Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:653

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-03-2014
Datum publicatie
13-06-2014
Zaaknummer
200.120.828-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.120.828/01

zaaknummer rechtbank Haarlem : 552177 CV EXPL 12-2648

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 maart 2014

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats], gemeente [gemeente],

appellant,

advocaat: mr. B.W.M. Zegers voornoemd te Edam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] & [Y] GERECHTSDEURWAARDERS B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J.S. van der Vorst te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en [X] & [Y] genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 18 februari 2014 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht/brief van 25 februari 2014 heeft mr. Zegers zich namens partij [appellant] op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Uit telefonisch contact met mr. Van der Vorst is gebleken dat hij tegen toewijzing van dit verzoek geen bezwaar heeft.

2 Beoordeling

Bij de berekening van de proceskosten is ten gevolge van een administratieve misslag een fout opgetreden.

Het hof zal voornoemde kennelijke fout daarom verbeteren.

3 Beslissing

Het hof:

ten aanzien van de proceskosten:

verbetert het in deze zaak op 18 februari 2014 uitgesproken arrest aldus:

veroordeelt[appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [X] & [Y] begroot op € 683,- aan verschotten en € 632,- voor salaris en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. mrs. D.J. van der Kwaak, L.A.J. Dun en C.G. Kleene-Eijk en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2014.