Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5348

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
18-12-2014
Zaaknummer
200.145.677-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster verwijt de kandidaat-notaris en de notaris dat zij zijn overgegaan tot het opstellen en passeren van het testament en de samenlevingsovereenkomst van de vader van klaagster. Zij hadden gerede twijfels moeten hebben over de wilsbekwaamheid van vader en op basis daarvan een algemeen psychiatrisch/geriatrisch onderzoek moeten laten uitvoeren door een niet-behandelend arts.

De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

Het hof is van oordeel dat de klacht jegens de kandidaat-notaris ongegrond en jegens de notaris gegrond is en legt aan deze laatste de maatregel van waarschuwing op.

Onder de gegeven omstandigheden had de notaris gerede twijfel over de wilsbekwaamheid van vader behoren te hebben en volgens het Stappenplan een niet-behandelend arts moeten raadplegen voor het verrichten van een psychiatrisch/geriatrisch onderzoek. Bij de op te leggen maatregel is meegewogen dat aannemelijk is geworden dat de notaris de nodige zorgvuldigheid heeft willen betrachten bij het beoordelen van de wilsbekwaamheid van vader, maar uiteindelijk onvoldoende alert is geweest.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 99, geldigheid: 2014-12-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0001

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.145.677/01 NOT

nummer eerste aanleg : AL/2013/155

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 16 december 2014

inzake

[klaagster],

wonend te [plaats],

appellante,

gemachtigde: mr. P.G. Knoppers, advocaat te Utrecht,

tegen

1. [geïntimeerde],

notaris te [plaats],

2. [geïntimeerde],

voorheen kandidaat-notaris te [plaats],

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: klaagster) heeft op 23 april 2014 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 25 maart 2014 (ECLI:NL:TNORARL:2014:4). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerden (hierna tezamen: de notarissen) ongegrond verklaard.

1.2.

De notarissen hebben elk een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.3.

Van de zijde van klaagster zijn nog vijf producties bij het hof ingekomen. Hierop heeft het hof aan partijen bericht dat de twee producties (producties 12 en 13) die een inhoudelijke reactie op de verweerschriften van de notarissen behelzen buiten beschouwing worden gelaten, omdat het van toepassing zijnde procesreglement verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken voor het indienen van andere stukken dan het beroepschrift en het verweerschrift geen ruimte biedt, tenzij het hof daarom uitdrukkelijk vraagt.

1.4.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 2 oktober 2014. Klaagster, vergezeld van haar gemachtigde, en de notarissen zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van klaagster en de notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.

Vanaf januari 2012 hebben de notarissen besprekingen met de vader van klaagster,

[naam] (hierna: vader), gevoerd over een op te maken testament. Bij de eerste bespreking heeft de kandidaat-notaris in dat kader, in aanwezigheid van de partner van vader (verder: de partner) en de broer van klaagster (hierna: de broer), de wensen van vader geïnventariseerd. De daaropvolgende besprekingen met vader, soms in aanwezigheid van de partner, hebben de notarissen gezamenlijk gevoerd. Klaagster, haar advocaat en de broer hebben in die periode aan de notaris kenbaar gemaakt van mening te zijn dat vader, vanwege zijn geestelijke gesteldheid, niet meer wilsbekwaam is. De notarissen hebben hierop aan hen laten weten dat zij zich bewust zijn van hun notariële zorgplicht.

Op 15 mei 2012 heeft de notaris een testament van vader gepasseerd. Ook heeft de notaris toen een tussen vader en de partner gesloten samenlevingsovereenkomst notarieel vastgelegd.

Bij beschikking van 18 juli 2012 van de rechtbank Utrecht, sector kanton, zijn de goederen van vader onder bewind gesteld en is een mentorschap over vader ingesteld.

Vader heeft sinds eind jaren ’70 een relatie met de partner. De moeder van klaagster is in 2006 overleden.

4 Het standpunt van klaagster

Klaagster verwijt de notarissen dat zij zijn overgegaan tot het opstellen en passeren van het testament en de samenlevingsovereenkomst. Naar aanleiding van de aan hen ter beschikking gestelde informatie en de aanwezigheid van verschillende indicatoren van het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: het Stappenplan) hadden de notarissen gerede twijfels moeten hebben over de wilsbekwaamheid van vader, mede gelet op de beïnvloeding door de partner. Op basis daarvan hadden de notarissen een algemeen psychiatrisch/geriatrisch onderzoek moeten laten uitvoeren door een niet-behandelend arts. Door dit niet te doen, hebben de notarissen klachtwaardig gehandeld.

