Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:5

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-01-2014
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
200.130.697/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder ruim een jaar lang herhaaldelijk gevraagd om uitleg met betrekking tot zijn renteberekening. De gerechtsdeurwaarder heeft pas aan dit verzoek voldaan, vlak nadat klaagster de onderhavige klacht had ingediend. De kamer heeft dit klachtonderdeel daarom terecht gegrond verklaard.

De door de gerechtsdeurwaarder bij zijn renteberekening gehanteerde rentepercentages stemmen overeen met de wettelijke rente, zoals die in de jaren 2003 tot en met 2011 van toepassing was. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn renteberekeningen het juiste bedrag als uitgangspunt genomen. Kamer heeft dat klachtonderdeel terecht ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

_______________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.130.697/01 GDW

zaaknummer eerste aanleg : 821.2012

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 7 januari 2014

inzake:

[klaagster],

wonende te [plaats],

appellante,

gemachtigde: A.P. van der Graaff,

t e g e n

[gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te [plaats],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellante, verder klaagster, is bij een op 9 juli 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 4 juni 2013. Bij die beslissing heeft de kamer het verzet van klaagster tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 2 oktober 2012 gegrond verklaard en de klacht van klaagster tegen geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, op een onderdeel ongegrond en op een onderdeel gegrond verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping.

1.2.

Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is op 23 augustus 2013 een verweerschrift - met bijlagen - ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 24 oktober 2013. De gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van klaagster aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof gaat van de volgende feiten uit:

i. In 2003 heeft de gerechtsdeurwaarder getracht in opdracht van klaagster een vordering te incasseren op basis van een ten gunste van klaagster gewezen vonnis van de rechtbank Breda van 7 mei 2003. Dit is toen niet gelukt.

ii. Op verzoek van klaagster is het dossier in 2009 heropend, waarna de vordering geheel door de gerechtsdeurwaarder is geïncasseerd.

iii. Bij brief van 3 februari 2011 heeft de gerechtsdeurwaarder de afrekening in het dossier aan klaagster gezonden.

iv. De gemachtigde van klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder in de periode van 7 februari 2011 tot en met 1 maart 2012 ten aanzien van het in de afrekening verwerkte bedrag aan rente van € 1.36,63 een aantal malen om een (controleerbare) renteberekening verzocht.

v. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster per e-mail van 20 juni 2012 een specificatie van de renteberekening doen toekomen, waarop de gemachtigde van klaagster aan de gerechtsdeurwaarder heeft geschreven dat hij het op een aantal punten niet eens is met deze renteberekening.

4 Het standpunt van klaagster

4.1.

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij - ondanks herhaalde verzoeken hiertoe -geen deugdelijke en gespecificeerde renteberekening aan haar heeft verstrekt.

4.2.

In hoger beroep heeft klaagster - voor zover van belang - het volgende aangevoerd. Het verschil in de renteberekeningen van partijen is onder meer gelegen in het hanteren van een onjuist aantal rentedagen en een verkeerd rentepercentage, vier procent in plaats van zeven procent). Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder afwijkende renteberekeningen opgesteld - welke achteraf lijken te zijn gefixeerd - , kloppen de (mutatie)data van zijn renteberekeningen niet en is een energienota ten onrechte niet in de geïncasseerde vordering opgenomen. Voorts benadrukt klaagster dat zij pas na ruim een jaar een reactie van de gerechtsdeurwaarder kreeg op haar verzoek om een deugdelijke renteberekening. De kamer is in zijn beslissing aan deze laatste aandachtspunten ten onrechte voorbij gegaan.

Klaagster wenst in ieder geval het door haar gestelde verschil in renteberekening door de gerechtsdeurwaarder vergoed te zien.

5 Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1

Aan klaagster is verschillende malen uitgelegd dat dit soort ingewikkelde renteberekeningen met behulp van een computerprogramma worden gemaakt en dat de foutkans hierbij niet groot is indien de gegevens goed worden ingevoerd. Klaagster gaat in de door haar opgestelde renteberekening uit van onjuiste aannames. Dit heeft de gerechtsdeurwaarder onder meer in zijn e-mail van 9 juli 2012 aan klaagster aangegeven. Voorts is aan klaagster een vergoeding toegezegd omdat het door omstandigheden binnen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder te lang heeft geduurd voordat klaagster een antwoord op haar verzoeken heeft gekregen. Hiervoor heeft de gerechtsdeurwaarder ook zijn excuses gemaakt.

5.2.

