel dat er ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde sprake is geweest van medeplegen. De omstandigheden dat verdachte samen met de bijrijder vlak voor de schietpartij uit de auto is gesprongen, dat die bijrijder een gezichtsbedekkende bivakmuts droeg, zij samen richting de kruising van de Rhôneweg en de Mekongweg, alwaar [bedrijfsnaam] is gevestigd, zijn gerend, waarna is geschoten en zij vervolgens samen zijn vertrokken in de Audi, de daders na het ongeluk samen wegvluchtten en dat de daders samen werden aangehouden wijzen, naar het oordeel van het hof, op een nauwe en bewuste samenwerking.

Alle verweren worden derhalve verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 subsidiair en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

schuldheling.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 subsidiair en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Voorwaardelijke verzoeken

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi verzocht om de zaak aan te houden teneinde

  1. te gelasten dat aan de processtukken zal worden toegevoegd de Forensisch technische norm 112.01, op grond waarvan de schiethandensets zijn aangeleverd bij het NFI;

  2. als getuige-deskundige te doen horen de deskundige ing. [deskundige],

indien het hof het rapport van het NFI tot het bewijs gebruikt.

Nu het hof het rapport van het NFI met betrekking tot de resultaten van het onderzoek naar schiethanden niet voor het bewijs bezigt, komt het hof niet toe aan een bespreking en daarmee beoordeling van de voorwaardelijke verzoeken.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 subsidiair en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank het in beslag genomen pistool aan het verkeer onttrokken.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging door op een openbare weg nabij een uitgaansgelegenheid met een vuurwapen meerdere schoten in de lucht te lossen. Een bedreiging is een ernstig feit en veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Daarbij heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en daarbij behorende munitie. Dit vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens creëert daarnaast het risico van gebruik van wapens en brengt gevoelens van onveiligheid in de samenleving teweeg.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van een Audi RS4. Door te rijden in een gestolen auto heeft verdachte geprofiteerd van een door een ander gepleegd misdrijf.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 12 maart 2015 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld.

Het hof ziet geen aanleiding bij de strafmaat ten voordele van verdachte af te wijken van hetgeen door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, nu het hof geen inzicht heeft gekregen in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, anders dan dat hij regelmatig met politie en justitie in aanraking komt. Alles afwegende, acht het hof een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

In beslag genomen voorwerp

Het onder 4 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot de in beslag genomen en nog niet teruggegeven pistool. Het zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 47, 57, 63, 285 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 subsidiair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 pistool, Baretta Metro 9000s, 4439335.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.R. Cox, mr. D. Radder en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. J. Ineke, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 april 2015.

mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]