5 Het standpunt van de notarissen

De notarissen hebben verweer gevoerd. Hun standpunten worden, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 De beoordeling

Ontvankelijkheid

6.1.1.

De notarissen hebben aangevoerd dat vader nog in leven is, zodat het testament nog kan worden herroepen. Daarnaast is klaagster geen belanghebbende in dit dossier. Om die redenen kan klaagster niet in haar klacht worden ontvangen, aldus de notarissen.

6.1.2.

Gelet op het tijdstip van indiening van de klacht (17 oktober 2013) moet de ontvankelijkheid van klaagster worden beoordeeld naar de per 1 januari 2013 gewijzigde tekst van artikel 99 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna), dat thans (voor zover hier van belang) als volgt luidt:

“Klachten (…) kunnen (…) door een ieder met enig redelijk belang worden ingediend (…).”

In de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2009-2010, 32 250, nr. 3, p. 26-27) van het gewijzigde artikel 99 lid 1 Wna zoals dit in 2013 in werking is getreden, is tot uitgangspunt genomen dat er een ruim belanghebbendenbegrip geldt: een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is, aldus de wetsgeschiedenis, een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd ter ondersteuning van de corrigerende functie van het tuchtrecht en het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep.

6.1.3.

Het voorgaande in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat klaagster belanghebbende is bij de gedraging waarover wordt geklaagd, omdat zij als dochter en ook als mogelijke erfgenaam van vader een redelijk belang erbij heeft om ervoor te waken dat vader zijn testament niet kan wijzigen en geen samenlevingsovereenkomst kan aangaan, als hij niet wilsbekwaam is. Dat vader thans nog in leven is en zijn testament kan herroepen, zoals de notarissen hebben aangevoerd, maakt dit niet anders. De klacht ziet immers op de wijze van totstandkoming van de akten en niet op de inhoud van die akten. Hierbij is ook van belang dat klaagster voor het indienen van een klacht gebonden is aan de vervaltermijn van drie jaren als bedoeld in artikel 99 lid 15 Wna.

Het voorgaande brengt met zich dat klaagster in haar klacht kan worden ontvangen.

Inhoudelijk

6.2.

Klaagster heeft de volgende indicatoren aangevoerd, waaruit zou blijken dat vader ten tijde van het opstellen en passeren van het testament en de samenlevingsovereenkomst niet in staat was zijn wil te bepalen:

- vader was 89 jaar oud;

- sinds 2007 heeft vader medische en psychische problemen (wegrakingen, delier, paranoïde wanen, psychoses) als gevolg van diverse herseninfarcten, chronische hyponatriëmie en macula degeneratie;

- vader heeft sinds 2010 aantoonbare voortschrijdende dementie. Thans is bekend dat vader Lewy Body dementie heeft;

- vader had al langere tijd hulp nodig bij het doen van de administratie;

- al jaren woonde vader niet meer zelfstandig;

- de partner heeft de totstandkoming van de akten gefaciliteerd;

- instructies voor de inhoud van de akten zijn ook door anderen dan vader gegeven, zoals de partner en de broer;

- de inhoud van het testament wijkt ingrijpend af van de inhoud van de eerder opgestelde testamenten en in de langdurige relatie tussen vader en de partner werd opeens een samenlevingsovereenkomst gewenst.

Klaagster heeft daarnaast nog het volgende aangevoerd. De notarissen waren ermee bekend dat het vaste notariskantoor van vader, Davina & Partners in Hilversum, tot welk kantoor vader zich begin 2012 eerst voor een (gewijzigd) testament had gewend, een verklaring van wilsbekwaamheid van vader op basis van een medisch onderzoek eiste, voordat mogelijk een gewijzigd testament van vader zou worden opgemaakt en gepasseerd. Tevens waren de notarissen voorafgaand aan het passeren van het testament en het opstellen van het samenlevingscontract ervan op de hoogte dat er een verzoek tot ondercuratelestelling van vader was ingediend bij de kantonrechter.

Ten aanzien van de kandidaat-notaris

6.3.

Naar het oordeel van het hof is van doorslaggevend belang of vader wilsbekwaam was op het moment van passeren van het testament en de samenlevingsovereenkomst. De kandidaat-notaris is in het voortraject bij het dossier betrokken geweest. De kandidaat-notaris heeft aangevoerd dat vader in de toen gevoerde gesprekken consequent was in zijn wensen over de inhoud van het testament en de samenlevingsovereenkomst en zij geen enkel moment heeft getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van vader. Gelet hierop en op het feit dat de notaris de akten heeft gepasseerd en het dus aan de notaris was op het moment van passeren de wilsbekwaamheid van vader te beoordelen, is van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de kandidaat-notaris niet gebleken. De klacht zal ten opzichte van de kandidaat-notaris ongegrond worden verklaard.

