Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5285

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2014
Datum publicatie
09-01-2015
Zaaknummer
200.137.535/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enqueteprocedure; ontheffing bestuurder; aanwijzing bestuurder

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2, geldigheid: 2014-12-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2015-0202
JONDR 2014/784
ARO 2015/44

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.137.535/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 15 december 2014

inzake:

[verzoeker],

wonende te [....],

VERZOEKER,

advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM I B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM II B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM III B.V.,

allen gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS,

advocaten: mrs. E.M. Soerjatin en M.C. Leijten, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1 [belanghebbende sub 1],

wonend te [....],

2. [belanghebbende sub 2],

wonende te [....],

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

3 [belanghebbende sub 3],

wonende te [....],

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere personen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoeker als [verzoeker];

  • -

    verweersters 1 tot en met 4 ieder afzonderlijk als respectievelijk Leaderland TTM, Leaderland I, Leaderland II en Leaderland III en gezamenlijk als Leaderland c.s.;

  • -

    belanghebbende 1 als [belanghebbende sub 1] ;

  • -

    belanghebbende 2 als [belanghebbende sub 2];

  • -

    belanghebbende 3 als [belanghebbende sub 3];

  • -

    B. van Haaren-Van Duijn als Van Haaren of de bestuurder;

  • -

    E. Hammerstein met Hammerstein of de beheerder;

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 maart 2014 en 11 en 24 juli 2014. Bij haar beschikking van 18 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer onder andere:

- een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode vanaf 1 oktober 2012;

- Mr. F.D. Stibbe te Amsterdam en drs. N. van der Noll te Oosthuizen benoemd tot onderzoekers;

- het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 80.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

- bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Leaderland c.s., en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoekers voor de aanvang van hun werkzaamheden zekerheid dienen te stellen;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [belanghebbende sub 2] geschorst als bestuurder van Leaderland c.s.;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding Van Haaren, benoemd tot bestuurder van Leaderland c.s. en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Leaderland c.s. te vertegenwoordigen;

- bepaald dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Leaderland c.s. en dat Leaderland c.s. voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

- bepaald vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen die [belanghebbende sub 1], [belanghebbende sub 3] en [verzoeker] houden in Leaderland c.s. met ingang van 18 maart 2014 ten titel van beheer zijn overgedragen aan Hammerstein;

- bepaald dat het salaris en de kosten van deze beheerder van aandelen ten laste komen van Leaderland c.s. en dat Leaderland c.s. voor de betaling daarvan ten genoege van de beheerder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden.

1.3

Bij haar beschikking van 11 juli 2014 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van Leaderland c.s. onder meer [belanghebbende sub 1] bevolen om binnen een week na betekening van de beschikking de volledige administratie (als bedoeld in art. 2: 10 BW) van Leaderland c.s. vanaf 1 januari 2012 te doen toekomen aan Van Haaren op een door Van Haaren te bepalen wijze en plaats op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag met een maximum van € 10.000.000. Voorts heeft zij bij die beschikking verzoeken van [verzoeker], [belanghebbende sub 3] en [belanghebbende sub 1] afgewezen en de beslissing op verzoeken van Van Haaren en Hammerstein tot ontheffing uit de functies van bestuurder respectievelijk beheerder aangehouden.

1.4

Bij haar beschikking van 24 juli 2014 heeft de Ondernemingskamer een hier verder niet ter zake doende kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv in haar beschikking van 11 juli 2014 verbeterd.

1.5

Bij haar beschikking van 5 december 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang:

- zich ten aanzien van het verzoek van Leaderland c.s. om de hoogte van de door [belanghebbende sub 1] aan Leaderland verbeurde dwangsommen definitief vast te stellen op € 890.000, subsidiair op andere in het verzoekschrift aangeduide bedragen, onbevoegd verklaard;

- het verzoek van [belanghebbende sub 1] om Van Haaren te ontslaan, subsidiair te schorsen en meer subsidiair Van Haaren de in het verzoekschrift aangeduide opdrachten te geven, afgewezen; en

- het zelfstandig tegenverzoek van [belanghebbende sub 1] tot opheffing dan wel vermindering van dwangsommen afgewezen en zich voor het overige onbevoegd verklaard.

