Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5841

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
18-02-2016
Zaaknummer
23-003130-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:239, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mega Bamis. veroordeling doodslag. verklaringen verdachte kennelijk leugenachtig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-003130-13

datum uitspraak: 16 december 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-676235-11 tegen

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Nieuwersluis te Nieuwersluis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van
30 juni 2014, 1 juli 2014, 26 november 2014 en 2 december 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair:
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak gedaan en/of getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) dichtgeknoopt en/of dichtgeknoopt gehouden en/of dicht gebonden en/of dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] aangebracht en/of getrokken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

of

[medeverdachte] op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft voornoemde [medeverdachte] met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak gedaan en/of getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) dichtgeknoopt en/of dichtgeknoopt gehouden en/of dicht gebonden en/of dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] aangebracht en/of getrokken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar met dat opzet

- voornoemde [slachtoffer] naar de woning te lokken, althans in haar, verdachtes, woning uit te nodigen en/of - de woning ter beschikking te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of de hieromschreven geweldshandelingen van [medeverdachte] niet heeft belet en/of

- niet heeft ingegrepen toen die [medeverdachte] genoemde geweldshandelingen tegen die [slachtoffer] uitoefende en/of

- die [slachtoffer] aan het hoofd en/of het lichaam heeft vastgehouden en/of het lichaam (aan de enkels) van die [slachtoffer] heeft versleept en/of

- het lichaam van die [slachtoffer] in een tapijt heeft gewikkeld en/of heeft helpen wikkelen en/of

- een of meer (bloed)spo(o)r(en) heeft weggemaakt en/of

- heeft nagelaten (medische) hulp in te roepen;

althans indien ten aanzien van bovenomschreven moord en/of medeplichtigheid aan moord geen bewezenverklaring mocht volgen:

subsidiair:
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) met dat opzet

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak gedaan en/of getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) dichtgeknoopt en/of dichtgeknoopt gehouden en/of dicht gebonden en/of dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] aangebracht en/of getrokken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig(e) strafba(a)r(e) feit(en), te weten diefstal met geweld in vereniging en/of bedreiging met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weggenomen een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat zij, verdachte en/of haar mededader(s) opzettelijk gewelddadig (met kracht)

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of heeft/hebben gestompt en/of heeft/hebben geschopt en/of heeft/hebben getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft/hebben getrokken en/of heeft/hebben gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] gedwongen tot de afgifte van een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of andere dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geweld of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat zij, verdachte en/of haar mededader(s), (met kracht)

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of heeft/hebben gestompt en/of heeft/hebben geschopt en/of heeft/hebben getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft/hebben getrokken en/of heeft/hebben gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht,

of

[medeverdachte] op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft [medeverdachte] met dat opzet

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak gedaan en/of getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) dichtgeknoopt en/of dichtgeknoopt gehouden en/of dicht gebonden en/of dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] aangebracht en/of getrokken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig(e) strafba(a)r(e) feit(en), te weten diefstal met geweld in vereniging en/of bedreiging met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

immers heeft [medeverdachte] op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weggenomen een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte], welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat die [medeverdachte] opzettelijk gewelddadig (met kracht)

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of heeft beetgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft getrokken en/of heeft gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft doorzocht,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] gedwongen tot de afgifte van een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of andere dan aan verdachte, welk geweld of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat die [medeverdachte] (met kracht)

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft geslagen en/heeft gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of heeft beetgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft getrokken en/of heeft gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft doorzocht,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar met dat opzet

- voornoemde [slachtoffer] naar de woning te lokken, althans in haar, verdachtes, woning uit te nodigen en/of - de woning ter beschikking te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of de hieromschreven geweldshandelingen van [medeverdachte] niet heeft belet en/of

- niet heeft ingegrepen toen die [medeverdachte] genoemde geweldshandelingen tegen die [slachtoffer] uitoefende en/of

- die [slachtoffer] aan het hoofd en/of het lichaam heeft vastgehouden en/of het lichaam (aan de enkels) van die [slachtoffer] heeft versleept en/of

- het lichaam van die [slachtoffer] in een tapijt heeft gewikkeld en/of heeft helpen wikkelen en/of

- een of meer (bloed)spo(o)r(en) heeft weggemaakt en/of

- heeft nagelaten (medische) hulp in te roepen;

meer subsidiair:
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat zij, verdachte en/of haar mededader(s) opzettelijk gewelddadig (met kracht)

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl , althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp heeft/hebben gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meerma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat heeft/hebben geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) heeft/hebben dichtgeknoopt en/of heeft/hebben dichtgeknoopt gehouden en/of heeft/hebben dicht gebonden en/of heeft/hebben dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] heeft/hebben aangebracht en/of heeft/hebben getrokken en/of

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of heeft/hebben gestompt en/of heeft/hebben geschopt en/of heeft/hebben getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft/hebben getrokken en/of heeft/hebben gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

en/of

zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] gedwongen tot de afgifte van een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of andere dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geweld of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat zij, verdachte en/of haar mededader(s), (met kracht)

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp heeft/hebben gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat heeft/hebben geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) heeft/hebben dichtgeknoopt en/of heeft/hebben dichtgeknoopt gehouden en/of heeft/hebben dicht gebonden en/of heeft/hebben dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] heeft/hebben aangebracht en/of heeft/hebben getrokken en/of

