Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:59

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-01-2014
Datum publicatie
22-01-2014
Zaaknummer
200.117.472/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 98 Wna. Heeft de notaris niet juist heeft gehandeld inzake de splitsing van zijn declaratie en de daarmee samenhangende afspraken? Hof komt tot een andere conclusie dan de kamer en oordeelt dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.117.472/01 NOT

nummer eerste aanleg : 05 12 Wna

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 21 januari 2014

inzake

[notaris]

notaris te [vestigingsplaats],

appellant,

tegen:

[klaagster],

wonende te [woonplaats]

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. D.F. Briedé, advocaat te Almelo.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant, verder de notaris, is bij een op 27 november 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Almelo, verder de kamer, van 8 november 2012, waarbij de kamer de klacht van geïntimeerde, verder klaagster, tegen de notaris deels gegrond heeft verklaard en aan hem de maatregel van waarschuwing is opgelegd en deels niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.2.

Van de zijde van klaagster is op 11 februari 2013 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 7 november 2013. De notaris alsmede klaagster en haar advocaat zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Klaagster en haar ex-partner, [ex-partner] verder (de ex-partner) hebben een affectieve relatie gehad die op enig moment is geëindigd.

3.2.

In 2011 is de notaris gevraagd een akte te passeren houdende de verdeling van de gemeenschappelijke woning.

3.3.

Bij e-mail van 30 september 2011 heeft [notarisklerk], als notarisklerk verbonden aan het kantoor van de notaris, (verder de notarisklerk) aan klaagster, voor zover hier van belang, het volgende geschreven:

“De tot en met 20 september jl. gemaakte kosten bedragen € 2.453,60.

Alle nadien door ons te maken/gemaakte kosten komen daar nog bij.”

3.4.

Klaagster heeft niet gereageerd op deze e-mail.

3.5.

Bij e-mail van 20 maart 2012 heeft de notaris, voor zover hier relevant, het volgende aan de ex-partner geschreven:

“Geachte [ex-partner],

Uw voorstel heb ik gisteren met u besproken. Ik kon u toen niet meteen aangeven of ik daarmee akkoord kon gaan, omdat onze beoordelingen aanzienlijk verschilden.

Inhoudelijk heeft u aangegeven de helft van € 1.500, ofwel € 750 van de kosten voor uw rekening te nemen (inclusief BTW, kadasterkosten, etc). De rest kon ik wat u betreft proberen door [klaagster] te laten betalen, op ons eigen risico. Gisteren en vandaag heb ik de gevolgen van een en ander overwogen.

Zoals besproken zou ik u uiterlijk vandaag berichten. Ik heb besloten wel op uw voorstel in te gaan. Van de kosten zal € 750 aan u in rekening worden gebracht. Het overige is een zaak die wij met [klaagster] zullen oplossen.”

3.6.

De notarisklerk heeft bij e-mail van 30 maart 2012 aan klaagster en de ex-partner het volgende geschreven, voor zover hier van belang:

“Notaris [X]van ons kantoor heeft u vervolgens bericht met uw voorstel akkoord te gaan en heeft u daarbij bericht: “het overige is een zaak die wij met [klaagster] zullen oplossen”, lees: het schriftelijk vastleggen en ondertekenen van de door ons kantoor met [klaagster] gemaakte afspraken en het daarna maken van een afspraak voor de ondertekening van de akte van verdeling.

Vervolgens ontkent [klaagster] de gemaakte afspraken.”

3.7.

De akte van verdeling is uiteindelijk door een andere notaris gepasseerd.

4 De standpunten van partijen

In haar klaagschrift verwijt klaagster de notaris het volgende:

1. er is een prijsafspraak gemaakt waaraan de notaris zich niet heeft gehouden;

2. de rekening van de notaris is opgelopen, maar niet door contacten met klaagster;

3. bij de ex-partner is wel zijn deel van het afgesproken bedrag in rekening gebracht, maar het restant, een hoger bedrag is ten onrechte bij klaagster in rekening gebracht;

4. door of namens de notaris is aangegeven dat de rekening hoger uit zou vallen indien klaagster zou bellen of langskomen.

De notaris heeft de stellingen van klaagster gemotiveerd betwist. Voor zover van belang zal hierna op dat verweer worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Met betrekking tot de klachtonderdelen die zien op de hoogte van de declaratie, (klachtonderdelen 4.1 en 4.2), is het hof met de kamer van oordeel dat de tuchtrechter niet bevoegd is hierover te oordelen omdat declaratiegeschillen ingevolge het bepaalde in artikel 55 lid 2 (oud) Wna tot 1 januari 2013 tot de competentie van de ringvoorzitter behoorden. Het hof acht klaagster in deze klachtonderdelen, evenals de kamer heeft geoordeeld, dan ook niet-ontvankelijk.