In hoger beroep heeft de gerechtsdeurwaarder nogmaals uiteengezet hoe de door hem opgestelde renteberekening, met name over de periode 1 april 2003 tot en met 6 oktober 2009, is opgebouwd. De gerechtsdeurwaarder benadrukt dat bij de berekening van het rentebedrag rekening is gehouden met de fluctuering van de wettelijke rente, ten gevolge waarvan er steeds wisselende rentepercentages in de berekeningen zijn vermeld. De gerechtsdeurwaarder heeft met betrekking tot voornoemde periode een renteberekening op basis van een ander computerprogramma overgelegd, waarbij de uitkomst nauwelijks afwijkt van zijn in de afrekening met klaagster gehanteerde renteberekening (een bedrag van € 1.048,70 in plaats van € 1.049,38). Het totale rentebedrag in zijn rentespecificatie van 20 juni 2012 ad € 1.136,95 komt nagenoeg overeen met het rentebedrag op de eindafrekening van 3 februari 2011. Er is een verschil van slechts € 0,32.

6 De beoordeling

6.1.

Vooropgesteld wordt dat een tuchtprocedure zich naar haar aard niet leent voor de behandeling van een verzoek om vergoeding van het door klaagster gestelde tekort in de berekende rente, nu het beslissen op dergelijke vorderingen is voorbehouden aan de burgerlijke rechter. Op die grond valt dit verzoek van klaagster buiten het bestek van deze tuchtprocedure.

6.2.

De te beoordelen klacht van klaagster valt in twee onderdelen uiteen.

Voor wat betreft de vraag of de gerechtsdeurwaarder adequaat heeft gereageerd op het verzoek van klaagster om uitleg te geven over de eindafrekening, is het hof met de kamer van oordeel dat dit niet het geval is. Klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder vanaf 7 februari 2011 ruim een jaar lang herhaaldelijk gevraagd om uitleg met betrekking tot zijn renteberekening. De gerechtsdeurwaarder heeft pas aan dit verzoek voldaan bij e-mail van 20 juni 2012, vlak nadat klaagster de onderhavige klacht had ingediend. De kamer heeft dit klachtonderdeel daarom terecht gegrond verklaard. De kamer heeft verder met recht overwogen dat de gerechtsdeurwaarder hierover een serieus verwijt kan worden gemaakt, hetgeen het opleggen van de maatregel van berisping rechtvaardigt.

6.3.

Met betrekking tot de door de gerechtsdeurwaarder opgestelde renteberekening heeft de kamer overwogen dat klaagster haar stelling dat de opgestelde renteberekening niet juist is, onvoldoende heeft onderbouwd. Gelet daarop en op de betwisting hiervan door de gerechtsdeurwaarder kan op dat punt geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen worden vastgesteld volgens de kamer.

Het hof deelt dit oordeel en de gronden waarop dit berust. Hierbij wordt nog overwogen dat de door de gerechtsdeurwaarder bij zijn renteberekening gehanteerde rentepercentages overeenstemmen met de wettelijke rente, zoals die in de jaren 2003 tot en met 2011 van toepassing was. Dat op een gegeven moment niet (meer)zeven procent rente is berekend over de openstaande vordering is, anders dan klaagster blijkbaar meent, juist en heeft te maken met het feit dat het percentage van de wettelijke rente fluctueert. Het is dus niet zo dat een debiteur bij het uitblijven van betaling het percentage van de wettelijke rente verschuldigd is dat ten tijde van het uitspreken van het vonnis, waarin deze tot betaling werd veroordeeld, gold Verder heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn renteberekeningen terecht een bedrag van € 3.220,29 als uitgangspunt genomen. Dit was immers het in het vonnis van 7 mei 2003 van de rechtbank Breda toegewezen bedrag, waarover wettelijke rente was toegewezen. Dat de gerechtsdeurwaarder de door klaagster genoemde energienota niet in zijn incassowerkzaamheden heeft betrokken, valt hem niet te verwijten. Klaagster heeft de stelling van de gerechtsdeurwaarder dat die nota dateert van na het vonnis van 7 mei 2003 niet betwist. Dat betekent dat die nota geen onderdeel uitmaakte van de aan de deurwaarder verstrekte incasso-opdracht. Het vooroverwogene leidt tot de slotsom dat de kamer de klacht op dit onderdeel terecht ongegrond heeft verklaard.