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of heeft/hebben gestompt en/of heeft/hebben geschopt en/of heeft/hebben getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft/hebben getrokken en/of heeft/hebben gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

of

[medeverdachte] op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte], welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat die [medeverdachte] opzettelijk gewelddadig (met kracht)

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp heeft gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat heeft geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak heeft gedaan en/of heeft getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) heeft dichtgeknoopt en/of heeft dichtgeknoopt gehouden en/of heeft dicht gebonden en/of heeft dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] heeft aangebracht en/of heeft getrokken en/of

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft getrokken en/of heeft gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft doorzocht,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

en/of

[medeverdachte] op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] gedwongen tot de afgifte van een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of andere dan voornoemde [medeverdachte], welk geweld of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat die [medeverdachte] (met kracht)

- ( een of meer ma(a)l(en)) een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp heeft gepakt en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) (een of meer ma(a)l(en)) met een hamer en/of een bijl, althans een scherp en/of zwaar en/of hard voorwerp in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht/gelaat heeft geslagen en/of

- over het hoofd van die [slachtoffer] een (vuilnis)zak heeft gedaan en/of heeft getrokken en/of die (vuilnis)zak (met een (elektriciteits)snoer/draad) heeft dichtgeknoopt en/of heeft dichtgeknoopt gehouden en/of heeft dicht gebonden en/of heeft dicht gebonden gehouden en/of

- een (elektriciteits)snoer/draad (strak) om de nek/hals van die [slachtoffer] heeft aangebracht en/of heeft getrokken en/of

- een of meermalen (met een hand en/of vuist) in/op/tegen het gezicht/gelaat en/of hals en/of elders in/op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of heeft geschopt en/of heeft getrapt (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of

- ( met een hand) een ketting om de nek/hals van voornoemde [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan voornoemde ketting (om de nek van voornoemde [slachtoffer]) heeft getrokken en/of heeft gerukt (in de richting van de vloer) en/of

- een of meer broekzak(ken) van die [slachtoffer] heeft doorzocht,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar met dat opzet

- voornoemde [slachtoffer] naar de woning te lokken, althans in haar, verdachtes, woning uit te nodigen en/of - de woning ter beschikking te stellen aan voornoemde [medeverdachte] en/of de hieromschreven geweldshandelingen van [medeverdachte] niet heeft belet en/of

- niet heeft ingegrepen toen die [medeverdachte] genoemde geweldshandelingen tegen die [slachtoffer] uitoefende en/of

- die [slachtoffer] aan het hoofd en/of het lichaam heeft vastgehouden en/of het lichaam (aan de enkels) van die [slachtoffer] heeft versleept en/of

- het lichaam van die [slachtoffer] in een tapijt heeft gewikkeld en/of heeft helpen wikkelen en/of

- een of meer (bloed)spo(o)r(en) heeft weggemaakt en/of

- heeft nagelaten (medische) hulp in te roepen;

meest subsidiair:
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander, althans alleen, nadat er op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, een misdrijf, te weten de overtreding van artikel 289 of 288/287 of 312 en/of 317, althans enig misdrijf Wetboek van Strafrecht, was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, één of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf heeft/hebben vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft/hebben onttrokken

en/of

opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, heeft/hebben verborgen en/of vernietigd en/of weggemaakt en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft/hebben onttrokken, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader,

- een hamer en/of een bijl weggemaakt en/of

- het lichaam van die [slachtoffer] versleept en/of

- het lichaam van die [slachtoffer] in een tapijt gewikkeld en/of helpen wikkelen en/of

- een (vuilnis)zak over het hoofd van die [slachtoffer] gedaan en/of

- een of meer (bloed)spo(o)r(en) weggemaakt en/of

- nagelaten (medische) hulp in te roepen en/of

- kleding, van haar, verdachte en/of haar mededader weggemaakt.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] het slachtoffer, [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) om het leven heeft gebracht. De advocaat-generaal heeft aangegeven dat dit volgt uit het navolgende, zakelijk weergegeven:

  • -

    de verdachte heeft verklaard dat zij op 12 maart 2011 met [slachtoffer] en [medeverdachte] in haar woning was en dat [medeverdachte] op een gegeven moment geweld jegens [slachtoffer] uitoefende;

  • -

    het is op grond van het dossier niet aannemelijk dat de verdachte, zoals deze heeft verklaard, tijdens het geweld van [medeverdachte] jegens [slachtoffer] de woning uit is gevlucht nu blijkt dat de verdachte opruim- en schoonwerkzaamheden heeft verricht toen [slachtoffer] al zwaargewond was of al was overleden;

  • -

    de verdachte heeft [slachtoffer] op meerdere plaatsen aangeraakt toen hij al weerloos was (gelet op haar aangetroffen DNA op de broek en sokken van [slachtoffer], waar zij geen verklaring voor heeft);

  • -

    de verdachte is betrokken geweest bij het wikkelen van het slachtoffer in het kleed (gelet op de met bloed gezette afdruk van haar slipper op de onderkant van het kleed waarin [slachtoffer] was gewikkeld);

  • -

    het gedrag van de verdachte ten opzichte van de nabestaanden en de politie past niet bij iemand die niet betrokken is bij wat zich in haar eigen woning heeft afgespeeld.

