Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5236

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-12-2014
Datum publicatie
02-02-2015
Zaaknummer
200.002.093/1 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging van het bevolen onderzoek

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 357
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2015-0067
ARO 2014/195
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.002.093/1 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 8 december 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PART-ENERGY B.V.,

gevestigd te Drogeham,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. M. UIJEN, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILMONT B.V.,

gevestigd te Drogeham,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:

- verzoekster met Part-Energy; en

- verweerster met Wilmont.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar eerdere beschikkingen in deze zaak van 6 en 16 mei 2008.

1.3

Bij de beschikking van 6 mei 2008 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Wilmont B.V. (hierna Wilmont te noemen) over de periode vanaf 2 februari 2005 en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 16 mei 2008 heeft de Ondernemingskamer mr. J.Tj. Dantuma als onderzoeker aangewezen.

1.4

Bij e-mail van 4 november 2013 heeft Dantuma de Ondernemingskamer verzocht hem te ontheffen uit zijn functie van onderzoeker omdat gelet op het faillissement van Wilmont het niet te verwachten is dat “de kosten inzake een mogelijk vervolg van het onderzoek nog betaald worden”.

1.5

Bij fax van 12 november 2013 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 27 november 2013 te 17:00 uur uit te laten over het ontheffingsverzoek van Dantuma, alsmede geïnformeerd naar het bestaan van bezwaren tegen beëindiging van het onderzoek en daarmee de procedure.

1.6

De curator in het faillissement van Wilmont B.V., mr. G. Barendrecht (hierna de curator te noemen), heeft bij brief van 26 november 2013 aan de Ondernemingskamer bericht geen bezwaar te hebben tegen het ontheffingsverzoek van mr. Dantuma en het voorstel tot beëindiging van de procedure.

1.7

Mr. Uijen heeft namens Part-Energy B.V. bij brief van 27 november 2013 aan de Ondernemingskamer onder andere bericht:

“Hoewel Part-Energy begrip heeft voor het ontheffingsverzoek van mr. Dantuma, zou zij daarom het liefste zien dat het onderzoek toch gewoon wordt voortgezet. Op de vraag hoe dat onderzoek moet worden gefinancierd, heeft Part-Energy helaas geen antwoord. Het ligt in haar ogen voor de hand om (de failliete boedel van) Wilmont de kosten van het onderzoek te laten dragen, maar het is Part-Energy bekend dat de curator van Wilmont er de voorkeur aan geeft de in de boedel beschikbare middelen daarvoor niet in te zetten.”

1.8

Bij brief van 18 november 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen nogmaals in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op vrijdag 28 november a.s. te 17:00 uur uit te laten over het ontheffingsverzoek van Dantuma, alsmede geïnformeerd naar het bestaan van bezwaren tegen beëindiging van het onderzoek en daarmee de procedure.

1.9

Bij brief van 27 november 2014 heeft de curator de Ondernemingskamer bericht dat hij geen bezwaar heeft tegen het ontheffingsverzoek van mr. Dantuma en tegen beëindiging van de procedure.

1.10

Bij brief van 28 november 2014 heeft mr. Duijsens namens Wilmont de Ondernemingskamer bericht dat “cliënten zich verenigen met de beëindiging van de procedure en ook met de honorering van het ontheffingsverzoek van mr. Dantuma.

1.11

Bij brief van 28 november 2014 heeft mr. Uijen namens Part-Energy de Ondernemingskamer onder andere bericht:

“Het is Part-Energy duidelijk dat de Ondernemingskamer onder deze omstandigheden weinig anders kan dan het ontheffingsverzoek van mr. Dantuma nu alsnog in te willigen en zo de procedure te beëindigen. Part-Energy legt zich daarbij neer, (…)”.

2 De gronden van de beslissing

3.1

Nu van de zijde van de partijen geen bezwaren zijn vernomen tegen de beëindiging van het bevolen onderzoek en de Ondernemingskamer het aannemelijk acht dat het bevolen onderzoek – mede gelet op het faillissement van de vennootschap en het tijdsverloop sinds het bevel tot onderzoek – ook geen redelijk doel meer dient, zal de Ondernemingskamer het bevolen onderzoek beëindigen en wel per heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 6 mei 2008 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Wilmont B.V., gevestigd te Drogeham;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en E.R. Bunt en drs. P.B. Baart, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 december 2014.