Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:6160

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
24-11-2016
Zaaknummer
23-003549-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:1217, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak, Gekwalificeerde diefstallen, wederspannigheid, wegmaken handboeien en overtredingen Leerplichtwet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-003549-14

datum uitspraak: 24 december 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2014 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-660451-12 (zaak A) en 13-741024-13 (zaak B) (feit 5 van zaak B is ter terechtzitting in hoger beroep afgesplitst) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - kan niet in stand blijven, omdat het hof ter terechtzitting in hoger beroep zaak B onder 5 ten laste gelegde heeft afgesplitst van de zaak A en B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

De rechtbank heeft geen rekening gehouden met het gegeven dat de verdachte ten tijde van het in zaak B onder 5 ten laste gelegde meerderjarig was.

Tenlasteleggingen

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte - voor zover aan in hoger beroep aan de orde - ten laste gelegd dat:

Zaak A (parketnummer 13-660451-12)
1 primair:
hij op of omstreeks 18 mei 2012 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Blackberry, type Curve 8520), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en / of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte (met kracht) - (met zijn ene hand) de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of dichtgeknepen en/of - (vervolgens) (met zijn andere hand) die [slachtoffer 1] op zijn wang, althans in zijn gezicht heeft geslagen en/of - (vervolgens) (daarbij) voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Als je nu niet weggaat, dan haal ik mijn broer en knalt hij je hele familie af" en/of "als je nu niet weggaat, dan ga ik je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

1 subsidiair:
hij op of omstreeks 18 mei 2012 te Amsterdam [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (met kracht) - (met zijn ene hand) de keel/hals van die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of vastgegrepen en/of dichtgeknepen en/of - (vervolgens) (met zijn andere hand) die [slachtoffer 1] op zijn wang, althans in zijn gezicht geslagen en/of - (vervolgens) (daarbij) voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je nu niet weggaat, dan haal ik mijn broer en knalt hij je hele familie af" en/of "als je nu niet weggaat, dan ga ik je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.


2:
hij op of omstreeks 23 december 2011 te Amsterdam toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1], hoofdagent van Politie Amsterdam-Amstelland, hem (verdachte) naar aanleiding van zijn signalering in verband met plaatsing in gesloten jeugdzorg (ex. art. 564 Wetboek van Strafvordering), had aangehouden en vastgegrepen, zich tezamen met anderen of een ander, althans alleen, met verenigde krachten met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, door opzettelijk gewelddadig - te rukken en/of te trekken in een andere richting dan die waarin die opsporingsambtenaar hem, verdachte, trachtte te geleiden en/of - te duwen tegen het lichaam van die opsporingsambtenaar en/of - (meermalen) tegen (de helm op) het hoofd en/of de schouder(s), althans het lichaam, van die opsporingsambtenaar te slaan en/of te stompen en/of - (meermalen) tegen de/het (boven)be(e)n(en), althans het lichaam, van die opsporingsambtenaar te schoppen en/of te trappen en/of - zijn, verdachtes, lichaam (wild) heen en weer te bewegen.


Zaak B (parketnummer 13-741024-13)
1 primair:
hij op of omstreeks 25 januari 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel [adres 2]) heeft weggenomen veertig, in elk geval een of meer verpakking(en) munt(en) (van de Nederlandse Antillen en/of Aruba) en/of drie, in elk geval een of meer munt(en), in elk geval een of meer geldbedrag(en) en/of een muziekdoosje en/of twee, in elk geval een of meer (zilverkleurige) horloge(s) en/of een (gecammoufleerde) tas (met een goudkleurig anker-embleem), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op of verbreking van de (achter)deur van voornoemde woning.

2:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, terwijl hij toen de leeftijd van 12 jaar had bereikt, niet heeft voldaan aan zijn verplichting om overeenkomstig de Leerplichtwet 1969, de school waar hij als leerling was ingeschreven, te weten Stichting ROC TOP, geregeld te bezoeken.

3:
hij op of omstreeks 17 april 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk handboeien, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [verbalisant 2] en/of de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggemaakt door voornoemde handboeien in een sloot/het water te gooien en/of te werpen.

