Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:1509

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-04-2015
Datum publicatie
14-07-2015
Zaaknummer
200.122.708-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2013:4920
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2014:3547
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 26 augustus 2014. Alsnog gedeeltelijke toewijzing vordering verhuurster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.122.708/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 1369877 CV EXPL 12-23935

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 april 2015

(bij vervroeging)

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAPITAL GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. J.M. Veldhuis te Amsterdam,

tegen

[GEÏNTIMEERDE] ,

wonend te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. Th.F. Roest te Haarlem.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna wederom Capital en [geïntimeerde] genoemd.

Het hof heeft op 26 augustus 2014 een tweede tussenarrest (hierna: het tussenarrest) uitgesproken. Voor het verloop van de procedure tot dan toe wordt naar dat arrest verwezen.

Ter uitvoering van het tussenarrest heeft Capital een akte genomen, waarop [geïntimeerde] heeft geantwoord.

Ten slotte is weer arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1

In het tussenarrest heeft het hof beslist dat het vonnis waarvan beroep geheel zal worden vernietigd en dat hetgeen de kantonrechter aan [geïntimeerde] heeft toegewezen alsnog zal worden afgewezen. Voorts heeft het hof ten aanzien van de onderscheiden vorderingen van Capital - in haar memorie van grieven genummerd i tot en met ix – beslissingen genomen, met dien verstande dat Capital nog in de gelegenheid is gesteld om bij akte berekeningen in het geding te brengen van de tot en met 1 maart 2013 ontstane huurachterstand (vordering i) en de verschuldigde huur vanaf 1 april 2013 (vordering ii).

2.2

Capital heeft in haar akte deze berekeningen in het geding gebracht. Daarnaast heeft zij, onder verwijzing naar artikel 130 Rv, haar eis gewijzigd. Het hof zal deze eiswijziging als tardief buiten beschouwing laten nu de desbetreffende grief in het tussenarrest, rechtsoverweging 2.4, reeds is verworpen.

2.3

Ten aanzien van de vorderingen i en ii overweegt het hof als volgt.

Ad (i) Deze vordering zal worden toegewezen overeenkomstig de als productie 15 bij akte overgelegde berekening huurachterstand per 1 maart 2013 ten bedrage van € 9.740,82.

Ad (ii) [geïntimeerde] zal worden veroordeeld om vanaf 1 april 2013 maandelijks en bij vooruitbetaling de huur te voldoen van € 2.152,50 per maand of gedeelte van een maand, te verhogen met de daarna eventueel verschuldigde huurverhogingen. Door de wijze waarop het petitum is geformuleerd (geen concreet bedrag gevorderd over de periode vanaf 1 april 2013) komt het hof niet toe aan de vraag of de huur over de maand augustus 2014 wel of niet is betaald. Het hof merkt ten slotte op dat over de gevorderde rente van 1% (vordering v) eveneens reeds is beslist in het tussenarrest.

2.4

De slotsom is dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de vorderingen van Capital alsnog zullen worden toegewezen, zoals hierna te noemen. [geïntimeerde] zal als overwegend in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in beide instanties.

4 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de huurachterstand tot 1 april 2013, ten bedrage van € 9.740,82;

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de huur van € 2.152,50 per maand of gedeelte van een maand met ingang van 1 april 2013, te verhogen met de daarna eventueel verschuldigde huurverhogingen;

veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen Capital ter voldoening aan het vonnis waarvan beroep aan [geïntimeerde] heeft betaald (€ 16.969,13), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van betaling door Capital aan [geïntimeerde] (30 januari 2013) tot de dag van algehele betaling door [geïntimeerde];

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van Capital begroot op € 533,59 aan verschotten en € 175,00 voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 777,74 aan verschotten en € 1.580,00 voor salaris en op € 131,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,00 voor nasalaris en met de kosten van het betekeningsexploot, ingeval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordeling(en) en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, J.C.W. Rang en C. Uriot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 april 2015.