Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5521

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-12-2014
Datum publicatie
17-07-2015
Zaaknummer
23-003700-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:955, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Inbraak woning en café in vereniging met braak en inklimming. Rechtmatigheid staandehouding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003700-13

datum uitspraak: 23 december 2014

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman verschenen)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2013 in de strafzaak onder de parketnummers 13-660845-12 en 23-003090-10 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres 1],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 en 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 december 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen, ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 08 oktober 2012 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

- in/uit een woning (perceel [adres 2]) heeft weggenomen een tas (Louis Vuitton) en/of een portemonnee (Louis Vuitton) en/of een tas (Chloe) en/of een tas (Ikea) een fotocamera (Olympus fe-230) en/of een of meerdere telefoon(s) (Blackberry en/of Nokia) en/of een Ipod (Apple) en/of een laptop (Macbook) en/of twee televisies (Samsung en/of Denver) en/of een jas (Woolrich) en/of een horloge (Guess) en/of een paspoort (op naam van [benadeelde 1]) en/of een of meerdere zonnebril(len) (Dior en/of Dolce&Gabbana en/of RayBan en/of Gucci en/of Bausche en Lomb) en/of een paar sportschoenen (Nike) en/of twee kettingen en/of twee ringen (Tisento en/of Swarovski) en/of een armband en/of een sieradendoos en/of handschoenen en/of een autosleutel (Mercedes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en/of

- in/uit Cafe [bedrijf] (perceel [adres 3]) (dat in verbinding staat met genoemde woning) 17, in elk geval een of meerdere, fles(sen) rum (Bacardi en/of Bacardi Bruin en/of Bacardi Black) en/of 15, in elk geval een of meerdere, fles(sen) whiskey (Johnson Black Label en/of Jack Daniels en/of Johnny Walker Black Label) en/of twee, in elk geval een of meerdere, fles(sen) tequila (Suaza) en/of een fles amaretto en/of een fles wodka (Smirnoff) en/of 48 blikje(s) Red Bull en/of een koelbox en/of een boormachine en/of een geldbedrag (van (ongeveer) 550 euro) en/of een geldbak (afkomstig van een gokkast) en/of een horloge (Bosch), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door tegen het raamkozijn van het raam van de slaapkamer van die woning (perceel [adres 2]) te trappen en/of te schoppen en/of dat raamkozijn te forceren en/of in te klimmen in dat raam van de slaapkamer, in elk geval door middel van braak op en/of verbreking van het raamkozijn van het raam van de slaapkamer van die woning (perceel [adres 2]) en/of inklimming in die woning;

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 08 oktober 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een tas (Louis Vuitton) en/of een portemonnee (Louis Vuitton) en/of een tas (Chloe) en/of een tas (Ikea) een fotocamera (Olympus fe-230) en/of een of meerdere telefoon(s) (Blackberry en/of Nokia) en/of een Ipod (Apple) en/of een laptop (Macbook) en/of twee televisies (Samsung en/of Denver) en/of een jas (Woolrich) en/of een horloge (Guess) en/of een paspoort (op naam van [benadeelde 1]) en/of een of meerdere zonnebril(len) (Dior en/of Dolce&Gabbana en/of RayBan en/of Gucci en/of Bausche en Lomb) en/of een paar sportschoenen (Nike) en/of twee kettingen en/of twee ringen (Tisento en/of Swarovski) en/of een armband en/of een sieradendoos en/of handschoenen en/of een autosleutel (Mercedes) en/of 17, in elk geval een of meerdere, fles(sen) rum (Bacardi en/of Bacardi Bruin en/of Bacardi Black) en/of 15, in elk geval een of meerdere, fles(sen) whiskey (Johnson Black Label en/of Jack Daniels en/of Johnny Walker Black Label) en/of twee, in elk geval een of meerdere, fles(sen) tequila (Suaza) en/of een fles amaretto en/of een fles wodka (Smirnoff) en/of 48 blikje(s) Red Bull en/of een koelbox en/of een boormachine en/of een geldbedrag (van (ongeveer) 550 euro) en/of een geldbak (afkomstig van een gokkast) en/of een horloge (Bosch) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

Rechtmatigheid staandehouding

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer herhaald dat de staandehouding van de verdachte onrechtmatig zou zijn geweest. Dit vormverzuim zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting, aldus de raadsman.

