Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5093

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
16-01-2015
Zaaknummer
23-000270-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzetheling. Bewijsverweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-000270-14

Datum uitspraak: 19 november 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-701031-14 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [PI].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

5 november 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van het hem ten laste gelegde verwerven en voorhanden hebben van een zwarte Iphone 4 (serienummer DX6KNM4NDPMW). Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen die beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 januari 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een witte Iphone 4 (serienummer DNPH9A3DDPMW) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, zulks terwijl tijdens het plegen van bovenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren waren verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf als bovenomschreven in kracht van gewijsde is gegaan (parketnummer

13-651432-12/onherroepelijk 3 november 2012).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze verbeterd gelezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds op de grond dat een in het dictum opgenomen strafmotivering op een andere zaak dan de onderhavige betrekking heeft.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 3 januari 2014 te Amsterdam met anderen een witte Iphone 4 (serienummer DNPH9A3DDPMW) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bespreking van een bewijsverweer

Door de verdediging is aangevoerd dat de in de tenlastelegging genoemde witte Iphone 4 van de vriendin van de verdachte was en dat de verdachte deze niet in zijn bezit heeft gehad. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Het hof overweegt het volgende.

Voornoemde telefoon is weliswaar bij de vriendin van de verdachte, [vriendin verdachte], aangetroffen ten tijde van haar aanhouding, maar uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat zij na haar aanhouding heeft verklaard dat zij deze telefoon kort voor die aanhouding in haar handen kreeg gedrukt door de verdachte (dossierpagina 18). Dat de verdachte deze telefoon voorhanden heeft gehad, blijkt voorts uit de waarneming van verbalisanten als gerelateerd in laatstgenoemd proces-verbaal van bevindingen, inhoudende dat medeverdachte [medeverdachte] deze telefoon aan de verdachte heeft gegeven, nadat hij, [medeverdachte], eerst had geprobeerd deze te verkopen aan een medewerker van FEBO (dossierpagina 17).

Gelet op het voorgaande wordt het verweer verworpen.

Uit het feit dat de verdachte wisselend en ongeloofwaardig heeft verklaard over de herkomst van deze telefoon (eerst heeft hij op 3 januari 2014 verklaard dat hij deze al 5 of 6 maanden had en cadeau heeft gekregen van vrienden terwijl voor deze telefoon de aangifte van diefstal op 22 december 2013 is gedaan, later heeft hij verklaard dat zijn vriendin deze heeft gekocht) en op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt deze te goeder trouw te hebben verkregen leidt het hof af dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat deze telefoon van misdrijf, afkomstig was.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter in de rechtbank Amsterdam is opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder in beschouwing genomen dat de verdachte heeft geprofiteerd van een goed dat door misdrijf is verkregen. Door dit handelen wordt bovendien een afzetmarkt gecreëerd voor van misdrijf afkomstige goederen. Uit een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 20 oktober 2014 blijkt voorts dat de verdachte eerder voor vermogensdelicten onherroepelijk is veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur daarom passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing tot vrijspraak ter zake van het ten laste gelegde verwerven en voorhanden hebben van zwarte Iphone 4 (serienummer DX6KNM4NDPMW).

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. E. de Greeve en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. M. Goedhart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 november 2014.

Mr. M. Goedhart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...]

[...]