6.4.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.5.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.M.A. Verscheure en

A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 7 januari 2014 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM - 6

Beslissing van 4 juni 2013 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van de voorzitter van

2 oktober 2012 met nummer 477.2012 en het daartegen ingestelde verzet met nummer 821.2012 ingesteld door:

[klaagster],

wonende te [plaats],

klaagster,

gemachtigde A.P. van der Graaff,

tegen:

[gerechtsdeurwaarder],

waarnemend gerechtsdeurwaarder te [plaats],

beklaagde,

gemachtigde J. van der Linden.

1 Verloop van de procedure

Voormelde beslissing van de voorzitter is bij brief van 2 oktober 2012 aan klager verzonden.

Op 9 oktober 2012 is het tegen de beslissing van de voorzitter gerichte verzetschrift van klager bij de Kamer ontvangen.

Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 23 april 2013. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2 De ontvankelijkheid van het verzet

Klaagster heeft het verzet tegen voormelde beslissing van de voorzitter ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat het verzet ontvankelijk is.

3 De inleidende klacht

De voorzitter heeft de inleidende klacht als volgt samengevat :

‘dat de gerechtsdeurwaarder, na verzoek hiertoe, geen duidelijke en gespecificeerde rente-afrekening heeft toegestuurd.’

4 De beslissing van de voorzitter

De voorzitter heeft overwogen:

‘4.3 Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de op grond van het vonnis verschuldigde rente. Volgens de gerechtsdeurwaarder is geen rente verschuldigd over na de datum van uitspraak van het vonnis verschenen huurtermijnen. Ook wanneer het standpunt dat de gerechtsdeurwaarder heeft ingenomen uiteindelijk niet juist zou blijken, kan niet gezegd worden dat die visie en het en het daarop gebaseerde handelen in strijd zijn met de tuchtrechtelijke norm.

4.4

De gerechtsdeurwaarder heeft wel toegegeven dat het te lang heeft geduurd voor afdoende is gereageerd op het verzoek van klaagster met betrekking tot de berekening van de rente. Een gerechtsdeurwaarder die een vergissing begaat of een fout maakt, maakt zich in het algemeen daarmee niet zonder meer schuldig aan handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk dient te worden bestraft. Dit kan anders zijn wanneer de vergissing of fout klaarblijkelijk gevolg is van grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Hiervan is echter niet gebleken.’

5 De gronden van het verzet

Klaagster stelt in verzet – samengevat – dat de beslissing van de voorzitter niet op goede gronden berust.

6 De beoordeling van de gronden van het verzet

6.1

De Kamer is op grond van wat hierna wordt overwogen van oordeel dat de beslissing van de voorzitter niet in stand kan blijven

7 De feiten en de beoordeling van de klacht

7.1

Niet in geschil is dat de gerechtsdeurwaarder is belast met de inning van een vordering op klaagster. Partijen verschillen van mening over de berekende rente en over de vraag of de gerechtsdeurwaarder adequaat heeft gereageerd op klaagsters verzoek tot uitleg daarover.

7.2

Vast staat dat klaagster op 7 februari 2011 al heeft verzocht om uitleg over de kosten en om een specificatie van de afgerekende rente. De gerechtsdeurwaarder heeft deze berekening pas na indiening van de onderhavige klacht opgesteld en verstrekt, hoewel klaagster meermalen heeft gerappelleerd aan het door haar gedane verzoek. Gelet daarop dient de klacht gegrond te worden verklaard.

7.3

Omdat de Kamer van oordeel is dat de gerechtsdeurwaarder een serieus verwijt kan worden gemaakt omdat het zo lang heeft geduurd voordat klagers verzoek werd gehonoreerd, ziet zij tevens aanleiding tot het opleggen van na te melden maatregel.

7.4

Klaagster heeft haar stelling dat de thans opgestelde renteberekening niet juist is onvoldoende onderbouwd. Gelet daarop en op de betwisting hiervan door de gerechtsdeurwaarder kan op dat punt geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen worden vastgesteld. Dit geldt eveneens ten aanzien van klaagsters, door de gerechtsdeurwaarder (met stukken onderbouwd) betwiste, stelling dat de gerechtsdeurwaarder niet zou hebben gereageerd op haar e-mails van 28 juni 2012 en 3 augustus 2012.

8. Beslist wordt als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • -

    verklaart het verzet gegrond;

  • -

    vernietigt de beslissing van de voorzitter van 2 oktober 2012;

  • -

    verklaart de klacht gegrond ten aanzien van het onder 6.2 overwogene en ongegrond voor het overige;

  • -

    legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, voorzitter, mr. E.R.S.M. Marres en

M. Colijn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

4 juni 2013 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.