Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:581

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-03-2014
Datum publicatie
04-03-2014
Zaaknummer
106.005.089/02
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van hof Amsterdam 30 oktober 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1450) en 7 mei 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9564). Collectieve actie van een vereniging ten behoeve van deelnemers aan het Sprintplan van Spaarbeleg (thans Aegon). Tussenarrest. Aegon wordt opgedragen stukken in het geding te brengen en gegevens te verstrekken. Deze dienen om te kunnen vaststellen of Aegon voor rekening van het Garantiefonds effecten heeft aangekocht voor een bedrag gelijk aan het bedrag dat de deelnemers van Aegon hebben geleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 3, p. 149
OR-Updates.nl 2014-0096
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 106.005.089/02

zaaknummer rechtbank: 171572 / HA ZA 04-45

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 maart 2014

inzake

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING CONSUMENT & GELDZAKEN,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. L.C.M. Jurgens te Amsterdam,

tegen:

de naamloze vennootschap

AEGON BANK N.V., mede handelend onder de naam SPAARBELEG,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna (ook) de Vereniging en Aegon genoemd.

Voor het verloop van de procedure tot 7 mei 2013 verwijst het hof naar het op die datum uitgesproken tussenarrest.

Bij het tussenarrest heeft het hof Aegon toegelaten bij akte nadere inlichtingen te verstrekken en te reageren op door de Vereniging in het geding gebrachte producties.

Vervolgens heeft Aegon een akte na tussenarrest genomen, met producties. De Vereniging heeft daarna een antwoordakte na tussenarrest genomen, eveneens met producties. Aegon heeft daarop bij akte uitlating producties gereageerd.

Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

In deze procedure heeft de Vereniging onder andere het standpunt ingenomen dat aan de deelnemers van het Sprintplan een hoger krediet is verstrekt dan nodig was om de door Aegon toegezegde verplichtingen te kunnen nakomen. Aldus is volgens de Vereniging door het Garantiefonds door de gekozen wijze van beleggen voor een lager bedrag belegd dan de som van de aan de afnemers verstrekte kredieten. Aegon heeft dit bestreden. Zij stelt dat het Garantiefonds wel degelijk heeft belegd voor een bedrag gelijk aan de door de afnemers verstrekte leningen. Het hof heeft Aegon opgedragen bij akte, gespecificeerd en voor zover mogelijk met stukken onderbouwd, duidelijk te maken op welke wijze het Garantiefonds de beschikking heeft gekregen over een bedrag gelijk aan de door de afnemers van het Sprintplan geleende bedragen en vervolgens hoe en voor welk bedrag het Garantiefonds tot belegging daarvan is overgegaan.

2.2

Bij de antwoordakte na het tussenarrest heeft Vereniging allereerst betwist dat de akte na tussenarrest van 30 juli 2013 is ondertekend door of namens de procesadvocaat van Aegon. De Vereniging heeft door forensisch schriftexpert [Z.] te [woonplaats] onderzoek laten verrichten aan de handtekening. Het door hem opgestelde rapport is door de Vereniging overgelegd. Zijn conclusie is dat de door hem onderzochte handtekening niet die van mr. Van der Velden is en zelfs daarvan geen nabootsing is. De Vereniging meent dat de akte na tussenarrest door het hof buiten beschouwing moet worden gelaten.

2.3

Bij akte uitlating producties heeft Aegon het rapport van de schriftexpert bestreden. De handtekeningen op de voor de Vereniging aangehaalde stukken zijn alle afkomstig van mr. Van der Velden. Haar handtekening varieert volgens Aegon nogal eens.

2.4

Het hof overweegt het volgende. Artikel 83 lid 2 Rv bepaalt, voor zover van belang, dat conclusies en akten door de advocaat van de partij moeten worden ondertekend. Dit is een uitvloeisel van het vereiste dat partijen zich in rechte verplicht moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat. De ratio daarvan is ervoor zorg te dragen dat de belangen van partijen nauwgezet worden bewaakt door een advocaat. Het hof heeft op grond van het over en weer gestelde geen reden eraan te twijfelen dat Aegon mr. Van der Velden als haar procesadvocaat heeft aangesteld en de akte door of namens haar bij het hof is ingediend. De akte is ook geaccepteerd door de rolraadsheer van het hof. Daarmee heeft Aegon zich in rechte door een advocaat laten vertegenwoordigen en is gehandeld in overeenstemming met artikel 82 lid 3 Rv en de hiervoor genoemde ratio van artikel 83 lid 2 Rv. Hetgeen de Vereniging over de handtekening onder de akte heeft aangevoerd kan geen grond bieden voor het buiten beschouwing laten van de akte na tussenarrest.

