Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5452

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
17-03-2015
Zaaknummer
200.138.863-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2014:3056
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 10 juni 2014. Tegenbewijs niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.138.863/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 1403355 CV EXPL 12-40011

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 december 2014

inzake

[APPELLANTE] ,

wonend te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. B. Wernik te Haarlem,

tegen:

de naamloze vennootschap ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Partijen worden ook hierna [appellant] en ING genoemd.

1.2

Het hof heeft in deze zaak op 10 juni 2014 een tussenarrest gewezen. Daarin heeft het hof, met betrekking tot de door [appellant] gevorderde verklaring voor recht, [appellant] toegelaten tot het tegenbewijs van de door het hof voorshands bewezen geachte stelling dat zij bij de litigieuze fraude met haar bankrekening en bankpas betrokken is, en, met betrekking tot de vordering van [appellant] uit hoofde van onverschuldigde betaling, [appellant] toegelaten tot het bewijs van haar stellingen dat hetgeen zij aan ING heeft betaald, onverschuldigd is betaald.

1.3

[appellant] heeft van de geboden gelegenheid tot het leveren van voornoemd tegenbewijs, respectievelijk tot het leveren van voornoemd bewijs, geen gebruik gemaakt.

1.4

ING heeft nog een akte genomen.

1.5

Ten slotte is wederom om arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

Zoals het hof in zijn tussenarrest heeft overwogen, betreft dit hoger beroep de vraag of [appellant] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis tussen haar en ING, of [appellant] ongerechtvaardigd ten koste van ING is verrijkt, of ING onverschuldigd aan [appellant] heeft betaald, dan wel of [appellant] onrechtmatig jegens ING heeft gehandeld. Deze stellingen zijn steeds gebaseerd op de betrokkenheid van [appellant] bij de fraude met haar rekening en bankpas, welke betrokkenheid door [appellant] wordt betwist maar door het hof in het tussenarrest voorshands bewezen is geacht.

2.2

Bij gebreke van aan de zijde van [appellant] geleverd tegenbewijs acht het hof thans komen vast te staan dat [appellant] bij de litigieuze fraude met haar bankrekening en bankpas betrokken is geweest en daarmee dat [appellant] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een verbintenis tussen haar en ING alsmede dat zij onrechtmatig jegens ING heeft gehandeld.

2.3

Met betrekking tot de vordering van [appellant] uit hoofde van onverschuldigde betaling, acht het hof, bij gebreke van geleverd bewijs, niet bewezen haar stellingen dat hetgeen zij aan ING heeft betaald, onverschuldigd is betaald.

2.4

Hierop stranden de grieven van [appellant]. De kantonrechter heeft haar vorderingen terecht afgewezen. Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen en [appellant] veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep.

3 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

verwijst [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de zijde van ING gevallen, op € 683,- aan verschotten en € 948,- voor salaris advocaat;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Visser, D.J. Oranje en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014.