4:
hij in of omstreeks 3 juni 2013 tot en met 17 juni 2013 te Amsterdam terwijl hij toen de leeftijd van 12 jaar had bereikt, niet heeft voldaan aan zijn verplichting om overeenkomstig de Leerplichtwet 1969, de school waar hij als leerling was ingeschreven, te weten ROC van Amsterdam ROC op Maat/Zuidoost, geregeld te bezoeken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Verzoek horen getuigen

De raadsman heeft bij pleidooi primair om aanhouding van de behandeling van de zaak verzocht om

[slachtoffer 1], [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] als getuigen te horen in zaak A onder 1 en zaak B onder 1. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de verklaringen van voornoemde getuigen van het bewijs uit te sluiten, om reden dat de verdediging geen gebruik heeft kunnen maken van het ondervragingsrecht.

Het hof overweegt als volgt.

Blijkens het proces-verbaal van de zogeheten ‘regiezitting’ op 4 november 2014 is een verzoek van de verdediging genoemde getuigen te horen op grond van het verdedigingsbelang afgewezen.

Bij de behandeling van de zaak op 11 december 2014, waarbij de behandeling van de zaak opnieuw is aangevangen in verband met de gewijzigde samenstelling van het hof, heeft de verdediging het verzoek tot het horen van de getuigen herhaald.

Ingevolge het bepaalde in artikel 322 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering, van toepassing in hoger beroep op grond van artikel 415 van het Wetboek van Strafvordering, is het afgewezen verzoek bij de nieuwe aanvang van het onderzoek in stand gebleven, zodat het verzoek thans op grond van het noodzaakscriterium moet worden beoordeeld.

Het hof acht zich voldoende voorgelicht en acht het horen van de verzochte getuigen niet noodzakelijk.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de verklaringen van de getuigen van het bewijs uit te sluiten.

Daartoe is gesteld dat de verdachte zijn ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen en dat de getuigen belastend hebben verklaard. De getuigen verklaringen zijn in op wettelijke wijze opgemaakt proces-verbaal opgenomen. Voorts vormen de door de verdediging genoemde argumenten onvoldoende reden om tot bewijsuitsluiting over te gaan.

Het hof verwerpt derhalve het primaire en subsidiaire verzoek van de raadsman.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak A onder 1 primair en 2 en in de zaak B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A (parketnummer 13-660451-12)
1 primair:
hij 18 mei 2012 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Blackberry, type Curve 8520), toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte met kracht - met zijn ene hand de hals van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt dichtgeknepen en

- met zijn andere hand die [slachtoffer 1] op zijn wang heeft geslagen en

- daarbij voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Als je nu niet weggaat, dan haal ik mijn broer en knalt hij je hele familie af" en/of "als je nu niet weggaat, dan ga ik je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.


2:
hij op 23 december 2011 te Amsterdam toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1], hoofdagent van Politie Amsterdam-Amstelland, hem, verdachte, naar aanleiding van zijn signalering in verband met plaatsing in gesloten jeugdzorg (ex. artikel 564 Wetboek van Strafvordering), had aangehouden en vastgegrepen, zich tezamen met een ander met verenigde krachten met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, door opzettelijk gewelddadig

- te rukken in een andere richting dan die waarin die opsporingsambtenaar hem, verdachte, trachtte te geleiden en/of

- te duwen tegen het lichaam van die opsporingsambtenaar en/of

- meermalen tegen de helm op het hoofd en de schouder van die opsporingsambtenaar te slaan en/of

- tegen het bovenbeen van die opsporingsambtenaar te schoppen en/of

- zijn, verdachtes, lichaam wild heen en weer te bewegen.

Zaak B (parketnummer 13-741024-13)
1 primair:
hij op 25 januari 2013 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, perceel [adres 2], heeft weggenomen veertig, verpakkingen munten van de Nederlandse Antillen en/of Aruba en een muziekdoosje en twee zilverkleurige horloges en een gecamoufleerde tas met een goudkleurig anker-embleem, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak op de achterdeur van voornoemde woning.

2:
hij op tijdstippen in de periode van 07 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 te Amsterdam, terwijl hij toen de leeftijd van 12 jaar had bereikt, niet heeft voldaan aan zijn verplichting om overeenkomstig de Leerplichtwet 1969, de school waar hij als leerling was ingeschreven, te weten Stichting ROC TOP, geregeld te bezoeken.