5.2.

Ten aanzien van de klachtonderdelen 4.3 en 4.4, die zien op het verwijt van klaagster dat de notaris niet juist heeft gehandeld inzake de splitsing van de declaratie en de daarmee samenhangende afspraken, heeft de kamer als volgt overwogen:

“De notaris geeft aan dat [ex-partner] € 750,00 diende te betalen en dat klaagster de rest, te weten € 900,00 met daarna enkele termijnen van € 300,00, zou voldoen. Hoewel de notaris aangeeft dat daar uitvoerig met klaagster over is gecommuniceerd per telefoon, is de Kamer van oordeel dat een dergelijke van de oorspronkelijke 50/50 verdeling fors afwijkende kostenverdeling, niet met een telefoontje kan worden afgehandeld. Het initiatief om contact op te nemen met klaagster ging van de notaris uit en het was aan de notaris om zich er van te vergewissen dat het voor klaagster volledig en ondubbelzinnig duidelijk was om welke afspraak het nu ging. De notaris had de afspraken met klaagster vervolgens schriftelijk moeten bevestigen, hetgeen hij eveneens heeft nagelaten. De klacht is wat dit betreft gegrond.”

5.3.

Het hof stelt voorop dat in deze tuchtrechtelijke procedure beoordeeld dient te worden of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van artikel 98 lid 1 in verbinding met artikel 98 lid 4 Wet op het notarisambt, hierna Wna, (zoals deze gold tot 1 januari 2013) oplevert.

5.4.

Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de notaris aangevoerd dat hij per de hiervoor onder 3.5 geciteerde e-mail van 20 maart 2012 aan de ex-partner heeft bevestigd dat hij van de kosten een bedrag van € 750,00 aan de ex-partner in rekening zou brengen en dat het overige een zaak is die met klaagster zou worden opgelost. Desgevraagd heeft de notaris tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij deze e-mail aan de ex-partner heeft verstuurd, nadat klaagster op dezelfde dag (20 maart 212) telefonisch aan de notarisklerk had bevestigd dat zij akkoord ging met een betalingsregeling voor het meerdere, hetgeen volgens de notarisklerk inhield betaling van € 900,00 op dat moment en van enkele termijnen van € 300,00 daarna. Vervolgens heeft klaagster volgens de notaris op 23 maart 2012 de notarisklerk telefonisch bericht haar akkoord in te trekken. Klaagster heeft zich daarentegen op het standpunt gesteld dat zij in het telefoongesprek van 20 maart 2012 de notarisklerk heeft bericht eerst over het voorstel te willen nadenken. Zij betwist uitdrukkelijk op die dag akkoord te zijn gegaan met het betalen van meer dan de helft van de rekening, dan wel een betalingsregeling te zijn overeengekomen. Zij heeft gesteld op 23 maart 2012 telefonisch aan de notarisklerk te hebben medegedeeld niet op het voorstel in te gaan en, net als de ex-partner, bereid te zijn om een maximumbedrag van € 750,00 te betalen, aldus klaagster.

5.5.

Enerzijds stelt het hof vast dat de stellingen van de notaris en klaagster lijnrecht tegenover elkaar staan. Anderzijds blijkt uit de stellingen van partijen dat zij uitvoerig over het voorstel hebben getelefoneerd. De kwestie is derhalve niet, zoals de kamer heeft overwogen, met één telefoontje afgehandeld. De notaris heeft duidelijk en schriftelijk aan klaagster medegedeeld dat wat hem betreft de ex-partner € 750,00 diende te betalen en dat het restant van zijn declaratie een zaak was die de notaris met klaagster zou oplossen. Dit blijkt uit de e-mail van 30 maart 2012 die de notarisklerk aan (onder meer) klaagster heeft geschreven (gedeeltelijk geciteerd onder 3.6). Derhalve komt het hof, anders dan de kamer heeft geoordeeld, niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, omdat over de betaling van de declaratie onvoldoende contact zou zijn geweest. Het is ook, anders dan klaagster blijkbaar meent, op zichzelf niet ongeoorloofd af te spreken dat twee opdrachtgevers van een notaris diens declaratie niet ieder voor de helft zullen betalen maar dat de een meer betaalt dan de ander. Of er uiteindelijk een afspraak is gemaakt als door de notaris is gesteld, is niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

5.6.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend verder onbesproken blijven.

5.7.

Nu het hof deels tot een andere beslissing is gekomen dan de kamer zal het hof de bestreden beslissing geheel vernietigen en als volgt beslissen.

6 De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw beslissende:

- verklaart de klacht ongegrond voor zover het de communicatie over de kostenverdeling betreft;

- verklaart de klacht voor het overige niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 21 januari 2014 door de rolraadsheer.