De advocaat-generaal acht medeplegen bewezen op grond van het gegeven dat beide verdachten in de woning aanwezig waren toen [slachtoffer] van het leven werd beroofd. Nu van hen beiden DNA-materiaal op het lichaam van [slachtoffer] is aangetroffen, dat is versleept en in een kleed is gewikkeld, kan de nauwe en bewuste samenwerking die vereist is voor medeplegen worden aangenomen, zonder dat vast te stellen is wie wat heeft gedaan, aldus de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van moord. Zij heeft met betrekking tot de voorbedachte raad – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

Het slachtoffer is eerst meermalen met een scherp voorwerp op het hoofd geslagen. Vervolgens is enige tijd later een vuilniszak om het hoofd van het slachtoffer gedaan, heeft men een kabelhaspel gepakt en het snoer daarvan meermalen om de hals van het slachtoffer gewikkeld en vervolgens aangetrokken. Nu het letsel aan het hoofd minimaal een half uur tot een uur voor het intreden van de dood is toegebracht en vlak voor het intreden van de dood de verstikkende handelingen zijn verricht, heeft de verdachte voldoende tijd gehad om na te denken. Voorts zijn er naar het oordeel van de advocaat-generaal geen contra-indicaties aanwezig om voorbedachte raad aan te nemen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor medeplegen van moord zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde, nu zij niet aanwezig is geweest bij de levensberoving van [slachtoffer] in haar woning. Er wordt ten onrechte uitgegaan van een tijdsspanne van bijna anderhalf uur (tussen het laatste telefoongesprek van [slachtoffer] en de eerste keer dat de auto van de verdachte is te zien op de camerabeelden van Coffeeshop [naam]) waarin de verdachte met [slachtoffer] in de woning zou zijn geweest. Al zou ze daar wel aanwezig zijn geweest dan nog is niet aannemelijk dat zij een aandeel heeft gehad in de levensberoving, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Nadere bewijsoverwegingen

Het hof acht op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft gepleegd en overweegt daartoe als volgt.

Op zaterdag 12 maart 2011 omstreeks 14:04 uur is de auto van [slachtoffer] aan de even zijde van de [straat] te Amsterdam (het hof begrijpt: schuin tegenover de woning van de verdachte) geparkeerd. Uit de auto is een persoon gestapt die in de richting van de woning van de verdachte, [adres], is gelopen. Nu in de verklaring van de dochter van [slachtoffer] is bevestigd dat deze bij de verdachte, zijn tante, op bezoek zou gaan en er door [slachtoffer] omstreeks 14:35 uur met zijn telefoon een acht minuten durend telefoongesprek is gevoerd met [getuige 2], waarbij ook de verdachte aan de telefoon is gekomen en waarbij de mastlocatie in de directe omgeving van de woning van de verdachte werd aangestraald, stelt het hof vast dat het [slachtoffer] is geweest die met zijn auto naar de woning van de verdachte is gereden en, na de auto geparkeerd te hebben, de woning is binnengegaan en zich ten tijde van het telefoongesprek, tezamen met de verdachte, in de woning van de verdachte bevond.

In de woning hielden op deze datum, naast de verdachte, tevens [medeverdachte] en [getuige 2] verblijf. [getuige 2] heeft verklaard dat hij die middag de woning heeft verlaten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat dit heeft plaatsgevonden nadat [slachtoffer] in de woning aankwam.

[getuige 3], in de buurt woonachtig, heeft medegedeeld dat zij na 14:00 uur de verdachte op straat heeft getroffen en heeft waargenomen dat zij daar contact maakte met een persoon die uit de woning van de verdachte kwam. Aan de even zijde van de [straat], in de nabijheid van de woning van de verdachte, doch aan de overzijde van een zijstraat is Coffeeshop [naam] gelegen. Deze coffeeshop is voorzien van camera’s die een deel van de [straat] bestrijken. Uit camerabeelden van Coffeeshop [naam] valt af te leiden dat de waarneming van [getuige 3] omstreeks 14:20 uur moet hebben plaatsgevonden. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de persoon is geweest die op dat moment op straat de verdachte op haar schouder tikte, om haar te zeggen dat hij wegging. Hij heeft aangegeven dat hij kort daarna uit de woning zijn jas en pet heeft gepakt en is weggegaan.

Van aanwezigheid van andere personen in de woning van de verdachte blijkt niet. Het hof acht het dan ook aannemelijk dat de verdachte alleen met [slachtoffer] in haar woning is achtergebleven.

In de vroege ochtend van zondag 13 maart 2011 is het lijk van [slachtoffer] in de woning aangetroffen. Hij is kennelijk door een misdrijf om het leven gekomen. Gebleken is dat de schedel met een scherp voorwerp is ingeslagen.