Het hof verwerpt dit verweer en volgt hierbij de rechtbank.

Op 8 oktober 2012 om 6:36 uur belt getuige [getuige] de politie met de melding dat hij heeft gezien dat een man door een geopend raam van een benedenwoning aan de [adres 2] te Amsterdam naar binnen was gegaan. Kort daarna zag de getuige dat via hetzelfde raam drie mannen de woning verlieten. De getuige merkte op dat zij allen donker gekleed waren en vermoedelijk van Noord-Afrikaanse/Marokkaanse afkomst waren. De getuige zag ook dat een van de mannen een zwarte Adidas trainingsbroek met witte strepen droeg.

Verbalisant [verbalisant] krijgt om 6:37 uur voornoemde melding door en is in de directe omgeving aanwezig. Hij spoedt zich richting de plaats delict en onderweg treft hij een personenauto komende uit de richting van de Rijpgracht en gaande in de richting van de Willem de Zwijgerlaan. Tegelijkertijd krijgt hij de resterende hiervoor genoemde informatie over de inbraak door. Omdat de volgens hem drie inzittenden aan het signalement voldoen gaat hij achter de personenauto, een zwarte Toyota Yaris aan. Als deze met inzittenden uiteindelijk wordt staande gehouden op zijn aanwijzingen ziet de verbalisant dat zich daarin 4 personen bevinden die voldoen aan het signalement zoals dat is verspreid. Een van hen is de verdachte.


De Toyota Yaris was op het eerste moment van aantreffen volgens de waarneming van verbalisant [verbalisant] het enige voertuig op een verder uitgestorven straat. Het hof heeft geen reden op dit punt te twijfelen aan het ambtsedig proces-verbaal van de verbalisant en gaat er, anders dan de raadsman, van uit dat er inderdaad geen ander verkeer was. Gelet op het tijdstip is dit ook niet onaannemelijk. Dat er nog andere zij- en/of dwarsstraten in de omgeving zijn, zoals de raadsman stelt, betekent niet dat de personen in de auto niet als verdachten aangemerkt hadden mogen worden. Feit blijft dat de plaats waar verbalisant [verbalisant] de personenauto voor het eerst zag, zich in de nabije omgeving van de [adres 2] bevindt.

Voorts voldeden de verdachten aan het gegeven signalement (Noord-Afrikaans/Marokkaans en donker gekleed). Dit waren kenmerken die de verbalisant eveneens heeft kunnen waarnemen.

Kortom: de verdachte is zeer kort na de inbraak aangetroffen op een locatie in de buurt van de plaats delict alwaar het verder “uitgestorven” leek te zijn en hij voldeed aan het signalement. Deze feiten en omstandigheden konden in redelijkheid een vermoeden van schuld bij de verbalisant doen ontstaan. Het hof acht dan ook de staandehouding van de verdachte rechtmatig.

Bewijs

Ten aanzien van het bewijs heeft de raadsman naar voren gebracht dat er onvoldoende bewijs is tegen de verdachte. Het feit dat hij een Adidas trainingsbroek droeg, zoals ook gezien door de getuige [getuige], acht de raadsman onvoldoende onderscheidend. Daarnaast acht de raadsman de uitkomsten van het slijprestenonderzoek, te weten het ontbreken van slijpresten in/aan de kleding en schoenen van verdachte, een contra-indicatie dat hij bij de inbraak betrokken is geweest.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

De getuige [getuige] geeft bij zijn melding door dat hij drie jongens van vermoedelijk Noord-Afrikaanse/Marokkaanse afkomst en donker gekleed uit de woning waar, naar later bleek, was ingebroken zag komen. Hij verklaart dat een van hen een zwart Adidas trainingspak met witte strepen droeg.
Bij de aanhouding zijn naast verdachte nog twee verdachten met Noord-Afrikaanse/Marokkaanse achtergrond aangehouden, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Alle drie droegen zij donkere kleding, waarvan de verdachte een Adidas-broek droeg zoals beschreven door de getuige.

