Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5435

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2014
Datum publicatie
02-02-2015
Zaaknummer
106.007.553/1 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beeindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2015/53

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 931/2001 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 18 december 2014

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND VENTURE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VANENBURG CAPITAL MANAGEMENT II B.V.,

gevestigd te Putten,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. D.TH.J. van der Klei,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DECIDEWISE INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. D.TH.J. van der Klei,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACTWISE HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. H. Loonstein.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar eerdere beschikkingen in deze zaak van 15 november 2001, 11 december 2001, 29 april 2003, 18 juni 2003, 3 juli 2003, 30 juni 2004 en 17 februari 2006.

1.2

Bij haar beschikking van 29 april 2003 heeft de Ondernemingskamer - voorzover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Decidewise International B.V. (hierna Decidewise te noemen), een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde voormeld onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 10.000, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen, en bepaald dat Decidewise de kosten van het onderzoek zal betalen en ten genoegen van de onderzoeker voor de betaling daarvan zekerheid dient te stellen. Voorts heeft de Ondernemingskamer in deze beschikking onmiddellijke voorzieningen getroffen met betrekking tot de uitgifte van aandelen.

1.3

Bij haar beschikking van 3 juli 2003 heeft de Ondernemingskamer jhr. mr. A.R.Ph. Boddaert (hierna Boddaert) te Heerhugowaard aangewezen als onderzoeker zoals bedoeld in de hiervoor genoemde beschikking van 29 april 2003.

1.4

Bij haar beschikking van 30 juni 2004 heeft de Ondernemingskamer - voorzover thans van belang - op verzoek van verzoeksters bepaald dat mr. P.R.W. Schaink, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Decidewise (hierna de Curator te noemen), ten genoegen van de onderzoeker in deze zaak zekerheid dient te stellen voor de betaling van de kosten van het bij beschikking van 29 april 2003 bevolen onderzoek.

1.5

Tegen laatstgenoemde beschikking heeft de Curator beroep in cassatie ingesteld. Bij beschikking van 24 juni 2005 heeft de Hoge Raad de beschikking van de Ondernemingskamer van 30 juni 2004 vernietigd en verzoeksters niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek de Curator te verplichten zekerheid te - doen - stellen voor de betaling van de kosten van het onderzoek.

1.6

Bij beschikking van 17 februari 2006 heeft de Ondernemingskamer de benoeming van Boddaert tot onderzoeker beëindigd.

1.7

Bij brief van 18 november 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan partijen en de Curator onder ander bericht:

Bij haar beschikking van 17 februari 2006 heeft de Ondernemingskamer de benoeming van Boddaert tot onderzoeker beëindigd.

Sindsdien heeft de Ondernemingskamer niet meer van (een van de advocaten van) partijen vernomen.

Nu het onderzoek reeds een aantal jaren heeft stilgelegen verneem ik graag van u of partijen instemmen met beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in deze zaak.

Mochten hiertegen bezwaren bestaan, dan verzoek ik u dit schriftelijk (per brief, fax of e-mail) en gemotiveerd uiterlijk 5 december 2014 kenbaar te maken aan de Ondernemingskamer.

1.8

De Curator heeft bij e-mailbericht van 18 november 2014 aan de Ondernemingskamer onder andere medegedeeld:

“Ik ben akkoord met de in uw brief bedoelde beeindiging.”

1.9

Mr. Van der Klei heeft bij faxbericht van 4 december 2014 aan de Ondernemingskamer onder andere bericht:

“ Van de zijde van Decidewise heeft cliente niet vernomen: daar is geen bestuur meer actief. Namens cliënten, Holland Venture en Vanenburg Management II B.V., bericht ik u dat wat cliënten betreft het onderzoek als afgesloten kan worden beschouwd. Clienten zullen zich alsdan beraden.”

2 De gronden van de beslissing

Nu van de zijde van de partijen geen bezwaren zijn vernomen tegen de beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer het aannemelijk acht dat het bevolen onderzoek – mede gelet op het faillissement van van Decidewise en het tijdsverloop sinds het bevel tot onderzoek – ook geen redelijk doel meer dient, zal de Ondernemingskamer het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen en wel per heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 29 april 2003 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Decidewise International B.V., gevestigd te Amsterdam;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 29 april 2003 getroffen

onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en E.R. Bunt en drs. P.B. Baart, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 december 2014.