Uit de berekening met behulp van het Henssge nomogram is gebleken dat het tijdstip van overlijden van [slachtoffer] met 95% betrouwbaarheid op 12 maart 2011 tussen 11:54 uur en 17:30 uur ligt. Het fatale letsel moet dan – uitgaande van de bevindingen van het Henssge nomogram en de letseldatering – uiterlijk om 17:00 uur zijn toegebracht. De telefoon van [slachtoffer] is na het telefoongesprek van 14:35 uur niet meer gebruikt. Op camerabeelden van Coffeeshop [naam] is te zien dat de auto van de verdachte op
12 maart 2011 vanaf 15:57 uur tot 06:22 uur op 13 maart 2011 meerdere keren in de buurt van de woning van de verdachte rijdt. Uiteindelijk is de verdachte op zondag 13 maart 2011 om 06:30 uur bij het politiebureau aan de Linnaeusstraat verschenen, zijn de verbalisanten meegegaan naar haar woning en is [slachtoffer] aldaar dood aangetroffen.

De verdachte heeft meerdere verklaringen afgelegd over wat er gebeurd zou zijn op 12 maart 2011. Eerst is zij als getuige gehoord. Later is zij als verdachte aangemerkt en heeft zij in die hoedanigheid verklaard. Aanvankelijk heeft de verdachte verklaard dat [slachtoffer] in de late avond van
12 maart 2011, toen de verdachte in haar auto op weg was naar het ziekenhuis, haar daar in de buurt heeft aangesproken en de sleutels van haar woning heeft weggenomen. [slachtoffer] was in het gezelschap van een aantal mannen en van derden heeft zij in het ziekenhuis vernomen dat er in haar woning was gevochten. Na het ziekenhuisbezoek vond zij op straat voor de deur van haar woning documenten die haar toebehoorden en die bebloed waren. Zij heeft deze bijeengepakt en in de brievenbus van haar woning gestopt en tenslotte heeft de verdachte de politie gewaarschuwd. Geconfronteerd met de ongerijmdheden en onjuistheden in deze verklaring, heeft de verdachte haar relaas aangepast, en uiteindelijk, als verdachte, verklaard dat dit alles geheel verzonnen was. Zij heeft toen aangegeven dat zij in de middag van 12 maart 2011 met [slachtoffer] in de woning is geweest, dat ook [medeverdachte] daar toen aanwezig was en dat [medeverdachte] [slachtoffer] heeft aangevallen. De verdachte heeft daarop, zo heeft zij verklaard, in grote angst de woning verlaten, heeft diverse boodschappen gedaan, is naar haar zus gegaan en uiteindelijk naar het ziekenhuis en de volgende ochtend naar de politie. Tussendoor heeft zij diverse malen met haar auto in de buurt van de woning gereden. De woning heeft zij niet meer betreden.

Ook over de toedracht van het door haar gestelde gewelddadig gedrag van [medeverdachte] tegen [slachtoffer] heeft de verdachte wisselend verklaard. Zo heeft zij aangegeven dat [medeverdachte] [slachtoffer] heeft aangevallen toen het telefoongesprek met [getuige 1] plaatsvond, [slachtoffer] daardoor een bloedneus opliep, [medeverdachte] een door [slachtoffer] gedragen halsketting van [slachtoffer] stal, en [medeverdachte] vervolgens de kamer verliet en even later terugkwam met een hamer waarmee hij [slachtoffer], althans de verdachte bedreigde. Geconfronteerd met het feit dat [getuige 1] heeft aangegeven dat het telefoongesprek geen irregulier verloop heeft gehad, heeft de verdachte verklaard dat het geweld later was aangevangen, toen het telefoongesprek al beëindigd was. Geconfronteerd met het gegeven dat de bebloede documenten zijn aangetroffen in een vuilniszak op het bed van de verdachte in haar slaapkamer heeft de verdachte verklaard dat dit bloed was veroorzaakt door de bloedneus die [slachtoffer] had opgelopen, dat zij deze documenten, alvorens de woning te ontvluchten, in de vuilniszak had gedaan en op haar bed had gelegd. Geconfronteerd met het gegeven dat haar auto eerst 15:57 uur op de camerabeelden van de coffeeshop zichtbaar door de straat reed, heeft de verdachte verklaard dat zij na de gewelddadigheden van [medeverdachte] nog enige tijd met [slachtoffer] heeft zitten praten, alvorens naar aanleiding van de dreigende houding van [medeverdachte] de woning te ontvluchten.

Gelet op de berekening met behulp van het Henssge nomogram omtrent het tijdstip van overlijden van [slachtoffer], de letseldatering, het gegeven dat de telefoon van [slachtoffer] na 14:35 uur niet meer is gebruikt en de bewegingen van de verdachte, acht het hof het aannemelijk dat het dodelijk letsel aan [slachtoffer] is toegebracht op enig moment tussen 14:35 en 15:57 uur. Nu de verdachte en [slachtoffer] toen tezamen in de woning zijn geweest, de auto van [slachtoffer] niet is weggeweest van de plek waar hij deze had geparkeerd, en niet is aan te nemen dat [slachtoffer] in de woning zou achterblijven indien de verdachte voor langere duur de woning zou verlaten, kan geconcludeerd worden dat de verdachte met [slachtoffer] in haar woning was toen het fatale geweld tegen [slachtoffer] werd uitgeoefend.