2.5

Aegon heeft naar aanleiding van de vragen van het hof bij het tussenarrest van 7 mei 2013 een rapport van overgelegd van PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (hierna: PWC) getiteld “AEGON Bank N.V. Onderzoek SprintPlan”. Het rapport is opgesteld door R.A. [B.] van PWC en dateert van 3 januari 2012. Aegon heeft dit rapport daarmee niet naar aanleiding van het tussenarrest van 7 mei 2013 laten opstellen. Zij had dit rapport al in haar bezit. Verder heeft Aegon een tweede rapport overgelegd, getiteld: “Rapport SprintPlan AEGON Bank N.V.”. Dit rapport is eveneens van de hand van [B.], maar ditmaal in zijn hoedanigheid van partner van Oliver Wyman en Charco & Dique. Het tweede rapport van [B.] is gedateerd 25 juli 2013.

2.6

In de akte na tussenarrest betoogt Aegon aan de hand van de rapporten, kort gezegd, dat het Garantiefonds heeft belegd voor een bedrag minimaal gelijk aan de door de afnemers verstrekte leningen.

2.7

Het hof overweegt het volgende. Uit het eerste rapport van [B.] volgt dat totaal 58 Sprintplan portefeuilles door Aegon zijn afgewikkeld. Elke portefeuille wordt in dit rapport als een apart subfonds beschouwd. In paragraaf 4.2 van het eerste rapport van [B.] staat dat voor elk subfonds door Aegon Custody en Aegon Investment Management namens het Garantiefonds een overeenkomst werd gesloten met een investment bank, betreffende de aankoop van financiële instrumenten. Door middel van deze overeenkomsten met deze investment banks dekte het Garantiefonds haar verplichtingen jegens de afnemers in. Aegon Investment Management betaalde de aankoopprijs voor de financiële instrumenten aan de investment banks en die keerden op hun beurt na vijf jaar weer uit aan Aegon Investment Management. De uitbetaling betrof het gegarandeerde bedrag, eventueel verhoogd door een click en het behaalde betaalde rendement. De leningen van de deelnemers met Aegon werden uit die opbrengst terugbetaald. Een eventueel overschot van de opbrengst in het Garantiefonds werd door Aegon aan de deelnemers uitgekeerd.

2.8

Het hof wenst kennis te nemen van de overeenkomsten die Aegon, naar zij stelt, heeft gesloten met de investment banks. Deze overeenkomsten dient Aegon in de procedure over te leggen. Zij dient in de door haar te nemen akte deze documenten te voorzien van een toereikende toelichting. Aegon dient aan de hand van die overeenkomsten en eventuele overige documentatie specifiek en cijfermatig onderbouwd voor het hof inzichtelijk te maken door wie welk bedrag aan de investment banks is betaald, voor welk bedrag financiële instrumenten zijn aangekocht en welke specifieke bedragen de investment banks telkens na vijf jaren op grond van de overeenkomsten aan Aegon hebben uitbetaald.

2.9

Verder is het volgende van belang. Uit het eerste rapport van [B.] blijkt dat hij zijn onderzoek onder andere heeft gebaseerd op de jaarverslagen van het Garantiefonds, van Aegon Bank N.V. en van Stichting Aegon Beleggingsgiro. Uit de rapportage blijkt niet dat [B.] de jaarrekeningen en/of de administratie van Aegon Custody B.V. in zijn onderzoek heeft betrokken. Aegon Custody B.V. wordt in de rapportage als bewaarder van het Garantiefonds aangeduid. Blijkens artikel 4.2 van het “Prospectus Spaarbeleg SprintPlan (tevens prospectus van het AEGON GarantieFonds)” is Aegon Custody B.V. de partij die de fondswaarden van het Garantiefonds op eigen naam, maar voor rekening van het Garantiefonds houdt. Het hof veronderstelt aldus dat de door Aegon Investment Management aangekochte financiële instrumenten door Aegon Custody B.V. op haar naam in haar administratie zijn opgenomen. Aegon heeft zich hierover echter nog niet uitgelaten. Daartoe wordt zij in de gelegenheid gesteld.
Aegon dient in verband met het voorgaande de gegevens te verschaffen aan de hand waarvan kan worden vastgesteld:

- op naam van welke vennootschap de aangekochte financiële instrumenten zijn gesteld en geadministreerd;

- dat alle op grond van de met de investment banks gesloten overeenkomsten aangekochte financiële instrumenten door deze vennootschap daadwerkelijk zijn gehouden voor rekening van het Garantiefonds.

Aegon dient in de door haar te nemen akte de door haar verschafte gegevens te voorzien van een toereikende toelichting.

2.10

Het hof zal een langere termijn bepalen voor het nemen van de akte door Aegon dan volgt uit artikel 2.15 van Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.

2.11

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 april 2014 voor akte aan de zijde van Aegon met als doel zoals in r.o. 2.8 tot en met 2.9 is omschreven;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, M.P. van Achterberg en D.J. Oranje en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2014.