Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:1618

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-04-2015
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
200.131.875-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2015:728
Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:1507
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtsgeldigheid van het te Marokko voltrokken huwelijk tussen partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 28 april 2015

Zaaknummer: 200.131.875/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/13/519370 / FA RK 12-4801 (MB/LL)

in de zaak in hoger beroep van:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats a] ,

appellante,

advocaat: mr. S. Bouddount te Amsterdam,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats b] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. S. Braspenning te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Partijen worden hierna respectievelijk de vrouw en de man genoemd.

1.2.

Het hof verwijst naar en neemt over hetgeen in zijn tussenbeschikking van 3 maart 2015 is bepaald.

1.3.

Met de advocaten van partijen is op 17 april 2015 telefonisch besproken dat een nieuwe raadsheer bij de zaak is betrokken, beide advocaten hebben aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben.

2 Beoordeling van het hoger beroep

2.1.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen dan wel aanvullingen te geven op de door het hof voorgenomen, in de tussenbeschikking van 3 maart 2015 weergegeven vragen aan het IJI. Het hof heeft geen reactie van partijen ontvangen en zal als volgt beslissen.

2.2.

Het hof zal het Internationaal Juridisch Instituut, gevestigd aan het Spui 186, 2511 BW ’s- Gravenhage, tot deskundige benoemen ter beantwoording van de hieronder geformuleerde vragen:

  1. Wat waren op [datum] 1994 naar Marokkaans recht de voorwaarden voor de totstandkoming van een rechtsgeldig huwelijk;

  2. Wat was de positie van de (op dat moment 17- jarige) vrouw, was haar instemming vereist, zo ja op welke wijze diende zij haar instemming met het huwelijk kenbaar te maken;

  3. Was het een vereiste dat de handtekeningen van partijen op de huwelijksakte staan?

  4. Werden destijds de handtekeningen van partijen in het register van de Adouls geplaatst, en zo ja:

  5. Is dit register openbaar en is het mogelijk een afschrift uit het register op te vragen?

  6. Was de aanwezigheid van een bevoegde en geschikte huwelijksvoogd een noodzakelijke voorwaarde voor een rechtsgeldig huwelijk?

  7. Was de stiefvader van de vrouw, tevens neef van de man, een bevoegde en geschikte huwelijksvoogd;

  8. Zo nee, wat is het rechtsgevolg wanneer de huwelijksvoogd niet geschikt en bevoegd was;

  9. Zijn er overige feiten, omstandigheden of bijzonderheden die van belang zijn voor de beslechting van dit geschil;

  10. Komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet zijn geformuleerd in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn voor de beslechting van het geschil.

2.3.

De deskundige heeft zich bereid verklaard dit onderzoek op zich te nemen. De kosten van de beantwoording van voormelde vragen zullen ten laste worden gebracht van ’s Rijks kas. Het IJI wordt verzocht omtrent de beantwoording van voormelde vragen een schriftelijk, ondertekend bericht aan de griffie van het hof te doen toekomen met afschrift daarvan aan partijen. De behandeling van de zaak wordt te dien einde aangehouden tot onderstaande pro forma datum, waarna partijen zullen worden opgeroepen tegen de datum van een nog nader te bepalen terechtzitting.

Met het oog op het voorgaande zal elke verdere beslissing worden aangehouden.

2.4.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

3 Beslissing

Het hof:

Het hof:

benoemt tot deskundige:

Internationaal Juridisch Instituut

Spui 186

2511 BW ’s-Gravenhage

Tel. 070 – 3460974

bepaalt dat de deskundige onderzoek dient te verrichten ter beantwoording van de vragen als hiervoor onder rechtsoverweging 2.2 geformuleerd;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat partijen kopieën van alle processtukken waarover de deskundige nog niet beschikt vóór 29 mei 2015 aan hem ter hand zullen stellen;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundige te bepalen tijdstip en plaats;

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van dit hof vóór 28 juni 2015 onder indiening van zijn declaratie met vermelding van bovenstaand zaaknummer;

bepaalt dat de behandeling van de zaak in afwachting van het deskundigenbericht zal worden aangehouden tot zondag 28 juni 2015 pro forma, waarna partijen zullen worden opgeroepen tegen de datum van een nog nader te bepalen terechtzitting;

houdt elke verdere beslissing aan.

Deze beschikking is op gegeven door mr. R.G. Kemmers, mr. A.V.T. de Bie en mr. M. Perfors in tegenwoordigheid van mr. E.E. Kraan als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2015.