Toen het stoffelijk overschot van [slachtoffer] werd aangetroffen, lag dit gewikkeld in een vloerkleed, waarbij de onderzijde van dit kleed boven (naar de zichtzijde) lag. Op deze onderzijde van dit kleed waarin het lijk gewikkeld lag, is een met bloed van [slachtoffer] gezette afdruk aangetroffen, welke afdruk te herleiden is tot de slipper van de verdachte. Er is geen reden om te veronderstellen dat iemand anders dan de verdachte deze slipper heeft aangehad. Om dit spoor te kunnen achterlaten moet de verdachte dan ook met haar slipper bovenop het in het tapijt gewikkelde lichaam van [slachtoffer] zijn gestapt. Op de zool van de slipper is een bloedspoor aangetroffen dat matcht met het DNA van [slachtoffer].

De verklaringen van de verdachte kenmerken zich door hun wisselend en onwaarschijnlijk karakter. Onaannemelijk is dat de verdachte haar woning zou ontvluchten wegens gewelddadigheden zonder linea recta naar het nabije politiebureau te snellen. Onaannemelijk is dat de verdachte, naar eigen zeggen na doodsbedreigingen en in totale paniek, eerst bebloede documenten in een plastic zak doet en in haar slaapkamer legt en dan boodschappen gaat doen. Haar verklaringen ontberen iedere vorm van geloofwaardigheid en betrouwbaarheid.

Dat het fatale geweld door [medeverdachte] is uitgeoefend is door de verdachte gesteld, althans gesuggereerd, waarbij zij tevens heeft verklaard dat zijzelf daarbij niet aanwezig was. Deze toedracht is evenwel niet aannemelijk, gelet op de tegenstrijdigheden die de verdachte over het beweerdelijk handelen van [medeverdachte] heeft geuit. Het is het hof daarbij niet ontgaan dat de verdachte aan [medeverdachte] een moordwapen toeschrijft, een normale werkhamer, waarmee evenwel het letsel niet is toegebracht. Het NFI heeft immers onderzoek gedaan naar het type voorwerp waarmee de letsels aan het hoofd van [slachtoffer] kunnen zijn toegebracht. Als mogelijke sporenveroorzaker komt een voorwerp in aanmerking met een scherpe rand met een minimale lengte van 75 mm, zoals bijvoorbeeld een bijl of een hakmes. Voorts zijn er deeltjes staal en goud in het bot van het schedeldak van [slachtoffer] aangetroffen. Deze deeltjes zijn vermoedelijk afkomstig van een decoratief voorwerp waarmee de beschadigingen in het schedeldak zijn veroorzaakt.

Alle verklaringen van de verdachte komen er in de kern op neer dat zij de woning verlaten heeft voordat het fatale letsel aan [slachtoffer] werd toegebracht en zij nadien niet in de woning is teruggekeerd voordat zij in de ochtend van 13 maart 2011 daar met de politie terugkeerde. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard: “Ik heb geen lijk gezien”. In zoverre is deze verklaring van de verdachte evident leugenachtig. Nu de met bloed gezette afdruk van de slipper van de verdachte is gezet op de onderzijde van het kleed waarin het lijk van [slachtoffer] gewikkeld was, moet deze afdruk zijn ontstaan toen het dodelijk letsel reeds was toegebracht. Het kan niet anders zijn dan dat zij toen het lijk van [slachtoffer] heeft waargenomen.

Het hof merkt de verklaring van de verdachte dat zij niet in de woning aanwezig is geweest toen daar het lijk van [slachtoffer] lag, aan als kennelijk leugenachtig en afgelegd om haar eigen daderschap ten aanzien van ten laste gelegde te verhullen. In zoverre strekt dit leugenachtig karakter van haar verklaring tot het bewijs van het ten laste gelegde.

Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep kort gezegd aangevoerd dat, indien het hof tot de conclusie zou komen dat de verdachte in de woning aanwezig was, nadat [slachtoffer] dodelijk letsel had bekomen, dit nog niet meebrengt dat zij daar ook aanwezig was toen dit letsel werd toegebracht en voorts dat de verklaringen van de verdachte omtrent haar afwezigheid toen [slachtoffer] dat letsel had opgelopen, niet hoeven te zijn ingegeven door het motief haar eigen daderschap uit het zicht te houden.

Het hof verwerpt deze verweren en overweegt daartoe als volgt.

Dat de verdachte reeds eerder dan 15:57 uur, toen haar auto, komende uit de richting van haar woning, in beeld van de camera van Coffeeshop [naam] kwam, de woning had verlaten, is niet aannemelijk. Weliswaar is het mogelijk om vanuit de woning met de voor de deur geparkeerde auto weg te rijden in een richting die niet door de camera wordt bestreken, maar volgens de verdachte is zij weggegaan en boodschappen gaan doen, onder meer in de - nabijgelegen - videotheek, alwaar zij evenwel eerst omstreeks 17:00 uur een pintransactie heeft verricht.

Het verweer dat de verdachte omtrent de toedracht onwaarheden heeft verklaard uit andere beweegredenen dan om haar eigen daderschap te verhullen verwerpt het hof evenzeer. Die andere beweegredenen zouden, aldus de raadsman, kunnen zijn gelegen in de behoefte het daderschap van een of meer anderen toe te dekken, althans de terugkeer van de verdachte in de woning nadat [slachtoffer], buiten haar aanwezigheid, door een of meer anderen was omgebracht te verhullen. Het verweer is gegrond op speculaties van feitelijke aard die niet aannemelijk zijn geworden en waarvan de juistheid door de verdachte zelf zijn ontkend.