1.6

Bij brief van 9 december 2014 heeft mr. Soerjatin de Ondernemingskamer medegedeeld dat Van Haaren met onmiddellijke ingang als bestuurder terugtreedt en voorts verzocht, voor zover rechtens vereist, het in augustus jl. aangehouden verzoek tot ontheffing alsnog met onmiddellijke ingang toe te wijzen, althans Van Haaren op eigen verzoek met onmiddellijke ingang te ontheffen.

1.7

Bij brief van 9 december 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dit verzoek van Van Haaren, alsmede wat er met de verdere procedure dient te gebeuren, indien het verzoek van Van Haaren wordt toegewezen.

1.8

Bij emailbericht van 10 december 2014 heeft mr. Meijer de Ondernemingskamer bericht dat het ontslag en het onmiddellijke vertrek van Van Haaren door Borodovko wordt aanvaard, voorgesteld dat [belanghebbende sub 2] met onmiddellijke ingang wordt benoemd en eventuele verzoeken van [belanghebbende sub 1] te zullen ondersteunen.

1.9

Bij brief van 11 december 2014 heeft mr. Peters de Ondernemingskamer - kort samengevat - medegedeeld dat [verzoeker] voorstander zou zijn van de volgende oplossing:

1. Van Haaren blijft aan tot de uitspraak van de Ondernemingskamer over haar functie;

2. het verzoek van Van Haaren wordt ingewilligd, nu zij kennelijk niet langer bereid is deze rol te vervullen om wat voor reden dan ook;

3. [verzoeker] wordt benoemd tot tijdelijk bestuurder, eventueel met een beperkt mandaat;

4. Hammerstein blijft aan als beheerder van aandelen.

Voorts heeft mr. Peters de Ondernemingskamer verzocht om op de kortst mogelijke termijn een zitting te plannen, waarbij de Ondernemingskamer de regie kan voeren over het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen.

1.10

Bij brief van 11 december 2014 heeft mr. Kamstra de Ondernemingskamer bericht dat [belanghebbende sub 1] het verzoek van Van Haaren ondersteunt en dat [belanghebbende sub 2] bereid is om opnieuw toe te treden als bestuurder. Als alternatief heeft hij voorgesteld dat het bestuur tijdelijk bij de aandeelhouders gezamenlijk komt te berusten.

1.11

In een emailbericht van 12 december 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen bericht dat nu er geen bezwaren zijn opgeworpen, de Ondernemingskamer zal beslissen om Van Haaren te ontheffen als bestuurder van Leaderland c.s en een vervangende bestuurder zal benoemen. Voorts heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen bericht dat Hammerstein bereid is om voor beperkte tijd de functie van bestuurder waar te nemen. Tenslotte heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld voorstellen te doen, bij voorkeur gezamenlijk, voor een vervolgens te benoemen, nieuwe onafhankelijke bestuurder.

1.12

Bij brief van 12 december 2014 heeft mr. Soerjatin bij de Ondernemingskamer aangedrongen op een tijdige bevestiging van de ontheffing van Van Haaren.

2 De gronden van de beslissing

Nu Van Haaren daarom heeft verzocht en partijen dat verzoek ondersteunen, zal de Ondernemingskamer Van Haaren ontheffen uit de functie van bestuurder, zoals bedoeld in de beschikking van 18 maart 2014. De Ondernemingskamer zal de hierna te benoemen persoon als zodanig aanwijzen. Gelet op de omstandigheid dat hij slechts voor beperkte tijd beschikbaar is, zal de Ondernemingskamer zo spoedig mogelijk een andere bestuurder aanwijzen, waartoe partijen tot uiterlijk dinsdag 16 december 2014 te 14.00 uur voorstellen kunnen doen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

ontheft drs. B. van Haaren-van Duijn te Amstelveen uit de functie van bestuurder van Leaderland TTM B.V., Leaderland TTM I B.V., Leaderland TTM II B.V. en Leaderland TTM III B.V. , alle gevestigd te Hilversum;

wijst aan als bestuurder van Leaderland TTM B.V., Leaderland TTM I B.V., Leaderland TTM II B.V. en Leaderland TTM III B.V., zoals bedoeld in de beschikking van 18 maart 2014: mr. E. Hammerstein te Amsterdam;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. G.M. ter Huurne, raadsheren, en drs. P.R. Baart en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 15 december 2014.