Ten aanzien van de notaris

6.4.1.

De notaris heeft aangevoerd dat vader tijdens de verschillende besprekingen, verspreid over een periode van ongeveer vierenhalve maand, helder was in wat hij wilde en waarom hij dat wilde. Ook gaf vader weloverwogen antwoord op de gestelde vragen en stelde hij wedervragen. Er was voor de notaris geen reden om aan de geestesgesteldheid van vader te twijfelen. Vanwege de door (de advocaat van) klaagster en de broer geuite bedenkingen over de wilsbekwaamheid van vader zijn die besprekingen door de notaris en de kandidaat-notaris gezamenlijk gevoerd. Ook heeft de notaris contact gezocht met de huisarts van vader,[naam], die aan haar mededeelde dat vader rustig en helder kon antwoorden als hij niet in een stresssituatie verkeerde. Daarnaast heeft de notaris kennis genomen van het rapport van november 2010 van drs. [naam], gezondheidspsychologe. Uit dit rapport blijkt van zeer milde cognitieve stoornissen bij vader. De klinisch geriater van vader, [naam] heeft in die periode dezelfde conclusie getrokken. Verder heeft de notaris vanwege de aanwezige indicatoren het Stappenplan toegepast. De uitkomst hiervan was dat er voor de notaris geen aanleiding bestond om een externe arts voor een psychiatrisch/geriatrisch onderzoek te raadplegen. Ten slotte heeft de notaris de akten in aanwezigheid van twee ervaren kandidaat-notarissen gepasseerd. De notaris is van mening dat zij hiermee voldoende alert is geweest bij het beoordelen van de wilsbekwaamheid van vader.

6.4.2.

Het hof overweegt als volgt. De notaris is door de advocaat van klaagster ervan op de hoogte gesteld dat vader vanaf 2007 een aantal tia’s heeft gehad, vergeetachtig wordt en vreemd gedrag vertoont. Klaagster, haar advocaat en de broer hebben uitdrukkelijk aan de notaris bericht dat zij twijfelden aan de geestelijke vermogens van vader. Ook was de notaris ervan op de hoogte dat het vaste notariskantoor van vader begin 2012 eiste dat vader een verklaring van wilsbekwaamheid zou overleggen op basis van een medisch onderzoek, voordat mogelijk een gewijzigd testament zou worden opgemaakt en gepasseerd. Bovendien wist de notaris dat de advocaat van klaagster een verzoek tot onder curatelestelling van vader had ingediend en de behandeling van het verzoek reeds had plaatsgevonden.

Onder deze concrete omstandigheden had de notaris naar het oordeel van het hof gerede twijfel over de wilsbekwaamheid van vader behoren te hebben en volgens het Stappenplan een niet-behandelend arts moeten raadplegen voor het verrichten van een psychiatrisch/geriatrisch onderzoek. De bevindingen van gezondheidspsycholoog [naam] en geriater [naam] dateren uit 2010 en geven geen uitsluitsel over de geestelijke gesteldheid van vader in 2012, zodat de notaris niet zonder meer daarop had af mogen gaan. Huisarts[naam], bij wie de notaris tijdens de looptijd van het dossier twee keer informatie heeft opgevraagd, was in dit geval niet de aangewezen persoon om eventuele twijfel weg te nemen. De notaris kan tuchtrechtelijk worden verweten geen nader onderzoek te hebben laten verrichten door een onafhankelijk arts, bij voorkeur deskundig op het gebied van dementie, alvorens een eigen oordeel over de wilsbekwaamheid van vader te vormen.

6.5.

Uit het vorenstaande volgt dat de klacht ten aanzien van de notaris gegrond is. Het hof acht de maatregel van waarschuwing passend. Hierbij is meegewogen dat aannemelijk is geworden dat de notaris de nodige zorgvuldigheid heeft willen betrachten bij het beoordelen van de wilsbekwaamheid van vader, maar uiteindelijk onvoldoende alert is geweest.

6.6.

Omwille van de duidelijkheid zal de beslissing van de kamer in zijn geheel worden vernietigd en zal het hof beslissen overeenkomstig het voorgaande.

6.7.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.8.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht ten aanzien van de kandidaat-notaris ongegrond;

- verklaart de klacht ten aanzien van de notaris gegrond;

- legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, J. Blokland en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014 door de rolraadsheer.