In café [bedrijf] dat verbonden is met eerdergenoemde woning is een leeg blikje Red Bull aangetroffen. Na onderzoek bleek dat hierop vingersporen zijn aangetroffen van medeverdachte [medeverdachte 2]. Dit plaatst [medeverdachte 2] op de plaats delict.
Vervolgens is in de kelderbox, horend bij de woning van [medeverdachte 2], een zeer groot deel van de gestolen goederen aangetroffen. Het hof acht het dan ook aannemelijk dat [medeverdachte 2] betrokken is geweest bij de inbraak zoals ten laste gelegd. Gebleken is dat het alarm van het café al om 04:03 uur is afgegaan. De melding van de getuige is geweest om 06:36 uur. Het hof leidt hieruit af dat de inbraak ruim 2,5 uur heeft geduurd. Gedurende deze tijd zijn door de inbrekers spullen verplaatst vanuit de woning en het café naar de kelderbox waar de spullen zijn aangetroffen. Op een van deze goederen is een vingerspoor van medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen. Het hof acht het dan ook aannemelijk dat zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] betrokken zijn bij de inbraak zoals ten laste is gelegd. Nu de getuige spreekt van drie jongens, waarvan één in een Adidas-pak (hetgeen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niet betreft) acht het hof het, mede gelet op het feit dat de verdachte een (1) minuut na de melding bij de politie in de auto wordt aangetroffen met de andere verdachten en voldoet aan het signalement dat is gegeven door de getuige, voldoende aannemelijk dat de verdachte een van de drie personen is geweest die de getuige uit de woning van aangeefster heeft zien komen. De verdachte heeft hierover geen enkele aannemelijke en/of controleerbare verklaring gegeven. Het hof acht het op basis hiervan bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij de inbraak in het café en de woning. Nu de drie verdachten tezamen uit de woning zijn vertrokken, is naar het oordeel van het hof voldoende vast komen te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 primair:

hij op 8 oktober 2012 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

- uit een woning, perceel [adres 2], heeft weggenomen een tas (Louis Vuitton) en een tas (Chloe) en een fotocamera en een telefoons (Blackberry) en een laptop (MacBook) en twee televisies (Samsung en Denver) en een jas (Woolrich) en een paspoort (op naam van [benadeelde 1]) en zonnebrillen (Dior en Ray-Ban en Gucci en Bausch & Lomb) en een paar sportschoenen (Nike) en kettingen en ringen en een armband en handschoenen en een autosleutel (Mercedes), toebehorende aan [benadeelde 1],

en

- uit Café [bedrijf], perceel [adres 3], dat in verbinding staat met genoemde woning, flessen rum (Bacardi) en flessen whiskey en blikjes Red Bull en een geldbedrag en een geldbak (afkomstig van een gokkast) toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [bedrijf],

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door het raamkozijn van het raam van de slaapkamer van die woning (perceel [adres 2]) te forceren en in te klimmen in de slaapkamer van die woning (perceel [adres 2]).

Hetgeen onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming,

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 155 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 154 dagen met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich met een aantal medeverdachten schuldig gemaakt aan een inbraak in een woning en een naastgelegen café. Beide panden zijn overhoop gehaald en er zijn veel (kostbare) goederen weggenomen. Verdachte en zijn mededaders hebben er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Zij hebben zich bij hun handelen enkel laten leiden door eigen geldelijk gewin. Schade en overlast voor de gedupeerden toevoegen in alle concepten.

Bij het bepalen van de straf heeft het hof acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het LOVS.
Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 25 november 2014 is de verdachte eerder wegens soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.


Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf, gezien de thans lopende detentie van verdachte, weinig zinvol is. Het hof zal dan ook volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf. Deze gevangenisstraf overstijgt de gevorderde straf van de advocaat-generaal. Het hof is van oordeel dat de straf zoals is geëist onvoldoende recht doet aan de ernst van het onderhavige feit.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt, zo begrijpt het hof, € 8.935,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.325,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77dd en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 december 2010 opgelegde voorwaardelijke 56 dagen jeugddetentie. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.325,00 (duizend driehonderdvijfentwintig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], een bedrag te betalen van € 1.325,00 (duizend driehonderdvijfentwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 16 december 2010, parketnummer 23-003090-10, te weten van:

jeugddetentie voor de duur van 56 (zesenvijftig) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. G.S. Crince Le Roy en mr. A. Beijer, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. van Rede, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 december 2014.

Mr. A. Beijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....]

[....][....][....]

[....]

[....][....]

[....][....][....][....]

[....]