3:
hij op 17 april 2013 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk handboeien, toebehorende aan

[verbalisant 2] en/of de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, heeft weggemaakt door voornoemde handboeien in een sloot te gooien.

4:
hij op tijdstippen in de periode van 3 juni 2013 tot en met 17 juni 2013 te Amsterdam terwijl hij toen de leeftijd van 12 jaar had bereikt, niet heeft voldaan aan zijn verplichting om overeenkomstig de Leerplichtwet 1969, de school waar hij als leerling was ingeschreven, te weten ROC van Amsterdam ROC op Maat/Zuidoost, geregeld te bezoeken.

Hetgeen in de zaak A onder 1 primair en 2 en in de zaak B onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak A onder 1 primair en 2 en in de zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het in de zaak A onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

het in de zaak A onder 2 bewezen verklaarde levert op:

wederspannigheid.

het in de zaak B onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

het in de zaak B onder 2 en 4 bewezen verklaarde levert op:

als leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt de verplichting tot geregeld volgen van onderwijs niet nakomen, meermalen gepleegd.

het in de zaak B onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, wegmaken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak A onder 1 primair en 2 en in de zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in zaak A onder 1 primair en 2 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 138 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarde van toezicht en begeleiding door Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam dan wel de Stichting Reclassering Nederland. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij geheel toegewezen.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1 primair, 2 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 128 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarde van toezicht en begeleiding door de Stichting Reclassering Nederland. Daarnaast heeft de advocaat-generaal toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten.

Verdachte heeft een Blackberry-telefoon gestolen en heeft daarbij geweld en bedreigingen geuit tegen het slachtoffer. Door te handelen als bewezen verklaard heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer en getoond geen respect te hebben voor andermans eigendom. Dergelijke feiten veroorzaken in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

Voorts heeft verdachte zich tijdens zijn aanhouding met geweld verzet tegen de politieambtenaar. Verdachte heeft daarbij opsporingsambtenaren belemmerd bij hun werk, hun openbaar gezag aangetast en pijn bij de betrokkene veroorzaakt.

Daarnaast heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woninginbraak, waarbij onder meer een grote verzameling buitenlandse munten is weggenomen. Verdachte heeft daarbij inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners en de eigenaar van de woning schade berokkend. In de maatschappij veroorzaken feiten als het onderhavige gevoelens van onrust en onveiligheid.

Voorts heeft verdachte gedurende een periode van in totaal ruim 3 weken niet voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 de school te bezoeken. Deze verplichting is in het belang van de jongere om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten te voorkomen.

Tenslotte heeft de verdachte een paar handboeien weggemaakt door deze in de sloot te gooien. Hiermee heeft de verdachte geen respect getoond voor de politie door voorwerpen die zij gebruiken in hun dagelijks werk weg te maken.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 27 november 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met het de verdachte betreffende rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 24 mei 2013, een rapport van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam van 16 april 2013, alsmede het reclasseringsadvies van Inforsa van 29 november 2013.

Het hof heeft tevens rekening gehouden met het arrest van dit hof van 24 december 2014 onder parketnummer 23-004718-14 gewezen in de zaak B onder 5.

Het hof acht, alles afwegende, een (deels voorwaardelijke) jeugddetentie van na te melden duur passend en geboden. Anders dan de raadsman ziet het hof aanleiding om de bijzondere voorwaarde van Reclasseringstoezicht op te nemen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 151,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak A onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof schat de waarde van de telefoon op € 100,00, gelet op het feit dat de telefoon ten tijde van het bewezenverklaarde één jaar oud was en de nieuwprijs € 151,00 was. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 2 en 26 van de Leerplichtwet 1969 en de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 180, 311, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak A onder 1 primair en 2 en in de zaak B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak A onder 1 primair en 2 en in de zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 128 (honderdachtentwintig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 50 (vijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de volledige proeftijd stelt onder toezicht van Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de ouder(s)/verzorger(s) van ter zake van het in de zaak A onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd

[slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. J.A.M. de Wit en mr. J.M. Bruins, in tegenwoordigheid van

mr. J. Ineke, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

24 december 2014.

mr. J.H.C. van Ginhoven en J.M. Bruins zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[........]

.