Dat de verdachte fysiek niet in staat zou zijn geweest om [slachtoffer] van het leven te beroven, heeft de verdachte door veelvuldige verwijzing naar haar ouderdom en ziektes aangegeven. Het hof gaat daaraan voorbij. De verdachte is weliswaar op gevorderde leeftijd, ten tijde van het delict 62 jaar, en diabetespatiënt, maar geenszins een onmachtige bejaarde. Het levensdelict jegens [slachtoffer] is kennelijk gepleegd met een voorwerp zoals bijvoorbeeld een bijl, een voorwerp dat ook door een minder krachtig persoon kan worden aangewend om een ander van het leven te beroven.

De verdachte heeft voorts bij herhaling aangegeven dat zij buitengewoon op het slachtoffer was gesteld. Ook deze mededeling verdient weinig geloof. Uit onder meer de hiervoor besproken bebloede documenten blijkt dat zij met [slachtoffer] een ferm geschil had inzake een onroerend goed transactie in Suriname en dat zij hem als oplichter aanmerkte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 12 maart 2011 te Amsterdam opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet voornoemde [slachtoffer] met kracht meermalen met een scherp en zwaar en hard voorwerp tegen het hoofd geslagen ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal met nummer 2011063441-5 van 13 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10005 tot en met 10008).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:

Op 13 maart 2011 omstreeks 06:30 uur bevonden wij ons op het politiebureau Linnaeusstraat te Amsterdam. Aldaar verscheen voor mij, verbalisant [verbalisant], aan de balie: [verdachte].

Wij zijn met haar naar haar woning aan de [adres] te Amsterdam gereden. Wij zijn de woning binnen gegaan. Ik, [verbalisant], ging de woonkamer binnen en zag dat er twee voeten uit een opgerold kleed staken. Ik, [verbalisant], sloeg het kleed open en zag een persoon op de buik liggen. Ik, [verbalisant], zag dat er een vuilniszak over het hoofd zat en dat er een verlengsnoer om de nek en de vuilniszak zat. Ik, [verbalisant], zag dat er bloed lag en ik voelde geen hartslag. Ik, [verbalisant], voelde dat de pols koud aanvoelde en stijf was.

2. Een proces-verbaal met nummer 2011063411 van 16 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10021 tot en met 10022).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:

Op 13 maart 2011 werd een onderzoek opgestart onder de naam 13Bamis in verband met het onnatuurlijk overlijden van een persoon genaamd [slachtoffer].
Op 16 maart 2011 bevonden wij ons in het mortuarium van het VU ziekenhuis te Amsterdam. Aldaar werden [naam], zijnde een zoon van [slachtoffer], [naam], zijnde de beste vriend van [slachtoffer] en [naam], zijnde een neef van [slachtoffer], met het stoffelijk overschot van [slachtoffer] geconfronteerd. Eensluidend doch ieder voor zich herkenden het stoffelijk overschot als [slachtoffer].

3. Een geschrift, inhoudende een schrijven van J.C. de Keijzer, forensisch arts GGD Amsterdam d.d. 15 mei 2013.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Uit de berekening met behulp van het Henssge nomogram is gebleken dat het tijdstip van overlijden van [slachtoffer] met 95% betrouwbaarheid op 12 maart 2011 tussen 11:54 uur en 17:30 uur ligt.

4. Een rapport ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van het Nederlands Forensisch Instituut met nummer 2011.03.11.061 d.d. 20 mei 2011, opgesteld door A. Maes, arts en patholoog (doorgenummerde pagina’s 11057 tot en met 11063).

Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] waren er op het hoofd acht scherprandige klievingen met lapwonden reikend tot in het schedeldak. In de diepte was de verbrijzelde schedel goed zichtbaar. In het gezicht werden zowel rechts als links scherprandige klievingen aangetroffen. De letsels zijn alle bij leven opgelopen en passen bij heftig klievend en botsend geweld door één of meer scherprandige voorwerpen. Het overlijden is te verklaren als gevolg van de opgelopen hersenschade. Letseldatering past bij een interval van circa 30 minuten tot circa 1 uur voor het intreden van de dood.

5. Een proces-verbaal met nummer 2011036441 van 17 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T276 (doorgenummerde pagina’s 10099 tot en met 10100).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Door mij zijn de camerabeelden van de Coffeeshop [naam], gevestigd aan de [adres]
[adres] te Amsterdam, bekeken. Hierop werd door mij het volgende waargenomen.

Op 12 maart 2011 te 14:04:01 uur wordt een Chrysler Voyager ingeparkeerd aan de even zijde van de [straat]. Om 14:04:38 stapt er één persoon uit de auto aan de bestuurderszijde die naar de oneven zijde van de [straat] loopt. Op 13 maart 2011 te 07:28:39 arriveert een politieauto.

De Chrysler Voyager, welke van het slachtoffer bleek te zijn, is tussen het moment dat deze werd ingeparkeerd en het moment dat de politie arriveert niet van zijn plaats geweest.

6. Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 25 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T154 (doorgenummerde pagina’s 20158 tot en met 20183).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde datum tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [dochter slachtoffer]:

In de nacht van vrijdag 11 maart 2011 op zaterdag 12 maart 2011 is mijn vader (het hof begrijpt het slachtoffer, [slachtoffer]) bij ons blijven slapen. Toen ik de volgende ochtend onder de douche stond is hij weggegaan. Hij zou naar [naam] (het hof begrijpt: [verdachte]) gaan.

7. Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 22 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T276 (doorgenummerde pagina’s 10111 tot en met 10112).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 14 maart 2011 en 15 maart 2011 is [getuige 3] gehoord. Zij had [naam] (het hof begrijpt hier en hierna: [verdachte]) op 12 maart 2011 zien lopen in de [straat] te Amsterdam. Zij zag dat er een man uit de woning van [naam] kwam en achter haar aan liep. De man was licht getint en hij was kaal. Hij tikte [naam] op haar schouder.

Door mij zijn de camerabeelden van Coffeeshop [naam], gevestigd aan de [adres] te Amsterdam, bekeken. Voornoemde coffeeshop heeft twee camera’s aan de zijde van de [straat]. Camera 1 is geplaatst in de richting van het [plaats]. Hierop is de kruising van de [straat] en de [straat] te zien. Camera 2 is geplaatst in de richting van het [plaats]. Op de camerabeelden werd door mij het volgende waargenomen.

12 maart 2011 te 14:20:23 uur: [getuige 3] loopt in de richting van haar woning en steekt de kruising met de [straat] over. Daar loopt een persoon haar tegemoet, gekleed in een lange zwarte rok. Deze persoon slaat rechtsaf en loopt de [straat] in.

12 maart 2011 te 14:23:25 uur: De persoon met de lange zwarte rok komt uit de [straat] lopen en gaat linksaf. Deze persoon loopt in de richting van perceel 77 (het hof begrijpt: [adres]).

8. De verklaring van de getuige [medeverdachte], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2014.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 12 maart 2011 ben ik achter [verdachte] aangegaan en heb haar op haar schouder getikt. U houdt mij voor dat camerabeelden hebben uitgewezen dat dit omstreeks 14:20 uur moet zijn geweest. Dat klopt. Ik verbleef bij haar. Ik ben nog even snel naar binnen gelopen om mijn jas en pet te halen en toen ben ik weggegaan.

9. Een proces-verbaal met nummer 201160344 van 26 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T152 (doorgenummerde pagina’s 10868 tot en met 10870).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Uit onderzoek is gebleken dat [slachtoffer] gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer]. Uit een onderzoek naar de historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer is gebleken dat met dit nummer op 12 maart 2011 om 14:35:55 uur een gesprek plaatsvond met het telefoonnummer [telefoonnummer]. De telefoon van [slachtoffer] straalde toen de mastlocatie [adres] te Amsterdam aan. Deze telefoonpaal bevindt zich in de directe nabijheid van de [adres]. Na dit gesprek zijn er geen telefoongesprekken meer geregistreerd.

10. Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 24 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren T152 en T039 (doorgenummerde pagina’s 20047 tot en met 20050).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 1]:

Mijn mobiele telefoonnummer is [telefoonnummer]. Zaterdag 12 maart 2011 werd ik gebeld door een vreemd telefoonnummer en kreeg ik [naam] (het hof begrijpt [slachtoffer]) aan de telefoon. [naam] (het hof begrijpt: [verdachte]) pakte de telefoon en wilde met mij praten. Daarna kwam de man (het hof begrijpt: [slachtoffer]) weer aan de telefoon.

11. Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 24 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T152 (doorgenummerde pagina’s 10106 tot en met 10109).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Ik heb een onderzoek ingesteld naar de camerabeelden van Coffeeshop [naam], gevestigd [adres] te Amsterdam, teneinde de bewegingen van [verdachte] vast te stellen. Twee van deze camera’s bieden uitzicht op de openbare weg, de [straat]. Camera 1 bestrijkt een deel van de [straat] in de richting van het [plaats], met daarbij inbegrepen de kruising met de [straat]. Camera 2 bestrijkt een deel van de [straat], kijkend in de richting van het [plaats].

Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] in het bezit is van een personenauto van het merk Daihatsu, type Move, voorzien van het kenteken [kenteken].

De vermoedelijke personenauto van [verdachte] wordt op de camerabeelden op de volgende tijdstippen gezien:

12 maart 2011 te 15:57 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 16:15 uur, camera 1;

12 maart 2011 te 18:05 uur, camera 1;

12 maart 2011 te 20:22 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 20:45 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 22:57 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 23:09 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 03:26 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 05:12 uur, camera 1 en 2;

12 maart 2011 te 06:22 uur, camera 1 en 2.

12. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011063441-51 van 28 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar
[verbalisant].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 22 maart 2011 heb ik onder de verdachte [verdachte] de volgende goederen in beslag genomen.

Volgnummer 1
Schoeisel, 1 paar witte slippers, zwarte zool.
Spoor identificatienr. AADT2746NL.

13. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011063441-59 van 1 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 11182 tot en met 11183).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:

Naar aanleiding van een moord/doodslag op een man, aangetroffen in een woning aan de [adres], werden de slippers van een verdachte onderworpen aan een Lumiscene-onderzoek. Hierbij werd aan de onderzijde van de linker slipper een indicatie voor de mogelijke aanwezigheid van bloed aangetroffen. Deze slipper werd vervolgens bemonsterd en met behulp van de bloedindicatietest Tetrabase positief getest. De bemonstering werd veiliggesteld, inbeslaggenomen en omschreven als SIN AADT2723NL.

14. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL135J 2011063441-60 van 31 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (doorgenummerde pagina 11184).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Omschrijving van de inbeslaggenomen sporen

SIN AADT2723NL
Onderzijde linkerslipper (AADT2746NL)

15. Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut met nummer 2011.03.11.061 d.d. 26 april 2011, opgesteld door drs. H.N. Bauer (doorgenummerde pagina’s 10816 tot en met 10822).

Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

De bemonstering AADT2723NL#01 van de slipper is onderworpen aan een DNA-onderzoek. Van het DNA in de bemonstering AADT2723NL#01 is een DNA-mengprofiel verkregen. Uit dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man wiens celmateriaal relatief prominent in de bemonstering aanwezig is. Het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer] matcht met dit afgeleide DNA-hoofdprofiel. De berekende frequentie is kleiner dan één op één miljard.

16. Een proces-verbaal met nummer 2011063441-104 van 27 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant], [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10941 tot en met 10950).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:

Op 13 maart 2011 startten wij een onderzoek op het adres [adres] te Amsterdam. In het midden van de woonkamer zagen wij een dubbel geslagen rood tapijt. Tussen dit dubbel geslagen tapijt zagen wij in buikligging een stoffelijk overschot liggen. Wij zagen op het dubbelgeslagen tapijt op de canvaszijde ter hoogte van de linker elleboog van het stoffelijk overschot een fragment van een schoenzoolafdruk gezet met bloed.

De volgende stukken van overtuiging zijn in beslag genomen, veiliggesteld en omschreven als:
AADT2259NL deel van tapijt over het stoffelijk overschot.

17. Een proces-verbaal met nummer 2011026339-11 van 17 augustus 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 11251 tot en met 11253).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:

Wij, beiden deskundige schoen- en bandensporen, ontvingen van [verbalisant], senior technisch rechercheur Amsterdam Amstelland:

A: SIN AADT2746NL
een paar slippers;
B: SIN AADT2259NL
een aantal foto’s van een spoor, aangetroffen op de onderzijde van een tapijt.

Verzocht werd te onderzoeken of het schoenspoor (B) veroorzaakt zou kunnen zijn met één van de slippers (A).

Op grond van de door ons tijdens het onderzoek opgedane bevindingen concluderen wij dat het met bloed gestempelde spoor (B) is veroorzaakt met schoeisel, voorzien van een soortgelijk profiel aan de slippers (A), waarbij de linker slipper als meest mogelijke veroorzaker kan worden aangemerkt.

Vrijspraak van moord

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen dat sprake is geweest van moord. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

De precieze toedracht van de dood van [slachtoffer] is op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet vast komen te staan. Uit de bewijsmiddelen volgt slechts dat [slachtoffer] is overleden als gevolg van meermalen toegepast heftig uitwendig inwerkend scherprandig klievend en botsend geweld op het hoofd. Verstikkingsverschijnselen kunnen een bijdrage hebben geleverd aan het intreden van de dood. Dit staat echter niet vast. Nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte gelegenheid heeft gehad tot nadenken over en zich rekenschap te geven van de mogelijk gevolgen van haar handelen, kan niet bewezen worden dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van moord.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het primair bewezen verklaarde levert op:

doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het medeplegen van moord zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft [slachtoffer] van het leven beroofd, door met kracht meermalen met een scherp, zwaar en hard voorwerp [slachtoffer] tegen het hoofd en het gezicht te slaan en daarmee op brute wijze een einde gemaakt aan zijn leven. Dit is een zeer ernstig feit dat duidt op gebrek aan respect voor het leven van een ander. De verdachte heeft het slachtoffer vervolgens achtergelaten in de woning en heeft pas na zeer lange tijd voor het eerst contact opgenomen met de politie. Dergelijke feiten versterken gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Bovendien heeft zij de nabestaanden van het slachtoffer hun dierbare ontnomen en daarmee onherstelbaar leed toegebracht, zoals ook blijkt uit de zich in het dossier bevindende schriftelijke slachtofferverklaringen. Op grond hiervan is ten aanzien van het bewezenverklaarde oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 november 2014 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.

Het hof ziet aanleiding om bij de bepaling van de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf naar beneden af te wijken van hetgeen door de advocaat-generaal is gevorderd, nu het hof moord en medeplegen niet bewezen acht.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 100,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering, nu deze door de verdediging niet is betwist, tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 100,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering, nu deze door de verdediging niet is betwist, tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 24.396,48. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 19.896,48. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering, nu deze door de verdediging niet is betwist, tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam] ter zake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam], een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam] ter zake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam], een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam] ter zake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 19.896,48 (negentienduizend achthonderdzesennegentig euro en achtenveertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam], een bedrag te betalen van € 11.838,33 (elfduizend achthonderdachtendertig euro en drieëndertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 94 (vierennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. P.A.M. Hoek en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van
mr. N. de Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 december 2014.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 23-003130-13

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 16 december 2014.

Tegenwoordig zijn:

mr. M. Lolkema, raadsheer,

mr. N. de Visser, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. , advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte][verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

Verdachte heeft geen afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.