Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5090

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
30-01-2015
Zaaknummer
23-003955-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geweld aan boord van een vliegtuig. Beroep op ontoerekeningsvatbaarheid verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-003955-12

Datum uitspraak: 19 november 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 4 september 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-801716-11 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,

adres: [adres],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

31 oktober 2013 en 5 november 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 december 2011, aan boord van een luchtvaartuig (te weten een Fins luchtvaartuig met het vluchtnummer OF672), tijdens de vlucht (van Tenerife naar Helsinki), meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen het cabinepersoneel van voornoemde vlucht en/of een of meer van zijn medepassagiers, immers heeft/is hij, verdachte,

  • -

    geen gehoor gegeven aan de mondelinge "airline notification" door het cabinepersoneel (inhoudende "zich verder rustig te gedragen") en/of

  • -

    (vervolgens) geen gehoor gegeven aan de schriftelijke "airline notification" door het cabinepersoneel (inhoudende "zich verder rustig te gedragen") en/of

  • -

    geen gehoor gegeven aan aanwijzingen en/of instructies van het cabinepersoneel (inhoudende "zich rustig te gedragen" en/of "te blijven zitten") en/of

  • -

    (meerdere malen) opgestaan en/of (tegen) cabinepersoneel en/of (een) medepassagier(s) geschreeuwd en/of geduwd en/of uitgescholden en/of beledigd en/of bedreigd

waardoor gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest,

immers heeft hij, verdachte, de veiligheid van het luchtvaartuig en/of de passagiersveiligheid, in gevaar gebracht door het niet opvolgen van de aanwijzingen en/of instructies van het cockpit- en/of cabinepersoneel en/of door voornoemde handelingen, te weten nu:

  • -

    het cabinepersoneel en/of cockpitpersoneel zich gedurende lange tijd moest bezig houden met verdachte (in de gaten te houden, aanwijzingen te geven en/of aan te houden) en/of

  • -

    voornoemd cabinepersoneel (verbaal en/of fysiek) werd aangevallen

waardoor het cockpitpersoneel en/of het cabinepersoneel zich niet (volledig) kon richten op de normale werkzaamheden en/of werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord en/of de gezagvoerder genoodzaakt was de beslissing te nemen te gaan landen op Schiphol.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze verbeterd gelezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof komt tot een andere strafoplegging en motivering daarvan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 december 2011, aan boord van een luchtvaartuig (te weten een Fins luchtvaartuig met het vluchtnummer OF672), tijdens de vlucht (van Tenerife naar Helsinki) meermalen opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen het cabinepersoneel van voornoemde vlucht en zijn medepassagiers, immers

  • -

    heeft verdachte geen gehoor gegeven aan de mondelinge "airline notification" door het cabinepersoneel (inhoudende "zich verder rustig te gedragen") en

  • -

    heeft verdachte vervolgens geen gehoor gegeven aan de schriftelijke "airline notification" door het cabinepersoneel (inhoudende "zich verder rustig te gedragen") en

  • -

    heeft verdachte geen gehoor gegeven aan aanwijzingen en instructies van het cabinepersoneel (inhoudende "zich rustig te gedragen" en/of "te blijven zitten") en

  • -

    is hij meerdere malen opgestaan en heeft hij tegen cabinepersoneel geschreeuwd en cabinepersoneel uitgescholden, beledigd en bedreigd en tegen een medepassagier geschreeuwd en een medepassagier geduwd en beledigd en een medepassagier bedreigd

waardoor gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest,

immers heeft hij, verdachte, de veiligheid van het luchtvaartuig en de passagiersveiligheid in gevaar gebracht door het niet opvolgen van de aanwijzingen en instructies van het cabinepersoneel en door voornoemde handelingen, te weten nu:

  • -

    het cabinepersoneel zich gedurende lange tijd moest bezig houden met verdachte in de gaten houden, aanwijzingen geven en aanhouden en

  • -

    voornoemd cabinepersoneel verbaal en fysiek werd aangevallen,

waardoor het cockpitpersoneel en het cabinepersoneel zich niet volledig konden richten op de normale werkzaamheden en werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord en de gezagvoerder genoodzaakt was de beslissing te nemen te gaan landen op Schiphol.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in vlucht bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is.

Strafbaarheid van de verdachte

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit volledig ontoerekeningsvatbaar was en om die reden zou moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt dienaangaande het volgende.

Naar het oordeel van het hof is uit de inhoud van het dossier en hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht onvoldoende aannemelijk geworden dat de verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit volledig ontoerekeningsvatbaar was. Uit een in eerste aanleg door de verdediging overgelegd psychiatrisch rapport blijkt weliswaar dat de medicatie van de verdachte (waarover verdachte overigens zelf heeft verklaard dat hij die op de dag van het tenlastegelegde niet heeft ingenomen) mogelijk heeft bijgedragen aan het ten laste gelegde handelen, maar dit is niet nader onderzocht kunnen worden, doordat de verdachte geen toestemming heeft willen verlenen tot verstrekking van een verslag van de politiearts en de ambulancemedewerker die de verdachte vlak na het tenlastegelegde hebben onderzocht.

Nu er ook overigens geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluiten, trekt het hof de conclusie dat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren en een onvoorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 4.000,00 (te betalen in 8 maandelijkse termijnen van € 500,00), subsidiair 50 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,00, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan

€ 2.000,00, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder in beschouwing genomen dat het handelen van de verdachte gevoelens van angst en onveiligheid teweeg moet hebben gebracht bij de medepassagiers en het boordpersoneel die daarvan slachtoffer zijn geworden dan wel getuige zijn geweest. De beslotenheid van het luchtvaartuig in vlucht waarin men zich op dat moment bevond, maakte immers dat men zich onmogelijk kon onttrekken aan de ontstane situatie. Omdat de gezagvoerder van het luchtvaartuig de vluchtveiligheid niet meer kon garanderen, is noodgedwongen een tussenlanding gemaakt op luchthaven Schiphol, hetgeen ongetwijfeld ook financiële schade voor de luchtvaartmaatschappij en vertraging voor de medepassagiers heeft opgeleverd.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke geldboete van na te noemen hoogte passend en geboden. Het hof heeft daarbij, meer nog dan de advocaat-generaal, rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 385b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. E. de Greeve en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. M. Goedhart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 november 2014.

Mr. M. Goedhart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]