Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:6004

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-11-2014
Datum publicatie
20-02-2015
Zaaknummer
23-002523-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof verklaart zich niet bevoegd tot kennisneming van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de beslissing van de rechtbank op de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel (parketnummer 13-401209-09), en verwijst de zaak in zoverre naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Verklaart de verdachte voor het overige niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-002523-14

Datum uitspraak: 24 november 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2014 in de strafzaak onder de parketnummers 13-701355-14, 13-400256-09 (TUL) en 13-401209-09 (TUL) tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [HvB].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 november 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Bevoegdheid van het hof

De verdachte heeft op 20 juni 2014 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2014 in de zaak onder parketnummer 13/701355-14, daarbij inbegrepen - zo blijkt uit de op de akte genoteerde parketnummers - de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2009 voorwaardelijk opgelegde straf met parketnummer 13-400256-09 alsmede de afzonderlijk geminuteerde beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van

1 oktober 2009 (parketnummer 13-401209-09) voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

Voor zover het hoger beroep betrekking heeft op de beslissing tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel met parketnummer 13-401209-09, volgt uit artikel 509ff, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering dat het hoger beroep behandeld dient te worden door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof zal met betrekking tot het door de verdediging ingestelde hoger beroep gericht tegen toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel zich onbevoegd verklaren en de zaak in zoverre naar het hof Arnhem-Leeuwarden verwijzen en doorsturen.

Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep in de hoofdzaak

De raadsvrouw van de verdachte alsmede de verdachte hebben ter terechtzitting in hoger beroep medegedeeld geen bezwaren te hebben tegen de in het vonnis van de rechtbank in de hoofdzaak (parketnummer 13-701355-14 en 13/400256-09 (TUL)) genomen beslissingen. Het hof begrijpt hieruit dat de verdachte geen belang meer hecht aan voortzetting van de behandeling van de hoofdzaak in hoger beroep.

Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de hoofdzaak, de verdachte niet ontvangen dient te worden in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

verklaart zich niet bevoegd tot kennisneming van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de beslissing van de rechtbank op de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel (parketnummer 13-401209-09), en verwijst de zaak in zoverre naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden;

verklaart de verdachte voor het overige niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.C. Römer en mr. A.P.M. van Rijn, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 november 2014.